Duitsers verlaten Knokke

Duitse marinefusiliers beginnen op 15 oktober 1918 hun kanonnen tussen Nieuwpoort en Knokke te vernietigen. Naar schatting een paar honderd staan er. Alleen de stukken geschut die op spoorwagons staan, nemen ze mee.

Op 16 oktober 1918 voltooien ze deze taak en trekken ze zich terug, weg van de kust. De betonnen schuilplaatsen voor de geschutsbemanningen zijn leeg.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Knokke_BatterijHamburg

De laatste rit van de Balkanzug

Vanuit Constantinopel vertrekt op 6 oktober 1918 de laatste Balkanzug. In de omgekeerde richting verlaat een trein Berlijn nog op 11 november 1918, maar die raakt niet verder dan Nis (Servië).

De Balkanzug was een soort alternatief van de Centralen voor de Oriënt Express. Deze historische treinverbinding wedr immers opgeheven in het begin van de oorlog, omdat het traject deels over vijandelijk grondgebied loopt.

Voor Duitsland en Oostenrijk-Hongarije is de Balkanzug belangrijk omdat die een verbinding biedt met de Turkse bondgenoten : de hoofdas verloopt immers tussen Berlijn en Constantinopel. Over dit traject, dat ongeveer drieënhalve dag vergt, rijdt de trein tweemaal per week.

De Duitsers slagen er niet in om het traject te verlengen tot Bagdad omdat sommige tunnels richting Iraakse hoofdstad nog niet operationeel zijn.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Balkanzug_1918

 

drama in Halle

In de nacht van 19 op 20 juli 1918 wil een Engels vliegtuig het station van Halle bombarderen, maar dat loopt uit op een dramatische misser. In plaats van op het station, waar heel wat Duitse soldaten zijn op weg naar het front, komen een of meerdere bommen terecht op een woonhuis in de Statiestraat. Resultaat : alle vijf kinderen uit één gezin komen om. Hun ouders overleven het bombardement maar zijn in één klap hun kroost kwijt.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://pajottenland-zennevallei.kindereninbezetgebied.be/objecten/20-juli-1918-een-ware-ramp 

Halle_19180720

 

Zwaar treinongeluk in Hammond

Niet de oorlog beheerst op 22 juni 1918 het nieuws maar een zwaar treinongeluk in Hammond, Indiana (VS) waarbij 86 doden en 127 gewonden vallen. Rond 4u in de ochtend tuft door het landschap van Indiana een eerder langzame trein met aan boord 400 mensen van het circus Hagenbeck-Wallace. Op korte afstand volgt een trein met twintig lege passagierswagons die duidelijk een hogere snelheid aankan.

Wanneer de trein een noodstop moet maken in Hammond, rijdt de achteropkomende trein erop in. De wagon met de keuken en de vier achterste houten slaapwagons worden volkomen vernield. Enkele seconden later ontstaat er ook nog brand. Wellicht is de ervaren machinist van de achterop komende trein in slaap gevallen door een combinatie  van veel te weinig rust, enkele zware maaltijden en het eentonige ritme van de rollende trein.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

D8B777A7-F05E-4067-8859-3E73D7EF52EF

Tsjechische opstand in Chelyabinsk

Tsjechische opstand in Chelyabinsk

Het Tsjechisch legioen bestaat uit voormalige Tsjechische en Slowaakse soldaten van het Kaiserliche und Königliche (K.u.k.) Armee die de kant hebben gekozen van het tsaristische Rusland. Met de vrede van Brest-Litovsk ondertekend door de Duitsers en de Russische bolsjewieken valt de oorlog aan het oostfront stil. In plaats daarvan komt er een Russische burgeroorlog waarbij het Tsjechisch legioen zich neutraal verklaart. Dit legioen wil niet liever dan naar hun geboorteland teruggaan om voor de onafhankelijkheid te vechten. In totaal gaat het om ongeveer 50.000 soldaten. De geallieerden stellen dit legioen voor om hen via Vladivostik te repatriëren. Dit vraagt een hele hoop treinen en de nodige goede wil vanwege de bolsjewieken.

Op 14 mei 1918 stopt een trein met soldaten van het Tsjechisch legioen in Chelyabinsk. Terzelfdertijd stopt er een trein met voormalige Oostenrijks-Hongaarse krijgsgevangenen die de bolsjewieken willen inruilen voor Russische krijgsgevangenen. Hongaarse soldaten roepen uitdagen naar de Tsjechen, die beginnen scheldwoorden terug te roepen en een Hongaar gooit een of andere granaat naar de Tsjechen. Die halen de Hongaar bij zijn kameraden weg en lynchen hem. Daarop arresteren de bolsjewieken de Tsjechische soldaten verantwoordelijk voor de lynchpartij.

Het gaat van kwaad naar erger. De Tsjechen gaan naar de gevangenis van Chelyabinsk, bevrijden hun kameraden en nemen de wapens van het plaatselijke garnizoen in beslag. Als dit nieuws Moskou bereikt, sturen de bolsjewieken een telegram naar Chelyabinsk met de eis voor het Tsjechische legioen om de wapens neer te leggen. Het legioen gaat hier niet op in.

Op 23 mei 1918 krijgen de plaatselijke sovjets van Chelyabinsk het bevel om het Tsjechische legioen te ontwapenen. Maar de Tsjechen controleren gans de stad en krijgen het telegram dus als eerste te zien. Op 25 mei 1918 vaardigt Trotsky een bevel uit om de Tsjechen die de wapens niet neerleggen, neer te schieten. Deze orders lekken ook uit bij het Tsjechische legioen. Daarop beslissen ze om hun weg naar Vladivostik verder te zetten met geweld als het moet. Ze nemen de controle over van de Transsiberische spoorlijn. Een gevolg hiervan is dat de ganse tsaristische familie geëxecuteerd wordt door de bolsjewieken als het Tsjechische legioen op weg is naar Ekaterinburg.

bronnen
Michael Neiberg & David Jordan, the eastern front 1914-1920, Amber Books
http://czechlegion.com/TheCzechLegion/Introduction.html
https://sovietjournal.wordpress.com/2011/05/03/the-czech-legion-1/

CzechLegion_ArmouredTrain

 

 

Ramp vermeden in Haringe

Een volle munitietrein arriveert op 30 april 1918 in een munitiedepot in Haringe (Poperinge). Na de loskoppeling van de locomotief ontstaat er brand in de tweede wagon. De Britse militair A.H. Furlonger beveelt treinbestuurder J.E. Bigland om opnieuw achteruit te rijden en de wagons weer aan te koppelen. Samen met Joseph Farren koppelt Furlonger de eerste twee wagons weer aan de locomotief. Tegelijkertijd koppelt een andere soldaat de overige wagons af van de brandende.

Precies dan ontploft de munitie in de brandende wagon en doodt of verwondt de toegesnelde soldaten. Zonder hun dappere inzet zou de ontploffing niet beperkt gebleven zijn tot twee wagons maar zou de hele munitieopslagplaats geëxplodeerd zijn. De militairen die om het leven kwamen bij de ontploffing van de treinwagons, zijn begraven op Bandaghem Military Cemetery in de Nachtegaalstraat in Haringe.

munitiedepot_191804

drukke tijden voor Belgische spionnen

Het is in januari 1918 voor de spionnen meer dan ooit zaak om de transporten over de Duitse spoorwegen te traceren. Typisch voor de groeiende achterdocht bij de inlichtingenofficieren is de nieuwsbrief van 8 januari 1918. Deze keer gaat het om een deserteur uit de Elzas, een soldaat van de 187e infanteriedivisie. Hij heeft in het station van Gent Oostenrijkse troepen en artillerie en ook Bulgaren gezien. Die vreemde troepen moesten daar van de trein met het oog op hun inzet aan het front in Vlaanderen.

Er wordt geschat dat er midden januari 1918 al vijftien divisies zijn bijgekomen aan het westelijke front. Ze zijn in uitstekende staat en goed bewapend. De divisies die vertrokken, zijn ofwel middelmatig van kwaliteit ofwel zwaar toegetakeld tijdens de recente Britse offensieven. De rapporten van de daarop volgende dagen wijzen evenwel uit dat de meeste nieuwe Duitse divisies naar het westen worden gevoerd via de Franse oost-west spoorlijnen die via Luxemburg, Thionville en Straatsburg lopen. Slechts drie van de negentien getraceerde divisies gebruikten het Belgische spoorwegnetwerk. Dat verschil is zo opvallend dat de Belgen zich afvragen of er soms ernstige problemen zijn op de spoorlijn via Visé naar Tongeren.

De Duitse legerleiding kiest er voor om de beste en jongste elementen uit de divisies in het oosten af te romen en ze als individuen naar het westen te sturen. Voor een groot deel van die mannen is een tijdelijk oponthoud voorzien in Leopoldsburg of een ander opleidingscentrum in Limburg. Het zijn deze soldaten die via de spoorlijnen door Luik en Visé naar het westen komen. Het aantal soldaten in opleiding in Limburg neemt daardoor fors toe. De aangroei is zo opvallend dat sommige spionnen in de streek het cijfer 150.000 laten vallen als ze willen aangeven hoe groot de Duitse militaire aanwezigheid in de kampen en op de oefenterreinen wel is.

de tekening hieronder is van de Duitse schilder Albert Leistner en is getiteld “Abfahrt ins Feld von Leipzig am Ostersonntag, 1916”

bron : Luc Vandeweyer, Koning Albert en zijn soldaten, Manteau

AlbrechtLestner_AbfahrtInsFeld