verdrag van Saint-Germain

Op 10 september 1919 ondertekenen de geallieerden en de overgebleven rompstaat Oostenrijk het verdrag van Saint-Germain. Het verdrag is genoemd naar de Parijse voorstad Saint-Germain-en-Laye, waar het in het plaatselijke kasteel is onderhandeld en ondertekend. Het verdrag wordt op 16 juli 1920 formeel van kracht.

Dit verdrag regelt niet alleen de erkenning van het nieuwe Oostenrijk, maar ook de erkenning van de nieuwe staten, die uit het oude Oostenrijk-Hongarije zijn ontstaan. Oostenrijk erkent dus de onafhankelijkheid van Hongarije, Tsjechoslowakije, Polen en Joegoslavië. In dit verdrag wordt tevens gesproken over de noodzaak van herstelbetalingen, die het nieuwe Oostenrijk zal moeten voldoen, maar gezien het bankroet van de staat is het nooit tot een taxatie van schade en betalingen gekomen.

Het verdrag bevat de volgende bepalingen :

  • Oostenrijk wordt verboden om een politieke of economische unie met Duitsland aan te gaan zonder goedkeuring van de Volkenbond. Deze goedkeuring werd niet gegeven.
  • Het gebruik van de naam Deutschösterreich als staatsnaam is verboden.
  • Beperking van een toekomstig Oostenrijks leger tot maximaal 30.000 manschappen.
  • De formele schuld van de Eerste Wereldoorlog werd aan het Habsburgse huis en het Duitse Keizerrijk toegerekend.
  • De kroonlanden Bohemen, Moravië, Oostenrijks-Silezië en enkele Neder-Oostenrijkse gemeenten worden aan het nieuwe Tsjechoslowakije toegewezen.
  • Zuid-Tirol, Trentino en het Karinthische Kanaltal, voortaan Val Canale, vallen voortaan onder Italië.
  • Het kroonland Galicië, wordt deel van de nieuwe staat Polen.
  • Het kroonland Boekovina komt aan Roemenië.
  • Het kroonland Dalmatië en delen van Zuid-Stiermarken en Zuid-Karinthië gaan naar de nieuwe Staat van Slovenen, Kroaten en Serven.
  • De westelijke grensgebieden van Hongarije vervallen aan Oostenrijk, als Burgenland
  • Over de stad Triëst en haar omgeving, waaronder Istrië, worden beraadslagingen voortgezet.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Verdrag_van_Saint-Germain_(1919)

protest van Franse piloten

Voor de overwinningsparade op de Champs-Élysées op 14 juli 1919 wordt de piloten gevraagd om te voet te marcheren, net zoals de infanteristen. De piloten beschouwen dit als een zwaar affront en een klein groepje besluit dit affront te beantwoorden door een vlucht onder de Arc de Triomphe. De piloot die wordt uitverkoren, is Jean Navarre, die 12 overwinningen heeft behaald en die tot de azen onder de piloten wordt gerekend. Maar Navarre sterft op 10 juli 1919 tijdens een trainingsvlucht.

De tweede keuze valt op Charles Godefroy. Die is vanaf 1914 soldaat geweest en is in 1917 overgestapt naar de luchtmacht. Met zijn vriend journalist Jacques Mortane bestudeert hij meermaals de Arc de Triomphe. Om het project geheim te houden, traint hij met een brug aan de Petit-Rhône, tussen Arles en Fourques. Mortane neemt zich voor de gebeurtenis te filmen. Men stelt de spectaculaire vlucht uit tot na de parade van 14 juli.

Op 7 augustus 1919 om 7u20, drie weken na de overwinningsparade, stijgt Chrales Godefroy op van het vliegveld van Villacoublay in zijn Nieuport 11. Hij cirkelt twee maal rond de Arc de Triomphe alvorens met grote snelheid te dalen en er onderdoor te vliegen. Veel marge heeft Godefroy niet. De hoogte van het gewelf van de Arc is 29,19 meter. Hij vliegt vlak over een tram tot grote schrik van de passagiers. Een half uur na het opstijgen is Godefroy terug op het vliegveld.

Fotografen en cineasten, verwittigd door Jacques Mortane, zijn aanwezig. Er worden foto’s en films gemaakt van de vlucht. De autoriteiten komen snel achter de naam van de piloot maar Godefroy komt ervan af met een verwittiging. Het is ook zijn laatste vlucht. Hij wijdt zich daarna aan zijn familie en zijn wijnhandel in Aubervilliers. Hij blijft lange tijd de enige piloot die erin geslaagd is om onder de Arc de Triomphe te vliegen. Pas op 18 oktober 1981 zal Alain Marchand er ook in slagen.

bron : https://fr.wikipedia.org/wiki/Charles_Godefroy

De vlucht is te zien op https://www.youtube.com/watch?v=HIZzkq5Y8q0


vredesverdrag ondertekend in Versailles

De Franse premier Clémenceau beslist dat het vredesverdrag zal worden ondertekend op 28 juni, precies vijf jaar nadat Gavrilo Princip in Sarajevo de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand en zijn vrouw Sophie neerschoot. Als locatie heeft Clémenceau de spiegelzaal van het paleis van Versailles gekozen. Het is de plaats waar in 1871 het Duitse keizerrijk werd uitgeroepen en Wilhelm I tot keizer werd gekroond. Hoeveel groter kan de vernedering voor Duitsland zijn.

In de spiegelzaal zoeken op 28 juni 1919 de afgevaardigden van meer dan dertig landen hun plaats. De onderhandelaars nemen plaats in het midden van de zaal. Recht tegenover hen is een plaats gereserveerd voor de Duitsers. Wanneer iedereen heeft plaatsgenomen, staat Clémenceau op. Het is precies 15 uur. “Faites entrer les Allemands.”, zegt hij. Achterin de zaal gaat een deur open. Twee deurwaarders stappen binnen, gevolgd door officieren uit Frankrijk, Groot-Brittannië , Amerika en Italië. Dan volgen de nieuwe Duitse minister van Buitenlandse zaken Herman Müller en de minister van transport Johannes Bell, die om 3 uur ’s ochtends vanuit Berlijn zijn aangekomen. Zodra zij hebben plaatsgenomen, neemt Clémenceau opnieuw het woord :”Messieurs, la séance est ouverte. Nous sommes ici pour signer le traité de paix.”. De Duitsers staan op, ze weten dat zij als eersten het verdrag moeten ondertekenen. In een doodse stilte zetten zij hun handtekening onder het verdrag. Terwijl de vertegenwoordigers van de andere landen opstaan om op hun beurt het verdrag te ondertekenen, gaat er een zucht van opluchting door de zaal. Buiten klinken kanonschoten een eresaluut aan de onderhandelaars, die aan meer dan vier jaar oorlog eindelijk een einde maken. Door de open ramen van de spiegelzaal is het gejoel van een juichende menigte te horen.

Bijna een uur later zijn alle documenten door de officiële vertegenwoordigers ondertekend. De Duitsers worden weer naar buiten geleid via de zijingang, de weg waarlangs zij gekomen zijn. Nog dezelfde avond keren zij terug naar Berlijn. Op de Parijse boulevards viert een gigantische mensenmenigte tot diep in de nacht het echte einde van de eerste wereldoorlog.

Onderstaande schilderij is van William Orpin, the signing of the Peace

bron : Mark de Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau

dreiging van een nieuwe oorlog

Duitsland is voor de vredesconferentie nadrukkelijk niet uitgenodigd. Pas eind mei 1919 vertrekt een Duitse delegatie onder leiding van minister van buitenlandse zaken graag Ulrich von Brockdorff-Rantzau uit Berlijn. De eerste contacten beloven echter weinig goeds. Wanneer de trein verwoeste gebieden in noord-Frankrijk doorkruist, laten de Fransen hem met opzet trager rijden, zodat de Duitsers nadrukkelijk met de oorlogsverwoestingen geconfronteerd worden. In Parijs leiden de Fransen de trein naar het afgelegen station Hôtel de Réservoirs in Versailles. Daarmee geeft Clémenceau een duidelijk signaal : in 1871 – na de Franse nederlaag tijdens de Frans-Pruisische oorlog – verbleven de Franse leiders tijdens hun onderhandelingen met Bismarck in hetzelfde hotel. Nu is het dus de beurt aan de Duitsers.

Na een week wachten worden de Duitsers uitgenodigd in het Trianon-paleis om daar het ontwerpverdrag te ontvangen. Daar opent Clémenceau de vergadering met :”Het pijnlijke uur van de afrekening is gekomen. U hebt om vrede gevraagd. Wij zijn hier om ze u te geven.”. Wanneer hij het verdrag doorneemt, beseft Brockdorff-Rantzau dat Duitsland voor vele jaren op de knieën wordt gedwongen. “Nu wordt verwacht dat Duitsland zich als enige schuldige van de oorlog bestempelt,” zegt hij. “Ik weiger zo’n bekentenis te doen : het zou gewoon een leugen zijn.”. Brockdorff-Rantzau tekent formeel protest aan en dringt aan op nieuwe gesprekken maar de overwinnaars weigeren te praten en blijven onverkort bij hun standpunt.

De Duitsers krijgen tot 23 juni om 19u de tijd om zich akkoord te verklaren met de vredesvoorwaarden. Is er op dat moment geen toezegging vanwege Duitsland, dan dreigt er opnieuw oorlog. In Parijs volgen dan spannende dagen. Pas op 23 juni om 15u30 – maar enkele uren voor het ultimatum afloopt – verklaren de Duitsers zich bereid om het vredesverdrag te ondertekenen.

bron : Mark De Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau

het einde van de Duitse vloot

De wapenstilstand die de Duitsers in Compiègne hebben onderteken, verplicht hen hun vloot te ontwapenen en onder bewaking te stellen van de geallieerden. Vanaf 22 november 1918 ligt de Duitse vloot voor anker in Scapa Flow, de thuisbasis van de Britse marine. De bemanning is drastisch gereduceerd. Van de 20.000 bemanningsleden, blijven er nog 4.500 aan boord, onder het bevel van 250 officieren.

Op de vredesconferentie die in Parijs gehouden wordt, is het lot van de schepen voer voor discussie. Fransen en Italianen vinden dat een deel van de schepen hen toekomt. Dat is niet naar de zin van de Britten, omdat het hun hegemonie op zee zou verminderen.

In juni 1919 verplichten de Britten de Duitsers hun bemanning verder in te krimpen. Er blijven nog 1700 matrozen en officieren over. Op de ochtend van 21 juni 1919 vertrekken de meeste Britse oorlogsschepen voor manoeuvres op volle zee. Alleen 2 torpedojagers blijven achter om de Duitse schepen te bewaken. Om 11u20 seint de Duitse bevelhebber von Reuter de andere schepen :”Paragraaf 11. Bevestigen.”. Op alle Duitse schepen worden daarna de zeeventielen geopend en ook de deuren die de waterdichte schotten afsluiten. Ze worden allemaal onklaar gemaakt zodat ze niet opnieuw gesloten kunnen worden. Zodra de eerste schepen kort daarna slagzij beginnen te maken en de Duitse bemanningsleden hun schepen verlaten, beseffen de Britten wat er aan de hand is. De Britse schepen die ’s ochtends zijn uitgevaren, worden in allerijl teruggeroepen, maar het is te laat om in te grijpen. Om 12u16 verdwijnt de reusachtige Friedrich der Grosse als eerste in de golven. Even later volgen tal van andere schepen. In totaal zinken die namiddag 52 Duitse oorlogsschepen, waaronder vijftien van de zestien grote slagschepen en kruisers. De rest wordt door de Britten weggesleept of aan wal getrokken. Acht Duitse matrozen en een officier worden tijdens de actie neergeschoten, alle anderen brengen het er veilig vanaf. Zij belanden in een krijgsgevangenenkamp, van waaruit zij in januari 1920 weer naar Duitsland vertrekken.

Nog voor de tweede wereldoorlog worden enkele tientallen schepen opnieuw gelicht. Zeven rusten nog altijd op de zeebodem, waar zij een beschermd monument vormen en een geliefd doel voor diepzeeduikers.

bron : Mark de Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau

De schilderij hieronder is van Bernard Gribble.

maskers voor de gueules cassées

De Groote Oorlog is de eerste geïndustrialiseerde oorlog. De wapens krijgen hoe langer hoe meer vernietigingskracht. Maar ondanks dat, slagen sommige zwaargewonde soldaten erin hun verwondingen te overleven, ten koste van een leven met zware verminkingen. Een speciale groep van die verminkte soldaten, zijn de soldaten waarvan het gezicht onherkenbaar is vervormd. De Fransen noemen deze gewonde soldaten met het verminkte gelaat de “gueules cassées” of “gebroken smoelen”.

De plastische chirurgie staat nog in haar kinderschoenen en dus is het behelpen als men deze verminkte soldaten terug een nieuw leven wil geven. De eerste chirurgie is in feite geen chirurgie, maar wel het vervaardigen van maskers om de verminkingen te verbergen. Eén van die beeldende kunstenaars is de Amerikaanse Anna Coleman Ladd. In 1917 opent ze een atelier in Parijs waar ze maskers maakt voor de soldaten. Dit masker maakt ze met behulp van plaaster waarbij ze achteraf de ontbrekende delen moet bijwerken op basis van foto’s van de soldaat van voor ze zwaargewond werden. Een masker maken duurt weken vooraleer de soldaat het kan passen. En daarna moet het masker nog worden bijgeschilderd om te passe bij de echte huidskleur. Tegen einde 1919 heeft de atelier 185 maskers geproduceerd. Haar werk en toewijding leveren Anna Coleman Ladd het Légion d’Honneur op.

bron : https://fr.wikipedia.org/wiki/Anna_Coleman_Ladd

muiterij op de zwarte zee

In juni 1918 worden er al Britse, Amerikaanse en Frane troepen gestuurd naar Rusland om aan de kant van de contrarevolutionairen te vechten tegen de bolsjewieken. Een deel van de Franse vloot belandt zo aan de Zwarte Zee.

Als de wapenstilstand is getekend, stellen heel wat Franse matrozen zich de vraag wat ze in Rusland doen. Ze zijn de oorlog beu en nu de oorlog met Duitsland gedaan is, hebben ze geen zin in een nieuwe oorlog verzeild te geraken. In plaats van tegen de Russische bolsjewieken te vechten, willen ze naar huis. In februari en maart 1919 verschijnen de eerste tekenen van deze oorlogsmoeheid en weigeren matrozen hun dagelijkse corvee te doen.

In april 1919 worden de acties van de matrozen harder en zijn ze beter georganiseerd en vooral talrijker om hun bevelen te weigeren. Van 19 tot 21 april 1919 is er muiterij op de Franse schepen aangemeerd in Sebastopol. Van 26 tot 28 april slaat de muiterij over naar schepen die voor anker liggen in Odessa. Het is vooral na de arrestatie van hoofdmechanieker André Marty dat de muiterij aan kracht wint. De matrozen hijsen de rode vlag en zingen de internationale. Soldatenraden worden samengesteld en onderhandelen met de commandanten van de schepen. Die worden vaak beledigd en onder druk gezet, maar nergens wordt er tegen officieren geweld gebruikt. Uiteindelijk krijgen de muiters de toezegging dat de schepen eerst naar Constantinopel varen en daarna naar Frankrijk. Er zullen ook geen sancties tegen de muiters komen.

Eenmaal terug in Frankrijk worden er ondanks de beloftes toch straffen uitgesproken tegen een honderdtal muiters. Die gevangenisstraffen worden in 1922 teniet gedaan door aan algemene amnestie.

bron : https://matthieulepine.wordpress.com/2014/08/12/ils-ont-eu-le-courage-de-dire-non-les-mutins-de-la-mer-noire-1919/