een bravourestukje van Willy Coppens

Willy Coppens, de grootste Belgische militaire vliegenier, maakt op 18 februari 1918 een rondvlucht over zijn ouderlijk huis in Brussel. Hij groet zijn familie door met zijn vleugels te schudden. De buren juichen hem toe.

Dit bravourestukje is natuurlijk niet de voornaamste oorlogsdaad van de befaamde vliegenier. Bij het begin van de oorlog wordt hem de toegang ontzegd tot de Compagnie des Aviateurs. Hij haalt dan maar op eigen kracht een vliegbrevet en raakt ook waar hij zijn wil : bij het eerste smaldeel. De blauwe kleur van zijn HD1 levert hem de bijnaam Blauwe Duivel op.

Het neerhalen van Duitse observatieballons wordt zijn specialiteit. Hij schrijft er zelfs 34 op zijn conto. Zijn laatste ballon treft hij op 14 oktober 1918. Zwaar vijandelijk vuur verbrijzelt zijn linkerbeen. Hij slaagt erin te landen achter het front, waar zijn been geamputeerd wordt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

WillyCoppens_1918

 

bange nacht voor Joris Van Severen

Op voorpost A5 beleeft Joris Van Severen op 17 februari 1918 weer een bange en koude nacht.

’s Nachts worden ik en mijn mannen fel beschoten en we hebben alleen enige zakjes om ons te vrijwaren. Enige minuten helleleven. Ik bid fel en God beschermt ons. Wij hebben geen gekwetsten.

En heel de nacht staan wij daar te bibberen van koude want het vriest. Dat snorren en janken van de Duitse obussen is benauwend en hun stank van zwavel en carbuur nijpt de keel toe. Maar ik blijf toch vol moed. Tijdens de dag weer enige obussen naar onze posten. Ik slaap rustig voort, kome wat moet.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Onderstaande tekening heb ik via google gevonden en komt waarschijnlijk it een stripreeks. Zie ook http://www.corsicainfurmazione.org/grande-guerre-cent-ans-apres/2017

Abris_GrandeGuerre

Gaston Le Roy weer in de frontlijn

Gaston Le Roy noteert het volgende in zijn dagboek :

16 februari 1918 : Ramskapelle. Het is alweer een tijd geleden dat we nog in de eerste lijn waren. Gedreven door nieuwsgierigheid en uit op nieuwe sensaties trek ik er met blij gemoed heen. Van Booitshoeke tot aan de voorpost lopen we op vlonders, het is om duizelig te worden.

Ramskapelle is één ruïne. Van aan het onherkenbare station strekt zich zover het oog reikt het water uit. Alleen een loopbruggetje leidt over dit kunstmatige meer naar de voorposten. Het vriest stevig en de nacht is helder verlicht door een kwartmaan. We brengen de nacht door rond een houtvuur, steeds stampvoetend, soms bradend vooraan en bevriezend achteraan.

18 februari 1918 : Een lachend zonnetje vrolijkt ons gemoed op. Aan de toegang tot de schuilplaats is het lekker goed. Prachtige lijn, sterk verdedigd en gerieflijke schuilplaatsen.
In de verte vertoont Nieuwpoort een indrukwekkend zicht van verwoestingen. De overeind gebleven muren zijn als kantwerk zo eigenaardig afgebrokkeld. Ik breng de nacht door op de voorpost en heb onbeschrijflijke ijskoude voeten.

bron : André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger , Lannoo

Het schilderij hieronder is van André Lynen, kunstschilder en oorlogsvrijwilliger.

AndréLynen_Ramscappelle

Raoul Snoeck adjudant

Raoul Snoeck noteert goed nieuws op 14 februari 1918 :

Ik word tot adjudant benoemd. Niet dat ik eerzuchtig ben maar dankzij de bevordering zal ik toch verlost zijn van voorraadzak en geweer. het is gewoonweg erg praktisch als je enkel een sabel moet dragen. Als adjudant mag je de rugzak op de wagen of op het Decauvilletreintje plaatsen.

Mijn legerzak heeft stijl. Van boven liggen mijn deken en rubbermantel. In het midden steekt keukengerei. Binnenin : ondergoed, sigaretten, chocolade, suiker, koffie, boter, kaas, schrijfpapier, een woordenboek en reservelevensmiddelen. Het geheel weegt om en bij de 30 kilo. Je kunt je voorstellen dat ik gelukkig ben die ballast niet meer achter me aan te slepen.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju en zoon

Op de foto staat een Decauvillespoor afgebeeld.

Decauville_1918_02

 

grafschennis in Oeren

In de loop van de nacht van 9 februari 1918 besmeuren onverlaten op het Belgische militaire kerkhof in Oeren 38 grafzerken. De letters AVV – VVK (Alles Voor Vlaanderen, Vlaanderen Voor Kristus) worden dichtgesmeerd met cement. De daaropvolgende nacht reageren de Vlamingen en beschilderen de dichtgecementeerde letters met zwarte verf.

De beschadigde heldenhuldezerkjes, naar een ontwerp van Joe English, hebben de vorm van een Keltisch kruis en dragen behalve de vermelde letters ook een blauwvoet. De daders worden nooit gevonden, maar komen wellicht uit Franstalige en/of belgicistische kringen.

Toeristische tip : Belgische militaire begraafplaats, Oerenstraat , Oeren (Alveringem). Op het kerkhof aan de mooie Sint-Pietersbandenkerk rusten 642 Belgische gesneuvelden uit de eerste wereldoorlog. Nog slechts vijf heldenhuldezerkjes blijven bewaard.

bron : oorlogskalender 2014 – 2018, Davidsfonds

Heldenhuldzerk_Oeren

spionagenetwerk Knapen opgerold

Tijdens de eerste dagen van februari 1918 rollen de Duitsers in Brugge het spionagenet Knapen op, zo genoemd naar Ulysse Knapen, een gewezen luitenant die het uitbouwde. Tot het netwerk horen ook zijn echtgenote en twee zonen, op dat ogenblik 19 en 16 jaar oud. Vermoedelijk maken ook enkele broeders xaverianen deel uit van het netwerk. De doodstraf van de vader wordt later omgezet in levenslang.

De geallieerden stelden dit spionagenet erg op prijs omwille van de gedetailleerde informatie over de Duitse militaire installaties in Oostende en Zeebrugge.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
de foto komt van de website http://www.wearethemighty.com/articles/this-is-why-world-war-i-era-british-spies-used-semen-as-invisible-ink

SPies-WWI-World-War-I-Semen-invisible-ink

 

maritieme verbinding Folkestone Vlissingen

In het eerste weekend van februari 2018 was ik voor de eerste keer in Vlissingen. Ik had behoefte aan een nieuw zicht op de noordzee in plaats van mijn gewone bestemming. En dat is bijzonder goed meegevallen. Het is pas als ik al een tijdje heb rondgewandeld dat ik me realiseer dat mijn grootvader Martinus Evers hier ook geweest is. Tenminste dat veronderstel ik… Hij is ingelijfd in het Belgische leger in Folkestone en er was destijds een maritieme verbinding tussen Folkestone en Vlissingen. Het is heel goed mogelijk dat Martinus Evers onderstaande gebouwen aan de boulevard in Vlissingen heeft zien staan. In 1916 waren die toen gloednieuw… Het is daar dat hij – zo veronderstel ik – een schip heeft genomen richting Folkestone om zich daar te laten inlijven in het Belgisch leger.

Vlissingen_2018_Anno1900

Deze maritieme verbinding werd onderhouden door de Stoomvaart Maatschappij Zeeland (SMZ), een rederij die tussen 1875 en 1989 een veerdienst tussen Nederland en Engeland over de Noordzee onderhield. Tot en met 1939 was de Nederlandse afvaarthaven Vlissingen, vanaf 1946 was dat Hoek van Holland.

De afvaarthaven aan Engelse zijde veranderde in de loop van de tijd nogal eens: in het eerste jaar was dit Sheerness, vanaf 1876 Queenborough, vanaf 1911 zowel Queenborough (dagdienst) als Folkestone (nachtdienst), vanaf 1919 Folkestone en vanaf 1927 Harwich.

De SMZ was een belangrijke werkgever voor Vlissingen. De verbinding werd beroemd vanwege de uitstekende aansluitingen vanuit heel Europa via het internationale spoorwegnetwerk naar het Station Vlissingen, waar direct kon worden overgestoken naar de naastgelegen vertrekgebouwen van de SMZ. Van groot belang was het postcontract, waardoor een groot deel van internationale postverkeer tussen Europa en Engeland via Vlissingen verliep en de SMZ en haar schepen bekend werden onder de benamingen ‘maildienst’ en ‘mailboot’.

bron
https://nl.wikipedia.org/wiki/Stoomvaart_Maatschappij_Zeeland

VlissingerPostRoute