Nieuw Duits vliegveld in Drongen

Auteur Virginie Loveling volgt de militaire bewegingen in en om Gent op de voet. Op 18 oktober 1917 noteert ze het volgende :

Vervaarlijke troepenbewegingen grijpen plaats door sommige dorpen in het omliggende van Gent, het duurt bijwijlen urenlang.

Mariakerke-Duitse_driedekker_op_vliegveld-DeCeuninckHet vliegveld van Gontrode, tot dusver het mikpunt van Britse aanvallen, is vervangen door een nieuw vliegveld aan de Beekstraat in Drongen. Het ligt juist achter de tuin van mijn verwanten, waar ik deze zomer wekelijks logeren ging. Al de bewoners aan de zuidkant van de straat kregen het bevel huis en stallen te ontruimen.

Waarheen met de beesten en de meubelen, zonder te spreken van allerlei andere voorraad ? Het moet geleken hebben op een algemene vlucht, een mensen-uitschudding, vergelijkbaar met het omverwerpen van een bijenkorf.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://www.luchtvaartgeschiedenis.be/content/drongen-mariakerke-vliegveld
https://www.bunkergordel.be/14.012 Duits vliegveld te Mariakerke.htm

 

Duitse frontsoldaten op zoek naar rust

In zijn geschiedkundige oorlogskroniek van Rousselare en ’t Ommeland verhaalt Alfons Denys over de 22 Duitse soldaten die hij op 13 oktober 1917 in zijn woning moet inkwartieren.

Nooit zag hij soldaten die zo beslijkt en zo moe waren. Vijf dagen en nachten na elkaar hadden ze in Broodseinde (Zonnebeke) Brits artillerievuur moeten ondergaan, verscholen in slijktrechters. Veel van hun kameraden waren gesneuveld.

De soldaten wasten zich in kuipen die de familie Denys ter beschikking stelde. Hun lichamen waren zwart en blauw van de kou. Hun uniformen en ondergoed leken uit een modderkuip te komen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

U-Passchendaele_P249.jpg

 

Belgen volgen opleiding in Bayeux

Brancardier Louis Bruynseels lijkt zijn tijd te verliezen in het Belgische militair opleidingscentrum in Bayeux.

Vandaag (8 oktober 1917) beginnen onze militaire studies :”school van de soldaat is een theorievak dat we letterlijk uit het hoofd moeten leren. ’s Morgens oefeningen op het plein en ’s middags op het open veld. We gaan schieten aan zee in Arromanches (Normandië) op twee uren stappen van Bayeux.

Zo verlopen de dagen met veel werk en weinig eten. Dat laatste ging toch een beetje te ver : veel aardappelen schillen en er niet één op tafel zien komen. Een zekere middag reageerde niemand op de bel. Maar toen de orders werden gegeven, moesten we toch aantreden. We hebben wel iets bereikt maar de volgende dag heeft de majoor toch een hartig woordje met ons gesproken…

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Bayeux_CISLA_Infanterie_1

Paardenkeuring te Gent

Schrijfster Virginie Loveling vraagt zich op 23 september 1917 in haar oorlogsdagboek af waar alle opgeëiste paarden zijn.

Om de twee of drie weken is er gedwongen paardenkeuring. De beste zijn al lang meegenomen, vervolgens ook de afgekeurde en nu is het de beurt aan de afgereden knollen. Ze zijn in menigte naar het front gestuurd, krachtig en gezond, of voor andere diensten gebruikt. Te oordelen naar het steeds vernieuwen van de voorraad, moet hun leven kort zijn.

Het is een deerniswekkend schouwspel om de laatste uitgeputte paarden te zien. In lamlendige groepen worden ze langs de minst gebruikte straten naar de weiden buiten de stad gedreven om te herstellen. Het zijn geraamten, als het ware met een schurftige huid overdekt, hinkend, verwond, wankelend…

Dagelijks sterven er tien, twaalf of meer. Op een dag lagen er dertig dood. De rompen worden weggevoerd. Ja, naar waar ? Naar het slachthuis om er worst van te maken ? Of naar de brandoven waar ze tot een bruin, zwart, stinkend meel gemalen worden. ?

bronnen
oorlogsdagboek 2014-2018, Davidsfonds
Foto gevonden op http://www.geheugenvannederland.nl

Paardenkeuring_GroteOorlog

de vastberaden brancardier

Brancardier Valère De Boodt is op 22 september 1917 voor dertien dagen met verlof in Le Tréport waar ook een deel van zijn familie verblijft. Zijn vreugde maar ook zijn vastberadenheid blijken uit de regels die hij schrijft in zijn dagboek :

Hoe zoet smaakt een verlof na zoveel lange maanden zuur leven, na alle vermoeienissen en gevaren. Na enkele dagen ben ik alweer een heel ander mens. Hoe gelukkig zullen we zijn als deze wrede oorlog voorbij zal zijn. Konden wij maar bij onze terugkeer in België alles terugvinden zoals wij het hebben achtergelaten. Wat moeten vader, moeder en zussen om ons lot bekommerd zijn.

Wees gerust, geliefden, uw zonen doen trouw hun stoere plicht en zullen deze voor u, tot de laatste ademtocht vervullen.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://wo1dudzele.brugseverenigingen.be/NSBDUDZELEDOETDEGROETENAAN/NIEUWMUNSTER19141918

ValereDeBoodt_1918

Valère De Boodt in 1918

 

 

doodsangst voor Gaston Le Roy

Gaston Le Roy noteert het volgende in zijn dagboek op 11 september 1917.

Beschieting. Nooit zag ik de dood zo nabij als vandaag. Ik hield de wacht op een drie meter hoog heuveltje. Het was mooi weer en ik genoot van een schoon vergezicht op onze stellingen en op de Duitse. Tevreden omdat het moorden zo veraf leek, rookte ik dromerig een sigaretje, tot ik tot de werkelijkheid werd teruggeroepen door een dubbele ontploffing in de Duitse lijnen.

benieuwd keek ik naar de stofwolk die uit de grond opsteeg. De Duitsers schieten in hun eigen lijnen, dacht ik. Helaas, daar ontplofte er al één bij mijn heuveltje en één achter de wachtpost. Twee aan twee volgden de granaten rond mijn stelling, hoe langer hoe sneller, de wachtpost was het mikpunt. Mijn toestand werd hachelijk. Ik wou voor de dood mijn post niet verlaten en trachtte me moedig te houden, hoe bang ik ook was. (…) Voor, achter, links en rechts regende het granaten. (…)

Een makker die onder dit satanisch geweld de schuilplaats onder de heuvel had verlaten (een dwaasheid) en bij mij was gekropen, kon niet meer terug en deelde een tijd mijn doodsangst. (…) Zo wachtten we twee eeuwigdurende uren op de dood, die gelukkig niet kwam. We zaten van kop tot teen onder stof en modder.

bron : André Gysel, Gaston le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

de tekening is van Jacques Tardi.

Tardi_01.jpg

de angst van Joris Lannoo

Sinds weken krijgt Joris Lannoo van de staf allerlei documenten over de situatie in de Duitse stellingen in Diksmuide en rond de Minoterie (de bloemmolens). Op verschillende kaarten en papieren staat geschreven dat ze bestemd zijn voor de 5e compagnie van Lannoo. Sommige hogere officieren denken dat een directe aanval op de Minoterie misschien wel een doorbraak aan het front kan teweegbrengen. Ook kapitein Jacoby en adjudant Lannoo zijn daar nauw bij betrokken. Jacoby noteert over de schrikbeelden van de Minoterie.

Zij zijn altijd aanwezig in ons gezichtsveld, alsof wij voortdurend bewaakt en bespied worden. De ruïne zit vol “fusils pointés” en talloze scherpschutters die schieten op al wat beweegt. (een fusil pointé is een geweer die op een vaste pikkel is gemonteerd)

Alsof Joris beseft dat de kans om te sneuvelen in de volgende weken bijzonder groot is, zet hij op 3 september 1917 zijn handtekening op een prentbriefkaart en schrijft op de keerzijde een beknopte boodschap :”voor moeder”. Op zijn kepie kan je duidelijk het regimentscijfer aflezen en de ster op de kraag is goed zichtbaar. Zijn gezicht oogt wat vermoeid en een beetje meewarig.

bron : Romain Vanlandschoot, een Vlaamse viking aan het front, Lannoo

JorisLannoo_191709