Britse raid op Zeebrugge

Vanaf februari 1917 voeren de Duitsers een ongelimiteerde duikbotenoorlog en de U-boten brengen maandelijks ongeveer 600.000 ton tot zinken. De meeste Duitse onderzeeërs in het Kanaal en de Atlantische Oceaan opereren vanuit de duikbotenbasis die de Duitsers in Brugge hebben gebouwd. Vanwaaruit kunnen ze gemakkelijk de havens van Zeebrugge en Oostende bereiken. Als de Britten die havens kunnen uitschakelen, zijn de Duitsers verplicht te opereren vanuit noord-Duitse havens. Dat kost hen meer tijd en levert hen meer risico op.

Op 23 april 1918 wordt de aanval op Zeebrugge iets na middernacht geopend door de kruiser Vindictive. Onder hevig Duits geschut meert de kruiser aan langs de strekdam. Een eenheid van 200 mariniers klimt met behulp van ladders de hoge vloedmuur op en opent een aanval op de Duitse stellingen. Vijf minuten later krijgt de Vindictive het gezelschap van de Daffodil en de Iris die ook mariniers laten landen op de dam (in het Engels “Mole”).

Ondertussen nadert de Britse duikboot C3 de spoorwegviaduct die de strekdam met het vasteland verbindt. De bemanning meert de duikboot onder het viaduct, steekt het ontstekingsmechanisme aan en stap over op een patrouilleboot. Om kwart na middernacht gaat het viaduct de lucht in.

Als derde fase varen drie schepen de havengeul binnen. De Thetis zinkt nog voor het schip zijn doel kan bereiken. De andere schepen, de Iphigenia en de Intrepid worden door de bemanningen tot zinken gebracht in de vaargeul om zo de U-boten voortaan de weg af te snijden.

Een gelijktijdige aanval op Oostende verloopt helemaal niet volgens plan, ook al omdat de Duitsers een boei twee kilometer hebben opgeschoven en daardoor de Britse schepen misleid worden. Bij de raid op Zeebrugge sneuvelen 227 Britten en raken er 356 gewond. De nachtelijke operatie wordt als een groot succes gevierd in de Britse pers. Hoewel de Duitsers de gezonken schepen niet kunnen bergen, slagen zij er in slechts enkele dagen later de vaargeul voldoende vrij te maken, zodat hun U-boten bij hoogwater weer de noordzee kunnen bereiken.

bron : Mark de Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau

Zeebrugge_19180423

 

de laatste vlucht van de Rode Baron

Manfred von Richthofen is een cavalerieofficier als de oorlog begint. Als de oorlog in de loopgraven vastloopt, vraagt hij zijn overplaatsing aan naar de Deutsche Luftstreitkräfte. In 1915 is hij nog waarnemer-boordschutter maar na een ontmoeting met Oswald Boelcke wil hij piloot worden.  Hij neemt vlieglessen maar een grote indruk maakt hij niet. De eerste solo landing eindigt in een crash. Hij zet door en neemt supplementaire vlieglessen.

In april 1916 behaalt hij zijn eerste overwinning. Omdat het Franse toestel achter de Franse linies valt, wordt die overwinning niet erkend. In augustus 1916 neemt Boelcke von Richthofen op in zijn nieuw opgerichte Jagdstaffel 2 (kortweg Jasta 2). Op 17 september 1916 behaalt von Richthofen zijn eerste officieel erkende overwinning boven de Somme. Nog voor het einde van dat jaar behaalt von Richthofen vijftien officiële overwinningen op zijn palmares.  In januari 1917 wordt hij onderscheiden met de Pour le Mérite, de hoogste Duitse militaire onderscheiding. Kort daarna krijgt von Richthofen het bevel over zijn eigen escadrille, de Jasta 11. Zijn persoonlijke toestel laat hij in het rood schilderen, wat hem de bijnaam “de Rode Baron” oplevert. De titel baron verwijst naar zijn adellijke titel Freiherr.

Op 21 april 1918, twee weken voor zijn 26e verjaardag en een dag na zijn tachtigste overwinning, zet von Richthofen bij de Somme de aanval in op een Brits vliegtuig bestuurd door de onervaren Canadese luitenant Wilfrid May. Terwijl von Richthofen het Britse toestel volgt, wordt hij zelf achternagezeten door de Canadese kapitein Arthur “Roy” Brown. Tijdens dit gevecht, dat zich op erg lage hoogte afspeelt, wordt von Richthofen dodelijke getroffen. Ondanks zijn verwonding weet hij zijn toestel in een Australische sector aan de grond te zetten. Wanneer soldaten komen toegesneld, vangen ze nog net von Richthofens laatste woorden op :”Kaputt…”.

Von Richthofen blijkt in de borst en het hart getroffen door een enkele 303 British-kogel – de standaard munitie in de legers van Groot-Brittannië en het Gemenebest. Waarschijnlijk is de Rode Baron vanaf de grond getroffen en niet door zijn achtervolger Roy Brown.

De Australiërs begraven von Richthofen met militaire eer op het kerkhof van het dorpje Bertangles bij Amiens. Na de oorlog begraven de Fransen hem op het Duitse militaire kerkhof van Fricourt. Nog later verhuist zijn stoffelijk overschot naar Wiesbaden.

bron : Mark de Geest, 14-18 in onder dagen, Manteau

 

vluchtelingen in Maaseik

Tegen de avond van 19 april 1918 komen in Maaseik ongeveer zeshonderd gewonden aan. Dus weer bijkomende oorlogsellende in de stad. Het waren bijna allemaal lichtgewonden. Ze zagen er haveloos en vuil uit en hadden gescheurde kleren aan.

Het is niet de eerste keer dat zo’n grote groep vluchtelingen in de stad aankomt. Midden december 1917 arriveerden ongeveer 650 mensen, afkomstig uit Torhout, Kortemark… Die mensen werden ondergebracht in verschillende dorpen in de omgeving.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De tekening hieronder is van de Nederlander Herman Moerkerk en draagt de titel “vluchtelingen in Stramproy”. Stramproy is niet zo ver van Maaseik.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

HermanMoerkerk_BelgischeVluchtelingeninStamproy_1918

Duitsers rukken op naar Amiens

Het Duitse 2e leger van generaal Georg von der Marwitz breekt op 25 maart 1918 door op het samensmeltingspunt van het Britse 3e en 5e leger bij operatie Michael. Generaal Erich Ludendorff, afgevaardigde van de Duitse generale staf, denkt dat de Britten op het punt staan in te storten dus geeft hij zijn bevelhebbers nieuwe orders. Marits moet oprukken naar Amiens, terwijl generaal Oskar von Hutier met zijn 18e leger Parijs moet aanvallen. Het 17e leger van generaal Otto von Below rukt verder op naar de havens bij de noord-Franse kust.

De Britse opperbevelhebber, veldmaarschalk sir Douglas Haig, brengt zijn Britse troepen in aller ijl over om de kloof in zijn linie te dichten. Maar zijn Franse evenknie, maarschalk Henri-Philippe Pétain, bekommert zich zoals Ludendorff vermoedde, meer om Parijs en stuurt slechts een beperkt aantal soldaten naar de sterk onder druk staande Britten.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

UnternehmenMichael_kaart01

de Pasubio ontploft

De Pasubio is een bergtop, die deel uitmaakt van de Vicentijnse Alpen tussen Trentino-Alto Adige en Veneto. Vanaf juni 1916 tot november 1918 is deze berg het toneel van bloedige gevechten tussen het Italiaanse en Oostenrijks-Hongaarse leger. Hij heeft dan ook de bijnaam “berg van de 10.000 doden”. Net zoals elders aan het westelijk front verstarren de gevechten in schermutselingen rond loopgraven en eerste linies.

In 1917 begint een nieuwe fase in de gevechten als beide kanten ondergronds gaan en zo de posities van de vijand willen ondermijnen om hen zo in de lucht te doen springen. Tussen april 1917 en maart 1918 ontploffen negen mijnen (4 Italiaanse en 5 Oostenrijkse) zonder dat er een doorbraak geforceerd kan worden.
De meest krachtige ontploffing wordt veroorzaakt door een Oostenrijkse mijn van 13 maart 1918, bereid met 50.000 kg zware explosieven. De Italianen verliezen daarbij hun voorste posities zonder dat de eerste linies elders in gevaar komen.

bronnen
https://de.wikipedia.org/wiki/Pasubio
http://www.storiaememoriadibologna.it/il-pasubio-una-montagna-in-guerra-813-evento

Pasubio_19180313

Verdrag van Brest-Litovsk ondertekend

Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Rusland ondertekenen het verdrag van Brest-Litovsk op 3 maart 1918 en daarmee eindigt Ruslands betrokkenheid bij de oorlog. Na de val van de tsaar in 1917 liet de voorlopige regering aan de geallieerden weten dat ze de oorlog zouden voortzetten met dezelfde doelstellingen. Duitsland besloot daarop om steun te bieden aan de oppositie (de bolsjewieken) die pleitte om de oorlog stop te zetten. De Duitse regering liet toe dat Lenin terugkeerde uit ballingschap en gaf financiële steun. Op 7 november 1917 (gregoriaanse kalender) namen de bolsjewieken de macht over.

De vredesonderhandelingen met de vroegere tegenstrevers, de centrale mogendheden resulteert in het verdrag van Brest-Litovsk. Rusland moest onder meer de Baltische staten afstaan en zijn eisen op Finland en Oekraïne laten vallen. Voor de Duitsers is dit verdrag het einde van de oorlog op twee fronten.

Meer achtergrondinformatie is te lezen op deze pagina.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

kaart_brest_litovsk_19180303

Fataal contact met Engels mijnenveld

Ten noordwesten van Terschelling lopen drie Duitse schepen op 1 maart 1918 in een Engels mijnenveld en zinken. Twee van die Duitse schepen zijn nochtans mijnenvegers : de Hermann Siebert en de Övelgönne. Het derde vaartuig is de torpedoboot A-57 die pas in 1917 gebouwd is. In totaal laten twaalf Duitse bemanningsleden het leven.

De wrakken van de A-57 en de Övelgönne rusten op slechts enkele meters van elkaar op de bodem van de Noordzee ongeveer 20 meter onder water.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Minensuchboote