Svobodnaya Rossiya zinkt

In de haven van Novorossiysk beschiet de Russische torpedoboot Kerch op 18 juni 1918 het eveneens Russische slagschip Svobodnaya Rossiya, dat in handen zou moeten komen van de Duitse marine, zoals eigenlijk was overeengekomen in het verdrag van Brest-Litovsk tussen Rusland en Duitsland van 3 april 1918. Dit verdrag mag niet verward worden met het verdrag met dezelfde naam dat op 9 februari 1918 afgesloten werd tussen Oekraïne en Duitsland.

De Svobodnaya Rossiya, die in 1915 te water werd gelaten onder de naam Imperatritsa Ekaterina Velikaya, maakte toen deel uit van de Russische keizerlijke vloot. Na de februarirevolutie van 1917 ging het schip over naar de nieuwe machthebbers en kreeg het een minder keizerlijke naam.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

SvobodnayaRossiya1918

de piloot met de Edelweiss

de piloot met de Edelweiss

Als stripliefhebber plaats ik hier graag tekeningen uit stripverhalen die te maken hebben met de Groote Oorlog. Een van mijn favorieten is de stripreeks “de piloot met de Edelweiss”. Via Google ben ik op een blog uitgekomen waaruit blijkt dat er echt een piloot is geweest die een vliegtuig had getooid met de Edelweiss.

De echte piloot met de Edelweiss heette Otto Kissenberth. In 1914 biedt deze ingenieur zich aan als vrijwilliger voor de Duitse luchtmacht. Tegen het einde van dat jaar heeft hij zijn training achter de rug en wordt ingedeeld bij de Fliegerabteilung 8b van Beieren. Op 21 maart 1915 raakt hij zwaar gewond in een luchtgevecht boven de Vogezen. In juli 1915 vliegt hij bij de Fliegerabteilung 9b boven de Vogezen en Italië.

In 1916 zit hij bij de Kampfeinzitserkommando (KEK) Ensisheim. Deze KEK formaties zijn de voorgangers van de Jagdstcffel of Jasta. Hier behaalt Kissenberth 3 overwinningen. In de zomer van 1917 zit hij bij de Jasta 16b en haalt hij een observatieballon en 2 Engelse vliegtuigen neer. Hij vliegt in een Albatros D.V getooid met een Edelweiss. Vanaf 4 augustus 1917 leidt hij de Jasta 23b. Op 15 mei 1918 behaalt hij zijn 19e overwinning. Twee weken later stort hij aan boord van het vliegtuig met de Edelweiss neer.

Hij is zwaargewond en eindigt de oorlog als commandant van de pilotenschool in Schleissheim (Oostenrijk). Als piloot met negentien erkende overwinning is hij ook drager van het “Pour le mérite”, de hoogste Duitse militaire onderscheiding. Op 3 augustus 1919 sterft hij in de Beierse alpen tijdens een bergbeklimming.

PilootEdelweiss02

bronnen
http://icaruswings.unblog.fr/albatros-d-v-edelweiss-otto-kissenberth-recherches-2/

https://en.wikipedia.org/wiki/Otto_Kissenberth

een brief van Ludendorff

Luitenant Herbert Sulzbach, bij de Duitse artillerie, krijgt begin mei 1918 een brief van Ludendorff, het brein achter het Duitse lenteoffensief. En alles draait om een vermiste piloot. In het dagboek van Sulzbach lezen we het volgende.

23 april 1918 : ’s avonds komt en order van het hoofdkwartier dat een luitenant Pernet, piloot van Jasta 29, vermist is sinds de eerste dagen van het offensief. Een hoge beloning is beloofd door een hogere officier voor iedere informatie over de plaats waar luitenant Pernet zich bevindt. (…) Ik herinner me dat ik een uitgebrand vliegtuig heb gezien naast de hoofdweg op 23 of 24 maart, nu een maand geleden. We hebben heel wat neergestorte vliegtuigen gezien, zeker in die dagen. Maar dit vliegtuig moet heel dichtbij zijn, in de nabijheid van ons huidige kwartier. Ik neem een spade, ga de hoofdweg af en op 100 meter van ons kwartier vind ik de resten van dat vliegtuig dat ik me herinner. Ik ben verbaasd als ik op het wrak het identificatienumer vind dat ik het order vermeld is. Ik vind ook een kleine geldbeurs. Ik loop terug, rapporteer mijn ontdekking via kabel aan Jasta 29 en verneem dat luitenant Pernet de stiefzoon is van Ludendorff.

(…)

1 mei 1918 : In mijn kamer vind ik een grote briefomslag. Ik scheur de omslag open en vind een grote foto met een handgeschreven brief van Ludendorff. De tekst van de brief is als volgt
Mijn beste luitenant,
Ik wens u te bedanken voor uw zoektocht naar het lichaam van mijn zoon die gesneuveld is. Ik heb het graf bezocht dat in de nabijheid van het neergestorte vliegtuig was.
Aanvaard deze foto als een teken van dankbaarheid van een vader die een zwaar verlies heeft geleden. getekend Ludendorff

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen and Sword Military

De tekening hieronder is van Hermann Boden-Heim, getiteld “Gross Hauptquartier 1917”

Hermann_boden-Heim_GrossesHauptquartier_1917

Britse raid op Zeebrugge

Vanaf februari 1917 voeren de Duitsers een ongelimiteerde duikbotenoorlog en de U-boten brengen maandelijks ongeveer 600.000 ton tot zinken. De meeste Duitse onderzeeërs in het Kanaal en de Atlantische Oceaan opereren vanuit de duikbotenbasis die de Duitsers in Brugge hebben gebouwd. Vanwaaruit kunnen ze gemakkelijk de havens van Zeebrugge en Oostende bereiken. Als de Britten die havens kunnen uitschakelen, zijn de Duitsers verplicht te opereren vanuit noord-Duitse havens. Dat kost hen meer tijd en levert hen meer risico op.

Op 23 april 1918 wordt de aanval op Zeebrugge iets na middernacht geopend door de kruiser Vindictive. Onder hevig Duits geschut meert de kruiser aan langs de strekdam. Een eenheid van 200 mariniers klimt met behulp van ladders de hoge vloedmuur op en opent een aanval op de Duitse stellingen. Vijf minuten later krijgt de Vindictive het gezelschap van de Daffodil en de Iris die ook mariniers laten landen op de dam (in het Engels “Mole”).

Ondertussen nadert de Britse duikboot C3 de spoorwegviaduct die de strekdam met het vasteland verbindt. De bemanning meert de duikboot onder het viaduct, steekt het ontstekingsmechanisme aan en stap over op een patrouilleboot. Om kwart na middernacht gaat het viaduct de lucht in.

Als derde fase varen drie schepen de havengeul binnen. De Thetis zinkt nog voor het schip zijn doel kan bereiken. De andere schepen, de Iphigenia en de Intrepid worden door de bemanningen tot zinken gebracht in de vaargeul om zo de U-boten voortaan de weg af te snijden.

Een gelijktijdige aanval op Oostende verloopt helemaal niet volgens plan, ook al omdat de Duitsers een boei twee kilometer hebben opgeschoven en daardoor de Britse schepen misleid worden. Bij de raid op Zeebrugge sneuvelen 227 Britten en raken er 356 gewond. De nachtelijke operatie wordt als een groot succes gevierd in de Britse pers. Hoewel de Duitsers de gezonken schepen niet kunnen bergen, slagen zij er in slechts enkele dagen later de vaargeul voldoende vrij te maken, zodat hun U-boten bij hoogwater weer de noordzee kunnen bereiken.

bron : Mark de Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau

Zeebrugge_19180423

 

de laatste vlucht van de Rode Baron

Manfred von Richthofen is een cavalerieofficier als de oorlog begint. Als de oorlog in de loopgraven vastloopt, vraagt hij zijn overplaatsing aan naar de Deutsche Luftstreitkräfte. In 1915 is hij nog waarnemer-boordschutter maar na een ontmoeting met Oswald Boelcke wil hij piloot worden.  Hij neemt vlieglessen maar een grote indruk maakt hij niet. De eerste solo landing eindigt in een crash. Hij zet door en neemt supplementaire vlieglessen.

In april 1916 behaalt hij zijn eerste overwinning. Omdat het Franse toestel achter de Franse linies valt, wordt die overwinning niet erkend. In augustus 1916 neemt Boelcke von Richthofen op in zijn nieuw opgerichte Jagdstaffel 2 (kortweg Jasta 2). Op 17 september 1916 behaalt von Richthofen zijn eerste officieel erkende overwinning boven de Somme. Nog voor het einde van dat jaar behaalt von Richthofen vijftien officiële overwinningen op zijn palmares.  In januari 1917 wordt hij onderscheiden met de Pour le Mérite, de hoogste Duitse militaire onderscheiding. Kort daarna krijgt von Richthofen het bevel over zijn eigen escadrille, de Jasta 11. Zijn persoonlijke toestel laat hij in het rood schilderen, wat hem de bijnaam “de Rode Baron” oplevert. De titel baron verwijst naar zijn adellijke titel Freiherr.

Op 21 april 1918, twee weken voor zijn 26e verjaardag en een dag na zijn tachtigste overwinning, zet von Richthofen bij de Somme de aanval in op een Brits vliegtuig bestuurd door de onervaren Canadese luitenant Wilfrid May. Terwijl von Richthofen het Britse toestel volgt, wordt hij zelf achternagezeten door de Canadese kapitein Arthur “Roy” Brown. Tijdens dit gevecht, dat zich op erg lage hoogte afspeelt, wordt von Richthofen dodelijke getroffen. Ondanks zijn verwonding weet hij zijn toestel in een Australische sector aan de grond te zetten. Wanneer soldaten komen toegesneld, vangen ze nog net von Richthofens laatste woorden op :”Kaputt…”.

Von Richthofen blijkt in de borst en het hart getroffen door een enkele 303 British-kogel – de standaard munitie in de legers van Groot-Brittannië en het Gemenebest. Waarschijnlijk is de Rode Baron vanaf de grond getroffen en niet door zijn achtervolger Roy Brown.

De Australiërs begraven von Richthofen met militaire eer op het kerkhof van het dorpje Bertangles bij Amiens. Na de oorlog begraven de Fransen hem op het Duitse militaire kerkhof van Fricourt. Nog later verhuist zijn stoffelijk overschot naar Wiesbaden.

bron : Mark de Geest, 14-18 in onder dagen, Manteau

 

vluchtelingen in Maaseik

Tegen de avond van 19 april 1918 komen in Maaseik ongeveer zeshonderd gewonden aan. Dus weer bijkomende oorlogsellende in de stad. Het waren bijna allemaal lichtgewonden. Ze zagen er haveloos en vuil uit en hadden gescheurde kleren aan.

Het is niet de eerste keer dat zo’n grote groep vluchtelingen in de stad aankomt. Midden december 1917 arriveerden ongeveer 650 mensen, afkomstig uit Torhout, Kortemark… Die mensen werden ondergebracht in verschillende dorpen in de omgeving.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De tekening hieronder is van de Nederlander Herman Moerkerk en draagt de titel “vluchtelingen in Stramproy”. Stramproy is niet zo ver van Maaseik.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

HermanMoerkerk_BelgischeVluchtelingeninStamproy_1918

Duitsers rukken op naar Amiens

Het Duitse 2e leger van generaal Georg von der Marwitz breekt op 25 maart 1918 door op het samensmeltingspunt van het Britse 3e en 5e leger bij operatie Michael. Generaal Erich Ludendorff, afgevaardigde van de Duitse generale staf, denkt dat de Britten op het punt staan in te storten dus geeft hij zijn bevelhebbers nieuwe orders. Marits moet oprukken naar Amiens, terwijl generaal Oskar von Hutier met zijn 18e leger Parijs moet aanvallen. Het 17e leger van generaal Otto von Below rukt verder op naar de havens bij de noord-Franse kust.

De Britse opperbevelhebber, veldmaarschalk sir Douglas Haig, brengt zijn Britse troepen in aller ijl over om de kloof in zijn linie te dichten. Maar zijn Franse evenknie, maarschalk Henri-Philippe Pétain, bekommert zich zoals Ludendorff vermoedde, meer om Parijs en stuurt slechts een beperkt aantal soldaten naar de sterk onder druk staande Britten.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

UnternehmenMichael_kaart01