de bewaarengel van Lenin

Op 14 januari 1918 vind de eerste aanslag plaats van in totaal tien aanslagen op het leven van Vladimir Lenin. Na een groet aan een detachement van het Eerste Socialistische Leger brengt zijn chauffeur Lenin terug naar het Smolny-paleis in Petrograd. De auto, met daarin ook Lenins zus Maria en de Zwitserse communist Fritz Platten, vordert slechts moeizaam ten gevolge van de dikke mist en de besneeuwde wegen. Bij de brug over de rivier Fontanka slaan er kogels in. De Zwitser drukt snel het hoofd van Lenin omlaag en redt zo zijn leven.

Wie precies de aanslag pleegde, wordt nooit echt duidelijk. Zowel de lokale politie als leden van het Witte Leger worden in dat verband genoemd. Alhoewel het feit van de aanslag publiek wordt gemaakt, volgt er niet veel officiële aandacht : anderen moesten het maar eens in hun hoofd halen een aanslag te plegen op de leider.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Lenin_FritzPlatten

Fritz Platten staat uiterst rechts op de foto

brand in het kasteel van Elverdinge

In het kasteel van Elverdinge ontstaat op 13 januari 1918 brand wellicht door onvoorzichtigheid van Britse koks. Het kasteel is nochtans een geschikt doelwit voor vijandelijke beschietingen, want zowel Britse als Franse troepen huisvesten hier hoofdkwartieren voor verschillende eenheden. Na de oorlog wordt het kasteel heropgebouwd.

Elverdinge ligt een paar kilometer achter het front en is daarmee een geschikte locatie als draaischijf voor Britse en Franse troepen. Soldaten rusten hier, smalspoortreintjes brengen voedsel en munitie naar het front, er zijn medische posten… Diverse dorpelingen houden een winkeltje open en verkopen voedsel, drank en andere goederen aan de militairen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ELVERDINGE         " Le Chateau Anno 1914-1918 "

 

veroordeeld wegens moord

In het klooster van de Blauwe Zusters in Veurne spreekt de krijgsraad van het Belgische leger op 12 januari 1918 de doodstraf uit over de 26-jarige wachtmeester-foerier Emiel Ferfaille. Hij is schuldig aan de moord op zijn 20-jarige vriendin Rachel Ryckewaert. Omdat het niet gaat over een militair misdrijf, maar een misdrijf van gemeen recht zal de dodstraf niet uitgevoerd worden met de kogel maar dor onthoofding.

De terechtstelling gaat afhankelijk van de bron door op 26 maart of 27 maart 1918 in de gevangenis van Veurne, net terwijl de Duitsers de stad bombarderen. Omdat België niet meer over een eigen guillotine beschikt, moet er tijdelijk een ingevoerd worden uit Frankrijk.

Het is vor het laatst dat in België een doodstraf wordt uitgevoerd voor een gewoon misdrijf. Na de tweede wereldoorlog zijn er nog wel executies van oorlogsmisdadigers.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

EmielFerfaille_1918

Emiel Ferfaille

 

 

op wacht bij Grande Garde Vicogne

Dokter Lievens noteert in zijn dagboek.

11-1-1918 : Ik vertrek naar Grande Garde Vicogne. De wegen zijn in een echte modderpoel herschapen. Bij elke stap kleeft een nieuw pak klei aan de schoenen. Menig zwaar beladen soldaat glijdt uit en valt. In de duisternis komen we vuil, zwaar, grof en geheel gesteld om te lijden bij Viconia aan. Ik tref er een nieuwe heel vochtige Poste Sanitaire aan. net als we aankomen beginnen de Duitsers de passerelle te beschieten met mitrailleurs, zo hevig dat de hele compagnie zich plat moet neerwerpen. Na vijf minuten houdt het vuren op en kunnen onze mannen verder.

Viconia was vier jaar lang in Duitse handen. Dokter Lievens bedoelt ofwel de Grote wacht Oud-Stuivekenskerke of wel de Grote Wacht Reigersvliet. Beiden liggen in vogelvlucht ongeveer 1 kilometer van Viconia.

12-1-1918 : Met commandant Van Loo maak ik in de donkere nacht een volledige ronde van de voorposten. Juist voor de puinen van de hofstede tegen p.a. zijn we nog eens in een kogeltuil van machinegeweren gekomen, die vlak voor ons op de afgebrokkelde muren knetterend en vuurspattend uiteenvloog. Onze ronde is uiterst vermoeiend in de kleiachtige modder of over glibberige brugjes. Plots loopt commandant Van Loo tegen me aan en vliegt halsoverkop in het vuile water. Doodmoe leg ik me om 2 uur op mijn strozak.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

OudStuyvekenskerke_voorpost

dood van een smokkelaar

De Nederlander J.G. Imhof noteert in zijn mobilisatieherinneringen 1914-1919 het volgende op 10 januari 1918

Daar staan we dan op deze grauwe morgen onder de sombere toren bij het lijk van de smokkelaar. De stoet formeert zich en gaat op weg – vier ongewapende soldaten als dragers van de baar, twee marechaussees en ikzelf, omgord met klewang (zwaard) en revolver. Nu zijn we bij het huisje, waarvan de blinden voor de ramen half gesloten zijn. Een man doet huilend open – dan dragen de soldaten de baar in de kamer waar het doodsbed staat. Als het zeildoek wordt weggenomen, snikt de man het uit :”O God, is dat mijn broer !”. Handenwringend staat hij tegen de deurpost geleund. “Ach meneer, was hij maar thuis gebleven, dan was er niets gebeurd”. Op deze logica weet ik niets te antwoorden, wel weet ik : wie smokkelt moet er de dood voor over hebben.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://wereldoorlog1418.nl/ooggetuigen-eerste-wereldoorlog/imhof-smokkelaars.html

smokkel_lvw_afb_10

de laatste vlucht van Ritter von Müller

Op 9 januari 1917 stort Max Ritter von Müller, een van de grote Duitse luchthelden van de eerste wereldoorlog, neer bij Moorslede. Op patrouille in het luchtruim boven dit dorp ontmoet hij drie Britse vliegers, die na een lang gevecht zijn brandstoftank treffen. terwijl het vuur snel om zich heen grijpt, springt Müller, die geen valscherm draagt, zijn dood tegemoet.

Deze Duitse oorlogsheld, geboren als Max Müller, wordt na zijn dood tot de adelstand verheven. Vandaar dat hij nu bekend staat onder de naam Max Ritter von Müller. Iemand die tijdens de oorlog minstens vijf vijandelijke toestellen neerhaalde, werd bestempeld als “aas”. Max Ritter von Müller was evenwel “aas boven aas” omdat hij maar liefst vijf andere azen neerschoot. In totaal won hij 36 luchtgevechten.

MaxRitterVonMuller

 

brand in Hedge Street Tunnel

Terwijl onderluitenant William Barber op 5 januari 1918 werkt in de Hedge Street Tunnel, ongeveer halfweg tussen Zandvoorde en Zillebeke, ontstaat er brand. Samen met twintig andere Britse militairen sterft hij door verstikking in deze mijnschacht. Op zijn grafsteen in het Railway Dugout Burial Ground (Transport Farm) lees je :”known to be buried in this cemetery” omdat zijn oorspronkelijk graf verwoest werd door granaatvuur.

William Barber vocht op diverse fronten sinds september 1915 vooraleer hij drie dagen geleden bij deze tunnel aan de slag moest : Loos, aan de Somme en bij Ieper.

Toeristische tip : Railway Dugout Burial Ground (Transport Farm) , Komenseweg, Ieper ter hoogte van Zillebeekvijver. Hier liggen 2463 doden begraven, op vier na allemaal uit het Britse Gemenebest.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Tunnelvuur01