Kresten Andresen een Deen in Duits uniform

Van het Oostenrijks-Hongaars leger wist ik dat er meerdere volkeren in dienden : naast Oostenrijkers en Hongaren waren er onder meer ook Serviërs, Polen, Italianen, Tsjechen, Slovenen, Kroaten. Dat ook het Duitse leger anderstaligen in de rangen telde, was een nieuw feit voor mij.

Kresten Andresen is zo’n anderstalige in het Duitse leger. Hij is een Deen afkomstig uit het voormalige Deense gebied dat we kennen als Sleeswijk-Holstein. Na de tweede Deens-Duitse oorlog in 1864 kwam dit gebied definitief toe aan Pruisen. Het gebied kende toen al heel wat Duitstaligen en in 1914 is deze regio al 50 jaar onder Duits bestuur. Wat niet wegneemt dat Kresten zich als Deenstalige wat verloren voelt in dat grote Duitse leger dat een oorlog voert voor redenen die hem niet kunnen begeesteren. Toen de mobilisatie werd aangekondigd, had Kresten net een gedicht af. Als laatste regel voegde hij eraan toe :

Ach God, wees ons genadig, wij die mee moeten, en wie weet wanneer we terugkomen !

In Flensburg krijgt Kresten in augustus 1914 zijn Duits uniform. Naar alle verwachting zal hij 4 weken later naar Frankrijk gestuurd worden. Geregeld worden er vrijwilligers gevraagd, maar Kresten behoort tot de uitzonderingen die zich niet melden. In zijn dagboek noteert hij.

Je bent zo verdoofd dat je rustig ten strijde trekt, zonder tranen en zonder angst, en toch weten we allemaal dat we onderweg zijn naar een onvervalste hel. Maar in een strak uniform klopt je hart niet zoals het wil. Je bent jezelf niet, je bent nog nauwelijks mens, ten hoogste een goed functionerende automaat die alles zonder veel nadenken doet. Ach, mijn God, dat we toch weer mens konden zijn !

In december 1914 is Kersten aan het front in Lassigny, Picardië. In maart 1915 is hij iets verderop gelegerd in Cuy. Daar knoopt hij een gesprek aan met 2 Franse vrouwen, vluchtelingen in eigen land. Het contact wordt vergemakkelijkt door het feit dat hij geen Duitser maar een Deen is. De dochter van één van de vrouwen, Susanne, noemt hem “Kresten le Danois”. De andere vrouw is alle contact met haar man verloren. Getroffen door dit verhaal besluit Kresten de vrouw te helpen en schrijft het Rode Kruis aan in Genève om zo aan inlichtingen te komen.

De Denen zijn hun taalgenoten in Duits uniform niet vergeten. Zo is er zeer recent een heruitgave van het dagboek van Kresten Andresen gedrukt.

bronnen

Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum, 2010

http://politiken.dk/kultur/boger/faglitteratur_boger/ECE1596403/100-aar-gamle-private-krigsbreve-er-saert-roerende/

Kresten Andresen

Kresten Andresen

Een duikboot vaart door Gent

In haar oorlogsdagboek noteert Virginie Loveling op 31 maart 1915 dat ze enkele dagen geleden een duikboot door Gent zag varen.

Vrijdag is een duikboot door een deel van de stad gevaren, begeleid door hulpboten en veel militairen. De nieuwsgierigen werden achteruit gedreven. De duikboot kwam van Antwerpen en vaarde de Schelde op. Deze ochtend, bij mooi weer, scheen de stad als uitgestorven. Bijna geen mensen te zien langs de boulevards. De brug aan de Visserij, waar de duikboot voorbij voer, wordt door een schildwacht bewaakt.

Een duikboot in een vlottend droogdok wordt naar Brugge getrokken (uit oorlog onder water)

Een duikboot in een vlottend droogdok wordt naar Brugge getrokken (uit het boek “oorlog onder water”)

Het is niet zeker dat die duikboot vanuit Duitsland komt varen. De Duitsers hadden eerder de diverse havens van België bekeken : Oostende, Zeebrugge, Brugge, Gent en Antwerpen. Na inspectie hadden ze het idee opgevat om kleine duikboten in onderdelen per spoor te vervoeren en op de Gentse werf in elkaar te steken. Antwerpen biedt nog meer faciliteiten dan Gent.  Ook daar kunnen onderzeeboten in elkaar gezet worden en via de kanalen de doortocht maken van Antwerpen, naar Gent, Brugge en Oostende.

Karl Bartenbach

Karl Bartenbach

Deze duikboot maakte deel uit van de Unterseebootsflottilje  Flandern. Op 29 maart 1915 wordt deze flottilje gecreëerd met Korvettenkapitän Karl Bartenbach als bevelhebber. De duikboot die Virginie Loveling in Gent zag varen, zal een van de eerste duikboten geweest zijn van deze kersverse marine-eenheid.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds, 2014

http://uboat.net:8080/articles/48.html

http://www.vliz.be/wetenschatten/beeldbank.php?album=3793&pic=53342

Zware bombardementen aan het Ijzerfront

Jeroom Leuridan bekijkt de gebeurtenissen aan de frontlinie in de voorbije week (einde maart 1915).

Al de dorpen op heel de slaglinie van Ijzer en Ieperlee die dicht genoeg nabij de Duitse stellingen gelegen zijn, werden deze week beschoten : Vlamertinge, Elverdinge, Brielen, Woesten, Pollinkhove, Lo, Fortem en meest en ergst Oostvleteren.

Gaat dit nog voortduren ? Niemand weet het. Het zwaard van Damocles blijft boven ons hoofd hangen. Heer, spaar ons, onze woonsten en onze kerken. Uw kerken !

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Loo_Ruines

de eerste Amerikaanse burger sterft door een Duitse U-boot

Op 28 maart 1915 sterft de eerste Amerikaanse burger door het oorlogsgeweld. Mijningenieur Leon Thrasher is een passagier aan boort van het Britse passagiersschip Falaba, als die door een Duitse onderzeeër tot zinken wordt gebracht. Deze gebeurtenis staat ook bekend als het Thrasher-incident.

Het schip is met 242 passagiers en bemanningsleden onderweg van Liverpool naar Sierra Leone als de duikboot U-28 het ophoudt een eind voor de Britse kust. Volgens de Duitsers hield het schip zich aan de internationale regels, volgens de Britten kregen de passagiers slechts vijf minuten de tijd om aan boord te gaan van de reddingsschepen. De Duitsers beweren slechts geschoten te hebben nadat Britse destroyers in aantocht waren. Van de opvarenden overleefden 104 het zinken van de Falaba niet, onder hen de Amerikaan Leon Thrasher, die op terugweg was naar Goudkust (nu Ghana).

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Falaba_19150328

Fritz Rümmelein keert terug aan het front

Fritz Rümmelein uit Hanau (Hessen) is als vrijwilliger in het Duitse leger sinds 18 augustus 1914. Na een opleiding gaat hij op 5 oktober 1914 naar het westfront. Het zijn de laatste weken van de bewegingsoorlog. De loopgraven leert Fritz kennen in de Champagnestreek.

Half februari 1915 wordt hij naar een officierenopleiding gestuurd in de Westeifel. In die periode gaat hij ook op verlof en vindt zijn familie terug in Hanau. Vanaf 22 maart 1915 is hij terug aan het front. Fritz Rümmelein is bevorderd tot luitenant en dient in het 3e bataljon van het 87e reserve infanterieregiment van de 21e reservedivisie.

Fritz Rümmelein bij zijn familie tijdens zijn verlof

Fritz Rümmelein bij zijn familie tijdens zijn verlof

bron : Ralf Georg Reuth, Im Grossen Krieg – Leben und Sterben des Leutnants Fritz Rümmelein, Piper Verlag

Przemysl valt in Russische handen

Op 22 maart 1915 valt de Oostenrijks-Hongaarse vestingstad Przemysl in handen van de Russen na een beleg dat duurde vanaf november 1914. Oostenrijk-Hongarije verwacht na het verlies van deze stad en het garnizoen van meer dan 100.000 soldaten een aanval door de Karpaten richting Hongaarse laagvlaktes. Meer informatie over het beleg van Przemysl lees je op deze pagina.

Przemysl19150322

Mort subite aan het Vlaamse front

Het ene moment drink je samen koffie, een half uur later maak je zijn dodenkrans. Een Franse soldaat schrijft van aan het Vlaamse front naar huis :

Wij staan de praten in de loopgraaf en drinken een beker koffie. Naast mij valt plotseling mijn vriend neer. Eén kogel heeft zijn hersenen doorboord. Zonder een kreet is hij neergevallen.

In de tweede linie graven wij een put. Een halfuur later dragen wij het lijk, in zijn kapotjas gewikkeld, naar zijn laatste rustplaats. Iedereen groet, wanneer de harde aardeklompen in de kuil vallen. Wij planten er een klein houten kruisje op, en met dennentakken en een driekleurig lint maken wij een krans.

Voor hem geen plechtige staatsbegrafenis.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

de tekening komt uit de stripreeks Edelweiss, auteurs Yann en Hugault, album nr 2 – Sidonie

Edelweis01