les enfants de l’Yser

De eerste oorlogsjaren is het relatief veilig in Wulpen in onbezet gebied. Het Belgische leger vormt de dorpsschool om tot noodhospitaal en de nonnetjes van de school steken ook hier de handen uit de mouwen. Ze horen tot de orde van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Bunderen.

Vanaf 1917 nemen de bombardementen toe in aantal en in hevigheid. Veel dorpelingen nemen de wijk naar Frankrijk en op 3 augustus 1917 volgen ook de zusters hen. Samen met zeventig kinderen krijgen ze een plek in de schoolkolonie van Le Vesinet, een paar tientallen kilometers buiten Parijs. Samen met andere kinderen uit onbezet gebied vormen ze daar de Colonie des Enfants de l’Yser.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

LesEnfantsDelYser

Vlucht uit Zarren

felicien-vanhove.jpgNet als de andere burgers moeten Felicien Vanhove en zijn familie Zarren verlaten op 27 juli 1917. De stoet van vluchtende mensen, bepakt en beladen, is identiek aan wat hij eerder tijdens de oorlog zo vaak door zijn dorp zag trekken. Alleen maakt hij er nu zelf deel van uit.

We roepen, gauw, rap opladen en naar Torhout. In een kwartier zijn we opgeladen. Op alles waar een wiel is, wordt er een koffer of pak geladen, en weg zijn wij. Alles wat benen heeft, moet voeren en dragen, zelfs onze kleine Richard heeft wat op zijn rug gebonden. Nu maken wij dezelfde treurige stoet gelijk wij ze zo dikwijls binst de oorlog gezien hebben, en dat om 12 uur ’s nachts. Wij rijden, slepen en dragen wat wij kunnen, altijd maar vort, om uit het gevaar te raken.

Straks, in Torhout, zal schoenmaker Felicien Vanhove voor het laatst iets in zijn dagboek schrijven.

Zarren_markt1917

Zarren markt

 

Bronnen 
oorlogskalender 2015-2018, Davidsfonds
https://pieterserrien.be/boeken/oorlogsdagen/de-32-dagboekschrijvers/
http://users.telenet.be/zarren/periode1718.htm

 

 

Wervik spookstad

In de loop van 1917 neemt het aantal bombardementen op Wervik toe. De mensen zijn angstig en gespannen, zeker wanneer er in de loop van de maand mei affiches verschijnen die iedereen aanmanen zich voor te bereiden op een vertrek. In juni 1917 is het al zover, alleen de inwoners van de wat veraf gelegen wijk Laag-Vlaanderen mogen blijven.

In een nagenoeg onbewoonde stad heeft de Duitse bezetter het niet moeilijk zich te voorzien van alles wat bruikbaar is. Op 2 juli 1917 moeten de klokken uit de toren van de Sint-Medarduskerk eraan geloven. Ze zullen verwerkt worden tot wapens. De kerk zelf was al in gebruik als paardenstal en de 86 meter hoge toren was een prima uitkijkpost.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

IMG_0148

 

 

Belgische korporaal pleegt lustmoord in Harderwijk

Woutje Van de Velde, een 6-jarig Nederlands meisje, sterft op 13 januari 1917 ten gevolge van een zedenmisdrijf gepleegd door een Belgische korporaal. De man is een van de ongeveer vijftienduizend Belgische militairen die geïnterneerd zijn in het zogenaamde Belgenkamp nabij Harderwijk.

Omdat Nederland neutraal is en wil blijven, worden militairen uit bij de oorlog betrokken landen geïnterneerd zodra ze de Nederlandse grens overschrijden. Voor nogal wat militairen is een vlucht naar Nederland dan ook een ontsnapping aan de oorlog.

Een afgezaagde boomstam markeert het graf van Woutje van de Velde op de Gemeentelijke Begraafplaats van Harderwijk. De dader wordt eerst veroordeeld tot vijftien jaar tuchthuis en vervolgens in hoger beroep ontoerekeningsvatbaat verklaard en vrijgesproken. De krijgsraad beslist dan hem in een krankzinnigengesticht op te sluiten.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

grafzerk-woutje-van-de-velde

grafzerk Woutje Van de velde

het Belgenmonument van Amersfoort

Belgen die in Nederland geïnterneerd zijn, vervelen zich behoorlijk. Eén remedie daartegen : werken tegen betaling, bijvoorbeeld bij landbouwers of in de mijnen. Op 10 oktober 1916 keurt de gemeenteraad van Amersfoort een nieuwe maatregel tegen de verveling goed : de Belgen mogen meewerken aan een monument om de Belgische dank voor de Nederlandse gastvrijheid tijdens de oorlog te uiten.

In groepen van 25 mogen de Belgen enkele weken of maanden meehelpen aan de oprichting van het zogenaamde Belgenmonument. Het eindresultaat is een soort van gebouw met in de muren portretten van koningen en hoge militairen uit de beide landen, enkele symbolen, en toch ook een lijst van in Nederland gestorven Belgische geïnterneerden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

belgenmonument-amersfoort.jpg

Tilburger Courant telt de Belgische vluchtelingen

Het uitbreken van de eerste wereldoorlog leidde tot een grote vluchtelingenstroom naar het neutrale Nederland. In hoofdzaak ging het om burgers, maar er waren ook flink wat Belgische militaire en zelfs wat Duitse. Naar schatting een miljoen vluchtelingen bevonden zich tijdens de oorlog korte of langere tijd in Nederland, dat toen zelf maar zes miljoen inwoners telde.

Tilburger Courant meldt op 22 juni 1915 dat er zich volgens ambtelijke tellingen, in het begin van deze maand 16.500 Belgische vluchtelingen in de provincie Noord-Brabant bevinden. De meesten verblijven in Breda (2636), Bergen-op-Zoom (2578), Roosendaal (2000), Tilburg (1335) en Ossendrecht (536)

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Vluchtelingenmonument Enschede

Vluchtelingenmonument Enschede

Jeroom Leuridan ziet de miserie van de vluchtelingen

In zijn dagboek heeft Jeroom Leuridan het over de vele ongelukkigen. Op 18 februari 1915 noteert hij :

Veel ongelukkigen zijn er nu, rampzalige lieden, die zonder dak noch onderkomen moeten leven aan vreemde haard en die de harde broodkorst toegereikt moeten worden door vreemde hand. Bijna dagelijks zie ik dingen die mij stil in het hart verheugen, ofwel – en dit wellicht wel meer – mijn gemoed vol doen komen. Ik spreek van de behandeling van de schamele bannelingen, die uit erf en goed worden verjaagd.

De oorlog wijst helklaar uit wie leeft voor edele werken, wie voor zelfzuchtig winstbejag en eigen genot. Roerende voorbeelden van grootmoedige naastenliefde heb ik gezien evenals afkeerwekkende daden van laaghartige baatzucht. Eén voorbeeld maar : rijke boeren zonden arme zwervers, ’s avonds, na een gure winterdag, zonder één enkele snede brood van hun hoeve weg, terwijl hun arme schuurdorser de schamele, afgetobde bannelingen in zijn nederige hutje opnam en met hen zijn harde brok brood deelde.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Jeroom Leuridan behoorde tot het 23e linieregiment, waartoe vanaf 1916 ook Martinus Evers zou behoren.

Het schilderij hieronder is van Eugeen van Mieghem en heet “vluchtelingen bij molen”.

EugeenVanMieghem_VluchtelingenBijMolen