de eerste fascistische staat

Op 8 september 1920 roept de Italiaanse schrijver en oorlogsheld  Gabriele D’Annunzio het Italiaans Regentschap Carnaro (Reggenza Italiana del Carnaro) uit in Fiume. (Rijeka in het Kroatisch). Het is de eerste fascistische staat uit de wereldgeschiedenis.

Tot 1918 is Fiume de enige havenstad in het Hongaarse deel van Oostenrijk-Hongarije. De meerderheid van de inwoners van Fiume is Italiaans, maar het omliggende platteland is Kroatisch. Na de oorlog wordt Fiume het onderwerp van een ruzie tussen Italië en het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen (het latere Joegoslavië). In 1916 heeft Italië met de geallieerden afgesproken Fiume niet te annexeren, en die afspraak wil Italië nakomen. De oorlogsheld Gabriele D’Annunzio besluit daarom op 12 september 1919 met een legertje van avonturiers de stad te veroveren. Ze verdrijven hierbij de Brits-Franse vredesmacht, die daar begin 1919 is gelegerd om het geweld tussen de Italianen en Kroaten te stoppen.

Een jaar later heeft de Italiaanse regering nog steeds geen stappen ondernomen om Fiume te annexeren. Daarop roept D’Annunzio  het Italiaans Regentschap Carnaro uit, genoemd naar de golf van Carnaro waaraan Fiume ligt. De grondwet van Carnaro, geschreven door D’Annunzio en de syndicalistische voorman Alceste De Ambris, bevat veel fascistische elementen. De grondwet biedt ruimte voor het oud Romeinse concept van de dictator, die in tijden van nood alle macht moet krijgen. De staat is volgens corporatistische principes ingericht. Alle burgers moeten lid zijn van een van de 10 corporaties.

Enkel de Sovjet-Unie zal het regentschap Carnaro erkennen. In november 1920 hebben Italië en Joegoslavië een akkoord over Fiume. In december 1920 bombardeert de Italiaanse vloot Fiume om D’Annunzio en zijn aanhangers uit de stad te verdrijven. De eerste fascistische staat is daarmee ten einde. In 1922 doet Mussolini dan met zijn mars op Rome een gooi naar de macht.

bron : https://jalta.nl/geschiedenis/eerste-fascistische-staat/

D’Annunzio met wandelstok omringd door zijn aanhangers

etnische spanningen in Split en Trieste

Zowel Italië als het koninkrijk Servië zijn geïnteresseerd in dezelfde delen van het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk. In 1915 heeft Italië de kant van de geallieerden gekozen na bepaalde afspraken. (Lees meer daarover op deze pagina). Na de wapenstilstand hopen de Italianen snel hun grenzen te kunnen verleggen. Maar de Serviërs hopen tegelijk op een Zuid-Slavische natie met de Kroaten, Bosniërs en Slovenen.

In 1919 bezet Gabriele D’Annunzio met een aantal vrijwilligers de stad Fiume om zo de annexatie door Italië af te dwingen. (meer op deze pagina). Daarmee neemt de spanning tussen Italianen en Slaven in de regio toe.

Op 11 juli 1920 zijn er schermutselingen tussen de Italiaanse in Kroatische inwoners in Split (Spalato in het Italiaans). Een aantal Italiaanse matrozen van het aangemeerde schip “Puglia” worden in het nauw gedreven door Kroaten. Kapitein Gulli van de “Puglia” komt aan land om te proberen zijn mannen te ontzetten, maar dan vallen er schoten. Er vallen een aantal gewonden, waaronder ook de kapitein. Gulli sterft op 12 juli.

En dan volgen de rellen mekaar in de regio op. Op 13 juli 1920 vallen Italiaanse fascisten en nationalisten Slavische zaken in Trieste aan. Het trieste hoogtepunt van de rellen wordt bereikt als de Narodni dom in brand gestoken wordt. Op 14 juli 1920 organiseren de Italianen in Trieste een protestbetoging waarbij een Italiaanse fascist, Gionanni Nini, door Slavische communisten wordt doodgestoken. Daarop breken weer rellen uit waarbij er op gegeven ogenblik een vuurgevecht uitbreekt rond hotel Balkan dat 20 minuten duurt.

Op de foto hieronder herdenken de Italianen hun doden. Er zijn natuurlijk ook aan Slavische kant bij Slovenen en Kroaten slachtoffers gevallen. Daar hebben we geen foto van gevonden.

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/1918%E2%80%9320_unrest_in_Split
http://www.narodnidom.eu/it/la-mostra/13-luglio-1920-la-notte-dei-cristalli-di-trieste/
https://www.ereticamente.net/2013/09/14-luglio-1920-il-battesimo-dello.html

het kanteljaar van Mussolini

1919 wordt het jaar waarin Mussolini zich een weg zoekt in de nieuwe politieke wereld van het naoorlogse Italië. Voor de uitbraak van de oorlog was Benito Mussolini een overtuigd socialist, naar het voorbeeld van zijn vader Alessandro, die militant was in de Italiaanse tak van de Eerste Internationale. En dus volgt Benito in 1914 nog de houding van de socialisten die willen dat Italië zich afzijdig houdt in de oorlog.

Maar links raakt verdeeld en er verschijnt in oktober 1914 al een links groepering die voorstander is van een interventie van Italië in de oorlog. Deze interventionisten lanceren een manifest op 7 oktober 1914. Mussolini schaart zich achter deze ideeën en neemt zijn ontslag in de socialistische partij. Hij start zijn eigen dagblad onder de titel Il Popolo d’Italia.

Na de oorlog zoekt Mussolini zijn plaats in de Italiaanse politiek. Hij verwijt de socialisten een dubbelzinnige en defaitistische houding, wat volgens hem geleid heeft tot de grote nederlaag bij Caporetto. Op 23 maart 1919 sticht hij in Milaan zijn Fasci di Combattimento. In het programma van deze beweging zijn nog heel wat linkse elementen terug te vinden en Mussolini probeert de leider te worden van de linkerzijde in de Italiaanse politiek. Deze rivaliteit met andere linkse partijen leidt tot de brandstichting van de kantoren van het linkse blad Avanti in april 1919, tijdens gevechten op de via dei mercanti. Daarnaast zijn er ook nationalistische punten en Mussolini bezoekt in oktober 1919 D’Annunzio die met een aantal aanhangers gewapenderhand de stad Fiume bezet om zo de annexatie door Italië af te dwingen.

In november 1919 presenteert Mussolini een fascistische lijst die deelneemt aan de verkiezingen van 16 november. Zijn lijst behaalt slechts 4.795 stemmen tegenover 170.000 voor de socialisten en 74.000 voor de katholieken. Terwijl de socialisten hun overwinning vieren, gooien 2 fascisten op 17 november granaten naar de vierende massa waar er 9 gewonden vallen. Mussolini wordt gearresteerd en na 48 uur weer vrijgelaten. In december volgt er terug een gewelddadige confrontatie tussen socialisten en fascisten in de straten van Rome. 1919 wordt gezien als een kanteljaar voor de fascisten die eerst aan de linkerzijde proberen hun leiderschap te veroveren. Als dat niet lukt, kijken ze naar de Italiaanse politieke rechterzijde.

bronnen
https://passapalavra.info/2014/04/92912/
https://fr.wikipedia.org/wiki/Benito_Mussolini#1918_et_1919_:échec_des_alliances_et_du_positionnementà_gauche

bezetting van Fiume

De havenstad Fiume (vandaag Rijeka in Kroatië) wordt na het uiteenvallen van Oostenrijk-Hongarije in 1918 opgeëist door zowel Italië als het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen. De stad bezit een gemengd Italiaans-Kroatische bevolking, en de Hongaarse regering heeft in de nadagen van de Dubbelmonarchie de immigratie van Italianen aangemoedigd om de Kroaten te verzwakken.
Gabriele D’Annunzio, officier in het Italiaanse leger, gekend voor zijn deelname aan de vlucht boven Wenen (lees meer op deze pagina ) wil de druk verhogen om Fiume toe te wijzen aan Italië. Op 12 september 1919 marcheert hij aan het hoofd van Italiaanse nationalistische partizanen de stad binnen. De geallieerde troepen die daar gelegerd zijn, zien zich gedwongen om terug te trekken. De Italiaanse regering stuurt troepen naar Fiume om de bezetting ongedaan te maken, maar alle uitgezonden troepen lopen naar D’Annunzio over.
De groep verzoekt de Italiaanse regering om Fiume te annexeren, maar deze weigert. In plaats daarvan blokkeert Italië alle wegen naar de stad, om zo de groep tot overgave te dwingen. De politiek zit in een spagaat, want enerzijds wilt ook de Italiaanse regering Fiume annexeren, maar anderzijds kan zij de bezetting door D’Annunzio niet tolereren.
Als reactie hierop verklaart D’Annunzio in 1920 dat de stad onder het Italiaanse Regentschap Carnaro valt, met een grondwet die veel overeenkomsten vertoonde met het latere Italiaanse fascistische systeem. Hij roept zich uit tot dictator en noemt zichzelf de Duce. Uit alle hoeken van Italië stromen sympathisanten toe tot D’Annunzio hen moet oproepen weg te blijven omdat de stad hen anders niet meer kan voeden. Uiteindelijk geeft de groep onder D’Annunzio zich pas over in december 1920 na een bombardement van de Italiaanse marine.
De Vrijstaat Fiume wordt uitgeroepen, met een gematigder regering aan het hoofd. De Italiaanse politici blijven de stad echter opeisen en in 1924 moet het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen het hoofd buigen en de annexatie door het inmiddels fascistische Italië accepteren.

bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Italiaans_Regentschap_Carnaro

nieuwe politieke beweging in Italië

Op 23 maart 1919 sticht Benito Mussolini in de zaal Circolo op de piazza San Sepolcro in Milaan een nieuwe beweging onder de naam “fasci Italiani di combattimento”. Het woord fasci betekent “bundel” en verwijst ook naar de Romeinse “fasces cum securi”, de roedenbundel met bijlkop, symbool van autoriteit.

Op de bijeenkomst van 23 maart wordt het programma van Piazza San Sepolcro ondertekend, genoemd naar de plaats waar ze samenkomen. De beweging wil veteranen van de oorlog verenigen rond nationalistische eisen. Zo zal Italië na het verdrag van Versailles een aantal streken van Oostenrijk-Hongarije krijgen, zoals Zuid-Tirol en de havenstad Trieste. Maar de Italiaanse nationalisten willen meer zoals de streek Dalmatië dat naar Joegoslavië zal gaan.

De eerste aanhangers van deze nieuwe beweging zijn de zogenaamde Arditi, Italiaanse commando’s bekend om hun zwarthemden. Het is dan ook zwart dat de kleur van deze nieuwe beweging zal worden.

bronnen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Fasci_di_Combattimento
https://en.wikipedia.org/wiki/Fasci_Italiani_di_Combattimento



Wapenstilstand aan het Italiaanse front

De veldslag om Vittorio Veneto is de genadeslag voor de Kaiserliche und Königliche Armee van Oostenrijk-Hongarije. Het keizerrijk zelf valt uiteen en er onstaan nieuwe landen. In die chaos zijn er heel wat soldaten van het Oostenrijks-Hongaars leger die weigeren verder te vechten. Oostenrijk-Hongarije vraagt daarom een wapenstilstand aan de Italianen.

Op 30 oktober 1918 arriveert generaal Weber von Webenau in Padua, dat in Italiaanse handen was, om over een wapenstilstand te onderhandelen. De hoofdonderhandelaar van de Italianen is luitenant-generaal Pietro Badoglio. De Italiaanse eisen zijn dermate dat de Oostenrijkse generaal geregeld contact moet opnemen met Wenen. Ondertussen gaan de gevechten gewoon door.

Op 3 november 1918 arriveren Weber von Webenau en zes andere Oostenrijks-Hongaarse delegatieleden in de Villa Giusti in Padua, de woning van graaf Giust del Giardino, die tot 1915 senator van het koninkrijk Italië is geweest. Hier moet de wapenstilstand worden getekend. Generaal Badoglio maakt nogmaals de eisen van de Entente over. Weber gaat akkoord met de ontruiming van Val Canale, Triëst, Istrië en Dalmatië, alsook de Brennerpas. Vervolgens krijgen de legers van de Entente 36 uur de tijd om verder op te rukken zonder dat Oostenrijks-Hongaarse troepen hen kunnen hinderen. Als gevolg hiervan bezetten de Italianen gebieden die tot dan toe niet tot het Italiaanse rijk behoren. (Bij gevolg worden nog eens 350.000 Oostenrijks-Hongaarse militaire krijgsgevangen genomen.) Dit laatste stuit aanvankelijk op fel verzet van Weber, maar hij heeft geen andere keus dan in te stemmen met de eisen. Oostenrijk wordt voorts gedwongen haar infrastructuur ter beschikking te stellen van de Entente en de Duitsers die aan Oostenrijks-Hongaarse zijde vechten moeten hun wapens direct neerleggen. Feitelijk komt het wapenstilstandsverdrag neer op een volledige capitulatie.

Het getekende wapenstilstandsverdrag dat in totaal 19 artikelen bevat, gaat op 4 november 1918 om 15:00 uur in.

bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Wapenstilstand_van_Villa_Giusti

VillaGiusti_19181103

 

 

het einde van de Viribus Unitis

De SMS Viribus Unitis (Latijn voor “met vereende krachten”) was een slagschap van de Kaiserliche und Königliche Marine van Oostenrijk-Hongarije. Het schip is gebouwd in 1910-1911 in de toenmalige Oostenrijks-Hongaarse havenstad Trieste.

Aartshertog Franz Ferdinand vaart aan boord van de Viribus Unitis naar Sarajewo in juni 1914. Op 30 juni 1914, na de aanslag in Sarajewo, worden de lijken van Franz Ferdinand en zijn echtgenote aan boord van de Viribus Unitis terug naar Trieste gebracht.

Aan de vooravond van de eerste wereldoorlog helpt het slagschip samen met andere schepen van de Oostenrijks-Hongaarse marine om de Duitse schepen SMS Goeben en Breslau toe te laten te vluchten door de straat van Messsina naar Constantinopel. Daar treden de schepen toe tot de Ottomaanse marine, weliswaar met de oorspronkelijke Duitse bemanning aan boord.

Door de Otranto barrage, waarmee de geallieerden de Adriatische zee afsloten, verlaat het schip nauwelijks de haven van Pola. In mei 1915 neemt de Viribus Unitis nog deel aan een bombardement van de Italiaanse stad Ancona.

In juni 1918  neemt de Viribus Unitis deel aan een aanval op de Otranto barrage. Het doel is om meer schepen van de Centralen toe te laten door de straat van Messina te varen. In de nacht van 8 juni op 9 juni 1918 verlaat admiraal Miklós Horthy met een aantal slagschepen, waaronder de Viribus Unitus, de haven van Pola. Op 10 juni wordt de vloot ontdekt door 2 Italiaanse schepen. De Italianen gaan direct over tot de aanval. Ze slagen erin de Szent Istvan de raken met torpdeo’s alvorens ze moeten vluchten. Het schip zinkt en nu de Italianen op de hoogte zijn van hun komst, besluit admiraal Horthy terug te keren. Dat is ook de laatste actie van de Viribus Unitis.

Eind oktober 1918 is het duidelijk dat Oostenrijk-Hongarije de nederlaag niet meer kan afwenden. De Oostenrijks-Hongaarse marine geeft er de voorkeur aan om de Viribus Unitis te geven aan de nieuw gevormde staat van Slovenen, Kroaten en Serviërs. Het schip wordt op 31 oktober 1918 herdoopt in Jugoslavija.
Op 1 november 1918 gaan twee Italianen Raffaele Paolucci en Raffaele Rossetti op een gemotoriseerde torpedo naar de haven van Pola. Om 4u40 plaatsen ze een mijn op de Jugoslavija. Ze worden betrapt en gevangen genomen. Bij hun ondervraging melden ze de kapitein van het schip dat ze een mijn hebben geplaatst zonder te juiste locatie te geven. Admiral Janko Vuković laat de twee gevangenen overbrengen naar de Tegetthoff en beveelt de evacuatie van de Jugoslavija. Omdat de explosie niet plaats vindt om 6u30, neemt Vuković aan dat de Italianen gelogen hebben. De admiraal en heel wat matrozen gaan terug aan boord van het schip als om 6u44 de mijn alsnog ontploft. De Jugoslavija zinkt in 15 minuten. De admiraal en 300 tot 400 matrozen komen om. Paolucci en Rossetti blijven gevangen tot het einde van de oorlog enkele dagen later en krijgen beide een medaille voor hun heldendaad.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/SMS_Viribus_Unitis

SMS-Viribus-Unitis

 

 

 

de slag om Vittorio Veneto

De Italiaanse opperbevelhebber, generaal Armando Diaz, lanceert vanuit zijn linie bij de Piave een offensief op de Oostenrijks-Hongaarse troepen in noord-Italië. Met zijn 4e leger wil hij doordringen tot het centrum van de Oostenrijks-Hongaarse linie in de buurt van Monte Grappa, terwijl het 8e leger, gesteund door het voornamelijk Brits-Franse 10e en 12e leger, koers zet naar de stad Vittorio Veneto.

De Italianen nemen deel aan de slag van Vittorio Veneto met 57 divisies, waaronder drie Britse en twee Franse, gesteund door 7700 stuks geschut. De Oostenrijks-Hongaarse soldaten, waarvan het moreel op een laag pitje staat, rukken aan met 52 divisies en 6030 artilleriestukken.

De Oostenrijks-Hongaren slagen erin de opmars van het Italiaanse 4e leger vanaf Monte Grappa te blokkeren. Middelpunt van de strijd is echter Vittorio Veneto. Aanvankelijk verloopt de strijd goed voor het Oostenrijks-Hongaarse 6e leger, dat de opmars van het Italiaanse leger blokkeert wanneer dat laatste de Piave probeert over te steken.

Het 12e leger van de Franse generaal Jean Graziani krijgt echter vaste voet aan de grond aan de Oostenrijks-Hongaarse zijde van de Piave, evenals het 10e leger van de Britse generaal graaf van Cavan. Op 28 oktober 1918 zijn beide bruggenhoofden ingenomen en kunnen de Brits-Franse troepen verder bouwen op hun successen.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Battaglia_Vittorio_Veneto

de vlucht boven Wenen

Op 9 augustus 1918 onderneemt de Italiaanse dichter en nationalist Gabriele D’Annunzio een hachelijke onderneming, die bekend staat als de vlucht naar Wenen.
Samen met 10 andere piloten vertrekt hij vanuit Italië met vliegtuigen die allen de leeuw van San Marco dragen. De 11 piloten vliegen 1200 kilometer vanaf het militaire vliegveld Due Carrare bij San Pelagio naar Wenen en terug. Ze bombarderen de Oostenrijks-Hongaarse hoofdstad niet maar laten duizenden pamfletten neer.

Deze vlucht was al de derde poging : de vlucht van 2 augustus wordt afgelast wegens zware mist, de vlucht van 8 augustus wegens sterke wind. Maar op 9 augustus geraken de Italianen dan toch boven Wenen en laten hun pamfletten naar beneden dwarrelen.
Het zijn twee verschillende pamfletten : het eerste is enkel in het Italiaans en is geschreven door D’Annunzio. Het tweede pamflet is van Ugo Ojetti en is ook vertaald in het Duits.

De vlucht wordt niet door alle piloten tot het einde meegemaakt. Ze stijgen op om 5u50, maar kort daarop draaien twee vliegtuigen terug wegens motorproblemen. Een derde vliegtuig moet een noodlanding maken. De acht overgeblevenen vliegen verder en worden om 6u40 door Ostenrijks-Hongaarse posten waargenomen. Gelukkig voor de Italianen is er heel wat bewolking : dat maakt de navigatie zwaar maar zorgt er ook voor dat ze vanaf de grond moeilijk ontdekt worden.
Onderweg moet er nog een Italiaan een noodlanding maken bij Schwarzau am Steinfeld. De piloot Sarti slaagt erin zijn vliegtuig in brand te steken voor hij de Oostenrijkse gendarmen wordt opgepakt.

Om 9u20 zijn de zeven overgebleven vliegtuigen boven Wenen aangekomen. Aan boord zijn Natale Palli en Gabriele D’Annunzio, Antonio Locatelli, Gino Allegri, Aldo Finzi, Pietro Massoni, Ludovico Censi en Giordano Granzarolo.

De vlucht boven Wenen duurt ongeveer 20 minuten. Nergens hebben de piloten last van luchtafweer. Ook Oostenrijkse vliegvelden krijgen te laat de melding van vijandelijke vliegtuigen binnen om tijdig op te stijgen en aan te vallen. Als Oostenrijkse vliegtuigen om 10u05 boven Wenen aankomen, zijn de Italianen alweer verdwenen.

De Italiaanse formatie is om 9u40 aan de terugvlucht begonnen. Ze gebruiken eerst de Donau als richtpunt en daarna de spoorbaan Graz–Laibach–Triest. Om 12u36 landen alle vliegtuigen weer in San Pelagio.

Annunzio_VluchtWenen_19180809

De weerklank in de Italiaanse en buitenlandse pers is enorm. Dit is de eerste keer dat vliegtuigen van de Entente opduiken boven een hoofdstad van de Centralen. In Oostenrijk is men vooral onthutst omdat men niet weet hoe de Italianen erin geslaagd zijn op te duiken boven Wenen voor er tijdig alarm werd geslagen.

Het pamflet van Ugo Ojetti bevatte de volgende tekst :

WENER!
Leer de Italianen kennen. Als we wilden, konden we bommen op jullie stad afwerpen, maar we brengen jullie een groet van de tricolore van de vrijheid.
Wij Italianen voeren geen oorlog tegen burgers, kinderen, grijsaards en vrouwen. Wij voeren oorlog tegen jullie regering, de vijand van nationale vrijheid, met jullie blinde, koppige en wrede regering, die jullie geen brood of vrede kan geven, maar jullie enkel met haat en bedrieglijke hoop voert.
Wener !
Men zegt van jullie dat jullie intelligent zijn, maar waarom hebben jullie het Pruisische uniform hebben aangetrokken ? Voortaan, dat zien jullie, is de ganse wereld tegen jullie gekeerd.
Willen julie de oorlog verderzetten ? Doe maar, het zal jullie zelfmoord zijn. Wat hopen jullie ? De eindoverwinning beloofd door de Pruisische generalen ? Hun eindoverwinning is zoals het brood van de Oekraïne : je sterft terwijl je erop wacht.
Burgers van Wenen, bedenk aan wat jullie wacht en wordt wakker.
Leve de vrijheid ! Leve Italië ! Leve de Entente !

VluchtWenen_Vlugschrift

bron : https://de.wikipedia.org/wiki/Flug_%C3%BCber_Wien

Frank Linke-Crawford sneuvelt

Frank Linke-Crawford, gevechtspiloot bij het Oostenrijks-Hongaarse leger, sneuvelt op 31 juli 1918. Zijn wat ongewone achternaam dankt hij aan zijn Hongaarse vader en Britse moeder.

Het is toch wat ironisch dat deze geoefende jachtpiloot met 32 luchtoverwinningen op zijn naam ten oder gaat tegen een piloot die slechts één enkele overwinning boekte. De man die hem neerschiet, is de Italiaanse korporaal-piloot Aldo Astofi, die in zijn hele carrière maar één enkele overwinning behaalt.

Ter vervollediging van het plaatje moet worden gezegd dat Frank Linke-Crawford zijn laatste gevecht op zijn eentje aanging tegen een overmacht van vijandelijke vliegtuigen. Hij wordt begraven in Marburg an der Drau (nu Maribo). Als het plaatsje bij Joegoslavië gaat horen, wordt Frank Linke-Crawford herbegraven op de stedelijke begraafplaats van Salzburg.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Frank_Linke_Crawford_1