kantelmoment voor de K.u.K. Armee

De Oostenrijks-Hongaarse legers, die nu alleen tegen Italië vechten na de terugtrekking van de Duitse soldaten naar het westfront, lanceren op 15 juni 1918 de slag van de Piave. Zo’n 58 divisies zijn betrokken bij een reusachtige tangaanval die zich afspeelt in het grootste deel van noord-Italië. Generaal Franz Conrad von Hötzendorf, die in de Trentino streek opereert, krijgt het bevel Verona te veroveren, terwijl generaal  Borojevic von Bojna zijn troepen verspreidt over de Piave en koers zet naar de Adige-rivier en de stad Padua.

De aanvallen zijn echter verre van succesvol. In het noorden worden het 10e en 11e leger van Hötzendorf geblokkeerd op de tweede dag van de opmars. Vervolgens krijgen ze een sterke tegenaanval te verduren van het Italiaanse 4e en 6e leger, waaronder diverse Britse en Franse eenheden. De Oostenrijks-Hongaarse troepen moeten zich terugtrekken en hebben 40.000 manschappen verloren.

In het oosten valt het Oostenrijks-Hongaarse leger over de Piave over een breed front aan. Het 5e en 6e leger winnen 4km op een front van 24 km alvorens op de verdediging van het Italiaanse 3e en 8e leger te stuiten. De strijd in deze regio duurt nog verscheidene dagen waarbij de Oostenrijks-Hongaarse legers enige winst boeken voordat tegenaanvallen op de 18e juni hen terugdringen.

Het Oostenrijks-Hongaarse offensief begint te wankelen, deels door het slechte weer en de Italiaanse luchtaanvallen, die de communicatielijnen en de bevoorrading ondermijnen. Tegen de 22e juni moeten de wanordelijke troepen van de Kaiserliche und Königliche (K.u.K.) Armee zich terugtrekken over de Piave. In totaal verliezen ze zo’n 150.000 soldaten waaronder 24.000 gevangenen.

De chef van de Italiaanse generale staf, generaal Armando Diaz, ziet er echter van af de verslagen vijand te achtervolgen en wijdt zich tot oktober aan het opbouwen van zijn troepen voor een  beslissend offensief.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Battaglia_del_Solstizio_1918

Francesco Baracca sneuvelt

Francesco Baracca, de succesvolste Italiaanse piloot (34 zeges), sterft op 19 juni 1918 bij een luchtgevecht met de Oostenrijkers. Zijn vliegtuig stort neer in de heuvels van  Montello maar de oorzaak van zijn dood is niet met zekerheid vast te stellen. Als zijn lichaam gevonden wordt, heeft hij een wapen in de hand en een kogel in het hoofd. Is hij geraakt door de vijand of viel hij liever niet levend in hun handen ?

Een eeuw later zien we Baracca’s embleem de cavalino rampante (steigerende henst) nog regelmatig opduiken. In de jaren twintig schonk zijn moeder dit symbool aan Enzo Ferrari.  Sindsdien is de steigerende hengst het symbool van het beroemde automerk Ferrari en zijn racing team. Een mogelijke reden om dit embleem aan Enzo Ferrari te schenken is dat diens oudere broer ooit in hetzelfde eskader diende als Francesco Baracca.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

francesco-baracca_1918

begin van het kampleven

Op 20 december 1917 arriveert de Italiaanse soldaat Paolo Monelli op zijn eindbestemming, een oud kasteel in Salzburg dat is omgebouwd tot een krijgsgevangenenkamp. Hij heeft nu bijna twee weken gemarcheerd, ingeklemd in een colonne van vermoeide, gedemoraliseerde krijgsgevangenen met kapotte uniformen en afgerukte medailles en rangonderscheidingstekens. Soms hebben mensen om eten gevochten, soms is er bonje ontstaan als gevangenen de ontbinding ten gevolge van de gevangenschap hebben gebruikt om de eerder zo harde discipline te doorbreken en los te gaan op hun officieren. Velen zijn blij dat hun oorlog nu eindelijk ten einde is en schromen niet om hun vreugde te tonen.

Maar Monelli heeft ook kunnen zien dat de tegenstander, in zijn triomf, aanzienlijke problemen heeft : van de Oostenrijks-Hongaarse soldaten die de colonne gevangenen vanaf de kant van de weg tevreden stonden te bekijken, waren velen ondervoed en mager. De vijand moet bovendien een wanhopig gebrek aan mensen hebben, want hij heeft meerdere bultenaren gezien en zelfs een dwerg. Vandaag begint het kampleven voor hem en de anderen. Monelli schrijft in zijn dagboek :

Op 20 december arroveren we bij het fort in Salzburg – een grimmige kazerne met setile dikke muren op de top van een ontoegankelijke heuvel, zonder zon, rillend van de kou in lege zalen. In de noordelijke winter, met mist en sneeuw om ons heen, wordt de gedachte aan het traditionele kerstfeest een kwelling.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

ItaliaanseKrijgsgevangenenCaporetto

 

geallieerde top in Rapallo

De twaalfde slag aan de Isonzo, ook bekend als de slag bij Caporetto,  heeft zware gevolgen voor het Italiaanse leger. Op 2 weken tijd heeft het Italiaanse leger zich 130 kilometer teruggetrokken tot in het hart van de Veneto regio. Duitse en Oostenrijks-Hongaarse eenheden vertragen echter hun opmars omwille van de verlengde aanvoerlijnen tot ze ten slotte gestopt worden aan de Piave begin november.

Honderdduizenden Italiaanse soldaten zijn gevangen genomen of gedeserteerd. Meer dan 2 miljoen Italiaanse burgers leven nu in bezet gebied. Naast een militaire crisis hebben de Italiaanse autoriteiten nu ook een vluchtelingencrisis.

Als antwoord op die crisis houden de geallieerden een topconferentie in Rapallo aan de Italiaanse Riviera. De kersverse Italiaanse premier Orlando ontvangt er zijn collega’s Lloyd George (Groot-Brittannië) en Painlevé (Frankrijk). Allen zijn vergezeld van diplomatieke en militaire leiders. Ze besluiten om een Opperste Oorlogsraad op te richten om zo de oorlogsinspanningen meer op elkaar af te stemmen. Deze raad zal in Versailles bij Parijs zetelen en worden bijgestaan door een comité van militaire vertegenwoordigers: de generaals Ferdinand Foch (Frankrijk), Sir Henry Wilson (Groot-Brittannië) en Luigi Cadorna (Italië).

bronnen
http://www.centenarynews.com/article/100-years-ago—italy-defeated-at-battle-of-caporetto
https://www.vrt.be/vrtnws/nl/drafts/Wetenschap/100-jaar-geleden–canadezen-in-passendale–eerste-amerikanen-sne/

Rapallo_1917

de slag bij Caporetto

de slag bij Caporetto

De slag bij Caporetto of twaalfde slag bij de Isonzo is een gecombineerde Oostenrijks-Hongaarse en Duitse actie waarbij de Italiaanse linies doorbroken worden. De eerste elf slagen zijn allemaal overbodig geweest wat terreinwinst betreft, maar ze hebben het Oostenrijks-Hongaarse leger wel ernstig uitgeput. Paul von Hindenburg en Erich Ludendorff schieten daarom met 6 Duitse divisies te hulp. De Italiaanse opperbevelhebber Luigi Cadorna heeft via deserteurs en vliegtuigverkenningen wel door dat de Duitsers er activiteiten ontwikkelen maar weet niet op welke schaal.

Onder bevel van generaal Otto von Below gaan 9 Oostenrijks-Hongaarse en 6 Duitse divisies op 24 oktober 1917 bij Caporetto in de aanval. De verwachtingen zijn laag en de aanval is meer bedoeld om de Oostenrijkers wat lucht te verschaffen. Begeleid door bombardementen, gasaanvallen en rookgordijnen rukken de Duitsers en Oostenrijks-Hongaarse soldaten op en rennen dwars door de Italiaanse verdediging heen. De eerste dag rukken ze 25 kilometer op. De Italianen kunnen zich pas 30 kilometer ten noorden van Venetië reorganiseren.

De slag kost het Italiaanse leger 300.000 man van wie 90% krijgsgevangen wordt gemaakt. Cadorna wordt ontslagen en er komt een nieuwe premier aan de macht Vittorio Orlando. Nu de Duitsers er zitten, sturen ook de Fransen 6 divisies en de Engelsen 5 divisies naar Italië.

bron : Roel Tanja, een korte geschiendenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Caporetto1917_02.jpg

elfde slag aan de Isonzo

De Italiaanse opperbevelhebber generaal Luigi Cadorna beveelt zijn troepen de elfde slag aan de Isonzo te lanceren op 18 augustus 1917. Twee Italiaanse legers zullen de aanval uitvoeren. Het 2e leger onder generaal Luigi Capello valt aan te noorden van de stad Gorizia, terwijl het 3e leger van de hertog van Aosta oprukt in het zuiden tussen Gorizia en Triëst. De Italiaanse troepen tellen 52 divisies gesteund door 5000 stuks artillerie.

Het 5e leger van generaal Svetozar Bojorevic von Bojna roept de opmars van de hertog van Aosta al gauw een halt toe maar de Italianen boeken grotere winst in het noorden. Daar verovert het Italiaanse 2e leger het Bainsizza-plateau. De Italianen lijden grote verliezen : ongeveer 166.000 soldaten worden gedood, gewond of gevangen genomen. Aan Oostenrijks-Hongaarse zijde vallen 85.000 slachtoffers. De Oostenrijks-Hongaarse bevelhebbers menen echter dat hun troepen op het punt staan in te storten en vragen het Duitse opperbevel versterking te sturen om het front te stabiliseren.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Isonzo_agosto1917

tiende slag aan de Isonzo

De chef van de Italiaanse staf, generaal Luigi Cadorna, begint op 12 mei 1917 ten slotte de uitgestelde tiende slag aan de Isonzo in noordoost-Italië. Aanvankelijk moest het offensief samenvallen met twee Frans-Britse aanvallen op het westfront halverwege april, maar het werd vertraagd door een rommelige planning en een gebrek aan organisatie.

De tiende slag aan de Isonzo duurt zeventien dagen, waarbij de Italianen geen noemenswaardige vooruitgang boeken wegens het bergachtige terrein en het koppige Oostenrijks-Hongaars verzet. Ongeveer 160.000 Italianen worden gedood, gewond of gevangengenomen, terwijl er aan Oostenrijks-Hongaarse kant 75.000 slachtoffers vallen. Ondanks het uitblijven van succes aan het Isonzo-front besluit Cadorna zijn pogingen voort te zetten.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Italian_heavy_gun

Italiaans zwaar kanon