kabinetscrisis in Nederland

Wanneer Bonifacius Cornelis de Jonge, de Nederlandse minister van Oorlog, op 16 mei 1918 het buitenverblijf van koningin Wilhelmina in Scheveningen verlaat, beseft hij dat hij een nederlaag geleden heeft. De minister heeft geen vertrouwen meer in opperbevelhebber Cornelis Jacobus Snijders van land- en zeemacht. De koningin, het nichtje van de Duitse keizer, vertrouwt hem wel. Zelfs een dreiging met een kabinetscrisis doet de koningin niet van gedachten veranderen.

Enkele dagen eerder heeft de pro-Duitse opperbevelhebber Snijders al tegen de minister gezegd de verdediging tegen Duitsland doelloos te vinden.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://www.historischnieuwsblad.nl/wilhelmina-en-de-neutraliteit.html

Fataal contact met Engels mijnenveld

Ten noordwesten van Terschelling lopen drie Duitse schepen op 1 maart 1918 in een Engels mijnenveld en zinken. Twee van die Duitse schepen zijn nochtans mijnenvegers : de Hermann Siebert en de Övelgönne. Het derde vaartuig is de torpedoboot A-57 die pas in 1917 gebouwd is. In totaal laten twaalf Duitse bemanningsleden het leven.

De wrakken van de A-57 en de Övelgönne rusten op slechts enkele meters van elkaar op de bodem van de Noordzee ongeveer 20 meter onder water.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Minensuchboote

maritieme verbinding Folkestone Vlissingen

In het eerste weekend van februari 2018 was ik voor de eerste keer in Vlissingen. Ik had behoefte aan een nieuw zicht op de noordzee in plaats van mijn gewone bestemming. En dat is bijzonder goed meegevallen. Het is pas als ik al een tijdje heb rondgewandeld dat ik me realiseer dat mijn grootvader Martinus Evers hier ook geweest is. Tenminste dat veronderstel ik… Hij is ingelijfd in het Belgische leger in Folkestone en er was destijds een maritieme verbinding tussen Folkestone en Vlissingen. Het is heel goed mogelijk dat Martinus Evers onderstaande gebouwen aan de boulevard in Vlissingen heeft zien staan. In 1916 waren die toen gloednieuw… Het is daar dat hij – zo veronderstel ik – een schip heeft genomen richting Folkestone om zich daar te laten inlijven in het Belgisch leger.

Vlissingen_2018_Anno1900

Deze maritieme verbinding werd onderhouden door de Stoomvaart Maatschappij Zeeland (SMZ), een rederij die tussen 1875 en 1989 een veerdienst tussen Nederland en Engeland over de Noordzee onderhield. Tot en met 1939 was de Nederlandse afvaarthaven Vlissingen, vanaf 1946 was dat Hoek van Holland.

De afvaarthaven aan Engelse zijde veranderde in de loop van de tijd nogal eens: in het eerste jaar was dit Sheerness, vanaf 1876 Queenborough, vanaf 1911 zowel Queenborough (dagdienst) als Folkestone (nachtdienst), vanaf 1919 Folkestone en vanaf 1927 Harwich.

De SMZ was een belangrijke werkgever voor Vlissingen. De verbinding werd beroemd vanwege de uitstekende aansluitingen vanuit heel Europa via het internationale spoorwegnetwerk naar het Station Vlissingen, waar direct kon worden overgestoken naar de naastgelegen vertrekgebouwen van de SMZ. Van groot belang was het postcontract, waardoor een groot deel van internationale postverkeer tussen Europa en Engeland via Vlissingen verliep en de SMZ en haar schepen bekend werden onder de benamingen ‘maildienst’ en ‘mailboot’.

bron
https://nl.wikipedia.org/wiki/Stoomvaart_Maatschappij_Zeeland

VlissingerPostRoute

 

sneeuwoproer in Groningen

In de Nederlandse stad Groningen breekt op 17 januari 1918 het zogenaamde sneeuwoproer uit. Net als elders is er ook hier tijdens de eerste wereldoorlog veel werkloosheid. Na de hevige sneeuwval wil wethouder van Gemeentewerken Hieronymus Sissingh slechts driehonderd sneeuwruimers inhuren, alhoewel er zich zowat duizend werklozen met een sneeuwschop aanmelden op de gemeentewerf.

Na wat duwen, slaan en trekken kan de wethouder ervandoor met wat builen en een beschadigde hoed.

bron :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://onbestorvenweduwe.blogspot.be/2009/01/17-januari-sneeuwoproer-1918.html

sneeuwoproer_1918

schildwacht op de vlucht

Een Duitse schildwacht klimt op 15 januari 1918 in Zeeuws-Vlaanderen over de grens, gooit zijn geweer weg en geeft zich over aan de Nederlanders. Ze brengen hem naar het wat verder gelegen Oostburg en vervolgens naar een interneringskamp voor Duitse soldaten.

De jongeman is afkomstig uit de Elzas, het Duits-Frans grensgebied, en kan het niet langer uithouden in het Duitse leger. De legerdienst werd hem te tergend : zijn vader vecht immers in het Franse leger.

Aan de grens ontdekt de Duitse wachtcommandant dat zijn schildwacht is gevlucht. Hij is razend op de andere soldaten :”Jullie haddem hem moeten doodschieten.”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Koewacht_1918

dood van een smokkelaar

De Nederlander J.G. Imhof noteert in zijn mobilisatieherinneringen 1914-1919 het volgende op 10 januari 1918

Daar staan we dan op deze grauwe morgen onder de sombere toren bij het lijk van de smokkelaar. De stoet formeert zich en gaat op weg – vier ongewapende soldaten als dragers van de baar, twee marechaussees en ikzelf, omgord met klewang (zwaard) en revolver. Nu zijn we bij het huisje, waarvan de blinden voor de ramen half gesloten zijn. Een man doet huilend open – dan dragen de soldaten de baar in de kamer waar het doodsbed staat. Als het zeildoek wordt weggenomen, snikt de man het uit :”O God, is dat mijn broer !”. Handenwringend staat hij tegen de deurpost geleund. “Ach meneer, was hij maar thuis gebleven, dan was er niets gebeurd”. Op deze logica weet ik niets te antwoorden, wel weet ik : wie smokkelt moet er de dood voor over hebben.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://wereldoorlog1418.nl/ooggetuigen-eerste-wereldoorlog/imhof-smokkelaars.html

smokkel_lvw_afb_10

de lange tocht van Georg Dudewski

Gedurende de eerste wereldoorlog vluchten talloze soldaten en krijgsgevangenen naar het neutrale Nederland. Onder hen ook een paar duizend Russen. Op 12 november 1917 bereikt Georg Alexejewitsj Dudewski het veilige “Gollandia” nadat hij ontsnapt is uit een Duits krijgsgevangenenkamp in Wesel (Düsseldorf).  

Als in 1914 het oproepingsbevel komt om het leger te vervoegen, woont Georg Dudewski in Chabarovsk, een stad in het uiterste oosten van Siberië, niet zodanig ver weg van de grens met China en van de Japanse zee. Georg studeert op dat ogenblik rechten. Met het Russische leger komt hij in Lodz (Polen) terecht, waar de Duitsers hem krijgsgevangen maken. 

Na de oktoberrevolutie ziet de Nederlandse regering de Russen liefst weer naar hun thuisland vertrekken : je weet maar nooit of dat bolsjewistische ideeëngoed overslaat. Georg Dudewski blijft echter en trouwt met de Nederlandse koffiejuffrouw Martina Toet van het Russische gezantschap. 

Bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://www.historischnieuwsblad.nl/eerstewereldoorlog/artikelen/russische-vluchtelingen-in-nederland-1914-1918/index.html
http://www.vijfeeuwenmigratie.nl/meerweten/russische-vluchtelingen-nederland-1914-1918

GeorgDudewski_1920