onlusten in Jaffa

Tijdens de week van 1 tot 7 mei 1921 zijn er onlusten in en rond de stad van Jaffa, Palestina. Alles begint met een oproep van de Joodse communistische partij om een 1 mei optocht te houden. Daarvoor verspreiden de communisten op 30 april pamfletten in het Arabisch en Jiddisch. Er wordt opgeroepen om zich tegen de Britse overheersing te verzetten en een Sovjetstaat uit te roepen in Palestina. Op 1 mei houden de communisten hun optocht van Jaffa naar Tel Aviv waarvoor ze geen toelating hebben gekregen. ALs ze onderweg een optocht tegenkomen van een socialistische groepering die wel is toegelaten, breken er al snel gevechten uit tussen beide groepen. Daarbij weerklinken ook schoten.

Onder de Arabische bevolking ontstaat het gerucht dat Arabieren door Joden worden aangevallen. Daarop komt een pogrom op gang tegen de Joden. Joodse winkels worden geplunderd. Arabieren vallen Joodse huizen binnen en vermoorden de inwoners met knuppels, messen of vuurwapens. Heel wat vrouwen, ook minderjarige, worden het slachtoffer van verkrachting. Om 13u wordt een hotel aangevallen dat door de zionistische commissie gebruikt wordt om Joodse immigranten op te vangen. Als de politie toekomt, schieten ze maar niet om de menigte te verdrijven. De agenten kiezen de kant van de aanvallers en schieten gericht op de Joden die zich schuilhouden in het hotel. Het geweld reikt ook tot de omgeving van Jaffa, onder meer Abu Kabir. In dat dorp worden twee Joodse boeren vermoord op 2 mei. Van Joodse kant komt het tot wraakacties tegen de Arabische burgerbevolking. In Tel Aviv bewapent de Joodse kolonel Margolin zijn oude manschappen van het voormalige Joodse Legioen om de stad te verdedigen. De gevechten houden na 1 mei nog dagenlang aan.

De Britse gouverneur Herbert Samuel stelt de avondklok in, laat versterkingen uit Egypte komen en laat ook bombardementen uitvoeren door de Royal Air Force om de onlusten onder controle te krijgen. Daarnaast doet de gouverneur ook toegevingen om de Arabieren te kalmeren. Zo krijgen drie boten met Joodse migranten geen toestemming om aan te meren en moeten ze noodgedwongen terugkeren naar Istanboel.

Bij de onlusten komen 47 Joden en 48 Arabieren om het leven. 146 Joden en 73 Arabieren raken gewond. De meeste Arabische slachtoffers vallen door Britse pogingen om de orde te herstellen.

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/Jaffa_riots
https://nl.wikipedia.org/wiki/Onlusten_in_Jaffa

Bozner bloedzondag

Op 24 april 1921 wordt er een volksstemming gehouden in Zuid-Tirol over aansluiting bij Oostenrijk of Italië. Op dezelfde dag wordt er in Bozen (Bolzano) een lentebeurs gehouden. De Italiaanse fascisten beschouwen dit als een provocatie en zakken af naar Bozen. In de ochtend van 24 april zijn er zo’n 290 zwarthemden uit gans Italië in Bozen om er keet te schoppen. Ze krijgen versterking van een 120-tal plaatselijke fascisten. Op het moment dat de optocht in traditionele klederdracht begint, starten de fascisten met de rellen. Een vijftigtal Tirolers geraakt gewond. De leraar Franz Innerhofer wordt gedood als hij een jongen wil beschermen.

De politie grijpt in maar enkel om de fascisten naar de trein te begeleiden. Als de Italiaanse eerste minister aandringt om de oproerkraaiers te arresteren, worden er twee opgepakt. Mussolini dreigt er echter mee zijn kameraden te bevrijden, waarop het tweetal al snel wordt vrijgelaten.

Op 25 april 2011 wordt er een plaats genoemd naar de overleden Franz Innerhofer.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Bloody_Sunday_(Bolzano)

gemeenteraadsverkiezingen in België

Op 24 april 1921 worden er voor het eerst sinds de Groote Oorlog gemeenteraadsverkiezingen gehouden in België. Voor het eerst mogen ook vrouwen gaan stemmen. Ze zijn met meer dan twee miljoen en dat heeft ook vrouwelijke burgemeesters tot gevolg. Strikt genomen is het niet de allereerste keer dat er vrouwen naar de stembus mogen. Bij de parlementsverkiezingen van 1919 is er al een zeer beperkt aantal vrouwelijke kiezers: vrouwen die tijdens de oorlog wegens patriottische daden door de Duitse bezetter zijn gevangen gezet, maar ook weduwen – echtgenotes of moeders van gesneuvelde militairen of burgers die door de bezetter zijn gedood.

Voor de gemeenteraadsverkiezingen worden vrouwen bijna gelijkgesteld aan mannen. De wet sluit wel prostituees en overspelige vrouwen van stemrecht uit. Het is hoe dan ook een grote vooruitgang. Tot aan de Groote Oorlog hebben Belgische vrouwen helemaal geen stemrecht. 

Het feit dat vrouwen wel mogen stemmen voor de gemeenteraad maar niet voor het parlement is een gevolg van een compromis tussen socialisten, liberalen en katholieken. De anticlericale socialisten en liberalen achten de invloed van meneer pastoor op de vrouwen te hoog en dat zorgt ervoor dat de stap naar stemrecht voor vrouwen voor het parlement een stap te ver is. De katholieken volgen die redenering eveneens en zijn dan ook fervente voorvechters van het vrouwenstemrecht.

Door de oorlog zijn er meer vrouwelijke dan mannelijke kiezers zijn maar toch leiden die gemeenteraadsverkiezingen niet meteen tot een vervrouwelijking van de gemeentebesturen. Slechts in 146 gemeenteraden – op een totaal van meer dan 2.600 – worden één of meerdere vrouwen verkozen. Samen zijn er amper 196 vrouwelijke gemeenteraadsleden, minder dan één procent van het totaal. Het aantal vrouwelijke burgemeesters en schepenen is uiteraard nog veel kleiner. Als gevolg van de verkiezingen van 1921 worden 6 vrouwen burgemeester en 13 schepen.

Als oud-inwoner van Ranst vermeld ik graag Amelia Brocken, die bijna uit het niets burgemeester wordt van de Antwerpse gemeente Emblem (nu een deel van Ranst). Ze is de vrouw van een sluismeester op de Kleine Nete maar heeft middelbaar onderwijs genoten – eerder uitzonderlijk voor die tijd – en is erg sociaal geëngageerd. Bij de verkiezingen in Emblem komt Amelia Brocken op met een lijst met haarzelf als enige kandidate. 

Toch wordt ze verkozen. Geen enkele lijst haalt een meerderheid en er kan geen kandidaat-burgemeester worden voorgedragen. Amelia Brocken wordt eerst gekozen tot eerste schepen en daarmee waarnemend burgemeester. Als er na een jaar nog geen burgemeester is, stelt de arrondissementscommissaris voor haar te benoemen. Ze heeft ook de meeste voorkeurstemmen behaald. 

Als burgemeester zorgt ze ervoor dat Emblem een behoorlijk schoolgebouw krijgt. Bij de volgende verkiezingen wordt ze opnieuw verkozen op een “éénvrouwslijst”. Ze haalt zoveel stemmen dat de lijst meerdere zetels had kunnen halen als er meerdere kandidaten waren geweest! Maar ditmaal sluiten de andere lijsten een coalitie die haar beletten om burgemeester te blijven.  

bron : https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2021/04/07/100-jaar-geleden-belgische-vrouwen-gaan-voor-het-eerst-stemmen/

per trein naar pionierswerk voor Troebst

In Ankara wacht Hans Tröbst ongeduldig op verdere marsbevelen. Na enige dagen krijgt hij nog het voorstel om les te geven aan aspirant officieren, maar dat voorstel wijst hij af. Hij wil terug aan het front zijn. Nog enkele dagen later krijgt hij zijn marsbevel en een treinticket naar Eskişehir. Daar moet hij zich bij het hoofdkwartier van generaal Ismet Pasha melden. Daar aangekomen, krijgt hij een nieuwe functie en doel toegewezen. De Turken bouwen stellingen in Sabunje-Punar om een nieuwe Griekse aanval te kunnen afslaan. Het is van het uiterste belang dat ze de spoorlijn tussen Eskişehir en Afyonkarahisar behouden. Alleen dan kunnen ze met de nodige snelheid hun reserves naar bedreigde plaatsen sturen. Omdat de slag bij Inönü heel wat Turkse officieren het leven heeft gekost, rekenen de Turken op de ervaring van Tröbst om hen bij te staan bij de bouw van de stellingen.

De officier Tefik Bey wist me te vertellen dat ze een nieuw Grieks offensief over vier weken verwachten. Daarom waren ze nu bezig met de bouw van stellingen die commandant Shükri Bey als pionierinspekteur leidde. Ik zou onder zijn commando werken en zou vandaag nog met de trein naar Sabunje-Punar afreizen. Ik aanvaardde de opdracht maar was diep ontgoocheld. Nog altijd geen frontlucht !

Het landschap was redelijk eenvormig, een breed, zeer vruchtbaar dal , aan beide zijden door ergen begrensd, waarin de trein zich over vele bruggen en door enkele tunnels heen kronkelde. Al na twee uren kwam ik op mijn eindbestemming aan en stapte uit de trein. Mijn nieuwe chef was natuurlijk uitgerekend die morgen naar Eskişehir vertrokken en ik meldde me dan maar bij zijn vervanger, majoor Hasim Bey.

Tussen de Griekse en de Turkse linies zat een niemandsland van ongeveer honderdvijftig kilometer. Men verwachtte dat de Grieken bij het volgende offensief opnieuw naar Eskişehir zouden oprukken. Daarom moesten er stellingen worden aangelegd ter bescherming van de stad. Als we aankwamen, was het bataljon al aan het werk. Het bestond bijna uitsluitend uit geïnterneerde Griekse burgers, die in Klein-Azië woonden maar Ottomaanse onderdanen waren. Omdat men hen tijdens de oorlog niet vertrouwde, waren ze niet naar het front gestuurd, maar had men hen enkel voor arbeidsdienst ingezet. Veel lust om te werken hadden ze net, en dus werd er door de korporaals af en toe met een knuppel wat extra ijver aangemaakt.

bron : Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

hinderlaag in Renzino

In Italië nemen de politieke spanningen toe, voornamelijk door de agitatie van de nieuwe fascistische beweging van Mussolini. In de provincie Arezzo, in Toscane, hebben de fascisten al heel wat macht verworven. Maar er is één deel van deze provincie dat nog altijd rood is : de Valdichiana en in het bijzonder Foiano, met de communistische burgemeester en raadsleden. In de ochtend van 12 april 1921, nadat de burgemeester en de raad van Foiano della Chiana de dreigende en onwettige verzoeken om ontslag hebben afgewezen , vallen 150 fascisten, geëscorteerd door het leger, de straten van Foiano binnen.

Het hoofdkwartier van de socialistische afdeling en coöperatie, de Arbeidskamer en het stadhuis worden verwoest . Onfortuinlijke voorbijgangers worden geslagen en geslagen, de ouders van de burgemeester en die van de communistische voorman Gervasi worden bedreigd. Tijdens de inval houdt de politie zich afzijdig en grijpt niet in tegen de squadristi. Zo nemen burgemeester en gemeenteraad op vrijdag 15 en zaterdag 16 april, na het geweld en de vernieling een paar dagen eerder, ontslag om de veiligheid van de burgers te beschermen.

Op zondag 17 april 1921 , om vijf uur ’s ochtends, vertrekken twee vrachtwagens met fascisten met 22 gewapende zwarte hemden naar Foiano. De geweren zijn uitgeleend uit de wapenarsenalen van het leger. Het stadhuis wordt weer op zijn kop gezet, ze breken de huizen binnen en dreigen socialisten en communisten gevangen te nemen. Hetzelfde lot treft opnieuw de bejaarde ouders van de communistische voorman Gervasi.

In de namiddag wordt een van de twee fascistische vrachtwagens op de terugkeer in een hinderlaag gelokt door een groep aangevoerd door Bernardo Melacci, de anarchistische leider, en Galliano Gervasi. Overrompeld worden drie zwarte overhemden gedood en raken er nog veel meer gewond.

De zwarte reactie liet niet lang op zich wachten. Ploegen van fascisten komen uit Toscane en zelfs uit Rome. Op de avond van 17 april staan er heel wat huizen en boerderijen in Renzino in brand. Wie zich verzet, wordt gedood. De volgende dag wordt op het centrale plein van Foiano een “fascistische rechtbank” opgericht en wordt een onbepaald aantal inwoners van het gebied geëxecuteerd met een jachtgeweer op het hoofd. In de daaropvolgende weken volgen nog heel wat schijnprocessen.

bron : https://www.lavaldichiana.it/renzino-resistenza-foiano/

Black Friday in Engeland

Begin April 1921 heeft de Britse overheid de Defense Force opgericht (lees meer op deze pagina) . Daarmee wil de overheid problemen voorkomen nu de mijnen na de oorlogsjaren weer in private handen zijn en er een staking dreigt. De mijnwerkers zijn er immers niet mee opgezet dat de eigenaren van de mijnen hen zware looninleveringen willen opdringen.

Op vrijdag 15 april 1921 krijgen de stakende mijnwerkers een zware klap te verwerken. Ze hoopten op steun van de Triple Alliance, het verbond van de drie grote vakbonden van mijnwerkers, transport en spoorwegen, om het land lam te leggen en zo de loonsverlagingen van de mijnwerkers af te wenden. Maar die dag krijgen ze te horen dat de vakbonden van transport en spoorwegen niet oproepen tot staking. Daarmee is de kans van de mijnwerkers verkeken om hun loon te behouden. Vrijdag 15 april 1921 staat daarom bekend als Black Friday.

De mijnwerkers kunnen hun staking twee maanden volhouden. Daarna moeten ze de eisen van de mijneigenaren aanvaarden en de loonsverlagingen slikken of hun ontslag en elders werk zoeken.

bronnen :
https://en.wikipedia.org/wiki/Black_Friday_(1921)

https://pasttenseblog.wordpress.com/2016/04/15/today-in-trade-union-history-black-friday-1921-leaders-of-rail-and-transport-unions-shaft-striking-miners/

Troebst viert mee in Ankara

Uiteindelijk komt Hans Tröbst aan in Ankara. Daar hoort hij begin april 1921 over de tweede slag van Inönü.

In de stad heerste een levendige opwinding over de afloop van de slag bij Inönü die voor enige dagen gestart was nabij Eskişehir. De Turkse stellingen reikten van Eskişehir tot Afyonkarahisar. Tussen beide frontlinies lag een niemandsland van honderdvijftig kilometer. Met vier divisies hadden de helden van Athene het belangrijke spoorwegknooppunt aangevallen en omdat dit de vuurdoop was voor het nieuwe Turkse leger onder leiding van de Kemalisten, kan men zich de bezorgdheid en spanning in de stad voorstellen. De wildste geruchten deden de ronden en men sprak zelfs over vijfenveertigduizend gevangenen, maar het was onmogelijk om achter de waarheid te komen.

Naar mijn gevoel was de situatie bedenkelijk, want men stuurde vanuit Ankara met de troepentreinen wat men aan soldaten elders kon missen. Grote troepen verse rekruten kwamen dagelijks te voet aan vanuit de gebieden in de Kaukasus. Vanuit Konstantinopel had men extra reserves aan Armeniërs en Grieken naar de frontlinies gestuurd, maar de kemalistische vrijkorpsen hadden deze versterkingen alle kanten op verjaagd.

Ik nam met plezier aan de feestvreugde deel als overal de rode vlaggen met de witte halve maan en de ster uitgehangen werden om de overwinning te vieren. En net nu was mijn uniform klaar. Van snit en kleur leek het op een Duits uniform, maar de rangaanduidingen waren op de kraag aangebracht zoals dat ook de gewoon,te was bij het Oostenrijks-Hongaarse leger. Dit was nu mlijn derde kokarde die ik in mijn soldatenleven droeg. Allereerst was er het heilige zwart-wit-rood, dan de Russische kokarde van het leger Avalof-Bermondt en nu dus de halve maan met ster.

bron : Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

2e slag om Inönü

Na de eerste slag om Inönü wachten de Grieken op een volgende gelegenheid om terug op te rukken naar Eskişehir en Afyonkarahisar om de controle te krijgen over de spoorlijnen die beide steden verbinden. Op 23 maart 1921 rukken de Grieken op en op 24 maart bezetten ze Afyonkarahisar. Op 27 maart bereiken ze Inönü en ze nemen de heuvel Metristepe in. Op 31 maart krijgt Ismet Pasha de nodige Turkse versterkingen en hij zet onverwijld de aanval in. Metristepe valt diezelfde dag in Turkse handen. De Turken zetten de gevechten verder en begin april is ook Afyonkarahisar weer Turks.

De Grieken trekken zich ordelijk terug. Na deze veldslag is er een rustpauze waarbij geen van beide partijen voorlopig in staat zijn om verdere aanvallen te ondernemen. Aan de ene kant hebben de Turken hun kans verkeken om het Griekse leger te omsingelen en te vernietigen. Maar anderzijds is dit wel de overwinning waar Mustafa Kemal zo om verlegen zat. Dit is de eerste keer dat het reguliere leger onder kemalistische leiding stand houdt tegen de Grieken. De Turkse tegenstanders van Kemal in Constantinopel hadden gehoopt op zijn nederlaag. En de geallieerden zien in dat ze met Kemal en zijn regering in ANkara moeten onderhandelen.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Second_Battle_of_%C4%B0n%C3%B6n%C3%BC

Britse Defence Force wordt opgericht

Op 4 april 1921 wordt de Britse Defence Force opgericht. Daarmee wil de Britse overheid een antwoord geven op de crisis in de Britse mijnen. Tijdens de Groote Oorlog waren die mijnen onder staatstoezicht geplaatst omdat ze fundamenteel waren voor de oorlogvoering. Einde maart 1921 zijn de mijnen terug aan de privé-eigenaren overhandigd. En wat men kon verwachten, is ook gebeurd : de eigenaren dwingen de mijnwerkers tot inleveringen. Die inleveringen kunnen tot bijna de helft van het loon bedragen. De Britse mijnwerkers zoeken al snel steun bij de Triple Alliance, de alliantie van de vakbonden van mijnwerkers, spoorwegpersoneel en de National Transport Workers federation (alle personeel uit transportsector zoals dokwerkers, zeemannen, personeel van openbaar vervoer en chauffeursuit privésector).

De overheid wil met de Defence Force onder meer oud-soldaten terug oproepen voor een korte periode en ze inzetten om de stakingen onder controle te houden. Vrijwilligers moeten tussen 18 en 40 jaar zijn. De recruten dienen tijdens een periode van 90 dagen en worden betaald volgens de barema’s van het leger.

bron : https://www.longlongtrail.co.uk/army/other-aspects-of-order-of-battle/defence-force-1921/

einde van de Märzkämpfe

Begin april 1921 stelt de Duitse communistische partij vast dat de Märzkämpfe (maartgevechten) een mislukking zijn. Ze roept op om alle acties stop te zetten. Dat heeft voor de communistisiche partij zware gevolgen. Meer dan de helft van de 450.000 leden levert zijn lidkaart terug in. De VKPD (Vereinigte Kommunistische Partei Deutschlands) wordt daarmee politie geïsoleerd en verliest aan slagkracht.

De Märzkämpfe zijn nochtans ambitieus begonnen. In de ochtend van 13 maart 1921 ontdekken voorbijgangers een plakkaat aan de Berlijnse Zegezuil (Siegessaule) met het opschrift “Dr. Oetkers sauspoeder”. Het poeder in kwestie is echter zes kilogram dynamiet. Door een slechte ontsteker was de ontploffing niet doorgegaan. De politie volgt het spoor van de dynamiet tot in midden-Duitsland, meer bepaald Merseburg, een streek in Saksen-Anhalt met een lange traditie van klassenstrijd. Op 18 maart 1921 roept de Rote Fahne de arbeiders van Saksen op tot actie en spoort hen aan wapens op te nemen waar ze ze maar kunnen vinden. Op 21 maart 1921 wordt opgeroepen tot algemene staking. Op dezelfde dag worden een aantal personen in Berlijn gearresteerd in verband met de mislukte aanslag op de zegezuil. Binnen de linkse beweging ziet men twee strekkingen. Peter Utzelmann kiest voor de staking en de bezetting van bedrijven. Max Hölz is een communistische leider die met zijn brigade geregels gewapende acties tegen de overheid onderneemt. Daar horen bankovervallen en dynamieteren van spoorlijnen en treinen bij. Links slaagt er zo niet in om de acties gezamelijk te coördineren en men blijft in gespreide slagorde verder actie voeren.

Door die gespreide slagorde en het verdelen van de acties slagen de communisten niet in hun doel : met de revolutie de macht veroveren. De stakingen worden stopgezet en heel wat communistische militanten worden gearresteerd. Onder meer Max Hölz wordt opgepakt en veroordeeld to levenslang. Wat nog erger is : heel wat communisten sturen hun lidkaart terug. De daadkracht van de communisten is daarmee gehalveerd.

bronnen

https://www.marxist.com/the-tragedy-of-the-march-action.htm
https://www.neues-deutschland.de/artikel/1150084.maerzaktion-verdraengtes-desaster.html
https://de.wikipedia.org/wiki/M%C3%A4rzk%C3%A4mpfe_in_Mitteldeutschland