Een Duitse korporaal en een splinterpartij

Korporaal Adolf Hitler krijgt van zijn superieuren de vraag om een onderzoek te doen naar een kleine politieke groep in Munchen die de naam draagt van Deutsche Arbeiter Partei. De term “Arbeiter” is verdacht in de ogen van het Duitse leger dat voortdurend zoekt naar mogelijke marxistische activisten.

En dus gaat Hitler op 12 september 1919 in burgerkleren naar de bijeenkomst van de D.A.P. in een achterzaaltje van een Munchener Bierhalle. Daar zitten ongeveer 25 personen. Hij luistert naar de toespraak over economie van Gottfried Feder met de titel “Hoe kunnen we het kapitalisme elimineren ?”. Na de toespraak maakt Hitler aanstalten om weg te gaan als er een man opstaat die uitroept dat Beieren zich onafhankelijk moet verklaren en één staat moet vormen met Oostenrijk. Hitler wordt woedend en spreekt vurig tegen de man gedurende vijftien minuten. Een van de stichters van de D.A.P., Anton Drexler, merkt Hitler op en zegt tegen zijn buur :”Die man heeft de gave van het woord. Die kunnen we gebruiken”.

Als Hitler wil weggaan, haast Drexler zich naar hem toe en stopt hem een pamflet van 40 pagina’s toe met de titel “Mijn politiek ontwaken”. Hij dringt er bij Hitler op aan om het pamflet te lezen en later naar een nieuwe bijeenkomst te komen.

Daags erna leest Hitler het pamflet van Anton Drexler en hij vindt er heel wat van zijn eigen ideeën terug. Enkele dagen later krijgt hij een postkaart die hem meldt dat hij als lid van de D.A.P. is aanvaard. Hij wordt gevraagd om naar een bestuursvergadering te komen en gaat op die uitnodiging in. Hitler ziet in deze kleine splinterpartij de ideale gelegenheid om ze volledig naar zijn hand te zetten en beslist in de politiek te gaan.

bron : http://www.historyplace.com/worldwar2/riseofhitler/joins.htm


bezetting van Fiume

De havenstad Fiume (vandaag Rijeka in Kroatië) wordt na het uiteenvallen van Oostenrijk-Hongarije in 1918 opgeëist door zowel Italië als het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen. De stad bezit een gemengd Italiaans-Kroatische bevolking, en de Hongaarse regering heeft in de nadagen van de Dubbelmonarchie de immigratie van Italianen aangemoedigd om de Kroaten te verzwakken.
Gabriele D’Annunzio, officier in het Italiaanse leger, gekend voor zijn deelname aan de vlucht boven Wenen (lees meer op deze pagina ) wil de druk verhogen om Fiume toe te wijzen aan Italië. Op 12 september 1919 marcheert hij aan het hoofd van Italiaanse nationalistische partizanen de stad binnen. De geallieerde troepen die daar gelegerd zijn, zien zich gedwongen om terug te trekken. De Italiaanse regering stuurt troepen naar Fiume om de bezetting ongedaan te maken, maar alle uitgezonden troepen lopen naar D’Annunzio over.
De groep verzoekt de Italiaanse regering om Fiume te annexeren, maar deze weigert. In plaats daarvan blokkeert Italië alle wegen naar de stad, om zo de groep tot overgave te dwingen. De politiek zit in een spagaat, want enerzijds wilt ook de Italiaanse regering Fiume annexeren, maar anderzijds kan zij de bezetting door D’Annunzio niet tolereren.
Als reactie hierop verklaart D’Annunzio in 1920 dat de stad onder het Italiaanse Regentschap Carnaro valt, met een grondwet die veel overeenkomsten vertoonde met het latere Italiaanse fascistische systeem. Hij roept zich uit tot dictator en noemt zichzelf de Duce. Uit alle hoeken van Italië stromen sympathisanten toe tot D’Annunzio hen moet oproepen weg te blijven omdat de stad hen anders niet meer kan voeden. Uiteindelijk geeft de groep onder D’Annunzio zich pas over in december 1920 na een bombardement van de Italiaanse marine.
De Vrijstaat Fiume wordt uitgeroepen, met een gematigder regering aan het hoofd. De Italiaanse politici blijven de stad echter opeisen en in 1924 moet het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen het hoofd buigen en de annexatie door het inmiddels fascistische Italië accepteren.

bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Italiaans_Regentschap_Carnaro

verdrag van Saint-Germain

Op 10 september 1919 ondertekenen de geallieerden en de overgebleven rompstaat Oostenrijk het verdrag van Saint-Germain. Het verdrag is genoemd naar de Parijse voorstad Saint-Germain-en-Laye, waar het in het plaatselijke kasteel is onderhandeld en ondertekend. Het verdrag wordt op 16 juli 1920 formeel van kracht.

Dit verdrag regelt niet alleen de erkenning van het nieuwe Oostenrijk, maar ook de erkenning van de nieuwe staten, die uit het oude Oostenrijk-Hongarije zijn ontstaan. Oostenrijk erkent dus de onafhankelijkheid van Hongarije, Tsjechoslowakije, Polen en Joegoslavië. In dit verdrag wordt tevens gesproken over de noodzaak van herstelbetalingen, die het nieuwe Oostenrijk zal moeten voldoen, maar gezien het bankroet van de staat is het nooit tot een taxatie van schade en betalingen gekomen.

Het verdrag bevat de volgende bepalingen :

  • Oostenrijk wordt verboden om een politieke of economische unie met Duitsland aan te gaan zonder goedkeuring van de Volkenbond. Deze goedkeuring werd niet gegeven.
  • Het gebruik van de naam Deutschösterreich als staatsnaam is verboden.
  • Beperking van een toekomstig Oostenrijks leger tot maximaal 30.000 manschappen.
  • De formele schuld van de Eerste Wereldoorlog werd aan het Habsburgse huis en het Duitse Keizerrijk toegerekend.
  • De kroonlanden Bohemen, Moravië, Oostenrijks-Silezië en enkele Neder-Oostenrijkse gemeenten worden aan het nieuwe Tsjechoslowakije toegewezen.
  • Zuid-Tirol, Trentino en het Karinthische Kanaltal, voortaan Val Canale, vallen voortaan onder Italië.
  • Het kroonland Galicië, wordt deel van de nieuwe staat Polen.
  • Het kroonland Boekovina komt aan Roemenië.
  • Het kroonland Dalmatië en delen van Zuid-Stiermarken en Zuid-Karinthië gaan naar de nieuwe Staat van Slovenen, Kroaten en Serven.
  • De westelijke grensgebieden van Hongarije vervallen aan Oostenrijk, als Burgenland
  • Over de stad Triëst en haar omgeving, waaronder Istrië, worden beraadslagingen voortgezet.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Verdrag_van_Saint-Germain_(1919)

eerste Silezische opstand

Silezië behoorde van oudsher tot het koninkrijk Polen, vooraleer Rusland, Duitsland en Oostenrijk-Hongarije Polen onder hun verdeelden. De streek is enerzijds bevolkt door Poolstaligen, die katholiek zijn en tot de lagere klassen behoren. Daarnaast zijn er ook etnische Duitsers, die protestant zijn en tot de hogere klassen behoren. In de streek van Opper-Silezië, ten oosten van de Oder, zijn de Polen in de meerderheid.

Op 15 augustus 1919 worden 10 Silezische burgers gedood door de Duitse Grenzschutz tijdens een arbeidsconflict in de mijn van Mysłowice . De Poolse mijnwerkers roepen op tot de staking die wordt gevolgd door 140.000 arbeiders. De Duitsers zetten 21.000 soldaten in en houden nog eens 40.000 soldaten in reserve. De reactie is brutaal en ongeveer 2.500 Polen worden opgehangen of eindigen voor het executiepeloton. 9.000 Polen steken de grens over naar de Poolse republiek. De eerste opstand komt op 26 augustus 1919 ten einde als de geallieerden ingrijpen en ervoor zorgen dat de vluchtelingen terug mogen keren.

In 1920 volgt dan de tweede Silezische opstand. Zoals onderstaande foto van een gepantserde wagen toont, zijn de Polen dan betere voorbereid. Na de derde opstand in 1921 bereiken de geallieerden een akkoord waardoor de helft van de Silezische bevolking aan Polen wordt toegekend, een derde van Silezië en drie kwart van de Silezische mijnen.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Silesian_Uprisings

protest van Franse piloten

Voor de overwinningsparade op de Champs-Élysées op 14 juli 1919 wordt de piloten gevraagd om te voet te marcheren, net zoals de infanteristen. De piloten beschouwen dit als een zwaar affront en een klein groepje besluit dit affront te beantwoorden door een vlucht onder de Arc de Triomphe. De piloot die wordt uitverkoren, is Jean Navarre, die 12 overwinningen heeft behaald en die tot de azen onder de piloten wordt gerekend. Maar Navarre sterft op 10 juli 1919 tijdens een trainingsvlucht.

De tweede keuze valt op Charles Godefroy. Die is vanaf 1914 soldaat geweest en is in 1917 overgestapt naar de luchtmacht. Met zijn vriend journalist Jacques Mortane bestudeert hij meermaals de Arc de Triomphe. Om het project geheim te houden, traint hij met een brug aan de Petit-Rhône, tussen Arles en Fourques. Mortane neemt zich voor de gebeurtenis te filmen. Men stelt de spectaculaire vlucht uit tot na de parade van 14 juli.

Op 7 augustus 1919 om 7u20, drie weken na de overwinningsparade, stijgt Chrales Godefroy op van het vliegveld van Villacoublay in zijn Nieuport 11. Hij cirkelt twee maal rond de Arc de Triomphe alvorens met grote snelheid te dalen en er onderdoor te vliegen. Veel marge heeft Godefroy niet. De hoogte van het gewelf van de Arc is 29,19 meter. Hij vliegt vlak over een tram tot grote schrik van de passagiers. Een half uur na het opstijgen is Godefroy terug op het vliegveld.

Fotografen en cineasten, verwittigd door Jacques Mortane, zijn aanwezig. Er worden foto’s en films gemaakt van de vlucht. De autoriteiten komen snel achter de naam van de piloot maar Godefroy komt ervan af met een verwittiging. Het is ook zijn laatste vlucht. Hij wijdt zich daarna aan zijn familie en zijn wijnhandel in Aubervilliers. Hij blijft lange tijd de enige piloot die erin geslaagd is om onder de Arc de Triomphe te vliegen. Pas op 18 oktober 1981 zal Alain Marchand er ook in slagen.

bron : https://fr.wikipedia.org/wiki/Charles_Godefroy

De vlucht is te zien op https://www.youtube.com/watch?v=HIZzkq5Y8q0


Roemenen bezetten Boedapest

Half april 1919 valt het Roemeense leger Hongarije binnen met de stilzwijgende toestemming van de Fransen. Een paar dagen later vallen de Tsjechen vanuit het noorden Slowakije binnen, dat tot dan deel uitmaakt van Hongarije.

Geconfronteerd met een buitenlandse bedreiging zetten de Hongaren tijdelijk hun interne geschillen opzij. Nu de Roemenen de Hongaarse territoriale integriteit bedreigen, tempert de bolsjewistische eerste minister Kun zijn retoriek over klassenstrijd terwijl het leger, ook de conservatieve officieren die maar weinig sympathie voor het bolsjewisme koesteren, zich bijeenpakt om de grenzen van het rijk te verdedigen.

Halverwege mei hebben de Hongaren de Tsjechen uit Slowakije verdreven, maar tegen de Roemenen zijn ze minder succesvol. Een poging on de invasiemacht in juli 1919 terug over de rivier de Tisza te dringen, wordt met een slim uitgevoerde tegenaanval van de Roemenen afgeslagen. Dat is het moment waarop veel Hongaarse officieren en soldaten besluiten de strijd te staken, nadat ze daartoe zijn aangezet door het Hongaarse oppositieleger onder admiraal Horthy, die wilt dat de Roemenen een einde maken aan Kuns radenrepubliek. Nu veel soldaten hun steun intrekken storten de Hongaarse linies in en kunnen de Roemenen Kun en zijn regime afzetten. Kun licht naar Oostenrijk en vervolgens naar de Sovjet-Unie.

Op 3 augustus 1919 veroveren de Roemeense soldaten Boedapest waar ze zullen blijven tot het begin van 1920. Ze begaan allerlei wreedheden tegen de plaatselijke bevolking en plunderen de Hongaarse hoofdstad op uitgebreide schaal. Dat geeft veel Hongaren het gevoel dat hun een afschuwelijk onrecht wordt aangedaan. Het feit dat deze misdaden niet worden begaan door de zegevierende westerse geallieerden, maar door soldaten van een land dat in 1918 door de centrale mogendheden was verslagen, maakt de ervaring nog smadelijker.

bron : Robert Gerwarth, de verslagenen, Balans

Roemeense cavalerie in Boedapest

Luik gelauwerd door de Fransen

Op 24 juli 1919 ontvangt Luik de président van de Franse republiek Raymond Poincaré. Die komt de vurige stede een ereteken overhandigen, namelijk het teken van de Ridder van de erelegioen (“la Croix de Chevalier de la Légion d’honneur”). De president had Luik dat ereteken al toegekend op 7 augustus 1914, nauwelijks drie dagen na de Duitse inval in België. Deze beloning is toegekend aan Luik voor het verzet van de stad en zijn twaalf forten. Dit verzet had inderdaad de geallieerden de nodige tijd gegeven om zich te organiseren en de Duitse inval tegen te gaan.

bron : https://www.rtbf.be/info/regions/liege/detail_le-24-juillet-1919-liege-recevait-officiellement-la-legion-d-honneur?id=10276585