trein ontploft te Hamont

Op 18 november 1918 explodeert rond 11 u ’s avonds een munitietrein in Hamont. Aan grensstations als dat van Hamont en elders staan behoorlijk wat treinen omdat de Nederlanders aarzelen om doorgang te verlenen.

Een groot aantal mensen laat het leven maar niemand lijkt het precieze aantal te kennen. Aan het station staat ook hospitaaltreinen met Duitse oorlogsgewonden. Op een kerkhof in Hamont worden 35 Duitsers begraven. Later worden zij herbegraven op de militaire begraafplaats van Leopoldsburg. Schattingen van het totale aantal slachtoffers lopen uiteen van honderd tot duizend. Over de werkelijke oorzaak van de explosie tast men in het duister.

Wie meer wil weten over deze ramp, kan terecht op deze pagina.   

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

de laatste maanden van Hendrik Aegten

Als Hendrik Aegten uit Hamont zich in 1915 meldt als vrijwilliger voor het Belgische leger, bij het 4e regiment genie, is hij zo gezond als een visje. Een gezonde Kempenzoon.

HendrikAegtenZijn aanwezigheid aan het oorlogsfront gaat niet in de koude kleren zitten. Op 20 maart 1918, ongeveer drie jaar na zijn indiensttreding, brengen zijn medestrijders hem naar het hospitaal in Adinkerke wegens een longaandoening.

Wat er de volgende acht maanden met hem gebeurt, is niet geweten, alleen dat hij overlijdt op 18 november 1918. Postuum bezorgt het leger hem nog vijf frontstrepen.

Opmerking : de oorlogskalender vermeldt dat Aegten uit Achel komt. Het Grevenbroekmuseum vermeld op de website dat hij in Hamont geboren is.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.grevenbroekmuseum.be/gesneuveldenHamont

Martinus Evers houder van de vuurkaart

Na de oorlog kregen de overlevende soldaten een bewijs dat de ze Groote Oorlog overleefd hadden. Deze Belgische soldaten werden houder van de vuurkaart. Martinus Evers kreeg daarvoor een gedenkpenning, die hieronder staat afgebeeld. Op de achterkant van deze penning staat zijn naam duidelijk te lezen.

MedailleMartinusEvers03

Hamontenaren in Auvours

Op 30 april 1916 is onderstaande foto gemaakt. Het bordje bij de Belgische soldaten vermeldt datum en plaats : Auvours (in de gemeente Champagné vlak bij Le Mans). Hier ligt een Frans militair kamp dat onder de eerste wereldoorlog is toegewezen aan de Belgen. Door de verovering van het grootste deel van België had de Belgische militaire overheid natuurlijk nergens in eigen land opleidingskampen. Onder meer in Auvours konden ze de opleiding organiseren.

Het bordje onderaan vermeldt ook dat het gaat om Hamontenaren. In 2012 heb ik deze foto gevonden op de website van de gemeente Hamont-Achel. De soldaat achteraan rechts op de foto is Patrick Feijen. Zijn zoon, Guido Feijen, had die foto aan de gemeente Hamont-Achel opgestuurd met de vraag of er nog andere soldaten herkend werden.
Ik heb mijn grootvader nooit gekend. Maar die ene soldaat staande achteraan links (met witte broek), die trok wel enorm op mijn nonkels. Mijn moeder kon bevestigen dat zij die foto kende van vroeger. De soldaat op de achterste rij links is dus wel degelijk Martinus Evers.

HamontenarenInAuvours19160430_Bijgewerkt.jpg

Martinus Evers onderweg naar Engeland

Ik weet zeer weinig over mijn grootvader met zekerheid. Ik heb hem nooit gekend. Mijn moeder was 4 jaar toen haar vader stierf. Ik ken alleen een aantal verhalen over mijn grootvader. Wat ik wel zeker weet is dat hij op 16 februari 1916 is ingelijfd in het Belgische leger te Folkestone. Ik mag dan ook veronderstellen dat hij op 13 februari 1916 al onderweg was naar Engeland. Alleen of met kameraden ? Wie zal het zeggen ? Feit is wel dat hij in februari 1916 geen last heeft gehad van de dodendraad. Die was toen nog aangelegd aan de quatre-bras, dus ten zuiden van Hamont. Martinus Evers kon dus met gemak de Belgisch-Nederlandse grens oversteken zonder dat hij beroep moest doen op een passeur. Op de foto hieronder staat hij helemaal rechts.

MartinusEvers01

Strafexpeditie in Lanaken

Edgar de Caritat de Peruzzis

Edgar de Caritat de Peruzzis

Begin oktober 1914 gaat alle aandacht uit naar Antwerpen dat op het punt staat te vallen. Maar er wordt ook hevig gevochten in Limburg. Daar zijn de troepen van generaal De Schepper nog altijd actief en hebben ze het de Duitsers behoorlijk lastig gemaakt. De Schepper zit vooral in het noorden van Limburg. Maar ook in het zuiden van Limburg laten de Belgen zich niet doen. In Lanaken is er een verzetsgroep actief onder leiding van de burgemeester Edgar de Caritat de Peruzzis. Deze groep verzet zich met hand en tand tegen de Duitse troepen. Als een Duitse verkenningseenheid per tram in Lanaken aankomt, wordt ze op een kogelregen onthaald.

Begin oktober hebben de Duitsers er genoeg van. Vanuit Tongeren wordt een strafexpeditie op pad gestuurd om het “Fort Lanaken” een lesje te leren. Op 4 oktober 1914 openen Duitse kanonnen in alle vroegte het vuur. Enkele granaten raken de kerk, terwijl de ochtendmis nog bezig is. Ook de brouwerij van burgemeester Caritat de Peruzzis wordt in de as gelegd. De burgemeester trekt zich samen met zijn legertje terug richting noord-Limburg, waar hij op 7 oktober 1914 in Hamont door een Duitse kogel wordt gedood.

de eerste Hamontenaar sneuvelt in Vottem

Jean Geusens

Jean Geusens

Jean Geusens is de eerste Hamontenaar die sneuvelt in Vottem in de nacht van 5 op 6 augustus 1914. Hij is een van de 22 Belgen die gedood worden als hun groep onverwacht uitkomt bij Duitse soldaten die direct het vuur openen. Commandant Van Loo sterft als een van de eersten in een vuurgevecht waarbij 22 Belgen en 11 Duitsers het leven verliezen. Na het vuurgevecht neemt pastoor Crèvecoeur het initiatief om alle gesneuvelde soldaten in de parochiezaal te verzamelen. Daar worden de dode soldaten gefotografeerd door meneer Lajot. Op de meeste foto’s zie je duidelijk dat iemand met de hand het hoofd van de dode soldaat recht houdt. Vaak hebben deze helpers op de achtergrond een sigaret in de mondhoeken, waarschijnlijk om de geur van de lijken te verdoezelen. De inwoners van Vottem begroeven de soldaten gescheiden volgens nationaliteit. De foto’s werden later nog gebruikt om de soldaten te identificeren. Daarna verdwijnen de foto’s decennialang. Tot een Nederlands echtpaar de foto’s koopt op een vlooienmarkt. Dit echtpaar brengt de foto’s onder in het “In Flanders Fields” museum in Ieper. (bron Guido Knopp, der erste Weltkrieg – die Bilanz in Bildern, p. 44-45)

Dit verhaal is ook aan bod gekomen op deredactie.be : de foto’s van Vottem. Verder is het verhaal van Jean Geusens ook in detail te lezen op noordlimburg1914-1918.be