Martinus Evers houder van de vuurkaart

Na de oorlog kregen de overlevende soldaten een bewijs dat de ze Groote Oorlog overleefd hadden. Deze Belgische soldaten werden houder van de vuurkaart. Martinus Evers kreeg daarvoor een gedenkpenning, die hieronder staat afgebeeld. Op de achterkant van deze penning staat zijn naam duidelijk te lezen.

MedailleMartinusEvers03

Hamontenaren in Auvours

Op 30 april 1916 is onderstaande foto gemaakt. Het bordje bij de Belgische soldaten vermeldt datum en plaats : Auvours (in de gemeente Champagné vlak bij Le Mans). Hier ligt een Frans militair kamp dat onder de eerste wereldoorlog is toegewezen aan de Belgen. Door de verovering van het grootste deel van België had de Belgische militaire overheid natuurlijk nergens in eigen land opleidingskampen. Onder meer in Auvours konden ze de opleiding organiseren.

Het bordje onderaan vermeldt ook dat het gaat om Hamontenaren. In 2012 heb ik deze foto gevonden op de website van de gemeente Hamont-Achel. De soldaat achteraan rechts op de foto is Patrick Feijen. Zijn zoon, Guido Feijen, had die foto aan de gemeente Hamont-Achel opgestuurd met de vraag of er nog andere soldaten herkend werden.
Ik heb mijn grootvader nooit gekend. Maar die ene soldaat staande achteraan links (met witte broek), die trok wel enorm op mijn nonkels. Mijn moeder kon bevestigen dat zij die foto kende van vroeger. De soldaat op de achterste rij links is dus wel degelijk Martinus Evers.

HamontenarenInAuvours19160430_Bijgewerkt.jpg

Martinus Evers onderweg naar Engeland

Ik weet zeer weinig over mijn grootvader met zekerheid. Ik heb hem nooit gekend. Mijn moeder was 4 jaar toen haar vader stierf. Ik ken alleen een aantal verhalen over mijn grootvader. Wat ik wel zeker weet is dat hij op 16 februari 1916 is ingelijfd in het Belgische leger te Folkestone. Ik mag dan ook veronderstellen dat hij op 13 februari 1916 al onderweg was naar Engeland. Alleen of met kameraden ? Wie zal het zeggen ? Feit is wel dat hij in februari 1916 geen last heeft gehad van de dodendraad. Die was toen nog aangelegd aan de quatre-bras, dus ten zuiden van Hamont. Martinus Evers kon dus met gemak de Belgisch-Nederlandse grens oversteken zonder dat hij beroep moest doen op een passeur. Op de foto hieronder staat hij helemaal rechts.

MartinusEvers01

Strafexpeditie in Lanaken

Edgar de Caritat de Peruzzis

Edgar de Caritat de Peruzzis

Begin oktober 1914 gaat alle aandacht uit naar Antwerpen dat op het punt staat te vallen. Maar er wordt ook hevig gevochten in Limburg. Daar zijn de troepen van generaal De Schepper nog altijd actief en hebben ze het de Duitsers behoorlijk lastig gemaakt. De Schepper zit vooral in het noorden van Limburg. Maar ook in het zuiden van Limburg laten de Belgen zich niet doen. In Lanaken is er een verzetsgroep actief onder leiding van de burgemeester Edgar de Caritat de Peruzzis. Deze groep verzet zich met hand en tand tegen de Duitse troepen. Als een Duitse verkenningseenheid per tram in Lanaken aankomt, wordt ze op een kogelregen onthaald.

Begin oktober hebben de Duitsers er genoeg van. Vanuit Tongeren wordt een strafexpeditie op pad gestuurd om het “Fort Lanaken” een lesje te leren. Op 4 oktober 1914 openen Duitse kanonnen in alle vroegte het vuur. Enkele granaten raken de kerk, terwijl de ochtendmis nog bezig is. Ook de brouwerij van burgemeester Caritat de Peruzzis wordt in de as gelegd. De burgemeester trekt zich samen met zijn legertje terug richting noord-Limburg, waar hij op 7 oktober 1914 in Hamont door een Duitse kogel wordt gedood.

de eerste Hamontenaar sneuvelt in Vottem

Jean Geusens

Jean Geusens

Jean Geusens is de eerste Hamontenaar die sneuvelt in Vottem in de nacht van 5 op 6 augustus 1914. Hij is een van de 22 Belgen die gedood worden als hun groep onverwacht uitkomt bij Duitse soldaten die direct het vuur openen. Commandant Van Loo sterft als een van de eersten in een vuurgevecht waarbij 22 Belgen en 11 Duitsers het leven verliezen. Na het vuurgevecht neemt pastoor Crèvecoeur het initiatief om alle gesneuvelde soldaten in de parochiezaal te verzamelen. Daar worden de dode soldaten gefotografeerd door meneer Lajot. Op de meeste foto’s zie je duidelijk dat iemand met de hand het hoofd van de dode soldaat recht houdt. Vaak hebben deze helpers op de achtergrond een sigaret in de mondhoeken, waarschijnlijk om de geur van de lijken te verdoezelen. De inwoners van Vottem begroeven de soldaten gescheiden volgens nationaliteit. De foto’s werden later nog gebruikt om de soldaten te identificeren. Daarna verdwijnen de foto’s decennialang. Tot een Nederlands echtpaar de foto’s koopt op een vlooienmarkt. Dit echtpaar brengt de foto’s onder in het “In Flanders Fields” museum in Ieper. (bron Guido Knopp, der erste Weltkrieg – die Bilanz in Bildern, p. 44-45)

Dit verhaal is ook aan bod gekomen op deredactie.be : de foto’s van Vottem. Verder is het verhaal van Jean Geusens ook in detail te lezen op noordlimburg1914-1918.be

 

vader Evers op de website van Hamont-Achel

Vandaag heb ik zeer toevallig een foto van mijn eigen grootvader gevonden. Op de website van Hamont-Achel nog wel ! Ik wist al dat vader in 1916 in Auvours was geweest. En dan leek het voor de hand om even te googelen op Auvours + 1916. De tweede website die ik bekijk, is van de stad Hamont-Achel. En daar zie ik een fotyo van Hamontenaren die in 1916 in Auvours waren geweest. Ik bekijk deze foto en zie dat de man achteraan links toch wel een typisch Eversgezicht heeft. Hij lijkt toch heel sterk op familie van mij. Ik druk de foto af en laat ze aan mijn moeder zien. En die herkent de fot van bij haar moeder. De man achteraan links is inderdaad mijn grootvader.

HamontenarenInAuvours19160430_Bijgewerkt

een nieuw verhaal is aan het kiemen

Een nieuw verhaal is aan het kiemen… Enige tijd geleden kreeg ik de vraag van de dochter van een nicht van mij over mijn grootvader, Martinus Evers. Het berichtje via Facebook luidde als volgt :”mama vraagt aan mij of ik kan vragen of jij weet waar jullie grootvader gestreden heeft in de oorlog? (diksmuide, ieper,…)  “.

De vraag kwam na een familiebezoek aan Ieper en omgeving. Enkele jaren geleden ben ik daar ook geweest, heb het oorlogsmuseum bezocht en de Last Post meegemaakt. Zeer indrukwekkend allemaal.

Ik zoek dus even rond op google en krijg van mijn nicht nog wat extra informatie over onze grootvader. Ik mail nog wat met het leger in Brussel en krijg ook daar nog wat informatie. En dan houdt het even op, buiten het feit dat ik wat boeken koop over de eerste wereldoorlog. Ik krijg wel hoe langer hoe meer zin om tegen de zomer van 2012 tijd uit te trekken om na te gaan waar het regiment van mijn grootvader gevochten heeft. De vraag begint me hoe langer hoe meer te intrigeren. Ook al door het feit dat de eerste wereldoorlog meer en meer in de schijnwerpers komt. Het is ten slotte bijna honderd jaar geleden dat die rampzalige oorlog zou beginnen.

Nog wat later spreek ik ’s middags af met een collega die ik al even uit het oog verloren had. Ik spreek haar over mijn idee over het verhaal van mijn grootvader aan het front uit te zoeken. En ze spreekt me over het “war museum” in Londen. Als ik wil, wil ze me wel nog eens gidsen in Londen zoals ze al eens gedaan heeft.

En dan is er de laatste druppel die deze blog van start doet gaan. De broer van de nicht die me de vraag heeft gesteld, noteert op Facebook een citaat van Paulo Coelho. Nu ben ik de laatste weken deze schrijver al googelend meer en meer tegengekomen. Reden is dat een collega van me naar Compostela aan het fietsen is. En op zijn blog zet ik geregeld citaten van Coelho, die zelf ook naar Compostela is gegaan.

En daarna besluit ik zelf met een eigen pelgrimstocht te beginnen. Niet naar Compostela, maar eerder door de tijd richting 1916. Het jaar waarin mijn grootvader in Folkestone ingelijfd zou worden in het Belgische leger…