Edwin Nicholls, dappere koerier

De Australische soldaat Edwin Nicholls behaalt in een periode van vier maanden twee eretekens. Op 6 april 1918 verdient hij een Military Medal voor zijn gedrag als koerier tussen de linies in de buurt van Albert (Frankrijk).

Onderweg naar de achterste linie met een belangrijk bericht helpt hij een paar brancardiers een gewonde officier te dragen. Met de woorden :”Mijn commandant zal me nodig hebben.” keert hij terug naar zijn positie onder een hevige beschieting van sluipschutters. Terwijl de sluipschutters hem onder vuur nemen telekens als ze een glimp van hem opvangen, kruipt hij van inslagput naar inslagput.

Midden augustus 1918 betaalt hij zijn dapperheid met zijn leven. Zijn moeder laat de volgende tekst op zijn grafsteen beitelen :

Hij leeft voort in de harten van hen die hij achterliet. Een leven dat we niet kunnen vergeten. Moeder.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Bij gebrek aan een foto van deze koerier plaats ik een schilderij van Gilbert O’Sullivan met brancardiers.

ww-art-gilbert-osullivan

een Australisch eenmansleger

Op een Australische site lezen we hoe sergeant Stanley McDougall terecht een Victoria Cross verdiende. 

In de ochtendmist komen de Duitsers op 28 maart 1918 langs de spoorbaan uit Albert bij Dernancourt. Ze worden in het begin persoonlijk door Stanley McDougall tegengehouden. Als de Duitsers erin slagen vaste voet in een Australische linie te krijgen, valt sergeant McDougall alweer in zijn eentje de Duitse stelling aan. Hij doodt zeven mannen en neemt een machinegeweer in beslag dat hij op de aanvallers richt waardoor hij hen op de vlucht jaagt en veel slachtoffers veroorzaakt. Hij zet zijn aanval voort tot zijn munitie op is, grijpt dan een bajonet en doodt nog drie manschappen en een officier. Daarna doodt hij nog meer Duitse soldaten met een Lewis machinegeweer en zorgt ervoor dat er 33 Duitsers worden gevangengenomen.  

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

StanleyMcDougall_VC_1918

zonsopgang in Passendale

frank-hurleyIn de Angelsaksische wereld is het een van de bekendste foto’s van de eerste wereldoorlog :”de morgen na de eerste slag bij Passendale” van de Australiër Frank Hurley. We zien een apocalyptische omgeving, gewonde Australische soldaten in een naargeestig landschap. En in contrast daarmee een stralende zonsopgang.

Frank Hurley was als tweede Australische officiële oorlogsfotograaf naar Vlaanderen getrokken in de zomer van 1917. Hij zoekt naar dramatische effecten in zijn foto’s. Het is juist die combinatie die van zijn foto een icoon maakt.

bron : Guido Knopp, der erste Weltkrieg – die Bilanz in Bildern, Edel

Morning_a_Passchendaele_Frank_Hurley

de laatste brief van Horace Rex

De Australische luitenant Horace Joseph Rex schrijft een brief op 24 september 1917 aan zijn moeder vanuit Flanders Fields. Zijn laatste brief want op 7 oktober 1917 sneuvelt hij. Op de Mensenpoort staat zijn naam naast die van duizenden andere oorlogshelden zonder graf…

HoraceJosephRexJe hebt ongetwijfeld gehoord over het Australische aandeel in de grote aanval. De jongens haalden gemakkelijk al hun objectieven. In feite beklaagden ze zich dat de moffen niet wilden vechten. Een sergeant van het 10e bataljon viel een versterkte vesting aan en voor dat ze goed wisten wat er aan de hand was, staken due Hunnen de armen in de lucht en smeekten om erbarmen. Onze sergeant sloeg de eerste man neer en beval zijn mannen om komaf te maken met de rest. Wat ze ook prompt deden. Dit is natuurlijk maar een voorbeeld uit de vele.

We namen Glencorse Wood in, Nonnenbosschen Wood en vervolgens Polygon Wood. Het is werkelijk om te lachen dat ze die plekken bossen nemen. Ik kan je niet beschrijven hoe ze eruit zien : toegetakeld, verscheurd en omgewoeld alsof er om de 10 meter een aardbeving plaatsvond. Slechts hier en daar staat er nog een stronk overeind.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

PolygonWood_1917

de resten van Ieper

Kapitein Frank Hurley, officieel oorlogsfotograaf van het Australisch leger, schrijft op 3 september 1917 in zijn dagboek hoe Ieper eruit ziet.

De mooie toren is nu een zielige hoop bakstenen met littekens en vol kogelgaten. De prachtige gebeeldhouwde muren zitten vol granaatscherven waarbij geen spoor is overgebleven van het beeldhouwwerk. De beelden zijn onthoofd en de prachtige zuilen en gebeeldhouwde pilaren liggen als gevallen reuzen dwars over de verwrongen overblijfsels van daken en andere bovenbouwwerken. O, het is te erg voor woorden.

Toeristische tip : In het centrum van de vredesstad Ieper, in de ooit kapotgeschoten Lakenhallen op de Grote Markt, is nu het In Flanders Fields museum ondergebracht. Eem absolute aanrader voor iedereen die wil kennis maken met talrijke uiteenlopende aspecten van de Groote Oorlog.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Ieper1917_01

Eenzame Taube boven Ieper

De Autralische militair Viv Smythe schrijft op 23 september 1916 vanuit Flanders Fields een brief aan zijn geliefde.

Sinds we hier zijn, rusten we. In de loopgraven zijn we nog niet geweest. Ik denk taube03trouwens dat ze in een lamentabele toestand zijn en nog niet hersteld werden sinds de derde slag om Ieper. Het weer is koud en nat geweest maar
vandaag is een heerlijke dag. En dan duikt natuurlijk ook onze vriend de Taube op. We weten dat hij daar ergens moet vliegen want we horen het afweergeschut en we zien de witte wolkjes aan de hemel die het veroorzaakt. Je moet al bijzonder goede ogen hebben om zo’n Duits vliegtuigje waar te nemen. Misschien is die Taube alleen maar opgestegen voor het morele effect : om de eigen troepen wat op te peppen nu ze beslist ontgoocheld zijn dat onze vliegtuigen zo laag overvliegen terwijl de hunnen nog nauwelijks opstijgen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

Kindsoldaten sneuvelen ook

Nogal wat jongeren geven een valse leeftijd op om soldaat te kunnen worden. Een van hen, de Australiër John Stanley Adams, sneuvelt op 16 augustus 1916 in Mouquet Farm, bij Pozières (Frankrijk).

In Australië is de minimum leeftijd voor soldaten 21 jaar, of 18 wanneer je de toestemming hebt van je ouders of voogd. Toen John Stanley zich in januari 1916 in Sydney aanmeldde voor legerdienst, vertelde hij dat hij 18 jaar en 1 maand oud was. Zijn vader schreef later dat hij pas 16 jaar was bij zijn overlijden.

John Stanley Adams krijgt een graf nabij de plek waar hij sterft, maar na de oorlog is zijn graf onvindbaar. Hij staat wel vermeld op het Australian Memorial in Villers-Bretonneux (ten oosten van Amiens).

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

BoySoldiersGreatWar