Aanval op de Hindenburglinie

De geallieerde aanvallen de voorbije weken drongen de Duitsers achteruit, zodat die nu op de Hindenburglinie zitten. De acties van 18 september 1918 moeten duidelijk maken hoe moeilijk die hindernis is.

de 1e en 4e Australische divisie vallen na de voorste rand van de Hindenburglinie aan samen met Britse troepen. Vanaf 5u20 is er aanhoudend spervuur, voor velen het zwaarste dat ze ooit meemaakten. Het is mistig en het regent.

Om 8u30 rukken de geallieerden op naar hun volgende doel, oude Britse loopgraven die nu opgenomen zijn in de Hindenburglinie. Versterking na versterking nemen ze in, tot ze de heuvelrug bereiken bij de voornaamste Duitse versterkingen.

De doelstelling voor vandaag is gehaald, ten koste van 1260 mannen. Nu begint het bij de geallieerden door te dringen dat ze deze vermaledijde oorlog nog kunnen winnen voor het einde van het jaar.

De schilderij hieronder is van Will Longstaff, getiteld “BReaking the Hindenburg Line”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

WillLongstaff_Breaking_the_hindenburg_line

de denkende soldaat van Merkem

Bij een aanval op 9 september 1918 ’s morgens vroeg in Merkem hoort student-vrijwilliger Armand Van Eecke bij de eerste groep, die de Duitse prikkeldraad-versperringen moet doorknippen voor de manschappen die volgen. Tijdens die operatie treft een Duitse kogel hem dodelijk.

ArmandVanEecke_19180909

Enige tijd na de oorlog koopt zijn familie een lapje grond om er een standbeeld te plaatsen voor hem. Grond en standbeeld worden betaald door de Van Eeckes. Het beeld , volgens een portret van Armand Van Eecke, toont een soldaat die nadenkt over de zin en betekenis van de oorlog. Jarenlang onderhoudt de familie het standbeeld en het perkje, tot alles in 1982 overgedragen wordt aan de gemeente Houthulst. Het standbeeld van Armand Van Eecke staat op de Iepersesteenweg in Merkem, tussen de huisnummers 51A en 53, ruim een kilometer buiten de dorpskern.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

dodendans aan het Ijzerfront

Op 29 augustus 1918 noteert Raoul Snoeck het volgende in zijn dagboek :

Wat ik de laatste dagen meemaakte, overtreft alles in wreedheid van wat ik tot nog toe heb ervaren. Toen de oorlog begon, waren we mensen, stilaan werden we soldaten, maar de Duitsers hebben van ons moordenaars gemaakt. Oorlog is geen pretje. Onze jongens zijn ten aanval gestormd met bijlen van de Genie. Van de Duitsers die ze meebrachten, bleef slechts gehakt over : rompen, armen en benen. Ze stonden in bewondering voor een vormloze massa mensenvlees. Ze grimlachten want ze hadden zich gewroken.

Nooit zal mijn pen kunnen beschrijven welke ijselijke verschrikkingen ik gezien heb. Wie niet aan deze homerische worsteling deelnam, kan zich geen idee vormen van de waarheid. De oorlog is afschuwelijk. Waarom zou men de oorlog menselijker maken ? Wie hem te wreed vindt, moet hem afschaffen. De vijand voert oorlog op een verfoeilijke manier, wij betalen hem met gelijke munt terug.

Sinds verscheidene weken en maanden moorden we zonder ophouden. Ik heb hopen levenloze onherkenbaren wezens gezien. Enkele uren voordien waren dat nog levenden de konden nadenken en beminnen. In deze wrede oorlog heb ik afgrijselijke dingen meegemaakt.

bron : Raoul Snoeck, In de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck – Ducaju & Zoon

De tekening hieronder is van de Duitse kunstenaar Otto Dix die zelf ook aan het front gevochten heeft. De titel is “Totentanz”.

OttoDix_Totentanz

 

Rode terreur in Rusland

Officieel gaat de Rode terreur op 5 september 1918 van start doordat de Cheka (de dienst voor staatsveiligheid van de bolsjewieken) een decreet daaromtrent uitvaardigt. Deze Rode terreur is een grootschalige actie om contrarevolutionairen uit te schakelen, in theorie iedereen die hoorde tot de leidende klasse onder het vorige bewind.

Deze grootschalige repressie betekent ook een soort van weerwraak omwille van de mislukte moordaanslag op Lenin op 30 augustus 1918. Herstellend van de aanslag geeft hij de opdracht om “in het geheim en dringend voorbereidingen te treffen voor terreur”.

De Rode terreur neemt allerlei vormen aan : executies, afschuwelijke martelingen, slachtpartijen, moorden, goelags… Schattingen van het aantal slachtoffers lopen uiteen van vele tienduizenden tot een miljoen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De schilderij hieronder is van Ivan Vladimirov, getiteld “in de kelders van de Cheka”.

IvanVladimirov_InTheBasementOfTheCheka

 

dood van Joe English

dood van Joe English

In het legerhospitaal van Vinkem overlijdt op 31 augustus 1918 de veelzijdige Vlaamse kunstenaar Joe English, wellicht aan de gevolgen van een slecht verzorgde blindedarmonsteking. Bij zijn graf in Steenkerke vindt in 1920 de eerste Ijzerbedevaart plaats. Tien jaar later wordt hij bijgezet in de crypte van de Ijzertoren.

Joe English, zoon van een Ierse vader en een Vlaamse moeder, groeit op in Brugge. Bij het uitbreken van de oorlog wordt hij gemobiliseerd in Veurne, waar hij dienst doet als bibliothecaris in de Vlaamse soldatenbibliotheek, ontwerpt hij de typische heldenhuldezerkjes voor Vlaamse gesneuvelden.

Joe English self portrait

Joe English – zelfportret

 

Hooge Crater wordt Brits

Tijdens het geallieerde eindoffensief veroveren de geallieerden op 28 augustus 1918 definitief de omgeving van Hooge Crater Cemetery in Zillebeke. Omwille van zijn hoogte en de strategische ligging is de heuvel een fel bevochten plek.

Het aantal malen dat deze locatie tijdens de oorlog van kamp wisselt, is nog bij te houden mits enige inspanning. Het aantal militairen van beide kampen dat hier sneuvelde, is niet te schatten. De bijna zesduizend geallieerde oorlogsslachtoffers op deze begraafplaats geven al een indicatie. Dat bijna zestig procent van hen niet geïdentificeerd is, wijst onmiskenbaar op de felheid van de gevechten.

Op Hooge Crater Cemetery rusten behalve ruim 5000 Britse doden ook 513 Australiërs, 121 Nieuw-Zeelanders en 106 Canadezen.

Het schilderij hieronder is van George Butler en is getiteld “Menin Road from Hooge Crater”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

george-butler-MeninRoadFromHoogeCrater

honger kwelt de krijgsgevangenen

De Legerbode bericht op 24 augustus 1918 over Britse en Russische krijgsgevangenen die voor de Duitsers moeten werken.

Sedert augustus 1917 werken Britse en Russische krijgsgevangenen aan het aanleggen van een verbindingsspoor tussen de tram van Festingue en het station van Nechin. De behandeling van deze ongelukkigen door hun Duitse meesters laat veel te wensen over, in het bijzonder voor wat de voeding betreft.

De heer Du Chatelet, brouwer, was er reeds enkele malen in geslaagd hen levensmiddelen te bezorgen in bussels stro, maar dat werd op een dag door de moffen ontdekt. De achtenswaardige burgemeester, die reeds een tijdje werd bespioneerd, werd afgezet en door een Duitser vervangen die nu zeer streng optreedt.

Onderstaande tekening is van de Franse schilder Jean-Pierre Laurens.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://arbrebaz.free.fr/Documents/PrisonniersAB.html

JeanPierreLaurens_SoupePourLesPrisonniersdeGuerre