Evacuatie van Novorossiejsk

Novorossiejsk is een havenstad in Rusland gelegen aan de Zwarte Zee. Op 11 maart 1920 zijn de frontlinies zo’n 40 à 50 kilometer verwijderd. Het Witte Leger trekt zich na de aanhoudende nederlagen tegen het Rode Leger terug in de richting van de havenstad. Er zijn ongeveer 25.200 infanteristen en 26.700 cavaleristen in de omgeving van de stad.

De Britten melden general Anton Denikin dat ze maximaal 5.000 vluchtelingen uit de havenstad kunnen evacueren. Op 13 maart 1920 breekt de eerste paniek uit in de stad. Op 16 maart wordt de zuid-Russische regering ontbonden. Op 17 maart valt Jekaterinodar in handen van het Rode Leger. Op 22 maart 1920 nemen ze het station van Abinsk in. De enige manier om nog goederen en mensen te transporteren is via de spoorlijn, maar die wordt natuurlijk gecontroleerd door de militairen. Het doel is zoveel mogelijk soldaten uit de havenstad te evacueren naar de Krim en daar het Witte Leger te hergroeperen.

Op 25 maart 1920 zit het Rode Leger al in een voorstad van Novorossiejsk. Hierdoor wordt de spoorlijn afgesneden en het Witte Leger moet zijn gepantserde treinen achterlaten.

In de nacht van 25 op 26 maart begint het Witte leger aan de evacuatie. Ze steken opslagplaatsen in de haven en tanks met olie in brand. De Britten helpen bij de evacuatie en vanop hun schepen vuren ze naar de posities van het Rode Leger. Op 26 maart 1920 vaart het laatste schip, een Italiaanse cargo Baron Beck  de haven binnen. Paniek maakt zich meester van de wachtenden op de kade aangezien ze niet weten waar het schip gaat aanmeren. De paniek wordt nog groter als mensen elkaar verdringen om toch een plaatsje te bemachtigen.

Op 27 maart 1920 neemt het Rode leger de havenstad in. Enkele achtergebleven Witte regimenten geven zich over. In totaal kunnen 40.000 soldaten ontsnappen maar zonder paarden of zwaar materieel. Ongeveer 20.000 soldaten vallen in handen van het Rode Leger. Generaal Denikin neemt de verantwoordelijkheid van de mislukte evacuatie op zich en wordt vervangen door Pjotr Wrangel als opperbevelhebber van het Witte Leger.

Bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Evacuation_of_Novorossiysk_(1920)

Onderstaande schilderij is van Ivan Vladimirov, getiteld “vlucht van de burgerij uit Novorossiejsk”.

Orel-Koersk operatie

Tot oktober 1919 lijkt het erop dat de Witte legers succesvol zijn in hun opmars naar Moskou. Je kan de voorgeschiedenis lezen in dit artikel. In september 1919 slaan de Witte legers een tegenoffensief van het Rode leger bij Kharkov af en hernemen hun opmars naar Moskou met de inname van grote steden zoals Koersk, Orel en Toela.

Het Rode leger stuurt versterkingen naar het front nabij Orel onder leiding van generaal Yegorov. Met die versterkingen komen ze in de Orel sector aan een totaal van 52.000 infanteristen, meer dan 7.000 cavaleristen, 278 kanonnen, 1.119 machinegeweren. Daarmee hebben ze een numerieke superioriteit van 3 tegen 1 ten opzichte van de Witten.

Op 11 oktober 1919 begint het Rode leger aan het offensief. De Witten reageren onmiddellijk en op 13 oktober 1919 nemen ze Orel in. Dit is het meest noordelijke punt dat het Witte leger kan bereiken. Daarmee staat het op 330 kilometer van Moskou en dichter zullen de Witten niet meer geraken. Yegorov stuurt zijn Rode schoktroepen diep in de linies van de Witten en op 15 oktober nemen ze Kromy in. Dan beginnen de Witten aan defensieve gevechten om hun linies te herstellen. Op 20 oktober zijn ze echter verplicht Orel weer te verlaten.

Daarmee zijn de gevechten nog niet ten einde. Op 24 oktober nemen de Witten Kromy weer in dat ze op 27 oktober weer aan de Roden verliezen. Op 3 november 1919 nemen de Roden Livny in, waarmee ze de Witten weer meer naar het zuiden hebben teruggedrongen. Het Rode leger is nog niet aan het einde van het offensief en stelt een volgend doel voorop : Koersk !

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Orel–Kursk_operation

Onderstaande schilderij toont de inname van Orel door het Rode leger.

vredesverdrag ondertekend in Versailles

De Franse premier Clémenceau beslist dat het vredesverdrag zal worden ondertekend op 28 juni, precies vijf jaar nadat Gavrilo Princip in Sarajevo de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand en zijn vrouw Sophie neerschoot. Als locatie heeft Clémenceau de spiegelzaal van het paleis van Versailles gekozen. Het is de plaats waar in 1871 het Duitse keizerrijk werd uitgeroepen en Wilhelm I tot keizer werd gekroond. Hoeveel groter kan de vernedering voor Duitsland zijn.

In de spiegelzaal zoeken op 28 juni 1919 de afgevaardigden van meer dan dertig landen hun plaats. De onderhandelaars nemen plaats in het midden van de zaal. Recht tegenover hen is een plaats gereserveerd voor de Duitsers. Wanneer iedereen heeft plaatsgenomen, staat Clémenceau op. Het is precies 15 uur. “Faites entrer les Allemands.”, zegt hij. Achterin de zaal gaat een deur open. Twee deurwaarders stappen binnen, gevolgd door officieren uit Frankrijk, Groot-Brittannië , Amerika en Italië. Dan volgen de nieuwe Duitse minister van Buitenlandse zaken Herman Müller en de minister van transport Johannes Bell, die om 3 uur ’s ochtends vanuit Berlijn zijn aangekomen. Zodra zij hebben plaatsgenomen, neemt Clémenceau opnieuw het woord :”Messieurs, la séance est ouverte. Nous sommes ici pour signer le traité de paix.”. De Duitsers staan op, ze weten dat zij als eersten het verdrag moeten ondertekenen. In een doodse stilte zetten zij hun handtekening onder het verdrag. Terwijl de vertegenwoordigers van de andere landen opstaan om op hun beurt het verdrag te ondertekenen, gaat er een zucht van opluchting door de zaal. Buiten klinken kanonschoten een eresaluut aan de onderhandelaars, die aan meer dan vier jaar oorlog eindelijk een einde maken. Door de open ramen van de spiegelzaal is het gejoel van een juichende menigte te horen.

Bijna een uur later zijn alle documenten door de officiële vertegenwoordigers ondertekend. De Duitsers worden weer naar buiten geleid via de zijingang, de weg waarlangs zij gekomen zijn. Nog dezelfde avond keren zij terug naar Berlijn. Op de Parijse boulevards viert een gigantische mensenmenigte tot diep in de nacht het echte einde van de eerste wereldoorlog.

Onderstaande schilderij is van William Orpin, the signing of the Peace

bron : Mark de Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau

het einde van de Duitse vloot

De wapenstilstand die de Duitsers in Compiègne hebben onderteken, verplicht hen hun vloot te ontwapenen en onder bewaking te stellen van de geallieerden. Vanaf 22 november 1918 ligt de Duitse vloot voor anker in Scapa Flow, de thuisbasis van de Britse marine. De bemanning is drastisch gereduceerd. Van de 20.000 bemanningsleden, blijven er nog 4.500 aan boord, onder het bevel van 250 officieren.

Op de vredesconferentie die in Parijs gehouden wordt, is het lot van de schepen voer voor discussie. Fransen en Italianen vinden dat een deel van de schepen hen toekomt. Dat is niet naar de zin van de Britten, omdat het hun hegemonie op zee zou verminderen.

In juni 1919 verplichten de Britten de Duitsers hun bemanning verder in te krimpen. Er blijven nog 1700 matrozen en officieren over. Op de ochtend van 21 juni 1919 vertrekken de meeste Britse oorlogsschepen voor manoeuvres op volle zee. Alleen 2 torpedojagers blijven achter om de Duitse schepen te bewaken. Om 11u20 seint de Duitse bevelhebber von Reuter de andere schepen :”Paragraaf 11. Bevestigen.”. Op alle Duitse schepen worden daarna de zeeventielen geopend en ook de deuren die de waterdichte schotten afsluiten. Ze worden allemaal onklaar gemaakt zodat ze niet opnieuw gesloten kunnen worden. Zodra de eerste schepen kort daarna slagzij beginnen te maken en de Duitse bemanningsleden hun schepen verlaten, beseffen de Britten wat er aan de hand is. De Britse schepen die ’s ochtends zijn uitgevaren, worden in allerijl teruggeroepen, maar het is te laat om in te grijpen. Om 12u16 verdwijnt de reusachtige Friedrich der Grosse als eerste in de golven. Even later volgen tal van andere schepen. In totaal zinken die namiddag 52 Duitse oorlogsschepen, waaronder vijftien van de zestien grote slagschepen en kruisers. De rest wordt door de Britten weggesleept of aan wal getrokken. Acht Duitse matrozen en een officier worden tijdens de actie neergeschoten, alle anderen brengen het er veilig vanaf. Zij belanden in een krijgsgevangenenkamp, van waaruit zij in januari 1920 weer naar Duitsland vertrekken.

Nog voor de tweede wereldoorlog worden enkele tientallen schepen opnieuw gelicht. Zeven rusten nog altijd op de zeebodem, waar zij een beschermd monument vormen en een geliefd doel voor diepzeeduikers.

bron : Mark de Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau

De schilderij hieronder is van Bernard Gribble.

begin van de Samil beweging

Sinds 1905 is Korea een protectoraat van Japan. Aan de onafhankelijkheid van Korea komt een einde door twee verdragen in 1905 en 1910. Dit is een gevolg van de Japans-Russische oorlog in 1905. Na de Russische nederlaag breidt Japan zijn invloedsfeer uit. Eerste slachtoffer is Korea.

De verklaringen van de Amerikaanse president Wilson op de vredesconferentie in Versailles in januari 1919 dat ieder volk recht heeft op zelfbeschikking, vinden ook in Korea gehoor. Op 1 maart 1919 start de Samil beweging met een demonstratie waabij  de onafhankelijkheid van Korea wordt uitgeroepen. Samilbeweging betekent letterlijk 3-1 beweging en verwijst daarmee naar de maand en de dag waarop deze beweging is gestart.

 Daarna volgen nog een reeks betogingen tot in april 1919. Tegen dan zijn er 1.500 demonstraties geweest waarop 2 miljoen Koreanen aanwezig waren. Ve Japanners reageren met geweld en jagen de leden van de beweging op. Velen vluchten naar China. Tegen 11 april 1919 zijn er 7.509 Koreanen gedood, 15.849 gewond en 46.303 gearresteerd.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/March_1st_Movement

Lam Gods duikt weer op

De centrale panelen van het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck hangen op 30 november 1918 weer op de vertrouwde plaats in de Sint-Baafskathedraal in Gent. Nu de Duitse troepen weg zijn, worden deze panelen weer uit hun schuilplaats gehaald.

Al in het begin van de oorlog heeft kanunnik Gabriël Van den Gheyn van de Sint-Baafskathedraal de nodige voorzorgen genomen en de centrale panelen van het schilderij laten verbergen. Om de Duitsers te misleiden, wordt een fictief document opgemaakt over het transport van de panelen naar Londen.

In de loop van de oorlog wantrouwen de Duitsers dit Londense verhaal steeds meer en zoeken intensief naar de panelen. Begin 1918 komen ze akelig dicht in de buurt. Daarom worden de twee centrale panelen opnieuw verhuisd. Opdat het minder argwaan zou krijgen, gebeurt dit bij klaarlichte dag, niet ’s nachts.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De laatste Duitsers verlaten Antwerpen

Auteur René Vermandere beschrijft de uittocht van de vijand uit Antwerpen op 15 november 1918

Eindelijk, op 15 november, trekt de vijand hier voorgoed weg en de laatste Duitsers die hier zijn, worden onze krijgsgevangenen. Ze laten ons hun zieken, ja dragen ons zelfs het begraven van hun doden op. Ergerlijke ontdekkingen daaromtrent brengen veel dingen aan het licht die de menselijkheid van de heengaanden doet betwijfelen.
De laatste Duitsers die we zien, houden stil op de Kunstlei. Het is een optocht die aan een van de grote volksverhuizingen van voor Christus doet denken. Wagens, paarden, wapens, ransels, in één woord, dezelfde rommel waaraan onze straten bijna gewend raakten.

Om de vreugde van de Antwerpenaar te onderlijnen doen we graag een beroep op de Antwerpse kunstenaar Eugeen van Mieghem die in 1918 onderstaande tekening heeft gemaakt met de passende titel “Heraus”. 
bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Staakt-het-vuren aan het westelijk front

Op 7 november 1918 overschrijden een aantal Duitse wagen de frontlinies nabij Buironfosse (Aisne) op de weg van Haudroy naar La Capelle. Aan boord zijn Matthias Erzberger, een diplomaat graaf von Oberndorff, een militair attaché met de nodige kennis van het Frans generaal von Winterfeldt, een tolk kapitein von Helldorf, een stenograaf en 2 andere militairen. Korporaal Pierre Sellier is de klaroenblazer die voor het eerst het staakt-het-vuren blaast aan het westelijk front.

De Duitse delegatie wordt naar de villa Pasques geleid in La Capelle om de onderhandelingen over de wapenstilstand voor te bereiden. Onder leiding van commandant de Bourbon Busset rijden de zes wagens naar het station van Tergnier waar een trein op hen wacht. Die trein brengt hen naar een rustige plek nabij Compiègne. Daar wacht een andere trein met aan boord maarschalk Foch. De Duitse delegatie komt aan op 8 november 5u30. Daarna begint matthias Erzberger aan drie lange dagen die hij beschrijft als een ware calvarie.

Onderstaande tekening is van Georges Scott.

bronhttps://fr.wikipedia.org/wiki/Armistice_de_1918

GeorgesScott_CessezLeFeu

Gavere verliest zijn kerktoren

De voorbije dagen zijn de geallieerden reeds begonnen met het door de Duitsers bezette Gavere te bestoken. In de loop van de namiddag van 7 november 1918 is de beschieting preciezer : de kerktoren die de Duitsers gebruiken als observatiepost, moet eraan geloven. Ook huizen rond de kerk delen in de klappen en raken helemaal of deels vernield.

Een geallieerde poging, de volgende dag, om de Schelde over te steken mislukt. Tientallen militairen sneuvelen daarbij.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Onderstaande schilderij is van Eugeen van Mieghem, getiteld “verwoest dorp”.

VanMieghem_VerwoestDorp

wachten op de aanval op de Flandern Stellung

Een Belgische soldaat van de 5e linie vertelt over de minuten voor een aanval op 14 oktober 1918 op de Flandern Stellung in Moorslede.

Om 4 uur verlaten we de dekking. De nacht is schoon, ietwat kil. Het uitspansel zit vol sterren. De aanval zal onder mooi weer gebeuren. Alles is kalm. Ik bekijk de traag opdagende manschappen. Hun gelaat is vastberaden, bewegingsloos. Doch de ogen blinken. Zeker moet deze gedachte door hun geest wemelen : hoeveel van ons zullen er straks vallen ?

Plots flikkeren korte klaarten langs de vijandelijke linies. Een Duitse batterij schiet. De schoten klinken helder. De projectielen vliegen schuifelen over ons hoofd en gaan ver achter ons barsten op de weg van Moorslede naar Roeselare. Het geluid van de ontploffing wordt door de echo herhaal, verflauwt en sterft uit. De stilte bedenkt de aarde opnieuw.

De tekening hieronder is van de Franse striptekenaar Jacques Tardi.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Tardi_19181014