de loopgraven van Thomas Ernest Hulme

T_E_HulmeAf en toe gebeurt het dat ik een gebeurtenis niet dag op dag 100 jaar later op deze blog vermeld. Bij sommige gebeurtenissen ben ik dan liever iets te laat dan dat ik het helemaal niet vermeld. Zo’n gebeurtenis is de dood van Thomas Ernest Hulme, gestorven in Oostduinkerke op 28 september 1917.

Thomas Hulme studeert in 1904 aan de universiteit van  Cambridge waar hij tot twee maal toe wegens onbehoorlijk gedrag wordt geschorst. In 1906 en 1907 werkt hij op boerderijen en houtzagerijen in Canada. Als hij terugkeert naar Groot-Brittannië, vertaalt hij het werk van Henri Bergson waarvoor hij de nodige erkenning krijgt.

In 1914 wordt hij als vrijwilliger ingelijfd in het Britse leger. Hij raakt gewond in 1916 en keert terug naar het front in 1917. Daar wordt hij 4 dagen na zijn 34e verjaardag door een Duitse obus in stukken gereten in Oostduinkerke, nabij Nieuwpoort. Blijkbaar was hij te zeer in gedachten verzonken om te schuilen voor de obus die de anderen wel hadden horen aankomen.

De tekening hieronder is van Ivan Petrus Adriaenssens en komt uit de graphic novel “Afspraak in Nieuwpoort”.

AfspraakInNieuwPoort_TEHulme

 

 

Trenches : St Eloi

Over the flat slope of St Eloi
A wide wall of sand bags.
Night,
In the silence desultory men
Pottering over small fires,
Cleaning their mess-tins;
To and fro, from the lines,
Men walk as on Picaddilly,
Making paths in the dark,
Through scattered dead horses,
Over a dead Belgian’s belly.

The Germans have rockets.
The English have no rockets.
Behind the line, cannon,
hidden, lying back miles.
Before the lines, chaos.

My mind is a corridor.
The minds about me are corridors.
Nothing suggests itself.
There is nothing to do but keep on.

Thomas Ernest Hulme

Loopgraven : Sint-Elooi

Over de glooiing van Sint-Elooi
een zandzakkenwal.
Nacht,
en in de stilte maken linkerhanden
iets boven een vuurtje,
men spoelt een gamel om
van stelling naar stelling en terug
loopt men als op Piccadilly,
maakt men paden in het donker,
tussen hopen dood paard door,
over de dode buik van een Belg heen.

Jerry heeft mortieren.
Tommy heeft geen mortieren.
Achter de linie geschut,
verstopt, mijlen van hier.
Voor de linie chaos.

Ik ben een smalle strook grond.
Men is een smalle strook grond.
Niets oppert zichzelf.
Er valt niets te doen dan door te blijven gaan.

Vertaling : Benno Barnard.

bronnen
http://www.firstworldwar.com/poetsandprose/hulme.htm
https://www.theguardian.com/books/2011/oct/10/poem-of-the-week-t-e-hulme
http://archief.wo1.be/jwe/2001/sintelooi1111/body1.htm
http://www.wo1.be/nl/nieuws/60391/nieuwpoort-eert-britse-en-commonwealth-soldaten-met-memoriaal
https://en.wikipedia.org/wiki/T._E._Hulme

Tyne Cot in Britse handen

Geallieerde troepen veroveren op 4 oktober 1917 de heuvel die bekend zal blijven onder de naam Tyne Cot. De naam Tyne Cot verwijst naar een schuurtje (cottage) dat hier stond en omgeven was door vijf door de Duitsers gebouwde bunkers. Tot voor de Britse verovering was deze plek een versterkte positie van de Duitse Flandern-I-stelling.

De 3rd Australian Division richt na de verovering de grootste van die bunkers in als medische verbandpost. Zoals vaker in de omgeving van medische posten ontstaat er snel een begraafplaats. Na de oorlog  komen hier ook doden van andere locaties terecht en wordt dit de grootste Commonwealth-begraafplaats op het Europese vasteland.

De tekening hieronder is van John Goodchild en dateert van 1919.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

JohnGoodchild_TyneCot

 

slag om Menin Road Ridge

Vijf dagen geleden begonnen de gevechten om de heuvelrug bij de Meensesteenweg, vaak vermeld onder zijn Engelstalige naam Battle of the Menin Road Ridge. De slag, onderdeel van de derde slag om Ieper, eindigt op 25 september 1917 met een Britse overwinning, en belangrijker nog met de wetenschap dat de nieuwe tactiek van generaal Herbert Plumer uitstekend werkt en bovendien de Duitse legerleiding grote kopzorgen baart.

De nieuwe tactiek, bite and hold (bijten en vasthouden), gebruikt de sterke en goed uitgebouwde Duitse defensiestructuur tegen de Duitsers zelf. De generaal kiest voor een zeer zware aanval op een smal front onder aanhoudend gordijnvuur. Zodra dit veroverd is, kunnen de Britten vandaar de uitstekende Duitse versterkingen gebruiken om de vijand te bestoken. Ze gebruiken dezelfde strategie in Polygoon Wood (26 september) en Broodseinde (14 oktober).

Het schilderij hieronder is van Paul Nash, getiteld “the Menin Road”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

PaulNash_MeninRoad

de slag om Frezenberg

De datum van 20 september 1917 is wellicht de meest voorkomende op grafstenen van Zuid-Afrikaanse soldaten in de wijde omgeving van Ieper. Bij het begin van de derde slag om Ieper valt de 9e Schotse divisie aan in de buurt van Frezenberg in Zonnebeke. Tot die Schotse manschappen die deze brigade telt, hoort ook de Zuid-Afrikaanse infanteriebrigade. Van de 2576 manschappen die deze brigade telt, keert slechts de helft ongedeerd terug. De anderen zijn gedood, gewond of vermist. De Zuid-Afrikaanse gesneuvelden worden nadrukkelijk herdacht op het Schots monument op de Frezenberg (Ieperstraat, Zonnebeke).

Het schilderij hieronder toont een tafereel uit deze slag en is van de hand van William Wollen.

WilliamBranesWollen_BattleOfFrezenberg1917

doodsangst voor Gaston Le Roy

Gaston Le Roy noteert het volgende in zijn dagboek op 11 september 1917.

Beschieting. Nooit zag ik de dood zo nabij als vandaag. Ik hield de wacht op een drie meter hoog heuveltje. Het was mooi weer en ik genoot van een schoon vergezicht op onze stellingen en op de Duitse. Tevreden omdat het moorden zo veraf leek, rookte ik dromerig een sigaretje, tot ik tot de werkelijkheid werd teruggeroepen door een dubbele ontploffing in de Duitse lijnen.

benieuwd keek ik naar de stofwolk die uit de grond opsteeg. De Duitsers schieten in hun eigen lijnen, dacht ik. Helaas, daar ontplofte er al één bij mijn heuveltje en één achter de wachtpost. Twee aan twee volgden de granaten rond mijn stelling, hoe langer hoe sneller, de wachtpost was het mikpunt. Mijn toestand werd hachelijk. Ik wou voor de dood mijn post niet verlaten en trachtte me moedig te houden, hoe bang ik ook was. (…) Voor, achter, links en rechts regende het granaten. (…)

Een makker die onder dit satanisch geweld de schuilplaats onder de heuvel had verlaten (een dwaasheid) en bij mij was gekropen, kon niet meer terug en deelde een tijd mijn doodsangst. (…) Zo wachtten we twee eeuwigdurende uren op de dood, die gelukkig niet kwam. We zaten van kop tot teen onder stof en modder.

bron : André Gysel, Gaston le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

de tekening is van Jacques Tardi.

Tardi_01.jpg

Postume prijs voor Hedd Wyn

De Welshe dichter Hedd Wyn (pseudoniem van Ellis Humphrey Evans) krijgt op 6 september 1917 postuum de belangrijkste poëzieprijs van zijn land, de Zetel van de Nationale Eisteddfod.

Een week eerder raakte hij dodelijk gewond op het kruispunt van de Boezingestraat en de Groenestraat in Langemark, bij het Hagebos. Eerder op die dag veroverde hij samen met zijn kameraden van de Royal Welsh Fusiliers nog de Pilkem Ridge in Pilkem, een gehucht van Boezinge.

Hedd Wynn schreef zijn bekroonde gedicht “Yr Arwr” (de held) twee weken voor zijn dood in Fléchin (Frankrijk) toen hij op weg was naar het front in Vlaanderen.

Toeristische tip : Hedd Wyn rust op het Artillery Wood Cemetery (Poezelstraat 3, Boezinge). Er hangt een gedenkplaat aan de gevel van het huis in de Boezingestraat 158 te Langemark bij de plek waar hij sneuvelde. Iedere eerste maandag van de maand is er om 19u een kleine Last Post bij deze gedenkplaat.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Hedd_Wyn.JPG

de vier dagen van de Fray Bentos

Precies om 4u45 in de ochtend van 22 augustus 1917 lanceren Britse troepen een gecombineerde tank- en infanterieaanval op de Duitse stellingen op de strategisch belangrijke Hill 35, nabij Sint-Juliaan (Langemark). De Duitsers willen koste wat het kost hun prima uitzicht vanaf deze heuvel behouden en verdedigen hem dan ook fel met mitrailleurvuur. Toch slagen de Britten er met hun twee per twee opererende tanks al snel in om de vijandelijke voorposten te verdrijven.

De bemanning van tank F.41 (Fray Bentos) speelt een bijzondere rol. De tank komt vast te zitten en kan vooruit noch achteruit, maar ze beschikt wel nog over al haar vuurkracht. Vier dagen houdt de bemanning het uit in de tank, iedere vijandelijke aanval afslaand. Even krijgen ze zelfs te kampen met vuur uit eigen rangen. Tijdens de nacht van de vierde dag slaagt de bemanning erin om de tank te verlaten en zonder bijkomende kwetsuren weer de eigen rangen te bereiken.

De tekening hieronder komt uit de graphic novel van Ivan Petrus Adriaenssens, de laatste Braedy

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Adriaenssens_LastBraedy_FrayBentos