het Nicolaïevsk incident

Nicolaïevsk is een stadje gelegen aan de Amour, een rivier vlakbij de Russisch-Chinese grens. Vanaf september 1918 zijn er Japanse soldaten gelegerd nadat de Japanse regering de Russische burgeroorlog aangrijpt als reden om in te grijpen in het oude Tsaristische rijk.

Begin 1920 is de Japanse aanwezigheid uitgegroeid tot 450 burgers en 350 soldaten. Het Witte leger telt 300 soldaten en de meerderheid van de 15.000 inwoners zijn Russische burgers. In januari 1920 arriveert Yakov Triapitsin, een vage bondgenoot van het Rode leger, met 4.000 soldaten. De Japanners beseffen maar al te goed dat ze in de minderheid zijn en laten toe dat Triapitsin en zijn soldaten de stad binnenkomen met witte vlaggen. In februari laat Triapitsin alle soldaten van het Witte leger arresteren en executeren. In maart 1920 volgt er een ultimatum aan de Japanse soldaten die gesommeerd worden hun wapens neer te leggen. Voor de Japanse erecode is zoiets onaanvaardbaar en de Japanners gaan op 12 maart 1920 in de tegenaanval. Heel wat Japanners sneuvelen en de rest geeft zich over na overleg met het Japanse opperbevel. Triapitsin wreekt zich, laat alle overlevende Japanse soldaten executeren en een groot deel van de Japanse burgers. Daarna volgt een periode van wekenlanger terreur.

Op 25 mei 1920 zijn er geruchten dat een Japans regiment de stad nadert. Triapitsin geeft bevel om alle resterende inwoners, Japanners en Russen te vermoorden en neemt dan de vlucht. Op 3 juni 1920 komen de Japanse soldaten in Nicolaïevsk aan en ziet tot hun ontzetting welke slachtpartij heeft plaatsgehad. De Japanse regering protesteert bij de Bolsjewistische regering. DIe laat Triapitsin arresteren en op 9 juli 1920 terechstellen.

bronnen
https://fr.wikipedia.org/wiki/Incident_de_Nikola%C3%AFevsk
https://medium.com/@eiselmazard/1920-the-other-russo-japanese-war-70deb2972c42

Polen nemen Kiev in

Polen nemen Kiev in

De Oekraïne is in 1920 in verschillende delen versnipperd. Ieder deel kent zijn eigen heer en meester : het witte leger onder Denikin, het Rode leger, het anarchistische partisanenleger van Makhno, het Roemeense leger. De officiële regering van Oekraïne onder Symon Petliura heeft enkel een klein deel in handen dat grenst aan Polen. Dat brengt de Polen onder leiding van Pilsudski ertoe met Petliura te onderhandelen en samen te strijde te trekken tegen het Rode leger. Ze bereiken een overeenkomst met het verdrag van Warschau op 21 april 1920. Op 24 april beginnen 65.000 Poolse en 15.000 Oekraiënse militairen met een offensief richting Kiev. Ze veroveren Zjytomyr op 25 april. Een andere Poolse kolonne rukt gelijktijdig op naar Vinnitsa. Het Rode leger trekt zich ordelijk terug.

Op 7 mei 1920 trekken Polen en Oekraïners Kiev binnen. Op 9 mei houden de Polen een overwinningsparade (zie fotot hierboven) . Daarna trekken ze zich terug en dragen alle autoriteit over aan de Oekraïense militairen. Hieronder staat een kaart die aangeeft welk groot gebied de Polen controleerden begin mei 1920.

Evacuatie van Novorossiejsk

Novorossiejsk is een havenstad in Rusland gelegen aan de Zwarte Zee. Op 11 maart 1920 zijn de frontlinies zo’n 40 à 50 kilometer verwijderd. Het Witte Leger trekt zich na de aanhoudende nederlagen tegen het Rode Leger terug in de richting van de havenstad. Er zijn ongeveer 25.200 infanteristen en 26.700 cavaleristen in de omgeving van de stad.

De Britten melden general Anton Denikin dat ze maximaal 5.000 vluchtelingen uit de havenstad kunnen evacueren. Op 13 maart 1920 breekt de eerste paniek uit in de stad. Op 16 maart wordt de zuid-Russische regering ontbonden. Op 17 maart valt Jekaterinodar in handen van het Rode Leger. Op 22 maart 1920 nemen ze het station van Abinsk in. De enige manier om nog goederen en mensen te transporteren is via de spoorlijn, maar die wordt natuurlijk gecontroleerd door de militairen. Het doel is zoveel mogelijk soldaten uit de havenstad te evacueren naar de Krim en daar het Witte Leger te hergroeperen.

Op 25 maart 1920 zit het Rode Leger al in een voorstad van Novorossiejsk. Hierdoor wordt de spoorlijn afgesneden en het Witte Leger moet zijn gepantserde treinen achterlaten.

In de nacht van 25 op 26 maart begint het Witte leger aan de evacuatie. Ze steken opslagplaatsen in de haven en tanks met olie in brand. De Britten helpen bij de evacuatie en vanop hun schepen vuren ze naar de posities van het Rode Leger. Op 26 maart 1920 vaart het laatste schip, een Italiaanse cargo Baron Beck  de haven binnen. Paniek maakt zich meester van de wachtenden op de kade aangezien ze niet weten waar het schip gaat aanmeren. De paniek wordt nog groter als mensen elkaar verdringen om toch een plaatsje te bemachtigen.

Op 27 maart 1920 neemt het Rode leger de havenstad in. Enkele achtergebleven Witte regimenten geven zich over. In totaal kunnen 40.000 soldaten ontsnappen maar zonder paarden of zwaar materieel. Ongeveer 20.000 soldaten vallen in handen van het Rode Leger. Generaal Denikin neemt de verantwoordelijkheid van de mislukte evacuatie op zich en wordt vervangen door Pjotr Wrangel als opperbevelhebber van het Witte Leger.

Bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Evacuation_of_Novorossiysk_(1920)

Onderstaande schilderij is van Ivan Vladimirov, getiteld “vlucht van de burgerij uit Novorossiejsk”.

slachting in Shusha

Aan het einde van de Groote Oorlog zijn er twee staten die aanspraak maken op de regio Nagorno-Karabagh. Zowel Armenië als Azerbeidzjan eisen de regio op. De hoofdstad van die region, Shusha, ken teen bevolking die deels Armeens deels Azeri is.
Op 15 januari 1919 annexeert Azerbeidzjan de regio en Engeland aanvaardt dit als voorlopig feit maar dringt aan op een vredesoverleg die een definitieve oplossing moet brengen. De Nationale Raad van Nagorno Karabagh dringt echter aan op zelfbestuur. Vanaf juni 1919 zijn er geregeld gewapende conflicten tussen de Armeense en Azeri gemeenschappen van de regio. De voorlopige bewindvoerder aangesteld door de Azerische regering, Khosrov Sultanov, begint met het afgrendelen van de Armeense wijken in Shusha.
Op 17 februari 1920 vraagt Sultanov aan de Raad van Armeniers in Nagorno Karabagh om een definitieve aanvaarding van de regio binnen de grenzen van Azerbeidzjan. De Raad wijst na een congres, dat loopt van 23 februari tot 4 maart, deze eis af.
Op 22 maart 1920 komt een militie Shusha binnen met het doel de Azeri soldaten in Armeense wijken te ontwapenen en de verdediging van de burgers te verzekeren. Ze rekenen op het feest van Novruz (Perzische nieuwjaar) om de Azeris te kunnen verrassen. Maar de militie is niet opgewassen tegen haar taak. De Azeris, zowel soldaten als burgers, trekken de Armeense wijken van Shusha binnen en houden een pogrom van 23 tot 26 maart 1920. Gebouwen worden in brand gestoken en vele Armeniërs worden gedood.
Een jaar later, op 18 juli 1921, zal Bebhud Khan, de Azerbeidzjaanse minister van binnenlandse zaken in Constantinopel vermoord worden door een Armeens commando voor zijn aandeel in deze slachting.

Bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Shusha_massacre

De foto hieronder toont de afgebrande huizen van de Armeense wijken in Shusha.

einde van de grote Siberische ijsmars

In de zomer van 1919 behaalt het Rode Leger een grote overwinning op het leger van Kolchak. ZIjn soldaten graven zich in op een linie tussen de rivieren Tobol en Ishim om de Roden tegen te houden. Het Rode Leger heeft op dat moment nog een tweede dreiging, namelijk het Witte Leger onder leiding van Anton Denikin dat vanuit het zuiden Moskou nadert. In de herfst van 1919 is Denikin verslagen en kan het Rode Leger nu alle aandacht geven aan het oostfront. Midden oktober 1919 breken de Roden door de Witte linies aan de Tobol rivier. In november 1919 trekken de Witten zich wanordelijk terug tot Omsk. Op 14 november 1919 valt Omsk in de handen van het Rode Leger.

De grote terugtocht begint na de zware nederlagen van het Witte Leger in november en december 1919. De Witten trekken zich terug langs de transsiberische spoorlijn op de hielen gezeten door het Rode Leger. Dat Rode Leger neemt Tomsk in op 20 december 1919 en Krasnoyarsk op 7 januari 1920.

Op hun terugtocht krijgen de Witten te maken met aanvallen van partizanen en ongeregelde troepen. Hun moreel is laag, de aanvoerlijnen van voedsel en voorraden zijn onzeker en de discipline zakt zienderogen. Daarnaast is er nog de Siberische Winter die het hen moeilijk maakt.

Tijdens de terugtocht verliezen de Witten op 17 januari 1920 ook nog eens hun opperbevelhebber Kolchak. Lees maar daarover op deze pagina : https://martinusevers.org/2020/01/17/het-einde-van-aleksandr-koltsjak/

Generaal Kappel volgt Kolchak op maar ook hij is gehinderd door het feit dat het Tsjechoslovaakse legioen de spoorlijn in feite controleert. Hij leidt zijn leger naar het Baikalmeer nabij Irkoetsk in januari 1920. Hun einddoel ligt ergens nabij China en ze steken het Baikalmeer over bij ijzige temperaturen tot 40°C onder nul. Ongeveer dertigduizend soldaten, sommigen met hun gezin, steken het meer over naar Transbaikalia. Heel wat vluchtelingen zullen doodvriezen tijdens deze vlucht. Ook generaal Kappel lijdt onder de extreme temperaturen en hij sterft aan bevriezing en een longontsteking op 26 januari 1920.

De overlevende van de ijsmars vinden beschutting in Tsjita, de hoofdstad van de regio Transbaikal. Ze sluiten aan bij het Witte Leger van Semyonov en er is een belangrijke Japanse militaire aanwezigheid die nog dateert van de periode dat de geallieerden het Witte Leger wou steunen in hun gevechten tegen de bolsjewieken.

Het Rode Leger neemt Irkoetsk in op 8 maart 1920. Daarmee is de grote Ijsmars ten einde. Het centrale comité van de Russische Communistische partij geeft het Rode Leger bevel niet verder op te rukken dan Irkoetsk. Ze willen een militair conflict vermijden met Japan, aangezien op dat moment er al een oorlog bezig was in het westen met Polen.

Bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Great_Siberian_Ice_March

het einde van Aleksandr Koltsjak

Aleksandr Koltsjak is een Russisch marineofficier met een indrukwekkende staat van verdiensten. Voor de oorlog is hij commandant van de Zwarte Zee-vloot. In 1916 is hij op 42-jarige leeftijd de jongste vice-admiraal. Na de februarirevolutie (1917) verlaat hij Rusland. Hij keert terug na de oktoberrevolutie en wordt leider van de Voorlopige Regering van Autonoom Siberië. Aanvankelijk boekt Koltsjak belangrijke successen en dringt hij door tot Omsk en Kazan bij de Wolga.

In april 1919 lijdt hij bij Samara een nederlaag tegen de Roden mede te wijten aan de veel te lange bevoorradingslijnen, onvoldoende gekwalificeerde officieren, moreel verval onder zijn troepen. In de zomer van 1919 stoot de Rode maarschalk Toechatsjevski door de Oeral en na het verlies van Omsk op 14 november 1919 trekken Koltsjaks troepen zich door Siberië heen terug naar het verre Oosten. Koltsjak en zijn gevolg verlaten de stad met de trein. Op 13 december komt de trein aan in Marinsk. Daar dwingt het Tsjechische Legioen en de Fransen onder leiding van generaal Maurice Janin de trein van Koltsjak op een zijspoor. Op dat tragere spoor strandt de trein van Koltsjak in de nabijheid van Irkoetsk. Einde 1919 breekt er muiterij uit onder de Russische soldaten en een deel schaart zich achter de rode vlag.

Op 5 januari 1920 doet de Franse generaal Janin Koltsjak het voorstel om ontslag te nemen in ruil voor een veilige aftoch. Op 6 januari 1920 wordt Koltsjak gedwongen ontslag te nemen als aanvoerder van de witte legers en zijn macht over te dragen aan generaal Denikin. De trein van Koltsjak sukkelt verder tot in het centrum van Irkoetsk. Daar wordt hij op 15 januari 1920 door Tsjechische soldaten op vraag van de Franse generaal Janin gearresteerd en overgedragen aan de socialistische muiters. Vanaf 21 januari tot 6 februari 1920 wordt hij ondervraagd. Dan volgt een terdoodveroordeling en tot slot de executie. Generaal Kappel wil met de soldaten die hem resten admiraal Koltsjak nog redden en rukt op richting Irkoetsk. Kappel lijdt echter aan tyfus en sterft onderweg. Zijn adjudant Wojciechowski zet de opmars verder maar komt te laat om de admiraal te redden. Dan begint de definitieve terugtocht van de witte legers gekend onder de naam “grote Siberische Ijsmars”.

De laatste foto van admiraal Koltsjak staat hieronder.

bronnen
https://fr.wikipedia.org/wiki/Alexandre_Koltchak
https://nl.wikipedia.org/wiki/Aleksandr_Koltsjak

Kiev kleurt rood

Voor de derde maal in 1919 wordt er gevochten in de straten van Kiev. Vanaf 10 december 1919 rukken 2 divisies van het Rode leger op naar Kiev, de 58e infanteriedivisie nadert de Oekraiënse hoofdstad vanuit het westen en de 44e infanteriedivisie rukt op vanuit het oosten.
In de nacht van 15 op 16 december steekt de 44e divisie onder leiding van Ivan Naumovitsj Duvoboj de bevroren Dnjepr over. In de ochtend van 16 december vallen de Rode soldaten de posities van de Witten aan vanuit hun achterhoede en ze bezetten de bruggen. Na een gevecht van 12 uren trekken de Witten zich terug. Dezelfde dag doet de 58e divisie onder leiding van Ivan Fedko haar intrede in Kiev.

Er zijn bijzonder weinig foto’s te vinden die te maken hebben met deze derde slag om Kiev. Daarom beperkt ik me tot een kaart die aangeeft hoe verwarrend de feitelijke grenzen en frontlinies zijn in december 1919 in deze regio.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Kiev_(December_1919)