Willy Coppens stort neer

Maandag 14 oktober 1918. Om 5u30 openen de kanonnen in het oosten hun vuur. Willy Coppens heeft nog nooit zulk hevig artillerievuur gehoord in deze sector van het front. Om 5u35 komt een van de stafofficieren naar de piloten toe met een noodkreet uit de voorste linies : verniel de observatieballon bij Torhout. De Belgische artillerie is blootgesteld aan trefzeker tegenvuur en de Duitse vuurleider bevindt zich ongetwijfeld in de “saucisse”, die even achter de vijandelijke linies in de lucht zweeft.

Om 5u40 stijft Coppens op met zijn lichtblauwe Hanriot. Zijn formatiegenoot is een nieuwe piloot Etienne Hage. Als ze de loopgravenlinie naderen, ziet Coppens dat het niet om één ballon gaat maar om twee. De ene zweeft inderdaad boven Torhout, de andere stijgt op boven Praet-Bosch. Uit ervaring weet Coppens dat je de lagergelegen ballon als eerste moet aanvallen. Zodra een “saucisse” wordt aangevallen, beginnen de mensen op de grond hem neer te halen. En als een observatieballon genoeg naar beneden is gehaald, wordt het makkelijk voor de verdedigende luchtafweer om de aanvaller te raken.

Vliegtuig_WillyCoppens

Hanriot vliegtuig 

Maar Hage is onervaren en gretig. Coppens stevens af op de Torhout-ballon, maar Hage brengt zijn machine voor die van Coppens en dwingt hem zo de ballon boven Praet-Bosch eerst aan te vallen. Om 6u vuurt Coppens een eerste kort salvo af. Hij ziet dat het omhulsel van de ballon vlam heeft gevat en begint daarom koers te zetten naar de tweede ballon. Hage heeft echter niet gezien dat de ballon is gaan branden, en keert om voor nog een aanval. Ze keren beide terug naar de ballon boven Praet-Bosch en zien hem verkreukeld door het vuur naar de grond dwarrelen. Daarna zetten ze beide koers naar de Torhout ballon.

Coppens vliegt door een hagelstorm van ontploffende luchtafweergranaten en zwaaiende reeksen lichtsporen. Seconden later, het is 6u05, is hij zo dichtbij dat hij het vuur kan openen. Het moment daarop voelt hij een hevige slag tegen zijn linkerbeen. Er voert een witte golf van pijn door zijn lichaam. De schok is zo krachtig dat zijn rechterbeen onwillekeurig uitstrekt waardoor de rechterroerpedaal diep wordt ingedrukt en de machine naar beneden wordt geworpen. Kogels spuiten rond om de rondtollende, slingerende machine.

Nu heeft Coppens slechts twee gedachten. Eén : hij moet de gene linies bereiken, hij wil niet gevangen genomen worden. Twee : hij mag het bewustzijn niet verliezen, dan stort hij neer. Duizelig van de pijn en het bloedverlies rukt hij de vliegeniersbril en leren helm van zijn hoofd. De kou moet hem helpen om wakker te blijven. Dat lukt. Nadat hij de Belgische frontlinie is gepasseerd, maakt hij een buiklanding op een veldje naast een weg. Soldaten rennen naar hem toe om hem te helpen. Coppens wordt samen met twee gewonde soldaten naar een ziekenhuis in de Panne gebracht. Om 10u15 stopt de ambulance voor het Hôpital de l’Océan. Hij wordt op een brancard binnen gebracht. Daarna verliest hij het bewustzijn.

Na een week is het nog onzeker of hij zal overleven. In die week wordt zijn linkerbeen geamputeerd. Coppens wordt getroffen door neerslachtigheid maar zal het toch overleven. Onderstaande schilderij is van Colin Ashford.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

ColinAshford_WillyCoppens

 

Duitsers verlaten Chemin des Dames

De Duitse troepen verlaten op 10 oktober 1918 definitief de Chemin des Dames, een belangrijke strategische weg op een heuvelrug die enkele tientallen meters boven het landschap steekt. Eeuwenlang al maakten verdedigers en aanvallers er gebruik van.

Van het begin van de oorlog tot in de lente van 1917 is het front stabiel, met de weg in Duitse handen. Verwoede Franse aanvallen leveren niets op, behalve nog meer oorlogsslachtoffers. Pas het offensief in de herfst van 1917 onder leiding van generaal Philippe Pétain leidt ertoe dat de weg weer in Franse handen kwam. Nog eenmaal keren de Duitsers terug, maar na 10 oktober 1918 niet meer.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Het schilderij hieronder is van Alfred Boisfleury, getiteld “Chemin des Dames“.

WORLD WAR I: BATTLEFIELD. Battlefield at Chemin des Dames, on Aisne River, France

legendarische heldendaden van Alvin York

Alvin Cullum York moet een van de meest gedecoreerde gewone soldaten zijn uit deze oorlog. Als hij naar Tennessee terugkeert, is hij drager van bijna vijftig onderscheidingen uit diverse soldaten. Op 8 oktober 1918 verricht hij zijn meest opmerkelijke actie : hij komt terug van het slagveld met liefst 132 gevangenen. Tijdens de gevechten sneuvelen drie hogere officieren in zijn eenheid net als tal van soldaten.

Korporaal Alvin Yorck is de hoogste in rang van de acht overblijvende manschappen en neemt noodgedwongen het bevel. Het lijkt wel of hij niet kan getroffen worden door vijandelijke kogels terwijl hij maar raak blijft schieten. De eerste die zich overgeeft is luitenant Paul Jürgen Vollmer, nadien volgen er steeds meer terwijl Alvin York met zijn groeiende groep gevangenen over het slagveld trekt. Korporaal York wordt daarna bevorderd tot sergeant.

Op basis van zijn dagboek wordt in 1941 een film gemaakt met Gary Cooper in de hoofdrol : Sergeant York. Het schilderij hieronder dat de heldendaden van Alvin Yorck herdenkt is van Frank Schoonover.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

FrankSchoonover_Alvin_C_York_Painting_1918

 

Duitse regering vraagt wapenstilstand

In Duitsland vormen de politieke partijen op 4 oktober 1918 voor het eerst een regering die over een meerderheid beschikt in de Reichstag. Daarmee is Duitsland feitelijk een parlementaire democratie geworden. De regering onder leiding van Max von Baden, laat nog dezelfde dag de Amerikaanse president Woodrow Wilson weten dat ze bereid is te praten over wapenstilstand op basis van het veertienpuntenplan dat Wilson in januari 1918 heeft voorgesteld.

Noteer dat niet het leger om een wapenstilstand vraagt, dat was te veel oneer, maar de burgerregering. Het leger vecht trouwens nog een vijftal weken verder, steeds meer achteruitwijkend naar Duitsland. Om de Duitse onderhandelingspositie niet te erg te verzwakken, mag de regering de fouten van het leger ook niet bekritiseren.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Onderstaande cartoon is van de Nederlander Louis Raemaekers.

8704925D-D13C-43AF-9883-D0D7C465C722

 

 

dokter Lievens dient de eerste zorgen toe

Dokter Lievens is erbij als het bevrijdingsoffensief start. Hij maakt alles mee vanaf de eerste minuut. We geven hieronder zijn uitgebreid verslag van de eerste dagen van het bevrijdingsoffensief verkort weer.

28-9-1918 : Om 2u30 begint een helse artillerievoorbereiding op heel het front van mijn divisie, en links bij de IXe divisie waar Jules zal vechten en rechts bij de XIIe infanteriedivisie. Dit trommelvuur duurt drie uur, dan start het rollend vuur en vooruit : naar de dood of de bevrijding ! Het is 5u30 en al schemerklaar.

Bij onze eerste stappen in het niemandsland komen we terecht in een welgevoed mitrailleurvuur, uitgespuwd vanuit sterk gebetonneerde schuilkoten. Maar we omsingelen ze in een oogwenk en verdelgen de Duitsers tot de laatste man. Onsze vuurpijlen stralen hoog hun sterrenvinken in de lucht om aan te artillerie duidelijk te maken dat de eerste lijn, de Frankenstellung, is ingenomen. Meteen daarna bewegen de knetterende explosies van onze granaten zich in een logge lijn vooruit voor een verdere aanval. Onze karabiniers lopen er zo dicht mogelijk achter zodat velen door scherven gewond raken en vallen. Ze zijn razend, niet alleen van de pijn, maar ook omdat ze de strijd moeten opgeven. Ik verzorg ze samen met mijn brancardier en laat ze dan liggen voor de volgende medische ploeg.

Daarna valt ook de Preussenstellung in onze handen. In Poelkapelle komen we bij een Duitse hulppost waar een vijandelijke geneesheer zijn gewonden aan het verzorgen is. Wij laten hem verder werken en met enkele van onze brancardiers verzorgt hij ook onze gewonden. Tegen de middag bereiken we de Bayernstellung en onze buit wordt groter bij elke stap zonder dat we zelf buitengewone verliezen lijden. Nu komen we in de vlakte voor de hoogte van Passchendaele en rusten een uurtje uit. Het artillerievuur is stilgevallen want de mannen verplaatsen onze kanonnen omdat onze sprong vooruit te groot is geweest en ze nu niet ver genoeg meer reiken. Het duurt lang voordat ze klaar zijn en we krijgen bevel de hoogte te bestromen zonder artillerievoorbereiding.

Bij de eerste stappen al ratelt de hele berg met een knetterend mitrailleurvuur en regent het kogelballen op ons. Ik moet me op mijn buik leggen om de gewonden te verzorgen en hun aantal groeit snel. Hoewel onze jongens sinds dagen geen enkele rust meer hebben, kruipen ze vooruit en bereiken tegen de avond de Flandernstellung op vijfhonderd meter van de hoogte van Passchendaele. Daar graaft elke man zich een putje en werpt de aarde als bortswering en dijk voor zich.

De regen maakt plaats voor een kille huilende wind en het slagveld schijnt eenzaam en dood. Daar klinkt een schreeuw uit het struikgewas :”Dokter ! Docteur !”. Ik dwaal in de richting vanwaar de roep lijkt te komen en weldra weerklinkt van alle kanten een afschuwelijk gehuil. Het zijn de stervenden en gewonden die om hulp en lafenis smeken. Ik zwerf van punt naar put om hen te bieden wat ik kan : een verband, een inspuiting, een teugje water. Waar blijven de mannen die hen moeten wegdragen ? Onze helden liggen doornat in ijskoud water, uitgepunt van de zware inspanningen, verstijfd door kou en bloedverlies. Ze overleven het niet als ze zo de nacht moeten doorbrengen. We dragen er zoveel mogelijk een duizendtal meter achteruit. Maar daar ziet er niemand meer naar hen om en hun gekerm klinkt altijd maar hoger en luider.

29-9-1918 : Meteen herbegint ons dolen over het doodsterrein. Wat ik gevreesd had, is uitgekomen. Talloze gewonden van gisteren vind ik nu bezweken van de kou en paars terug. Anderen liggen nog te sterven en hervatten hun geweeklaag. En er is nog niemand te zien om hen hier weg te brengen. Ik huil erbij als een kind omdat ik niets meer voor die rampzaligen kan doen…

bron : André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts , Lannoo

Onderstaande tekening is van Pierre Paulus, premiers pansements

PierrePaulus_PremierPansement

 

 

 

 

 

 

 

Raoul Snoeck sneuvelt

De laatste woorden in het dagboek van Raoul Snoeck worden geschreven door adjudant Van Nuffel. Hij noteert over 28 september 1918 het volgende.

Tegen twee uur ’s morgens bereiken we de stellingen van waaruit we zullen starten voor het grote offensief. Het is de nieuwe gevechtslijn aan de Kwadebeek, een positie die nauwelijks enkele dagen geleden op de vijand werd veroverd. Schuin rechts tegenover ons strekt zich het bos van Houthulst uit. Om half drie richt een lichtbaken een heldere straal de ruimte in. Op hetzelfde ogenblik barst een oorverdovend gedonder los uit duizenden vuurmonden. Onmogelijk je verstaanbaar te maken : het is een hels kabaal. Na een uur hebben we de Duitse kanonnen het zwijgen opgelegd. Alleen onze artillerie gaat onvermoeibaar door met haar vernietigend bevrijdingswerk. Eindelijk, na drie uur koortsachtig wachten, wippen we over de eerste stroken prikkeldraad op weg naar de overwinning… of de dood.

Tegen negen uur, na drie uur strijd, ontmoet ik Raoul met de rest van zijn peloton. We drukken elkaar warm de hand, tevreden nog te leven, en verzamelen onze mannen om er een nieuw peloton van te maken onder leiding van Raoul. We zijn al zeven, acht kilometer gevorderd, ondanks de Duitse mitrailleursposten. Tegen tien uur ’s morgens ligt de weg Diksmuide – Houthulst die parallel loopt met de heuvelrug van Klerken, binnen ons bereik.

We speuren alle kreupelhout en elke greppel af naar het minste rookwolkje, dat de verborgen mitrailleur moet verraden. Plots grijpt Raoul me bij de arm, wijst in de richting van een groep struiken en toont me een nest dat we nu heel duidelijk onderscheiden. Tegelijk beveelt hij me de rechtse mitrailleur in stelling te brengen, terwijl hij zich met de linkse gaat bemoeien. Ik spring in de kuil naast me, richt de loop en geef tegelijk instructies aan mijn mannen. Maar ik hoor geen mitrailleurbuien die het schieten van mijn mannen moet begeleiden. Waarom geeft Raoul zijn bevelen niet ? Instinctmatig draai ik me om.

Nooit in mijn leven was ik pijnlijker getroffen : in de bomtrechter naast me hangt het bovenlichaam van Raoul. Twee beekjes bloed sijpelen langs weerszijden van zijn hoofd. Ik trek hem uit het gat en druk hem tegen de boord, terwijl ik zijn hoofd recht houd. Vlug maak ik zijn bovenkleding los en mijn bevende hand zoekt zijn hart : nog vier slagen en dan niets meer. Zijn ogen, die een ogenblik geleden nog schitterden van opgewektheid, kijken me star aan. Ik begin te snikken, ik heb een echte vriend verloren.

Tijdens onze lange vriendschap beloofden we mekaar dat als het lot een van ons beiden zou vellen, de ander alle persoonlijke spullen zou meenemen voor zijn familie. Traag neem ik zijn portefeuille, zijn polshorloge, de portretten van zijn moeder en zus die hij altijd bij zich droeg.

Dan heb ik traag de ogen van Raoul gesloten. terwijl ik voor het nog warme lichaam afscheid van hem nam, heb ik gezworen hem te wreken… Ik heb woord gehouden.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck – Ducaju & Zoon

De tekening hieronder komt uit de graphic novel van Ivan Petrus Adriaenssens, afspraak in Nieuwpoort, Lannoo

RaoulSnoeck_19180928

 

 

Begin van het Maas-Argonne offensief

26 september 1918 is de eerste dag van een veldslag in de regio van Maas en Argonne (een heuvelrug tussen Aisne en Maas) die , behalve een paar onderbrekingen, doorloopt tot de wapenstilstand. Amerikaanse troepen danken hun overwinning vooral aan de massale inzet van mensen, minder aan tactisch vernuft.

Generaal George Marshall, die tijdens de eerste wereldoorlog op de afdeling planning werkt in Frankrijk en na de tweede wereldoorlog als politicus het naar hem genoemde hulpverleningsplan lanceert, beoordeelt in zijn memoires het Amerikaanse optreden snoeihard.

Dagelijks werden bij het Maas-Argonne-offensief officieren benoemd om verliezen te compenseren, die maar voor een deel aan de vijanden konden worden toegeschreven. Dikwijls kregen ze een taak opgedragen, in een situatie die zich slechts als hopeloos laat omschrijven.

Onderstaande schilderij is van Charles McBarron, getiteld Hell Fighters from Harlem. de eretitel Hell Fighters kregen de Amerikaanse soldaten van de 369e infanteriedivisie voor hun onafgebroken vechtlust tijdens dit offensief.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

CharlesMcBarron_HellFightersFromHarlem

 

Aanval op de Hindenburglinie

De geallieerde aanvallen de voorbije weken drongen de Duitsers achteruit, zodat die nu op de Hindenburglinie zitten. De acties van 18 september 1918 moeten duidelijk maken hoe moeilijk die hindernis is.

de 1e en 4e Australische divisie vallen na de voorste rand van de Hindenburglinie aan samen met Britse troepen. Vanaf 5u20 is er aanhoudend spervuur, voor velen het zwaarste dat ze ooit meemaakten. Het is mistig en het regent.

Om 8u30 rukken de geallieerden op naar hun volgende doel, oude Britse loopgraven die nu opgenomen zijn in de Hindenburglinie. Versterking na versterking nemen ze in, tot ze de heuvelrug bereiken bij de voornaamste Duitse versterkingen.

De doelstelling voor vandaag is gehaald, ten koste van 1260 mannen. Nu begint het bij de geallieerden door te dringen dat ze deze vermaledijde oorlog nog kunnen winnen voor het einde van het jaar.

De schilderij hieronder is van Will Longstaff, getiteld “BReaking the Hindenburg Line”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

WillLongstaff_Breaking_the_hindenburg_line

de denkende soldaat van Merkem

Bij een aanval op 9 september 1918 ’s morgens vroeg in Merkem hoort student-vrijwilliger Armand Van Eecke bij de eerste groep, die de Duitse prikkeldraad-versperringen moet doorknippen voor de manschappen die volgen. Tijdens die operatie treft een Duitse kogel hem dodelijk.

ArmandVanEecke_19180909

Enige tijd na de oorlog koopt zijn familie een lapje grond om er een standbeeld te plaatsen voor hem. Grond en standbeeld worden betaald door de Van Eeckes. Het beeld , volgens een portret van Armand Van Eecke, toont een soldaat die nadenkt over de zin en betekenis van de oorlog. Jarenlang onderhoudt de familie het standbeeld en het perkje, tot alles in 1982 overgedragen wordt aan de gemeente Houthulst. Het standbeeld van Armand Van Eecke staat op de Iepersesteenweg in Merkem, tussen de huisnummers 51A en 53, ruim een kilometer buiten de dorpskern.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

dodendans aan het Ijzerfront

Op 29 augustus 1918 noteert Raoul Snoeck het volgende in zijn dagboek :

Wat ik de laatste dagen meemaakte, overtreft alles in wreedheid van wat ik tot nog toe heb ervaren. Toen de oorlog begon, waren we mensen, stilaan werden we soldaten, maar de Duitsers hebben van ons moordenaars gemaakt. Oorlog is geen pretje. Onze jongens zijn ten aanval gestormd met bijlen van de Genie. Van de Duitsers die ze meebrachten, bleef slechts gehakt over : rompen, armen en benen. Ze stonden in bewondering voor een vormloze massa mensenvlees. Ze grimlachten want ze hadden zich gewroken.

Nooit zal mijn pen kunnen beschrijven welke ijselijke verschrikkingen ik gezien heb. Wie niet aan deze homerische worsteling deelnam, kan zich geen idee vormen van de waarheid. De oorlog is afschuwelijk. Waarom zou men de oorlog menselijker maken ? Wie hem te wreed vindt, moet hem afschaffen. De vijand voert oorlog op een verfoeilijke manier, wij betalen hem met gelijke munt terug.

Sinds verscheidene weken en maanden moorden we zonder ophouden. Ik heb hopen levenloze onherkenbaren wezens gezien. Enkele uren voordien waren dat nog levenden de konden nadenken en beminnen. In deze wrede oorlog heb ik afgrijselijke dingen meegemaakt.

bron : Raoul Snoeck, In de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck – Ducaju & Zoon

De tekening hieronder is van de Duitse kunstenaar Otto Dix die zelf ook aan het front gevochten heeft. De titel is “Totentanz”.

OttoDix_Totentanz