bloedbad in Tulsa

Na de Groote Oorlog zijn er al heel wat veteranen teruggekeerd naar de Verenigde Staten. Maar er is krapte op de arbeidsmarkt en dus zijn er ook heel wat werklozen. De spanning tussen blank en zwart in de VS hangt in de lucht. In de meeste staten hebben de Afro-Amerikanen geen stemrecht. Maar in Tulsa, Oklahoma is er een zwarte wijk waar de bewoners het relatief goed doen. Men spreekt zelfs van Black Wall Street omdat de zwarten er welstellend zijn en eigen dokters, scholen, kranten en kerken hebben. Afgunst is er zeker niet ver af. En dan gebeurt er iets waardoor de vlam in de pan slaat.

Op 30 mei 1921 is er een klein incident dat zware gevolgen zal hebben. De zwarte schoenenpoetser Dick Rowland zou de blanke liftbediende Sarah Page aangerand hebben. Rowland wordt gearresteerd door de politie en al snel gaan de geruchten de ronde. Een groepje blanke mannen verzamelen om naar het politiekantoor te trekken en te eisen Rowland aan hen over te leveren. Een groepje zwarte mannen verzamelen zich eveneens en trekken naar datzelfde politiekantoor om Rowland te beschermen tegen lynchers. Als beide groepen tegenover mekaar staan, is de politie zo goed als machteloos. De sheriff tracht nog te onderhandelen en de groepen te overtuigen om naar huis te gaan. Maar in beide groepen zijn er gewapende mannen en de spanning stijgt. Dan valt er een schot en het schieten over en weer begint. Er vallen 12 doden : 10 blanken en 2 zwarten. En dit is nog maar het begin van het bloedbad van Tulsa. Het nieuws van de schietpartij verspreidt zich als een lopend vuurtje en beiden groepen lopen te wapen.

Het bloedbad van Tulsa duurt van 31 mei tot 1 juni 1921. Groepen blanken dringen de zwarte wijk in Tulsa binnen en slaan aan het plunderen en moorden. Ze stichten brand en de zwarte wijk gaat grotendeels in vlammen op. Uiteindelijk grijpt de Nationale Wacht van Oklahoma in en keert de rust terug onder de krijgswet. Maar de balans is zeer zwaar. De cijfers over het aantal doden loopt uiteen : er is sprake van 36 doden tot enkele honderden. Meer dan 1200 huizen en 191 winkels zijn in vlammen opgegaan. Meer dan tienduizend mensen zijn dakloos. Greenwood, het bloeiende centrum van de zwarten in Tulsa, is niet meer dan een schaduw van wat het ooit was.

In de jaren nadien wordt er over het bloedbad van Tulsa gezwegen. Maar de traumatische ervaring en de spanningen tussen de rassen in de VS blijven op de achtergrond om af en toe met een pijnlijk incident weer naar voor te komen. 100 jaar na het bloedbad gaat president Biden naar Tulsa om het bloedbad te gedenken.

bronnen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Rassenrellen_van_Tulsa
https://en.wikipedia.org/wiki/Tulsa_race_massacre
Biden Visits Site of Tulsa Massacre a Century Later. ‘While darkness can hide much, it erases nothing.’ – The New York Times (nytimes.com)

de laatste gesneuvelde Amerikaan

Henry Gunther groeit op in een Duitse gemeenschap in Baltimore. Zodra de oorlog uitbreekt, krijgen hij en zijn vrienden regelmatig anti-Duitse commentaren te verduren. Wanneer hij wordt opgeroepen, laat hij noodgedwongen zijn baan bij een bank en zijn verloofde Olga Gruebl achter. Hij wordt al snel bevorderd tot sergeant, maar wordt weer uit zijn rang ontzet nadat de militaire censuur een briefkaart onderschept waarop Gunther een vriend vertelt dat de omstandigheden aan het front verschrikkelijk zijn en hem afraadt dienst te nemen.

De laatste twee maanden heeft Gunthers eenheid bijna onafgebroken aan het front gevochten. Op 11 november 1918 om 9u30 trekken zij door een dichte mist op naar Chaumont-devant-Damvillers. Rond 10u45 krijgen zij het bericht dat de wapenstilstand is getekend. Omdat het bericht niet vermeldt dat de gevechten moeten stoppen, trekt de Amerikaanse eenheid verder op, tot zij op een Duitse machinegeweerpost stuit die zich verplicht ziet het vuur te openen. De Amerikaanse soldaten zoeken dekking op de grond. Het Duitse machinegeweer stopt. Dan springt Henry Gunther recht en rent hij naar de Duitse post. De Duitsers geven hem een teken om te stoppen, maar hij blijft lopen tot hij door het Duitse machinegeweer wordt meergemaaid. Het is dan 10u59. De volgende dag wordt Gunther als postuum eerbetoon opnieuw bevorderd tot sergeant.

bron : Mark De Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau

HenryGunther_19181111

de reddende engel Cher Ami

In de ochtend van 2 oktober 1918 trekken majoor Whittlesey en zijn manschappen op over de dichtbegroeide heuvels van de Argonne.  Samen met de manschappen van het 2de Bataljon onder bevel van kapitein McMurtry bereiken ze tegen de avond hun aanvalsdoel voor die dag.

Wanneer majoor Whittlesey op 3 oktober verneemt dat de eenheden naast hem achtergebleven zijn, merkt hij dat het merendeel van zijn troepen – 554 man sterk – afgesneden is van de hoofdmacht en dat hij volledig omsingeld is door Duitsers. Om 8.50 u stuurt hij een postduif naar het hoofdkwartier met de vraag voor artilleriesteun.

Op 4 oktober meldt Whittlesey dat de nacht al-bij-al rustig verlopen is, hoewel zijn troepen korte tijd onder Amerikaans granaatvuur – ‘friendly fire’ – kwamen te liggen. Hij vraagt dringend proviand en laat weten dat het aantal gewonden snel oploopt.

Nog voor de middag slaakt hij alweer een nieuwe noodkreet  met vraag voor versterkingen per postduif. Meer dan de helft van zijn manschappen is ondertussen dood of gewond, velen als slachtoffer van Amerikaanse granaten.

Eenheden van de 77e divisie proberen de troepen van Whittlesey te ontzetten, maar lukken daar voorlopig niet in. Opnieuw regent het Amerikaanse granaten op de omsingelde manschappen. Ondertussen heeft de Amerikaanse pers lucht gekregen van het dramatische lot van Whittlesey en zijn manschappen. Kranten beschouwen het bataljon ondertussen als verloren en schrijven hen onder de naam ‘the Lost Battalion’ de legende in.

Op 4 oktober 1918 tuurt een wanhopige Whittlesey zijn laatste postduif : Cher Ami, met 11 oorlogsvluchten op zijn actief een veteraan onder de postduiven van het Amerikaanse leger. In zijn bericht meldt Whittlesey nauwkeurig de positie van zijn troepen en vraagt om het friendly fire onmiddellijk te stoppen : ‘Our own artillery is dropping a barrage directly on us. For heaven’s sake, stop it.’.

Zodra Cher Ami vertrekt, wordt zij door de Duitsers onder vuur genomen. Zij krijgt een kogel in de borst en raakt blind aan één oog. Toch slaagt zij erin om het Amerikaanse hoofdkwartier te bereiken, 40 km verderop. Bij haar aankomst hangt één van haar poten nog slechts met een zenuw vast en moet worden geamputeerd. Kort na de dramatische vlucht van Cher Ami stopt het Amerikaanse artillerievuur.

In de Verenigde Staten wordt Cher Ami als een held de hemel ingeprezen. In Frankrijk ontvangt zij het Croix de Guerre. Lang kan Cher Ami niet genieten van deze heldenstatus. Nadat de moedige duif in de zomer van 1919 overlijdt, krijgt haar opgezette lichaam een ereplaats in het Smithsonian Institute, later in het National Museum of American History.

bronhttps://www.vrt.be/vrtnws/100-jaar-geleden-de-duif-cher-ami-redt-het-verloren-bataljon/

CherAmi_1918

legendarische heldendaden van Alvin York

Alvin Cullum York moet een van de meest gedecoreerde gewone soldaten zijn uit deze oorlog. Als hij naar Tennessee terugkeert, is hij drager van bijna vijftig onderscheidingen uit diverse soldaten. Op 8 oktober 1918 verricht hij zijn meest opmerkelijke actie : hij komt terug van het slagveld met liefst 132 gevangenen. Tijdens de gevechten sneuvelen drie hogere officieren in zijn eenheid net als tal van soldaten.

Korporaal Alvin Yorck is de hoogste in rang van de acht overblijvende manschappen en neemt noodgedwongen het bevel. Het lijkt wel of hij niet kan getroffen worden door vijandelijke kogels terwijl hij maar raak blijft schieten. De eerste die zich overgeeft is luitenant Paul Jürgen Vollmer, nadien volgen er steeds meer terwijl Alvin York met zijn groeiende groep gevangenen over het slagveld trekt. Korporaal York wordt daarna bevorderd tot sergeant.

Op basis van zijn dagboek wordt in 1941 een film gemaakt met Gary Cooper in de hoofdrol : Sergeant York. Het schilderij hieronder dat de heldendaden van Alvin Yorck herdenkt is van Frank Schoonover.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

FrankSchoonover_Alvin_C_York_Painting_1918

 

Duitse regering vraagt wapenstilstand

In Duitsland vormen de politieke partijen op 4 oktober 1918 voor het eerst een regering die over een meerderheid beschikt in de Reichstag. Daarmee is Duitsland feitelijk een parlementaire democratie geworden. De regering onder leiding van Max von Baden, laat nog dezelfde dag de Amerikaanse president Woodrow Wilson weten dat ze bereid is te praten over wapenstilstand op basis van het veertienpuntenplan dat Wilson in januari 1918 heeft voorgesteld.

Noteer dat niet het leger om een wapenstilstand vraagt, dat was te veel oneer, maar de burgerregering. Het leger vecht trouwens nog een vijftal weken verder, steeds meer achteruitwijkend naar Duitsland. Om de Duitse onderhandelingspositie niet te erg te verzwakken, mag de regering de fouten van het leger ook niet bekritiseren.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Onderstaande cartoon is van de Nederlander Louis Raemaekers.

8704925D-D13C-43AF-9883-D0D7C465C722

 

 

ACM korps terug in België

Na een tocht van bijna drie jaar keert op 24 juni 1918 het Corps Expéditionnaire Belge des Autos-Canons-Mitrailleuses terug in België. De eerste maanden van de oorlog vecht het korps aan de Ijzer maar daar loopt het vast in de loopgraven. In september 1915 gaan materiaal en manschappen aan boord van een Britse boot die hen naar Archangelsk aan de Witte Zee brengt. Het Russische leger is immers geïnteresseerd in de lichte gepantserde voertuigen.

Samen met het Russische leger vecht het kopers ongeveer twee jaar tegen de Duitsers in Galicië (op de grens van Polen en Oekraïne ). Omwille van de Russische revolutie en burgeroorlog moeten de Belgen terug naar huis maar dat kan alleen nog via Vladivostok. Vandaar gaat het naar de Verenigde Staten waar ze als helden toegejuicht worden op de Memorial Day optocht in New York, de laatste halte voor Bordeaux.

bron : oorlogskalender 2014-2018,Davidsfonds

6B09F106-CD5F-4CC3-A884-40414F407BA0

Zwaar treinongeluk in Hammond

Niet de oorlog beheerst op 22 juni 1918 het nieuws maar een zwaar treinongeluk in Hammond, Indiana (VS) waarbij 86 doden en 127 gewonden vallen. Rond 4u in de ochtend tuft door het landschap van Indiana een eerder langzame trein met aan boord 400 mensen van het circus Hagenbeck-Wallace. Op korte afstand volgt een trein met twintig lege passagierswagons die duidelijk een hogere snelheid aankan.

Wanneer de trein een noodstop moet maken in Hammond, rijdt de achteropkomende trein erop in. De wagon met de keuken en de vier achterste houten slaapwagons worden volkomen vernield. Enkele seconden later ontstaat er ook nog brand. Wellicht is de ervaren machinist van de achterop komende trein in slaap gevallen door een combinatie  van veel te weinig rust, enkele zware maaltijden en het eentonige ritme van de rollende trein.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

D8B777A7-F05E-4067-8859-3E73D7EF52EF

De Texas Own verscheept

Een van de vele Amerikaanse legerafdelingen die naar de oorlog gestuurd worden, is de 19e divisie bekend als Texas Own. De verscheping begint op 13 juni 1918 en duurt tot 6 juli.

De divisie vestigt haar hoofdkwartier in Agnay-le-Duc en vecht vooral in de sectoren Villers-en-Haye, Puvenelle en Saint-Mihiel. In het half jaar dat ze deelneemt aan de oorlog, telt de divisie 9700 slachtoffers.

na de ondertekening van de wapenstilstand in november 1918, trekt de divisie naar Duitsland in het kader van de bezetting. In mei 1919 volgt de demobilisatie.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

AmerikaanseSoldaten_Verscheping

aanleg van een mijnenveld

Op 2 mei 1918 voltooit de USS Baltimore haar taak in het Noorderkanaal, een zeestraat tussen Groot-Brittannië en Ierland. Sinds 13 april werden er ongeveer negenhonderd diepzeemijnen gelegd. Het schip vervoegt nu het Mine Squadron, dat een groot mijnenveld aanlegt tussen de Orkney-eilanden en Ijsland.

De USS Baltimore is een schip met een lange en gevarieerde staat van dienst. Sinds de tewaterlating in 1888 deed het schip zo ongeveer de hele wereld aan. Deze stoomboot was aanwezig in Chileense wateren tijdens de Chileense revolutie, beschermde Amerikaanse handelsbelangen in de Indische Oceaan, was actief in Hongkong en Havana, beschoot de vijand tijdens de Spaans-Amerikaanse oorlog en patrouilleerde op de Middellandse zee. Ze werd omgebouwd tot mijnenlegger en diende later als oefenschip.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Uss_baltimore_1918

USS Baltimore

 

Spaanse griep in Fort Riley

Een precieze datum vaststellen voor de uitbraak van een pandemie als die van de Spaanse griep is onmogelijk. Algemeen wordt de datum van 5 maart 1918 aanvaard omdat een wetenschappelijk artikel uit 1921 die datum vermeldt als het begin van de uitbraak van deze epidemie op de Amerikaanse militaire basis Fort Riley nabij Manhattan, Kansas.

Nauwelijks een maand later is de ziekte al aanwezig op diverse militaire basissen in Europa. Het eerste Belgische geval van Spaanse griep duikt op in het militair hospitaal van Cabour (Adinkerke) op 27 april 1918. Spanje is het eerste Europese land waar de ziekte zich ook sterk verspreidt onder de gewone bevolking, niet alleen bij de militairen. Vandaar de naam Spaanse griep. Het precieze aantal doden wereldwijd van deze ziekte is niet precies te bepalen, maar cijfers van 20 of 40 miljoen en zelfs meer worden vermeld,

bron : oorlogskalender 204-2018, Davidsfonds

SpaanseGriep_FortRiley

de ziekenboeg in Fort Riley