ACM korps terug in België

Na een tocht van bijna drie jaar keert op 24 juni 1918 het Corps Expéditionnaire Belge des Autos-Canons-Mitrailleuses terug in België. De eerste maanden van de oorlog vecht het korps aan de Ijzer maar daar loopt het vast in de loopgraven. In september 1915 gaan materiaal en manschappen aan boord van een Britse boot die hen naar Archangelsk aan de Witte Zee brengt. Het Russische leger is immers geïnteresseerd in de lichte gepantserde voertuigen.

Samen met het Russische leger vecht het kopers ongeveer twee jaar tegen de Duitsers in Galicië (op de grens van Polen en Oekraïne ). Omwille van de Russische revolutie en burgeroorlog moeten de Belgen terug naar huis maar dat kan alleen nog via Vladivostok. Vandaar gaat het naar de Verenigde Staten waar ze als helden toegejuicht worden op de Memorial Day optocht in New York, de laatste halte voor Bordeaux.

bron : oorlogskalender 2014-2018,Davidsfonds

6B09F106-CD5F-4CC3-A884-40414F407BA0

Zwaar treinongeluk in Hammond

Niet de oorlog beheerst op 22 juni 1918 het nieuws maar een zwaar treinongeluk in Hammond, Indiana (VS) waarbij 86 doden en 127 gewonden vallen. Rond 4u in de ochtend tuft door het landschap van Indiana een eerder langzame trein met aan boord 400 mensen van het circus Hagenbeck-Wallace. Op korte afstand volgt een trein met twintig lege passagierswagons die duidelijk een hogere snelheid aankan.

Wanneer de trein een noodstop moet maken in Hammond, rijdt de achteropkomende trein erop in. De wagon met de keuken en de vier achterste houten slaapwagons worden volkomen vernield. Enkele seconden later ontstaat er ook nog brand. Wellicht is de ervaren machinist van de achterop komende trein in slaap gevallen door een combinatie  van veel te weinig rust, enkele zware maaltijden en het eentonige ritme van de rollende trein.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

D8B777A7-F05E-4067-8859-3E73D7EF52EF

De Texas Own verscheept

Een van de vele Amerikaanse legerafdelingen die naar de oorlog gestuurd worden, is de 19e divisie bekend als Texas Own. De verscheping begint op 13 juni 1918 en duurt tot 6 juli.

De divisie vestigt haar hoofdkwartier in Agnay-le-Duc en vecht vooral in de sectoren Villers-en-Haye, Puvenelle en Saint-Mihiel. In het half jaar dat ze deelneemt aan de oorlog, telt de divisie 9700 slachtoffers.

na de ondertekening van de wapenstilstand in november 1918, trekt de divisie naar Duitsland in het kader van de bezetting. In mei 1919 volgt de demobilisatie.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

AmerikaanseSoldaten_Verscheping

aanleg van een mijnenveld

Op 2 mei 1918 voltooit de USS Baltimore haar taak in het Noorderkanaal, een zeestraat tussen Groot-Brittannië en Ierland. Sinds 13 april werden er ongeveer negenhonderd diepzeemijnen gelegd. Het schip vervoegt nu het Mine Squadron, dat een groot mijnenveld aanlegt tussen de Orkney-eilanden en Ijsland.

De USS Baltimore is een schip met een lange en gevarieerde staat van dienst. Sinds de tewaterlating in 1888 deed het schip zo ongeveer de hele wereld aan. Deze stoomboot was aanwezig in Chileense wateren tijdens de Chileense revolutie, beschermde Amerikaanse handelsbelangen in de Indische Oceaan, was actief in Hongkong en Havana, beschoot de vijand tijdens de Spaans-Amerikaanse oorlog en patrouilleerde op de Middellandse zee. Ze werd omgebouwd tot mijnenlegger en diende later als oefenschip.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Uss_baltimore_1918

USS Baltimore

 

Spaanse griep in Fort Riley

Een precieze datum vaststellen voor de uitbraak van een pandemie als die van de Spaanse griep is onmogelijk. Algemeen wordt de datum van 5 maart 1918 aanvaard omdat een wetenschappelijk artikel uit 1921 die datum vermeldt als het begin van de uitbraak van deze epidemie op de Amerikaanse militaire basis Fort Riley nabij Manhattan, Kansas.

Nauwelijks een maand later is de ziekte al aanwezig op diverse militaire basissen in Europa. Het eerste Belgische geval van Spaanse griep duikt op in het militair hospitaal van Cabour (Adinkerke) op 27 april 1918. Spanje is het eerste Europese land waar de ziekte zich ook sterk verspreidt onder de gewone bevolking, niet alleen bij de militairen. Vandaar de naam Spaanse griep. Het precieze aantal doden wereldwijd van deze ziekte is niet precies te bepalen, maar cijfers van 20 of 40 miljoen en zelfs meer worden vermeld,

bron : oorlogskalender 204-2018, Davidsfonds

SpaanseGriep_FortRiley

de ziekenboeg in Fort Riley

sergeant Stubby

Op 5 februari 1918 ging hij de loopgraven van de Chemin des Dames in, ten noorden van Soissons. Hij lag meer dan een maand dag en nacht onder vuur. De herrie en stress die een aanslag vormden op de zenuwen van vele van zijn kameraden, tastten Stubby’s stemming niet aan. Zeker was hij zich bewust van het gevaar. Zijn boze gehuil als de slag voortduurde en zijn razende geblaf terwijl hij van de ene kant van de loopgraven naar de andere rende, toonden dat wel aan. Maar hij scheen te weten dat de grootste verdienste die hij kon leveren, het brengen van troost en vrolijkheid was.

Zo begint in 1926 het in memoriam voor sergeant Stubby, de meest gedecoreerde hond van de eerste wereldoorlog. Stubby (Stompje), zo genoemd vanwege zijn staartje, is uit de VS meegemsokkeld door korporaal Robert Conroy. Stubby verblijft de rest van de oorlog bij zijn baasje, hoewel de hond meerdere malen gewond raakt door granaatscherven en bij gasaanvallen. Hij is zo geliefd dat hij in het ziekenhuis van het Rode Kruis bijna als een mens behandeld wordt. Stubby treedt op als verzorgingshond die het slagveld afzoekt naar gewonde soldaten om hun troost te bieden, dan wel om de hospikken te waarschuwen. Na de bevrijding van Château-Thierry maken de vrouwen van de stad speciaal voor hem een geitenleren dekje, waar zijn medailles en lintjes aanhingen.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

SergeantStubby_1918

Sokken voor de jongens

Vanaf begin 1915 bewegen in Canada massaal breinaalden heen en weer. In antwoord op een oproep van enkele officieren beginnen groepjes dames grote hoeveelheden sokken te breinen voor de Canadese militairen aan het front in Europa. “Socks for the boys” zoals de actie weldra heet, heeft zowel een fysieke als een mentale impact : drogen voeten en een gevoel van steun van het thuisfront. Wie meer wil weten over het belang van propere kousen in oorlogstijd, kan eens googelen op de termen “loopgraafvoet” of “trench feet”. Een slechte verzorging van voeten en gebrek aan propere kousen kon zelfs leiden tot amputatie van tenen of een deel van de voet.

Sergeant-majoor Beswick, een van de vele soldaten die sokken krijgt, schrijft op 27 december 1917 een dankbrief aan Marion Simpson, een van de vrouwen achter de organisatie.

Lieve mevrouw Simpson, ik heb uw schattig pakje goed ontvangen en volgens uw instructies heb ik het pas geopend op kerstdag. Ik kan u verzekeren dat de inhoud zeer op prijs werd gesteld. Rekening houdend met het feit dat ik van dienst was die dag, was het toch een aangename dag. Het weer was ideaal : er vielen enkele centimeters sneeuw en er was genoeg vorst in de lucht om te denken dat ik in Canada was.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://nl.wikipedia.org/wiki/Loopgraafvoet

SocksForTheBoys