Raoul Snoeck op patrouille

Raoul Snoeck noteert op 13 mei 1918 in zijn dagboek het volgende :

Op verkenning trekken is avontuurlijk, liefst zo dicht mogelijk bij de Duitse voorposten. We zijn tegelijk voorzichtig en agressief. We dwalen rond, kruipen op de buik, rukken op of trekken ons terug, zonder de juiste afstand te kennen die ons van de vijand scheidt. Soms haperen we aan prikkeldraad, schrammen de handen en scheuren de kleren. Het is zo donker dat we niet zien waar we onze voeten zetten. We vorderen tastend. De meeste tijd liggen we plat op de buik, de revolver in de ene en de dolk in de andere hand, voorbereid op elke omstandigheid. Om ons te redden moeten we soms in een obusput springen. We steken dan tot over onze buik in het water, en wachten op het gunstige ogenblik om de expeditie verder te zetten. Als de Duitsers ons horen of opmerken, dan is het man tegen man. Komen we iets over de vijand te weten, dan keren we gelukkig terug  om het onze oversten te vertellen.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervalle, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck, Ducaju en zoon

De tekening hieronder is van Léon Broquet, getiteld “patrouille surprise par la fusée”.

LeonBroquet_PatrouilleSurpriseParLaFusee

 

Vijfde overwinning voor Willy Coppens

Zondag 19 mei 1918. Het is mooi weer. Willy Coppens vliegt naar Houthulst waar een Duitse observatieballon hangt en die is hij van plan neer te schieten. Als het hem lukt, zal dat zijn vijfde luchtzege zijn, en vijf luchtzeges is wat er in de Belgische luchtmacht vereist is om zich een “aas” te mogen noemen. Coppens is niet alleen. Bij zich heeft hij een stel vliegtuigen van het eskader die hem moeten beschermen tegen Duitse jachtvliegtuigen.

Ze naderen de frontlinie bij Diksmuide en daar zien ze een vijandelijke vliegtuigpatrouille koers zetten naar het zuiden. Coppens en zijn escorte zwenken naar hen toe. De Duitse vliegtuigen lijken niet geïnteresseerd in een gevecht maar blijven gewoon doorvliegen. Hij ziet de ballon. De rookwolken van de luchtafweer laaien op in de lucht.

Om 9u45 duikt Coppens naar de ballon en schiet hem in brand. Als hij landt, wordt hij ogenblikkelijk omringd door de andere piloten die hem willen feliciteren. Later die dag worden hij en een van de andere piloten van het eskader opgeroepen bij het hoofdkwartier in Houthem waar het hoofd van de Belgische luchtmacht hem officieel feliciteert met het bereiken van de status “aas”. Als Coppens terugkomt, gaat hij rond half zeven mee op patrouille boven de frontlinies.

bronnen
Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum
http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Willy_Coppens

WillyCoppens_19180519

 

de vier vliegeniers

Sergeant-vlieger Marcel Ciselet uit Antwerpen komt op 17 mei 1918 om het leven in een luchtgevecht tijdens een verdedigingsopdracht. Eerder was hij ook al eens krijgsgevangen genomen maar hij was kunnen ontsnappen.

Bijzonder tragisch en merkwaardig is dat zijn drie broers eveneens verongelukken in een vliegtuig. Robert, ook sergeant-vlieger, sneuvelt in 1917 tijdens een luchtgevecht bij Adinkerke. Maurice, adjudant-vliegenier, wordt in 1922 dodelijk gewond tijdens een ongeval in bevolen dienst. Charles ten slotte raakt tijdens de oorlog drie maal gewond bij luchtgevechten, maar sterft in 1931 als luitenant-vliegenier tijdens een ongeval op de luchthaven van Deurne.

De beide ouders overleven hun vier zonen.

De foto hieronder vermeldt 18 mei 1918 als sterfdatum, maar in de vermelde bronnen wordt telkens 17 mei 1918 als datum van overlijden vermeld.
bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.hangarflying.eu

MarcelCiselet_19180518

 

Vijfde overwinning voor Jan Olieslagers

Jan Olieslagers, ook bekend als den Antwerpsen Duivel, behaalt op 3 mei 1918 zijn vijfde officieel geregisteerde overwinning in de lucht en treedt daarmee toe tot het beperkte kringetje van luchtazen. Hij krijgt nog een zesde overwinning officieel achter zijn naam, maar aangezien hij verwikkeld was in 92 luchtgevechten, moeten het er veel meer geweest zijn.

Zonder twijfel was Jan Olieslagers een van de meest bijzondere en veelzijdige mensen in het Belgische leger. Als hij zich bij het begin van de oorlog meldt als vrijwilliger, brengt hij ook zijn eigen vliegtuig mee. Voor het begin van de oorlog heeft hij reeds meerdere wereldrecords en overwinningen op zijn naam staan als motorrenner en als piloot.

Na de oorlog overtuigt hij de regering om in Antwerpen een luchthaven te bouwen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Jan_Olieslagers_1909

 

Rondsluipen in niemandsland

Sinds eergisteren is Gaston Le Roy in Reigersvliet. Op 27 april 1918 maakt hij een verkenning in niemandsland.

We zwerven eerst lange tijd rond onze stellingen en met de eerste klaarte vorderen we een honderdtal meter in de richting van de vijandelijke linies. Niets te bespeuren. Van links sluipen we naar de sector rechts. Het wordt klaarder en je kunt gemakkelijk 300 meter ver kijken. De afstand tussen de frontlinies bedraagt enkele honderden meters. We nemen zelf een vooruitgeschoven punt in. De Duitsers geven geen teken van leven. Er wordt geen schot gelost.

Wat verder doen we een lugubere ontdekking. In de grootste wanorde liggen daar drinkflessen, schoppen, knapzakken, helmen kogels, geweren… en een lichte mitrailleur naar onze posten gericht. Daarbij ligt een dode Duitser uitgestrekt op de rug.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

GesneuveldeDuitseSoldaat

dokter Lievens herstelt van een gasaanval

In het vorige bericht over dokter Lievens schrijft hij over zijn werk als dokter tijdens een gasaanval op Nieuwpoort en hoe hij ten slotte zelf door het gas geveld werd. (lees daarover meer in dit bericht).

11-4-1918 : Nog geen beterschap. Hevige keelpijn !

12-4-1918 : Voor de eerste maal kan ik de ogen openen, maar ik kan bijna niets onderscheiden.

13-4-1918 : De koorts is over, ik mag opstaan en een beetje wandelen.

14-4-1918 : Mijn ogen klaren op en ik kan mezelf in de spiegel bekijken. Ik ben geel-groenachtig in het gezicht en al ferm vermagerd. Maar de appetijt komt terug en ik zou wel een hele ham kunnen binnenspelen. Wat ben ik gelukkig dat ik mijn zicht teruggekregen heb !

15-4-1918 : Ik voel me goed en omdat het hospitaal vol ligt en men plaats nodig heeft voor nieuwe slachtoffers, vraag ik naar mijn regiment te mogen terugkeren. Maar dat wordt me geweigerd en ik moet enkele dagen gaan uitrusten in de Colonne d’Ambulance VIième division in Koksijde.

18-4-1918 : Colonne d’Ambulance. Het hangt me hier ferm de keel uit. Het is verwonerlijk hoe je een zekere nostalgie naar dat leger kunt krijgen. Ik geloof dat ik als embusqué maar een ongelukkige jongen zou zijn. Ik loop nog altijd met een blauwe bril op, want ik kan de zon niet verdragen. (Embusqué betekent letterlijk iemand die in een hinderlaag ligt. In werkelijkheid gaat het hier om zogenaamde carottiers of lijntrekkers die de frontdienst ontlopen).

23-4-1918 : Ik ben tevreden dat ik weer bij onze jongens ben en verder mijn plicht mag vervullen.

Het schilderij hieronder is van John Singer Sargent getiteld “Gassed”.

JohnSingerSargent_Gassed

 

slag om Merkem

Tijdens een ochtendlijk offensief veroveren Duitse soldaten op 17 april 1918 het dorp Merkem op het Belgische leger. De Belgen moeten zich een eind terugtrekken, maar lanceren in de loop van de dag tegenaanvallen op diverse tijdstippen en plekken. Het ene na het andere gehucht, de ene boerderij na de andere komen opnieuw in Belgische handen.

Rond half tien ’s avonds trekken de Duitsers zich terug en nemen beide legers ongeveer dezelfde stellingen in als ’s ochtends. Op het terrein was er dus geen winst of verlies maar de Belgen namen wel bijna achthonderd Duitse soldaten en officieren gevangen. Een morele overwinning voor de Belgen dus, ook en vooral omdat ze de vijand hebben kunnen terugdrijven.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Merkemapril1918-1