veroordeeld wegens moord

In het klooster van de Blauwe Zusters in Veurne spreekt de krijgsraad van het Belgische leger op 12 januari 1918 de doodstraf uit over de 26-jarige wachtmeester-foerier Emiel Ferfaille. Hij is schuldig aan de moord op zijn 20-jarige vriendin Rachel Ryckewaert. Omdat het niet gaat over een militair misdrijf, maar een misdrijf van gemeen recht zal de dodstraf niet uitgevoerd worden met de kogel maar dor onthoofding.

De terechtstelling gaat afhankelijk van de bron door op 26 maart of 27 maart 1918 in de gevangenis van Veurne, net terwijl de Duitsers de stad bombarderen. Omdat België niet meer over een eigen guillotine beschikt, moet er tijdelijk een ingevoerd worden uit Frankrijk.

Het is vor het laatst dat in België een doodstraf wordt uitgevoerd voor een gewoon misdrijf. Na de tweede wereldoorlog zijn er nog wel executies van oorlogsmisdadigers.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

EmielFerfaille_1918

Emiel Ferfaille

 

 

op wacht bij Grande Garde Vicogne

Dokter Lievens noteert in zijn dagboek.

11-1-1918 : Ik vertrek naar Grande Garde Vicogne. De wegen zijn in een echte modderpoel herschapen. Bij elke stap kleeft een nieuw pak klei aan de schoenen. Menig zwaar beladen soldaat glijdt uit en valt. In de duisternis komen we vuil, zwaar, grof en geheel gesteld om te lijden bij Viconia aan. Ik tref er een nieuwe heel vochtige Poste Sanitaire aan. net als we aankomen beginnen de Duitsers de passerelle te beschieten met mitrailleurs, zo hevig dat de hele compagnie zich plat moet neerwerpen. Na vijf minuten houdt het vuren op en kunnen onze mannen verder.

Viconia was vier jaar lang in Duitse handen. Dokter Lievens bedoelt ofwel de Grote wacht Oud-Stuivekenskerke of wel de Grote Wacht Reigersvliet. Beiden liggen in vogelvlucht ongeveer 1 kilometer van Viconia.

12-1-1918 : Met commandant Van Loo maak ik in de donkere nacht een volledige ronde van de voorposten. Juist voor de puinen van de hofstede tegen p.a. zijn we nog eens in een kogeltuil van machinegeweren gekomen, die vlak voor ons op de afgebrokkelde muren knetterend en vuurspattend uiteenvloog. Onze ronde is uiterst vermoeiend in de kleiachtige modder of over glibberige brugjes. Plots loopt commandant Van Loo tegen me aan en vliegt halsoverkop in het vuile water. Doodmoe leg ik me om 2 uur op mijn strozak.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

OudStuyvekenskerke_voorpost

de kerstperiode van Martinus Evers

Waar heeft Martinus Evers de kerstperiode van 1917 doorgebracht ? Dankzij het dagboek van François Janssen, een soldaat van het 23e linieregiment net zoals mijn grootvader, kunnen we ervan uitgaan dat Martinus Evers eind december 1917 begin januari 1918 in de buurt van Diksmuide heeft doorgebracht. In het dagboek van François Janssen lezen we het volgende :

0p 22-12-1917 moesten we terug op wacht aan de boorden van de Ijzer om er in de zuidersektor van Diksmuide de 6de L.A. te gaan aflossen. Van Vinkem trokken we met pak en zak over Alveringem, Oudekapelle, Sint-Jacobskapelle tot op de bestemming aan de Ijzer,
Deze voor ons nieuwe sektor, liep van aan de noordersektor van Diksmuide, Kaaskerke, en wel vanaf de spoorbaan dicht aan de Minoterie over Sint-Jacobskapelle en Nieuwkapelle tot aan het “Oud Fort van Knokke” dat aansluiting gaf met de volgende sektor van Merkem, Bikschote.
Juist voor Diksmuide was het uiterst gevaarlijk gezien de Duitsers de oosterkant over de Ijzer bezetten, en vanuit  de Bloemmolens of Minoterie in de rug konden mitrailleren met Fritz die in de bunker aan een ketting 1ag en onze loopgrachten voortdurend onder vuur nam.
Met Jeannin en Lhoir hebben we slechts eenmaal de verkenning op de Minoterie gedaan doch we vonden er geen enkele in-of uitgang.
Niets was er te vinden en te zien dan dooreengeschoten prikkeldraadversperringen op een massale betonversterking met daarin, bezijden, enkele schietgaten waardoor de genoemde Fritz ons aanhoudend bestookte.

bron : François Janssen, Belevenissen aan het Ijzerfront

Onderstaande kaart is van het Lange Max Museum en toont de positie van dit grote kanon. Tevens geeft de kaart goed aan waarlangs het 23e linie is gemarcheerd alvorens aan te komen aan de Minoterie van Diksmuide. 

Lange-Max-ligging

vredeswensen van een Belgische piot

Gerard Dingens schrijft op 30 december 1917 een brief aan zijn vriend en stadsgenoot Maurice Braet, geniesoldaat.

Vurig hopen we naar het gelukkige ogenblik dat het zielverheffende woord vrede een daadzaak wordt. Zal het nog lang duren ? Zullen we weldra het geluk genieten in het zo schandelijk als oneerlijk behandelde België te mogen terugkeren als een vrij en onafhankelijk volk ? Hopen we het vurig en wachten wij geduldig de gebeurtenissen af.

Dat het jaar 1918 ons verlossing moge schenken. Dat we gespaard mogen blijven van verder onheil en een tijdperk van geluk de bange jaren van onze ballingschap mogen vervangen. Ziedaar onze innige wensen voor 1918.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

1918-frères-darmes-bonne-année

 

denken aan de familie in Gent

Tijdens de Kerstdagen denkt men vaak aan de familie en voor de frontsoldaten is dat niet anders. Raoul Snoeck noteert op 22 december 1917.

We kantoneren in Hoogstade en het vriest dat het kraakt. Het is verschrikkelijk koud in onze barakken. Bij gebrek aan steenkool hebben we dikwijls bevroren vingers. Voor het inslapen kijk ik elke avond liefdevol naar de foto’s van ma en zus. Helaas, die van pa en broer zijn in Stavele in de brand gebleven en ik heb nooit die foto’s ontvangen  die ze beloofd hadden op te sturen. Denken aan mijn dierbaren raak ik in mijmeringen verzonken. Terwijl zich daarbuiten loense nachtelijke drama’s afspelen, droomt de soldaat in zijn schuilplaats. Een massa vage gevoelens beklemmen hem het hart, vermengd met een weemoedige spijt om het verwoeste België.

Gelukkige zijn we jong en zijn er onder ons vrolijke lui. Ik mag van mezelf zeggen dat ik bij die lustige snaken hoor. Laat er eentje zijn kop hangen, dan komen ze me halen want ik slaag erin het voorhoofd van de sombersten te ontrimpelen. Maar als mijn geest rust krijgt, begint hij te dwalen en krijg ik zwartgallige gedachten. Als ik schrijf, redeneer ik en gaat alles beter.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju en zoon

Kerst_1917_1918

 

bewondering voor Duitse bunkers

Van de vijand kan je nog wat leren, hoe je een degelijke bunker bouwt bijvoorbeeld. Onderluitenant Arthur Pasquier neemt op 22 december 1917 een kijkje bij veroverde Duitse linies ergens in de buurt van Bikschote.

Goed gewapend beton met voldoende dikte weerstaat aan alles. Nogmaals merken we dat de Duitsers ook hier hun stellingen beter georganiseerd hebben dan wij. Ze hebben bunkers gebouwd met een plafonddikte van 2 meter. Ze hebben het gemakkelijk want als betonbewapening gebruiken ze compleet gedemonteerde spoorstaven uit ons land. Een betondikte van 80 centimeter zoals in onze linies volstaat niet om weerstand te bieden aan directe treffers, wel aan inslagen in de onmiddellijke omgeving.

Toch hebben we met onze eigen ogen gezien hoe zo’n bunker die aan alles kan weerstaan, toch het graf wordt van zijn bewoners, doordat een bom vlak voor de ingang is gevallen en de explosie zeker iedereen gedood heeft.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Pionniers-allemands-posant-devant-un-ouvrage-betonne-en-construction-a-Premesques-vers-1916-Coll-JM-Bailleul

 

Renaat De Rudder sneuvelt

Schoten afgevuurd door Belgische militairen treffen Renaat de Rudder op 17 december 1917 terwijl hij een verkenningsopdracht maakt door de frontzone. Wat later sterft hij aan de opgelopen verwondingen in een militair hospitaal.

Renaat_De_RudderVier dagen nadien wordt hij begraven op het militair kerkhof van Westvleteren. Zijn stoffelijke resten blijven daar tot ze op 21 juli 1932 tijdens de dertiende Ijzerbedevaart worden bijgezet in de crypte onder de Ijzertoren. Renaat De Rudder is dan uitgegroeid tot een van de symbolen van de Vlaamse beweging.

Renaat de Rudder, geboren in Oostakker, meldde zich kort na het begin van de oorlog als vrijwilliger. Aan het front beschreef hij de situatie van de Vlaamse soldaten in het vooral door Franstalige officieren gedomineerde leger. Zijn inzet voor de Frontbeweging werd hem dan ook niet in dank afgenomen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds