Italiaans links op de barricades

Nadat de fascisten in bepaalde steden de macht hebben overgenomen, komt er van de linkerzijde een antwoord. De Alleanza del Lavoro roept op tot een algemene staking. De oproep, waartoe op 29 juli 1922 wordt besloten, zou geheim blijven tot de avond van 31 juli. Maar de publicatie van het nieuws in de Genuese hervormingsgezinde krant “Il Lavoro” op 30 juli stelt de fascisten in staat zich nationaal te organiseren voor repressie. De fascisten geven de regering 48 uur om de onrust te stoppen, waarna zij zullen ingrijpen.

In Genua, op de eerste dag van de staking, op 1 augustus 1922, zijn er botsingen tussen fascisten en antifascisten, die in de volgende twee dagen toenamen. De politiediensten breken in de nacht van 3 op 4 augustus de barricades op die zijn opgericht om het linkse hoofdkwartier te verdedigen. In die augustus 1922 zijn er doden en gewonden, en talrijke arrestaties en bevelen aan arbeiders om de regio te verlaten. In de volgende dagen bereiken de fascisten het doel van hun financiers, de Genuese reders: de vernietiging van de coöperatieve organisaties van de haven en het herstel van de oude methoden om havenarbeiders uit te buiten.

De staking in augustus toont de vechtlust van de arbeidersklasse. Maar gelanceerd zonder  voorbereiding, benadrukt het eens te meer het gebrek aan leiderschap en verdeeldheid van de linkse partijen en bewegingen in Italië. De lijst met nieuwe verwoestingen van vakbonden en politieke organisaties, volksadministraties beslaat het hele schiereiland.

Er zijn twee gevallen waarin de volkstroepen erin slagen de agressie af te weren : de steden Bari en Parma blijven links. In Parma zijn 15.000 fascisten onder leiding van Italo Balbo die de buurten van Oltre Torrente aanvallen, maar na vijf dagen gevechten met de linkse  Arditi del Popolo moeten ze hun nederlaag toegeven.

bron : Ma a Parma e Bari no pasaràn! – Patria Indipendente

Barricades in Parma – augustus 1922

zwarthemden veroveren de steden

In juli 1922, te midden van verwoesting van socialistische kantoren en politieke moorden, rukken de Italiaanse fascisten onstuitbaar op en zetten het hele land op zijn kop. De een na de ander belanden de grote Italiaanse steden in de handen van de zwarthemden, die de stadscentra bezetten en de ongunstige gemeenteraden verjagen. Na de verovering van Novara zal de fascistische leider Cesare de Vecchio in zijn toespraak op 20 juli 1922 zeggen :”De schuilplaatsen van het rode beest zijn bij honderden vernietigd. Nooit in Italië passeerde meer zuiverende wind en meer leeuwenkracht. Overal schijnt en klopt de driekleur, opnieuw ingewijd tussen de rijstvelden in de brandende julizon.”

De “achtergrond” van juli 1922 verschilt niet zo veel van een jaar dat wordt gekenmerkt door de escalatie van fascistisch geweld. Om deze maand echter centraal te stellen in de etappes die leiden tot de Mars naar Rome, is er de intensivering van een offensief dat enige tijd door de zwarthemden is gelanceerd en dat in de zomer van ’22 een beslissend moment vindt op weg naar de verovering van de macht: het innemen van steden .

Tussen juli en augustus 1922 vallen in feite verschillende belangrijke steden onder de klappen van de squadristi : Cremona, Viterbo, Novara, Rimini, Ravenna, Milaan, Ancona, Bari, Terni, Varese. De stedelijke centra worden binnengevallen door de fascisten, het hoofdkwartier van de oppositie verwoest, de politieke tegenstanders geslagen en vernederd, de onzichtbare administraties verdreven uit de instellingen. Zo komt de ontoereikendheid van de liberale staat en zijn autoriteiten steeds duidelijker naar voren, volledig uitgebuit door het fascisme, dat eind oktober zal profiteren van deze crisis.

bron : https://www.ildolomiti.it/societa/2022/il-domino-delle-citta-dal-sud-al-nord-il-luglio-1922-e-la-presa-fascista-dei-centri-urbani

pyjamaconferentie in Rapallo

In het kader van de grote Europese conferentie in Genua, waar overwinnaars en overwonnenen na de Groote Oorlog samenkomen, hopen de Duitsers een nieuwe regeling te treffen voor hun herstelbetalingen. Op Goede Vrijdag 1922 horen de Duitsers geruchten dat de westelijke mogendheden en Rusland het eens zijn geworden. De zaterdag voor Pasen nemen deze geruchten toe. Duits minister Rathenau probeert voortdurende de Britse premier Lloyd George te bereiken maar tevergeefs.

Die zaterdagavond, voor de onderbreking door de feestdagen, zit de Duitse delegatie geheel alleen in de lounge van haar hotel, eindeloos discussiërend en speculerend, terwijl de ene sombere mogelijkheid na de andere wordt overwogen. Tegen middernacht beëindigt men terneergeslagen de vruchteloze gesprekken en gaat naar bed. Maar twee uur later ligt iedereen nog wakker.

Rond die tijd wordt er zachtjes bij Maltzan op de deur geklopt : er is een heer met een gekke naam voor hem aan de telefoon. Maltzan gaat in kamerjas en op pantoffels door het trappenhuis naar beneden naar de telefooncel in de foyer. Aan de telefoon is Tsjitsjerin, de Russische minister van Buitenlandse Zaken :”Wij moeten elkaar morgen zo vroeg mogelijk ontmoeten,” zegt hij,” Het is van het grootste belang.”.

Van de Duitse gedelegeerden is Maltzan degene die zijn blik het meeste op het oosten gericht heeft. Hij wenst een verdrag met de Russen en zou het graag al voor Genua met hen hebben gesloten. De Russen weten dat of vermoeden het tenminste. Om twee uur in de ochtend trommelt Maltzan de hele Duitse delegatie uit bed.

En nu volgt de beroemde “pyjamaconferentie” in de kamer van Rathenau, Duits minister van Buitenlandse Zaken. Alle leden van de Duitse delegatie – de rijkskanselier, minister van Buitenlandse Zaken, ambtenaren en diplomaten – zijn in hun pyjama en kamerjas bijeengekomen en bespreken, moe door te weinig nachtrust – de nieuwe situatie. De Russen dringen aan op een onmiddellijke bijeenkomst met de Duitsers : nu, op de eerste paasdag in Rapallo, waar zij, ver van de andere delegaties gehuisvest zijn. Het plaatst de Duitsers voor zeer verdragende beslissingen die ter plekke en onmiddellijk genomen moeten worden. Moet men met de Russen een overeenkomst sluiten halsoverkop op paaszondag ?

Rathenau ziet de fraaie kans op een overeenkomst met het Westen in rook opgaan als hij het Russische aanbod accepteert. “Nu ik van de stand van zaken op de hoogte ben, ga ik met Lloyd George praten,”verklaart hij.Maltzan geeft ten antwoord :”Als u dat doet, treed ik af.”. Rijkskanselier Wirth maakt een einde aan de korte crisis door zich achter Maltzan te scharen. Om vijf uur ’s ochtens besluit de Duitse delegatie naar Rapallo te gaan. Rathenau drijft nog door dat men voordien de Engelse delegatie tenminste nog telefonisch op de hoogte stelt. Men belt de Engelsen tweemaal. De eerste keer slapen zij nog, de tweede keer hebben zij hun hotel verlaten.

In Rapallo verloopt die dag alles gesmeerd. De Russen zijn de beminnelijkheid zelve. Zij uiten zelfs geen bezwaren alks de Duitsers nog een voor hen gunstige verandering in het concept eisen. Om vijf uur ’s middags is het verdrag van Rapallo getekend. Naar de inhoud is het een zakelijk vredesverdrag, meer niet. Het vedrag van Brest-Litovsk is al in november 1918 geannuleerd. Er komt nu een werkelijk vredesverdrag in de plaats. Beide partijen erkennen elkaars territorium, knopên diplomatieke betrekkingen aan, zien wederzijds af van herstelbetalingen. Geheime clausules in militair of ander opzicht bevat het verdrag niet.

Niettemin is het verdrag een van de gebeurtenissen van de eeuw. Duitsland en Rusland , beide voor het eerst weer tot de Europese statengemeenschap toegelaten, hebben de gelegenheid te baat genomen tegenover deze gemeenschap gemene zaak te maken. En dat nog wel achter de rug van de conferentie van Genua om, en terzelfdertijd als het waren onder haar ogen. Lloyd George krijgt een aanval van razernij als hij het bericht ontvangt : zijn hele opzet ligt in duigen. De Franse delegatie pakt demonstratief haar koffers. Enkele kranten spreken overe oorlog.

Het gaat allemaal voorbij. Er komen verklaringen en verzekeringen, er wordt gesust, en langzaam keert de rust weer. De conferentie van Genua draait niet meteen op een mislukking uit; zij sleept zich nog een paar weken voort.

Het verdrag van Rapallo, hoe plotseling en overhaast ook tot stand gekomen, blijkt heel bestendig. Formeel blijft het bijna twintig jaar van kracht: tot Hitlers overval op Rusland op 22 juni 1941. Na de machtsovername van Hitler in 1933 wordt het natuurlijk een dode letter. Maar elf jaar lang, van 1922 tot 1933, bepaalt het feitelijk de betrekkingen tussen het Duitse RIjk en de Sovjet-Unie.

bron : Sebastian Hafnner, het duivelspact, Uitgeverij Rainbow, Amsterdam

Rijkskanselier Wirth (2e van links), en de Russische vertegenwoordigers Krassin, Tsjitsjerin en Joffe.

Europese conferentie in Genua

Van 10 april tot 19 mei 1922 vindt in Genua een economische conferentie plaats. Vrijwel alle Europese regeringsleiders zijn aanwezig, op de Franse premier Poincaré na. Frankrijk stuurt wel een bescheiden delegatie. Verder zijn er 33 andere landen aanwezig, zoals afgesproken op de Conferentie van Cannes, waaronder ook Duitsland en de Sovjet-Unie. Deze Europese conferentie is een idee van de Britse premier Lloyd George. Maar die heeft niet volledig carte blanche gekregen om zijn ideeën over een naoorlogs Europa uit te werken. In ruil voor de toestemming van de Fransen om met de Russen te onderhandelen moet hij het idee van het kwijtschelden van Duitse oorlogsschulden laten varen. Van het Britse parlement heeft hij een aantal richtlijnen meegekregen die vooral een strenge opstelling tegenover de Sovjet-Unie inhouden.

Er blijken al snel onoverkomelijke meningsverschillen te zijn tussen de delegaties van de Sovjet-Unie en Frankrijk. De Fransen eisen dat de Sovjet-Unie alle schulden van het vroegere Russische keizerrijk op zich zal nemen en zal terugbetalen voor er over een eventuele diplomatieke erkenning gepraat zou kunnen worden. Lloyd George geeft ondertussen door zijn gedrag de Duitsers het idee dat hij niet meer geïnteresseerd is ze te helpen met hun financiële problemen. Dat is een scherp contrast met een paar maanden eerder, wanneer hij op de Conferentie van Cannes heeft beloofd dat een aanzienlijk deel van de schulden kwijtgescholden zal kunnen worden. De sfeer op de conferentie is hierdoor niet al te best.

bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Conferentie_van_Genua

Conferentie in Genoa

de ambitie van het fascisme

Op 25 januari 1922 sticht Benito Mussolini het maandblad “Gerarchia” (hiërachie). Aan dit maandblad werken onder meer mee Gioacchino Volpe, Ardengo Soffici, de historicus en jurist Arrigo Solmi, de kunstcritica Margherita Sarfatti,die gedurende jaren vertrouwelinge en minnares van Mussolini is.

In het eerste nummer omschrijft Mussolini de doelstelling van het maandblad Gerarchia of Hiërarchie als volgt : “HIERARCHIE betekent een schaal van menselijke waarden, verantwoordelijkheden, plichten, discipline; het betekent het innemen van “een strijdpositie tegen alles dat ernaar streeft – in de geest en in het leven – de noodzakelijke hiërarchieën te verlagen en te vernietigen”, functioneel voor elk systeem. Het FASCISME respecteert de traditie, maar kan niet stoppen voor hiërarchieën in verval die, nadat ze hun historische cyclus hebben uitgeput, nu niet in staat zijn hun leiderschapsfunctie uit te oefenen. In Italië moeten de hiërarchieën bij zonsondergang het bevel overgeven aan de nieuwe opklimmende hiërarchieën die uit het fascisme zijn voortgekomen. “.

bron : https://it.wikipedia.org/wiki/Gerarchia_(rivista)

Operatie Nemesis slaat toe in Rome

Operatie Nemesis is de naam die gegeven wordt aan de campagne van een groep Armeniërs die de schuldigen voor de Armeense genocide wil straffen. Op 5 december 1921 slaat Nemesis toe in Rome. Uitvoerder van de aanslag is Arshavir Shiragian. De jongeman is 21 jaar oud en geboren in Constantinopel. Hij is een tiener als de Groote Oorlog uitbreekt in 1914 maar hij wordt al snel een lid van het ondergrondse verzet. Hij smokkelt vluchtelingen en wapens doorheen verschillende locaties in de stad. De meeste Armeniërs proberen te overleven door hun hoofd zo veel mogelijk te buigen, letterlijk en figuurlijk, maar Shiragian is iemand die het conflict met de politie niet uit de weg gaat, en soms ook wel opzoekt. Hij is robuust, vertrouwd met wapens, een goed schutter en trefzeker. Als hij naar Rome wordt gestuurd, heeft hij al eerder Turkse vijanden van de Armeniërs uit de weg geruimd.

Zijn doel is Said Halim Pasja die in een villa niet ver van de Spaanse trappen in Rome zijn toevlucht heeft gezocht. Said Halim Pasja was groot-vizier van het Ottomaanse rijk tijdens de Groote Oorlog en hij heeft zijn handtekening gezet onder het bevel van de deportatie van de Armeniërs. Said Halim is niet alleen in Rome. Er zijn nog andere Turkse ballingen die samen met hem wachten op de overwinning van Mustafa Kemal om dan naar Turkije te kunnen terugkeren.

Als Shiragian in Rome toekomt, sluit hij al snel vriendschap met een jonge oorlogsweduwe Maria die hem uitnodigt om bij haar in te trekken. Korte tijd later weet Shiragian de woonplaats van Said Halim Pasja te vinden in de Via Bartolomeo Eustachio nummer 18. De voormalige grootvizier heeft zich het leven aangemeten van een Italiaanse gentleman met entourage, een Zwitserse dienstmeid, een lijfwacht en secretaris. Om niet op te vallen, besluit Shiragian Helena, een Griekse jongedame in de buurt, het hof te maken. En hij koopt nieuwe kleren die zo opvallend zijn, dat ze de aandacht van hemzelf moeten afleiden. Een grote zwarte hoed en een lange zwarte overjas moeten het theatrale benadrukken.

Op 5 december 1921 gaat Shiragian tot de actie over. Hij neemt de trein en stapt uit in de buurt van de Via Bartolomeo. Hij komt ongewild zijn Grieks liefje Helena tegen en begint een gesprek, terwijl hij de buurt nauwlettend in de gaten houdt. Als hij de koets van Said Halim Pasja ziet, slaat hij zonder twijfelen toe. Hij plaatst zich in het midden van de straat, brengt het paard tot stilstand, gaat langszij de koets en met één welgemikte kogel in het hoofd doodt hij de voormalige groot-vizier. Dan houdt Shiragian de lijfwacht onder vuur en dwingt hem zijn wapen te laten vallen. Vervolgens laat hij het verschrikte paard met de koets erachter vertrekken. De koetsier kan de koets tot staan brengen, maar het is al te laat. Door de drukte van het Romeinse verkeer is Shiragian kunnen ontkomen. Ooggetuigen zien dat hij zijn zwarte hoed en jas weggooit en dat iemand anders die hoed en jas oppakt en een andere richting uitvlucht.

Shiragian komt terug thuis bij de Italiaanse weduwe Maria. Die heeft het nieuws van de moord al opgevangen en waarschijnlijk kan ze de link met haar minnaar leggen. Ze stelt hem voor dat ze beiden zich terugtrekken in haar verblijf op het platteland. Op deze manier kan Shiragian aan de Italiaanse politie ontsnappen.

bron : Eric Bogosian, Operation Nemesis, pp. 244-253

nieuwe politieke partijen zien het licht

Van 7 tot 10 november 1921 houden de Fasci Italiani di combattimento hun jaarlijks congres. Op 9 november 1921 acht Mussolini het moment daar om de paramilitaire groepen om te vormen tot een nieuwe politieke partij, de Partito Nazionale Fascista (PNF). Het symbool van deze partij zijn de bijlen met roedenbundel (fasces cum securi) , symbool van de rechterlijke macht uit de Romeinse oudheid. Binnen het jaar zullen de leden van deze nieuwe partij een mars op Rome houden en zo de macht voor hun leider (duce) afdwingen.

Enkele dagen later, op 14 november 1921, wordt de Partido Comunista de España (PCE) opgericht. Die nieuwe partij is een samengaan van 2 communistische partijen die hun krachten willen bundelen om zo meer politiek gewicht in de weegschaal te kunnen leggen. In 1936 zullen de Italiaanse fascisten en de Spaanse communisten met elkaar slaags raken tijdens de Spaanse burgeroorlog. En nog enkele jaren later, in 1941, zullen Italiaanse soldaten zij aan zij met de Duitse soldaten oprukken tegen de Sovjet-Unie als Hitler het land is binnengevallen om af te rekenen met de communistische aartsvijand. We zijn dan 20 jaar na de oprichting van de PNF, die de tweede wereldoorlog niet zal overleven.

bron

https://en.wikipedia.org/wiki/November_1921

Onbekende soldaat in Rome

Onbekende soldaat in Rome

In navolging van de Britten en Fransen in 1920 kiezen ook de Italianen een onbekende soldaat uit die begraven zal worden in Rome. Op 11 plaatsen waar er gevochten is, worden gesneuvelden, waarvan de identiteit niet bekend is, opgegraven. Op 28 oktober 1921 worden deze elf lijkkisten in de basiliek van Aquileia samengebracht. Maria Bergamas, moeder van de vermiste Antonio Bergamas, mag een keuze maken tussen deze elf lijkkisten. Antonio Bergamas, inwoner van Trieste (toen nog niet Italiaans) was in 1914 gedeserteerd uit het Oostenrijks-Hongaarse leger. Maar zodra Italië in 1915 de kant van de geallieerden gekozen had, had hij als vrijwilliger in het Italiaans leger dienst genomen. Hij sneuvelt op 18 juni 1916 en wordt begraven. Een bombardement van het kerkhof zorgt ervoor dat men hem achteraf niet meer kan identificeren.

Zodra Maria Bergamas een lijkkist heeft uitgekozen, wordt die apart bewaard. De tien overige lijkkisten worden op 4 november 1921 begraven op het kerkhof nabij de basiliek van Aquileia. De gekozen lijkkist wordt op een trein geladen die in Aquileia vertrekt op 29 oktober om 8 uur. Die dag loopt het traject via de volgende stations : Aquilei, Udine, Treviso, Mestre , Venezia Santa Lucia. In Venetië vertrekt de trein op 30 oktober en doet de volgende stations aan : Padova, Rovigo, Ferrara, Bologna Centrale, In Bologna vertrekt de trein op 31 oktober en passeert de volgende stations : Pracchia, Pistoia, Prato, Firenze Santa Maria Novella, Arezzo. In Arezzo vertrekt de trein op 1 november en gaat langs de volgende stations : Chiusi, Orvieto, Orte, Portonaccio. De laatste rit brengt de trein op 2 november van Portonaccio naar Roma Termini.

Op 2 november 1921 om 9 uur wordt de lijkkist van de onbekende soldaat opgehaald door de koning en generaals van het Italiaanse leger. De lijkkist wordt op een kanonaffuit geladen en naar de basiliek van Santa Maria degli Angeli gebracht. Daar bewaakt een erewacht de lijkkist tot de dag van de begrafenis.

Op 4 november 1921, derde verjaardag van de wapenstilstand tussen Italië en Oostenrijk-Hongarije, wordt de lijkkist van de onbekende soldaat op een affuit geladen voor de allerlaatste rit naar de “Altare della Patria” in het centrum van Rome.

De honderdste verjaardag van deze gebeurtenis wordt in Italië herdacht en aan het aantal tweets te zien met #MiliteIgnoto geven de Italianen hier heel wat aandacht aan.

bron
https://it.wikipedia.org/wiki/Milite_Ignoto_(Italia)

Arditi del Popolo

De term “arditi” (letterlijk : stoutmoedigen) verwijst naar stoottroepen in het Italiaanse leger die in 1917 zijn opgericht. Ze zijn de tegenhanger van de Duitse Sturmtruppe. Beide korpsen worden tijdens de oorlog ingezet om een snelle doorbraak te forceren in de loopgravenoorlog.

Na de oorlog zijn er heel wat voormalige arditi die d’Annunzio volgen in zijn bezetting van Trieste. De republiek van d’Annunzio wordt beschouwd als de eerste fascistische staat. Lees meer daarover in dit bericht. Maar er zijn ook arditi die niet kiezen voor de zwarthemden. ZIj hebben een speficieke voorkeur voor de linkse partijen. Die partijen, waaronder vooral de communisten, hebben hun eisen op tafel gelegd en kracht bijgezet door stakingen en bezettingen van fabrieken in de jaren 1919 en 1920. Deze periode staat bekend als de “biennio rosso“. Maar na de rode tweejaarse volgt er een zwarte tweejaarse, de “biennio nero“. In 1921 neemt het fascistisch geweld tegen politieke medestanders toe.

Op 22 juni 1921 is er in Rome een bijeenkomst van de ANAI, de Associazione Nazionale degli Arditi d’Italia. Daar komt het tot een discussie tussen veteranen die het fascisme aanhangen en hun tegenstanders. De discussie eindigt met een breuk tussen beide groepen. De antifascistische veteranen van de arditi besluiten hun eigen beweging op te richten. Op 29 juni 1921 wordt onder leiding van onder meer de anarchist Argo Secondari de Arditi del Popolo opgericht. Het symbool van deze nieuwe beweging is een bijl die de roedenbundel of fasces cum securi (symbool van de fascisten) in twee breekt.

bronnen

Arditi del Popolo – Wikipedia

Argo Secondari – Wikipedia

verkiezingen in Italië

Op 15 mei 1921 zijn er voor het eerst sinds de oorlog algemene verkiezingen in Italië. Het is ook de eerste keer dat er regio’s deelnemen die tot voor kort nog bij Oostenrijk-Hongarije hoorden, zoals Venezia Tridentina en Venezia Giulia. Om die reden is het aantal zetels in het parlement verhoogd van 508 naar 535. Het stemrecht is voorbehouden voor mannen vanaf 21 jaar.

De verkiezingen vinden plaats in een zeer woelige periode. Vlak na de oorlog zijn er veel stakingen geweest en was er veel invloed van de communistische en socialistische partijen. Die periode wordt aangeduid met Biennio Rosso (of rode tweedaagse 1919-1920). Vanaf 1921 volgt er een Biennio Nero waarin de fascisten hun macht laten gelden. Dat leidt tot zeer veel gewapende confrontaties waarbij er gewonden en soms zelfs doden vallen.

Een goed voorbeeld van die spanningen zijn de “fatti di Citadella” die een week voor de verkiezingen gebeurd zijn. Op de ochtend van 8 mei 1921 valt een groep fascisten de arbeidskamer van Cittadella aan en verwoest deze, als vergelding voor de schotwond van de secretaris van de plaatselijke fascisten. Vijf aanvallers worden gearresteerd door de carabinieri. In de namiddag trekt een groep van 150 fascisten naar de kazerne om de vrijlating te eisen. Bij de aanval op de kazerne streven drie fascisten en een kwart van de aanvallers wordt gewond. Ook de commandant van de carabinieri laat bij de aanval het leven.

Het is in deze woelige periode dat de Italianen hun nieuw parlement gaan kiezen. De liberale partij van Giovanni Giolitti die tot dan in de regering heeft gezeteld, heeft zich met de nationalisten en fascisten verenigd in het Nationaal Blok. Zij behalen zo 19% van de stemmen. Benito Mussolini behaalt zo ook zijn eerste parlementszetel.

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/1921_Italian_general_election
https://it.wikipedia.org/wiki/Elezioni_politiche_italiane_del_1921
https://it.wikipedia.org/wiki/Fatti_di_Cittadella