matige triomfberichten van de K.u.K. Armee

Het hoofdkwartier van het Oostenrijks-Hongaarse leger (Kaiserliche und Königliche Armee, afgekort K.u.K. Armee) geeft op 16 juni 1918 informatie vrij over de gevechten aan de Piave gisteren. De keizerlijke troepen zouden maar liefst zestienduizend gevangenen gemaakt hebben. Daarnaast stelt de mededeling ook dat de troepen van de majesteit later op de dag weer een deel van het verworven terrein moesten prijsgeven, meer bepaald het gebied rond de berg Ranieri.

Hoeft het gezegd dat de grote massa gevangenen die hier vermeld wordt in schril contrast staat met de eindnederlaag van de K.u.K. Armee in het gebied van de piassen, ongeveer een week later ?

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

LeoSpitzer_Lettere_PriogionieriItaliani

Slag van de Piave

Slag van de Piave

Tijdens de slag van de Piave trekt het Oostenrijks-Hongaarse leger op 15 juni 1918 ten aanval in Trentino met de bedoeling Verona in te nemen. Het Italiaanse leger dat ook een aantal Franse en Britse manschappen omvat, slaagt er middels tegenaanvallen in om de tegenstander af te houden. In een week tijd verliezen de aanvallers ongeveer veertigduizend soldaten.

Deze Oostenrijks-Hongaarse nederlaag wordt gezien als de aanzet tot de uiteindelijke val van de dubbelmonarchie. Zoals wel vaker hebben veldslagen meerdere namen : deze staat ook bekend als de Zweite Schacht am Piave of Battaglia del Solstizio.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Pontonniers_Piave_1918

Lawine expeditie in de Tonale pas

De Oostenrijks-Hongaarse troepen lanceren op 13 juni 1918 een afleidingsaanval op de Tonale-pas in noord-Italië om hun komende offensief op de Italianen bij de Piave te camoufleren. Deze aanval krijgt de codenaam “Lawine-expedition”.

Maar de Italianen hadden ook een aanval in deze zone gepland en dus zijn de Italiaanse stellingen en artillerie extra versterkt. De Oostenrijks-Hongaarse aanval wordt voor de loopgraven tegengehouden door het Tolmezzo bataljon. Iedere aanval krijgt een tegenaanval als antwoord. Op 15 juni volgt er nog een aanval op de Italianen op Monte Rosa. Diezelfde dag zijn er gevechten rond de Monte Grappa. De Oostenrijkers bezetten dan de Corno di Cavento, 1 jaar nadat ze die verloren hadden. Deze bezetting duurt tot 19 juli waarna de Italianen de Cavento weer innemen. De Passo di Tonale blijft Oostenrijks tot 1 november 1918.

bronnen
Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas
http://www.storiaememoriadibologna.it/la-guerra-sulle-alpi-1918-adamello-la-guerra-bianc-135-evento

Alpenkrieg01

 

 

de Szent Istvan zinkt

Het slagschip S.M.S Szent Istvan van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie gaat op 10 juni 1918 ten onder tijdens haar eerste belangrijke opdracht.

De bouw ervan in Rijeka (Kroatië) liep vertraging op door het uitbreken van de eerste wereldoorlog, maar het schip wordt dan toch opgeleverd in december 1915. Het grootste deel van haar bestaan ligt de SMS Szent Istvan aan de kade in Pula (Kroatië). Ze vaart alleen af en toe uit voor schietoefeningen.

Op 9 juni 1918 vertrekt het schip dan toch voor een belangrijke opdracht : een aanval op de geallieerde zeeblokkade in de straat van Otranto, tussen Korfoe en Brindisi. Onderweg naar of van dat doel beschieten twee Italiaanse torpedomotorboten de Szent Istvan, die kapseist en vervolgens zinkt. Alle 89 bemanningsleden brengen het er levend van af.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

SzentIstvan_1918

de Pasubio ontploft

De Pasubio is een bergtop, die deel uitmaakt van de Vicentijnse Alpen tussen Trentino-Alto Adige en Veneto. Vanaf juni 1916 tot november 1918 is deze berg het toneel van bloedige gevechten tussen het Italiaanse en Oostenrijks-Hongaarse leger. Hij heeft dan ook de bijnaam “berg van de 10.000 doden”. Net zoals elders aan het westelijk front verstarren de gevechten in schermutselingen rond loopgraven en eerste linies.

In 1917 begint een nieuwe fase in de gevechten als beide kanten ondergronds gaan en zo de posities van de vijand willen ondermijnen om hen zo in de lucht te doen springen. Tussen april 1917 en maart 1918 ontploffen negen mijnen (4 Italiaanse en 5 Oostenrijkse) zonder dat er een doorbraak geforceerd kan worden.
De meest krachtige ontploffing wordt veroorzaakt door een Oostenrijkse mijn van 13 maart 1918, bereid met 50.000 kg zware explosieven. De Italianen verliezen daarbij hun voorste posities zonder dat de eerste linies elders in gevaar komen.

bronnen
https://de.wikipedia.org/wiki/Pasubio
http://www.storiaememoriadibologna.it/il-pasubio-una-montagna-in-guerra-813-evento

Pasubio_19180313

Venetië gebombardeerd

Oostenrijks-Hongaarse vliegtuigen bombarderen doelen in het centrum van Venetië. Veel Venetianen zoeken een toevlucht in het Lido of op Giudecca, een eiland in de lagune. De stad heeft al meerdere bombardementen doorstaan maar dit van 27 februari 1918 is toch wel bijzonder hevig.

Terreinwinst is niet meteen de bedoeling van dit bombardement. Het is eerder van strategische aard, met de bedoeling de bevolking te demoraliseren.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Venezia-Veduta-della-Birreria-Spiess-distrutta-26-27-febbraio-1918

 

begin van het kampleven

Op 20 december 1917 arriveert de Italiaanse soldaat Paolo Monelli op zijn eindbestemming, een oud kasteel in Salzburg dat is omgebouwd tot een krijgsgevangenenkamp. Hij heeft nu bijna twee weken gemarcheerd, ingeklemd in een colonne van vermoeide, gedemoraliseerde krijgsgevangenen met kapotte uniformen en afgerukte medailles en rangonderscheidingstekens. Soms hebben mensen om eten gevochten, soms is er bonje ontstaan als gevangenen de ontbinding ten gevolge van de gevangenschap hebben gebruikt om de eerder zo harde discipline te doorbreken en los te gaan op hun officieren. Velen zijn blij dat hun oorlog nu eindelijk ten einde is en schromen niet om hun vreugde te tonen.

Maar Monelli heeft ook kunnen zien dat de tegenstander, in zijn triomf, aanzienlijke problemen heeft : van de Oostenrijks-Hongaarse soldaten die de colonne gevangenen vanaf de kant van de weg tevreden stonden te bekijken, waren velen ondervoed en mager. De vijand moet bovendien een wanhopig gebrek aan mensen hebben, want hij heeft meerdere bultenaren gezien en zelfs een dwerg. Vandaag begint het kampleven voor hem en de anderen. Monelli schrijft in zijn dagboek :

Op 20 december arroveren we bij het fort in Salzburg – een grimmige kazerne met setile dikke muren op de top van een ontoegankelijke heuvel, zonder zon, rillend van de kou in lege zalen. In de noordelijke winter, met mist en sneeuw om ons heen, wordt de gedachte aan het traditionele kerstfeest een kwelling.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

ItaliaanseKrijgsgevangenenCaporetto