legendarische heldendaden van Alvin York

Alvin Cullum York moet een van de meest gedecoreerde gewone soldaten zijn uit deze oorlog. Als hij naar Tennessee terugkeert, is hij drager van bijna vijftig onderscheidingen uit diverse soldaten. Op 8 oktober 1918 verricht hij zijn meest opmerkelijke actie : hij komt terug van het slagveld met liefst 132 gevangenen. Tijdens de gevechten sneuvelen drie hogere officieren in zijn eenheid net als tal van soldaten.

Korporaal Alvin Yorck is de hoogste in rang van de acht overblijvende manschappen en neemt noodgedwongen het bevel. Het lijkt wel of hij niet kan getroffen worden door vijandelijke kogels terwijl hij maar raak blijft schieten. De eerste die zich overgeeft is luitenant Paul Jürgen Vollmer, nadien volgen er steeds meer terwijl Alvin York met zijn groeiende groep gevangenen over het slagveld trekt. Korporaal York wordt daarna bevorderd tot sergeant.

Op basis van zijn dagboek wordt in 1941 een film gemaakt met Gary Cooper in de hoofdrol : Sergeant York. Het schilderij hieronder dat de heldendaden van Alvin Yorck herdenkt is van Frank Schoonover.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

FrankSchoonover_Alvin_C_York_Painting_1918

 

Frans Massy terechtgesteld

FransMassy_1918

Frans Massy

In Hasselt stellen de Duitsers de 37-jarige coiffeur Frans Massy op 7 oktober 1918 terecht wegens spionage. In zijn goed aangeschreven kapsalon aan de Koningin Astridlaan kwamen ook diverse vooraanstaanden over de vloer. Behalve spion is Frans Massy ook actief in Le mot du soldat, een organisatie die brieven van soldaten aan de Ijzer naar hun familieleden brengt. Voor deze organisatie werkt ook een dienstmeid van de zusters ursulinnen die verkleed als non brieven over de Nederlandse grens smokkelt. Wellicht werd Frans Massy verklikt door een aangehouden lid van de organisatie.

Bij zijn aanhouding wordt Frans Massy niet gefouilleerd en hij kan vertrouwelijke documenten doorslikken. Volgens de Duitse versie van de feiten pleegt hij zelfmoord in de gevangenis, maar na de oorlog duiken er berichten op dat hij gewurgd zou zijn omdat hij weigerde mee te werken.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

De laatste rit van de Balkanzug

Vanuit Constantinopel vertrekt op 6 oktober 1918 de laatste Balkanzug. In de omgekeerde richting verlaat een trein Berlijn nog op 11 november 1918, maar die raakt niet verder dan Nis (Servië).

De Balkanzug was een soort alternatief van de Centralen voor de Oriënt Express. Deze historische treinverbinding wedr immers opgeheven in het begin van de oorlog, omdat het traject deels over vijandelijk grondgebied loopt.

Voor Duitsland en Oostenrijk-Hongarije is de Balkanzug belangrijk omdat die een verbinding biedt met de Turkse bondgenoten : de hoofdas verloopt immers tussen Berlijn en Constantinopel. Over dit traject, dat ongeveer drieënhalve dag vergt, rijdt de trein tweemaal per week.

De Duitsers slagen er niet in om het traject te verlengen tot Bagdad omdat sommige tunnels richting Iraakse hoofdstad nog niet operationeel zijn.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Balkanzug_1918

 

Roland Garros stort neer

Nadat hij op 19 oktober 1915 een noodlanding moest maken met zijn vliegtuig, voorzien van een gesynchroniseerd machinegeweer, was Roland Garros krijgsgevangen genomen en naar een Duits kamp getransporteerd.

In februari 1918 ontsnapt hij uit krijgsgevangenschap en keert hij terug naar huis. Hij meldt zich weer bij het leger en wordt nu ingedeeld bij Les Cigognes, het befaamde jachteskader waartoe ook Georges Guynemer behoord heeft, de meest vermaarde Franse jachtpiloot.

Op 5 oktober 1918 slaagt een Duitse piloot erin om het toestel van Roland Garros neer te schieten boven de Franse Ardennen. Bij wijze van postuum eerbetoon dragen de Open Franse Tenniskampioenschappen sinds 1927 zijn naam.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

7681CD8B-3D14-47BF-BA12-1E8C8F9B81D6.jpeg

 

Duitse regering vraagt wapenstilstand

In Duitsland vormen de politieke partijen op 4 oktober 1918 voor het eerst een regering die over een meerderheid beschikt in de Reichstag. Daarmee is Duitsland feitelijk een parlementaire democratie geworden. De regering onder leiding van Max von Baden, laat nog dezelfde dag de Amerikaanse president Woodrow Wilson weten dat ze bereid is te praten over wapenstilstand op basis van het veertienpuntenplan dat Wilson in januari 1918 heeft voorgesteld.

Noteer dat niet het leger om een wapenstilstand vraagt, dat was te veel oneer, maar de burgerregering. Het leger vecht trouwens nog een vijftal weken verder, steeds meer achteruitwijkend naar Duitsland. Om de Duitse onderhandelingspositie niet te erg te verzwakken, mag de regering de fouten van het leger ook niet bekritiseren.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Onderstaande cartoon is van de Nederlander Louis Raemaekers.

8704925D-D13C-43AF-9883-D0D7C465C722

 

 

Belgen tellen hun verliezen

Tijdens zijn verkenningen stelt onderluitenant Arthur Pasquier vast dat de 10e infanteriedivisie meer moeite had om op te rukken, gezien de grote aantallen gevallen soldaten die nog niet begraven zijn. Vooral rond Duitse mitrailleursnesten liggen ze gegroepeerd. De onderluitenant stelt zich vragen bij het grote aantal slachtoffers. In zijn dagboek noteert hij op 2 oktober 1918.

Naar verluidt lopen onze totale verliezen tot op vandaag op tot om en bij de tienduizend man, wat veel is voor een klein leger als het onze, en niet in overeenstemming met het bereikte resultaat. Bij dit cijfer horen echter ook gewonden die weer vlug te been zullen zijn. Ze zijn bewonderenswaardig. Wie ter plaatse wordt verbonden en nog uit de voeten kan, evacueert zichzelf.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

D1A345AE-FBC0-465A-9BB8-5E3542BAD012

 

Belgen wachten op de bevoorrading

Arthur Pasquier, onderluitenant in het Belgische leger, bracht de nacht door in Klerken. Hij lijkt in een uistekend humeur wanneer hij op 1 oktober 1918 in zijn dagboek schrijft.

Wat een buitengewoon fantastisch uitzicht hebben we ’s morgens vanuit de observatiepost waar we de nacht doorbrachten. De door de Duitsers zo zorgvuldig uitgewerkte toegang naar het hart van hun vroegere stellingen ligt er compleet onbewaakt bij. Gelukkige hebben onze tegenstanders andere problemen aan het hoofd dan eraan te denken ons lastig te vallen.

We leven merkwaardig sober, zelfs nog slechter dan in volle bewegingsoorlog. De enige bevoorrading is verstopt door files en ligt tevens onder vijandelijk kanonvuur met verre reikwijdte, wat het nog erger maakt. Het resultaat is dat er niets doorkomt, we moeten teren op onze reserves.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

46106006-53DA-425E-AAD3-661B42735410

Gaston Le Roy wordt geëvacueerd

Gaston Le Roy maakt het begin van het bevrijdingsoffensief mee. Hij noteert het volgende in zijn dagboek :

28 september 1918 : Het Duitse geschut reageerde weinig, onze kanonnen vuurden om het hardst en verlengden hun schietbanen. Ze joegen de Duitsers in onze armen. Het waren triestige momenten voor hen. Mannen, mensen zoals wijzelf, kwamen met de handen in de lucht en bange gezichten aangelopen. Het leek wel opgejaagd wild bij klopjacht.

Het begon te regenen. Het water viel met bakken uit de hemel. Weldra sijpelde het door de kleren in de broek en mijn gewonde voet baadde in een te grote schoen. We trokken steeds vooruit, ondervonden weinig weerstand en namen honderden krijgsgevangenen. We geraakten tot voorbij Zonnebeke en Broodseinde en op de hoogte gingen we postvatten. Het was nog maar middag. Ik ben doodop. Mijn adem is afgesnoerd door het spannen van de knapzakken vol patronen. De pijn aan mijn voet wordt een foltering.

29 september 1918 : Daar ik niet meer kan stappen, word ik met een briefje “mank” achteruit gestuurd. Met kleine pasjes op een dikke stok en met veel geluk wat te kunnen rusten, eerst op een kar, dan in een auto en een tijdje op een munitiewagen kom ik, na om 6u ’s morgens te zijn vertrokken, ’s avonds om 6 uur in Zuidhuis aan.

Bij de verpleging schrik ik ervan mijn eigen voet te zien, ik kon me niet voorstellen dat hij zo gezwollen was. De dokter geeft er een snee in, reinigt de wonde en overhandigt me een briefje HEA (Hôpital d’Evacuation de l’Armée). Ik moet dus naar Frankrijk. Ondertussen brengen auto’s honderden gewonden aan.

30 september 1918 : Drinken en nog drinken. Sinds twee dagen heb ik niets gegeten en toch heb ik geen trek. Ze brengen me naar Waaienburg, want nu kan ik geen poot meer verzetten. Daar lig ik op een berrie tot een Rode Kruistrein me met honderden grotere sukkelaars meeneemt. Om 1 uur ’s nachts stopt de lijdenstrein. De meeste gewonden konden stappen, uitgenomen een metgezel en ik. Het duurt lang voor ze ons komen halen. Ze dragen me naast het station in een lokaal waar al veel volk is.

bron : André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

RodeKruisTrein_1918

 

Bulgarije krijgt wapenstilstand

De nederlaag bij Dobro Polje vorige week heeft een tot een grote terugtrekking van de Bulgaarse legers geleid in de richting van de stad Veles. Op een lijn van meer dan honderd kilometer tussen Monastir (Bitola) en Doiran is het front in Macedonië ineengestort. De Bulgaren wisten daar twee jaar stand te houden tegen de multinationale Geallieerde strijdmacht.

Op 19 september 1918 slagen de Bulgaren er nog in om het offensief aan het Doiran-meer af te slaan. Ze  veroorzaken een bloedbad bij de aanvallende Britten en Grieken, die zowat 15.000 man verloren. Maar ook daar hebben de Bulgaren zich nu teruggetrokken.

De terugtrekking heeft op veel plaatsen het karakter van een vlucht gekregen. De voorraden en uitrusting worden achtergelaten. Veel soldaten deserteren: ze willen gewoon naar huis.  De Bulgaarse troepen zijn er al maanden ellendig aan toe. Ze worden slecht gevoed en gekleed en velen hebben niet eens schoenen. In die toestand lijkt het een wonder dat ze zolang hebben standgehouden. Gebrek aan moed en inzet kan men ze niet verwijten.

In Bulgarije zelf heerst een crisissfeer. De burgerbevolking, die al geruime tijd honger lijdt, toont haar ongenoegen. In de steden komen mannen en vooral vrouwen op straat om de stopzetting van de oorlog te eisen. Een paar divisies zijn aan het muiten geslagen en rukken op naar de hoofdstad Sofia “om de schuldigen te straffen” voor alle ellende die ze hebben moeten doorstaan.

In het Geallieerde hoofdkwartier in Saloniki is in de nacht van 29 op 30 september 1918 de wapenstilstand gesloten tussen Bulgarije en de Entente. Dat gebeurde na gesprekken met een driekoppige Bulgaarse delegatie: minister van Financiën  Andrej Ljaptsjev, de diplomaat Simeon Radev en generaal Ivan Loekov. Alle drie zetten ze hun handtekening onder de overeenkomst. Namens de Geallieerden tekent de Franse generaal Louis Franchet d’Espèrey, de opperbevelhebber van het Leger van de Oriënt. De wapenstilstand gaat op het middaguur van 30 september 1918 in.

 

bronnen
https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/09/19/100-jaar-geleden-het-bulgaarse-leger-stort-ineen/

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/drafts/Wetenschap/29-09-1918-nieuwe-aanval-in-picardie-wapenstilstand-met-bulgar/

Cartoon_BulgarijeWapenstilstand

Pelt verliest een zoon nabij Passendaele

In een reactie op één van mijn berichten op Facebook maakt Davy Hermans me attent op het feit dat er ook een Overpeltenaar het leven heeft verloren tijdens het bevrijdingsoffensief op 28 september 1918. Het gaat om onderluitenant Alfons Roothans, geboren in Overpelt op de nationale feestdag van 1890. De moment van bestorming is ook beschreven in het dagboek van dokter Lievens (zie dokter Lievens dient de eerste zorgen toe) .

Tegen de middag bereiken we de Bayernstellung. Nu komen we in de vlakte voor de hoogte van Passchendaele en we rusten een uurtje uit. Het artillerievuur is stilgevallen want de mannen verplaatsen onze kanonnen, omdat onze sprong vooruit te groot is geweest en ze nu niet ver genoeg meer reiken. De bodem waar de zware stukken overheen moeten, is echter te drassig en ze verzinken er bijna in. Nieuwe balkenwegen worden aangelegd, maar het duurt te lang voor ze klaar zijn en we krijgen bevel de hoogte te bestormen zonder artillerievoorbereiding.

Om boven te geraken moeten wij twee en een halve kilometer afleggen tegen een moerassig helling zonder andere schuilplaats dan met water gevulde granaatputten. Met kleine groepejes van vijf tot zes man zetten we ons in beweging. Maar bij de eerste stappen al ratelt de hele berg met een knetterend mitrailleurvuur en regen het kogelballen op ons.

Bij die bestorming is Alfons Roothans overleden.

bronnen
http://blog.seniorennet.be/frverbaenen/archief.php?startaantal=420

André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

 

AlfonsRoothans_19180929