de frontweken van Herbert Sulzbach

Uit het dagboek van Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie.

29 mei 1918 : Onze commandopost is in Montagne-Ferme, waar ik een belangrijke taak krijg. Ik moet de ganse artillerie marsbevelen geven, dus niet alleen mijn eigen bataljon, naar nieuwe posities. Reden is dat de commandant, majoor von Ohnesorge, aan het front is bij de infanterie en dus moet ik deze taak uitvoeren. Nabij Missy zijn er verkeersproblemen. Het oversteken van de Aisne is bemoeilijkt omdat de vijand de bruggen heeft opgeblazen. Maar de obstakels zijn al verwijderd en onze sappeurs hebben noodbruggen in geen tijd opgebouwd. Ik leid onze artillerie rond Soissons en rijd van Missy naar Venicel langs de Aisne : een charmante vallei. Voor ons ligt Soissons dat al in onze handen is en overal zien we sporen van een overhaaste vlucht : geweren, uniformen, munitie ligt overal bij duizenden.

31 mei 1918 : We overnachten in Noyant. Hevige tegenaanvallen door de vijand : de Fransen sturen kleine tanks in grote getale op ons af, gevolgd door infanteristen. Voor de eerste keer sinds lang is ook de vijandelijke luchtmacht zeer actief. Onze commandant von Ohnesorge geraakt gewond. Met spijt in het hart nemen we afscheid van deze stoutmoedige en briljante leider. Hij drukt ons op het hart :”We mogen niet terugtrekken en we mogen nooit onze infanterie in de steek laten, we moeten blijven vuren tot onze laatste ademtocht !”.

2 juni 1918 : Hevige aanval door onze naburige divisie. Chaudun is doorregen met verzetsnesten uitgerust met machinegeweren. De Fransen zetten de tegenaanval in. In de namiddag, na hardnekkige gevechten, kan onze infanterie Chaudun innemen.

3 juni 1918 : Missy is in onze handen. Het lijkt erop dat de aanval – of het ganse offensief – zijn doel heeft bereikt en dat we voorlopig niet verder oprukken. We marcheren terug naar Ploisy en trekken door de ruïnes van Bercy. Het ziet er afschuwelijk uit, nog het ergste op de weg naar Chaudun. Hoewel we geharde soldaten zijn, raakt het ons toch, dat zicht van die lichamen die aan stukken gereten of die overreden zijn, vriend en vijand, blank of zwart. Het is ook heel warm en de geur van deze lichamen in ontbinding is ondraaglijk.

4 juni 1918 : onze divisie kan uitrusten in de achterhoede nabij Billy.

7 juni 1918 : Einde van onze rustpauze. We trekken terug naar Ploisy en Missy.

8 juni 1918 : We betrekken een commandopost ten noorden van Chaudun. De telefoonlijnen worden weer aangelegd en onze batterijen zitten in de posities die hen zijn aangewezen. Het slagveld bekeken vanaf de top is een vreselijk zicht : uitgebrande tanks en eromheen meer lijken dan je kan tellen.

9 en 10 juni 1918 : We blijven nog in onze nieuw aangelegde loopgraven en wachten. Enkele artillerieschermutselingen over en weer. We wachten tot we weer in actie mogen komen.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

Duitseartillerie_juni1918

de Szent Istvan zinkt

Het slagschip S.M.S Szent Istvan van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie gaat op 10 juni 1918 ten onder tijdens haar eerste belangrijke opdracht.

De bouw ervan in Rijeka (Kroatië) liep vertraging op door het uitbreken van de eerste wereldoorlog, maar het schip wordt dan toch opgeleverd in december 1915. Het grootste deel van haar bestaan ligt de SMS Szent Istvan aan de kade in Pula (Kroatië). Ze vaart alleen af en toe uit voor schietoefeningen.

Op 9 juni 1918 vertrekt het schip dan toch voor een belangrijke opdracht : een aanval op de geallieerde zeeblokkade in de straat van Otranto, tussen Korfoe en Brindisi. Onderweg naar of van dat doel beschieten twee Italiaanse torpedomotorboten de Szent Istvan, die kapseist en vervolgens zinkt. Alle 89 bemanningsleden brengen het er levend van af.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

SzentIstvan_1918

de slag om Sardarabad

De  slag om Sardarabad vindt plaats nabij de stad die men tegenwoordig Armavir noemt, tussen 21 en 29 mei 1918, op zo’n veertig kilometers van Yerevan, de hoofdstad van Armenië. Voor de Armeniërs is deze slag een kwestie van overleven.

Vanaf januari 1918 trekken de Russen hun handen af van de Kaukasus. Het land is immers in een burgeroorlog verwikkeld sinds de bolsjewieken de macht hebben gegrepen na de revolutie van november 1917. Grensgebieden zoals de Kaukasus en Armenië liggen daarom voor het grijpen. Niet alleen de Duitsers maar ook de Ottomanen maken daarvan gebruik. De Armeniërs weigeren om onder de bolsjewieken te vallen en richten hun eigen militaire eenheden op.

General Tovmas Nazarbekian en Drastamat Kanayan richten een klein Armeens leger op. In mei 1918 dringt het Ottomaanse leger oostelijk Armenië binnen en valt de stad Gyumri aan (toen Alexandropol). Het doel van de Ottomanen is het Russische Transkaukasië in te nemen en vooral de oliebronnen van Baku (vandaag de hoofdstad van Azerbeidzjan ). Ze slagen erin Gyumri te veroveren en rukken verder op richting Yerevan.

Op 21 mei verslaan de soldaten van Zihni Bey een Armeense eenheid van 600 infanteristen en 250 cavaleristen en nemen Sardarabad in. Vandaar gaan ze verder richting Yeghegnut. Op 22 mei lanceren de Armeniërs een tegenaanval en ze drijven de Ottomanen een 15 kilometer terug. De Ottomanen hergroeperen zich en steken de rivier Araks over maar stuiten op verwoede tegenstand. Op 24 mei komt er een nieuwe poging maar ook deze keer blijven de Armeense posities ongebroken. Op 25 mei 26 mei zijn de rollen omgekeerd : Armeense soldaten willen door de Ottomaanse linies breken maar worden afgeslagen.

Op 27 mei vallen de Armeniërs opnieuw de Ottomaanse linies aan, maar dit keer doen ze dat niet alleen frontaal maar vallen ze de vijand ook in de rug aan. In de achterhoede slagen de Armeense soldaten erin om het station van Arka te veroveren en een magazijn in Mastara. De Ottomanen trekken zich terug tot Karaburun. Op 29 mei nemen de Armeense soldaten ook Karaburun in. De Ottomanen hebben ondertussen belangrijke versterkingen laten aanrukken. Beide partijen komen overeen om een wapenstilstand te ondertekenen.

bronnen
http://historyofarmenia.org/2017/05/28/battle-sardarabad-birth-new-nation/
https://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Sardarabad

ArmeenseStrijders_1918

slecht nieuws voor Herbert Sulzbach

Op 18 mei 1918 is Herbert Sulzbach voor de laatste dag in Lemé, departement Aisne, Frankrijk. Hij krijgt via een soldaat die terug komt uit verlof een brief van zijn ouders.

Ik kan het nieuws niet geloven : Kurt Reinhardt is dood ! Ik heb nooit eerder in de oorlog geweend maar die dag heb ik wel geweend. Ik had nooit een betere vriend. Hij was zo’n wijze en hartelijke man, en zo vaak enthousiast. Ik heb samen met hem in 1914 de kazerne verlaten, we hebben samen onze vuurdoop doorstaan. We verstonden mekaar vanaf het eerste moment en we waren echt zielsverwanten. We deelden alles en als we van mekaar gescheiden waren, zochten we mekaar ook, in welke uithoek van het front ook ofwel aan het thuisfront als we beiden verlof haden. Hoe fier was hij in zijn laatste brief vlak na zijn luchtoverwinning, en enkele dagen later is deze trouwste vriend zelf gesneuveld. Ik denk aan zijn arme moeder die zowel haar man als haar enige zoon nu kwijt is.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

Sulzbach_19180518

Gevechten om Loker

Van bij de aanvang van de oorlog tot aan het Duitse lenteoffensief is Loker (Heuvelland) in geallieerde handen. Op 25 april 1918 slagen Duitse eenheden erin om het dorp te veroveren, maar de geallieerden vechten terug. In de week na 20 mei 1918 verjagen de Fransen de Duitsers tweemaal maar even vaak nemen de Duitsers weer bezit van het dorpje.

Vanaf 20 mei 1918 winnen de geallieerden geleidelijk terrein in Loker. De felste gevechten nemen plaats in de omgeving van het klooster. Maar het zal nog duren tot de eerste week van juli 1918 eer het helemaal – en ditmaal definitief- in geallieerde handen is.

In de kaart hieronder staat Loker (Locre in het Frans) in het okergeel aangeduid met als cijfer 27.  Dat cijfer verwijst naar 27 april 1918, dag waarop de Duitsers het dorpje in handen kregen,

Loker_1918

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://artois1418.skyrock.com/carte-de-la-bataille-de-la-Lys.html

 

de vier vliegeniers

Sergeant-vlieger Marcel Ciselet uit Antwerpen komt op 17 mei 1918 om het leven in een luchtgevecht tijdens een verdedigingsopdracht. Eerder was hij ook al eens krijgsgevangen genomen maar hij was kunnen ontsnappen.

Bijzonder tragisch en merkwaardig is dat zijn drie broers eveneens verongelukken in een vliegtuig. Robert, ook sergeant-vlieger, sneuvelt in 1917 tijdens een luchtgevecht bij Adinkerke. Maurice, adjudant-vliegenier, wordt in 1922 dodelijk gewond tijdens een ongeval in bevolen dienst. Charles ten slotte raakt tijdens de oorlog drie maal gewond bij luchtgevechten, maar sterft in 1931 als luitenant-vliegenier tijdens een ongeval op de luchthaven van Deurne.

De beide ouders overleven hun vier zonen.

De foto hieronder vermeldt 18 mei 1918 als sterfdatum, maar in de vermelde bronnen wordt telkens 17 mei 1918 als datum van overlijden vermeld.
bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.hangarflying.eu

MarcelCiselet_19180518

 

Revolte van het Tsjecho-Slovaaks Legioen

Op 14 mei 1918 zijn er in Chebyalinsk, in de Oeral, onlusten die worden gezien als het begin van de revolte van het Tsjecho-Slovaakse Legioen. Eerst gooit er iemand een steen, vervolgens worden de steengooier en ten slotte leden van het Legioen doodgeschoten. Het begin van nog meer vijandelijkheden tussen deze legionairs en de bolsjewieken.

Voor Tsjecho-Slowaken is het niet eenvoudig hun positie te kennen tijdens de oorlog. Enerzijds maakt hun grondgebied deel uit van het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk, anderzijds moeten velen niet weten van die keizer en laten ze zich liever door de Russen gevangen nemen dan tegen hen te vechten. Na enige tijd vormen de Russen het Tsjecho-Slowaakse Legioen. Als de bolsjewieken aan de macht komen, willen die niet langer de Tsjecho-Slowaakse soldaten rechtstreeks naar Frankrijk sturen maar via de oostelijke omweg naar Siberië.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

TsjechischLegioen_1918