Gontrode een eeuw later

Op 28 september 1917 stort een Duitse Gotha bommenwerper neer nabij het Nederlandse  Sas-van-Gent. Daarbij komen de drie Duitsers aan boord om het leven : piloot Emil Haes, Martin Emmler en Heinz Schreiber. Omroep Flevoland stuurde een reporter  om te kijken wat er overblijft van het vliegveld van Gontrode nabij Gent.

bron
http://www.omroepflevoland.nl/nieuws/151635/dronten-duits-oorlogstoestel-woi-crashte-een-eeuw-geleden

 

Martinus Evers houder van de vuurkaart

Na de oorlog kregen de overlevende soldaten een bewijs dat de ze Groote Oorlog overleefd hadden. Deze Belgische soldaten werden houder van de vuurkaart. Martinus Evers kreeg daarvoor een gedenkpenning, die hieronder staat afgebeeld. Op de achterkant van deze penning staat zijn naam duidelijk te lezen.

MedailleMartinusEvers03

Odon is dood

Af en toe ontsnapt er een feit van 100 jaar geleden aan mijn aandacht. En soms wil ik het dan iets na de 100e verjaardag nog even onder de aandacht brengen. Odon Van Pevenaege is gesneuveld op 15 juli 1917. Odon is vooral in de beginperiode van de oorlog actief geweest met aantekeningen te maken in zijn dagboek. Maar de loopgravenoorlog heeft hem murw gemaakt : na juli 1915 noteerde hij geen voorvallen meer in zijn dagboek. Hij noteerde enkel de plaatsen waar zijn regiment gelegerd was.

Odon is geboren in Maarke-Kerkem op 10 januari 1893 als oudste zoon van Oscar van Pevenaege en Clothilde Bousard. Later zullen Alma, Guido en Marie volgen. De kinderen gaan naar school in buurgemeente Schorisse, maar als in 1906 de boerderij van het gezin afbrandt, wordt er uitgeweken naar de andere kant van Ronse, het Waalse Anseroeul. Daaraan heeft Odon zijn tweetaligheid te danken, wat hem in het leger nog erg van pas is gekomen.

Odon sneuvelt op 15 juli 1917 in Sint-Jacobskapelle aan de Ijzer, ter hoogte van kilometerpaal 19500. Een shrapnel, een bom vol bolletjes, velt hem. Volgens het In Memoriam dient aalmoezenier Coen hem de laatste sacramenten toe. We mogen er dus van uitgaan dat Odon is gestorven in de loopgraven, of in het hospitaal. Niemand kan het nog vertellen. Hij wordt begraven op het kerkhof van Hoogstade-Linde. Daar liggen slechts veertien Belgen, te midden van 206 Fransen en acht Britten.

De familie van Pevenaege verneemt het nieuws van zijn dood pas in 1918 van het Rode Kruis. Daarom wordt op 8 juli 1918 in de kerk van Anseroeul een herdenkingsmis gehouden. Op verzoek van de familie van Pevenaege wordt Odon later naar huis gebracht. Odons kist wordt op de trein gezet naar het dichtstbijzijnde station, dat in Amougies. Oud-strijders dragen de kist van hun makker drie kilometer ver door de winterkou van het station van Amougies naar Anseroeul. Het Vlaamse heldenzerkje is het enige in Wallonië.

bron : Ivan Adriaenssens, Odon – oorlogsdagboek van een Ijzerfrontsoldaat, Lannoo

Odon_1917

 

 

de derde slag om Ieper

De derde slag om Ieper begint op 31 juli 1917 onder het bevel van de Britse veldmaarschalk Douglas Haig, met een aanval op Pilkem. De bloedige gevechten om Passendale maken historisch ook deel uit van deze veldslag maar beginnen in feite pas op 4 oktober.

De geallieerden boeken el terreinwinst tijdens deze slag maar die gaat weer verloren bij de vierde slag om Ieper (voorjaar 1918). Ook het zo zwaar bevochten Passendale komt dan weer in Duitse handen.

Het is niet onterecht deze derde slag om Ieper te beschouwen als een voorbeeld van de zinloosheid van oorlog : honderdduizenden doden in ruil voor kleine, niet eens houdbare verschuivingen op het terrein. Opperbevelhebber Haig wordt gezien als de schuldige voor de mislukte doorbraak. Toch mag hij aan de leiding blijven van de Britse troepen in Frankrijk.

bron : oorlogskalender 2014-2018

Onderstaande schilderij is van Harold Septimus Power en toont Australische artillerie tijdens de derde slag om Ieper.

HaroldSeptimusPower_AustralianArtillery_Ypres1917.png

Een brief vanuit Wijtschate

De dag ervoor had kolonel Rowland Feilding geen tijd om te schrijven maar op 8 juni 1917 vertelt hij in een brief aan zijn vrouw over de verovering van de heuvelkam tussen Wijtschate en Mesen.

Na een bombardement dat zijn gelijke niet kent in de geschiedenis vielen wij gistermorgen om 3u10 de Duitsers aan en veroverden de heuvelkam Wijtschate-Mesen.

Onze brigade kreeg de naar verwachting moeilijkste taak van de dag toebedeeld : het veroveren van Wijtschate-dorp, dat in de handen was van de vijand sinds 1914. Volgens gevangenen die we de laatste tijd konden oppikken, verloren de Duitsers toen zoveel terrein dat de keizer uitdrukkelijk bevelen gegeven heeft om het dorp zeker te behouden.

Het dorp  bevindt zich op top van Mesen-heuvel. De borstweringen die we sinds september 1916 bezetten, lopen door de modderige velden ten westen ervan. Nu is de hele heuvel en de omgeving in onze handen, en ik schrijf deze brief terwijl ik in een open veld zit. Dat zou de voorbije dagen niet zo gezond geweest zijn.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

rowland-feilding

Rowland Feilding

Ontmoeting van wapenbroeders in Parijs

Raoul Snoeck is in Parijs waar hij een oude kameraad ontmoet.

17 mei 1917. Sinds twee dagen ben ik in Parijs. Vandaag heb ik Freddy Lecluse bezocht. ’s Namiddags zijn we samen naar Garche geweest. Op de heuvel vinden we een dure herberg met slechte wijn. Het weer is heerlijk. In de tuin schommelen vrouwen onvermoeibaar heen en weer. Sommigen nemen de voorzorg hun rok vast te spelden, maar dan wel boven de knieën om ons hun onberispelijk mooie benen te laten zien. Oh, die vrouwen ! We keren naar huis terug met een lege maag langs een stille welriekende lommerrijke dreef. Aan de hemel staan heel veel sterren.

20 mei 1917. Ik neem afscheid van Freddy. Met beklemd hart verlaat ik hem. Ah ! Bob de Béthune en Freddy, twee echte vrienden. Morgen lig ik opnieuw aan de ketting. Zou de trein niet kunnen ontsporen voor mij alleen ?

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

RaoulSnoeck_FreddyLecluse1917.jpg

huiselijke sfeer achter het front

Raoul Snoeck geniet van de rust achter het front en noteert op 10 mei 1917 het volgende in zijn dagboek

Nog altijd in Stavele. Ik heb het genoegen kennis te maken met de heer en mevrouw Recour, brave mensen die tijdens de oorlog vele soldaten geholpen hebben. Mevrouw heeft me welwillend ontvangen en een kamer ter beschikking gesteld. Keer ik uit de loopgraven terug, dan kan ik me daar wassen en me op mijn gemak verzorgen. Elke avond komen we bijeen : Fernand Batta, Jacques de Béthune, Binche Hoebeke, Hollemans en ik. Anderen komen ons dikwijl gezelschap houden. Die huiselijke sfeer, de gedekte tafel, een weinig comfort en vriendelijke woorden geven ons de illusie thuis te zijn. Er staat onder meer een oude piano. We zingen onder meer “sluit je lieve ogen” in twee of drie stemmen. Sommigen vallen buiten de toon maar wat voor belang heeft dat ? De uren die we in dit aangename verblijf doorbrachten, kunnen tot de zonnigste herinneringen in ons pijnlijke bestaan worden gerekend.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

RaoulSnoeck_Stavele_19170510.jpg