het einde van Moresnet

Op 10 januari 1920 treedt het verdrag van Versailles in werking. Daarmee komt er een officieel einde aan de Groote Oorlog. Die dag is er ook de eerste algemene vergadering van de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties. Duitsland verliest de havenstad Danzig dat onder bescherming komt van de Volkenbond. En België lijft Neutraal Moresnet definitief in. Het gebied wordt toegevoegd aan de Oostkantons onder leiding van generaal Herman Baltia.

Het belang van de streek van Moresnet lag in de aanwezige zinkfabriek. Gezien het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden en Pruisen niet overeenkwamen, ging een westelijk deel van Moresnet naar de Nederlanden, het oostelijk deel ging naar Pruisen en het centrale gedeelte van Moresnet bleef neutraal ook nadat in 1830 België zich afscheidde van het noorden. Maar na de oorlog verwerft België de controle over het voormalige “Neutrale Moresnet” en het oostelijk gedeelte van de gemeente dat indertijd aan Pruisen was toegekend.

bronnen
https://nl.wikipedia.org/wiki/1920
https://historiek.net/10-januari-1920-belgie-lijft-ministaat-neutraal-moresnet-in/131522/

het politieke salon van Karl Radek

Karl Radek is een vooraanstaand lid van de Russische bolsjewistische partij, een Poolse Jood en tegelijk een soort Duitser uit vrije wil, een van de schranderste en meest gewiekste figuren van zijn tijd. Lenin stuurt hem samen met andere bolsjewistische politici in december 1918 naar het rijkscongres van de Duitse arbeiders- en soldatenraden. Deze delegatie wordt Duitsland echter niet binnengelaten. Alle leden van de delegatie keren terug, met uitzondering van Radek die erin slaagt een Oostenrijke soldatenjas te bemachtigen en zich voordoet als terugkerend krijgsgevangene.

In Berlijn neemt hij niet deel aan het radencongres maar aan het oprichtingscongres van de KPD. Hij maakt de gevechten in januari 1919 mee, de overwinning van de contrarevolutionairen, de moord op Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg. Uiteindelijk wordt hij opgepakt bij een van de vele razzia’s op communisten. Radek wordt opgesloten in de Moabit gevangenis in Berlijn.

Het is zuiver geluk dat hij zijn arrestatie overleeft. Men is er toen al snel bij vooraanstaande links figuren “op de vlucht” dood te schieten. De eerstvolgende maanden zijn zwaar : strenge, eenzame opsluiting, onafgebroken verhoren. Maar in de zomer van 1919 – na de vrede van Versailles – worden zijn omstandigheden plotseling beter. Hij krijgt een voorkeursonderkomen en mag onbeperkt bezoek ontvangen. En de bezoekers worden steeds talrijker. Met name de Reichswehr interesseert zich voor hem. Radeks cel raakt in Moabit bekend als het “politieke salon van Radek”.

In oktober 1919 wordt hij in vrijheid gesteld en overgebracht naar het huis van overste von Reibnitz, die deel uitmaakt van de staf van de Reichswehr. Daar worden de gesprekken voortgezet. In december 1919 keert Radek naar Moskou terug met in zijn bagage, ruim twee jaar voor het verdrag van Rapallo, het denkbeeld van een bondgenootschap van het anti-bolsjewistische Duitsland met het bolsjewistische Rusland, een bondgenootschap gericht tegen het westen en het verdrag van Versailles.

bron : Sebastian Haffner, Het duivelspact, uitgeverij Rainbow

Vittorio Veneto veroverd

In de slag van Vittorio Veneto gaat de Britse, Franse en Italiaanse opmars tegen de Oostenrijks-Hongaarse troepen verder. Zij veroveren Vittorio Veneto op 30 oktober 1918, waarmee ze een wig drijven tussen de Oostenrijks-Hongaarse troepen in noord-Italië. na een week bedraagt de verste opmars 24 km over een front van 56 km.

De Oostenrijks-Hongaarse troepen verbrokkelen zienderogen. Italiaanse soldaten bereiken de linie bij de Tagliamento op 2 november 1918 terwijl Britse en Franse troepen in Trentino snel oprukken naar Trente. Officieel eindigt het gevecht op 3 november 1918. Zo’n 300.000 Oostenrijks-Hongaarse soldaten worden gevangen genomen terwijl de Italianen 38.000 soldaten hebben verloren.

bron : Ian Westwell, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

VittorioVeneto_19181101B

Nederland sluit kamp Zeist

Op 25 augustus 1918 verschijnt de allerlaatste editie van de kampbodem een uiterst bescheiden nieuwsblaadje voor de Belgische geïinterneerden van het kamp in Zeist. Bijna drie jaar lang verscheen het iedere zondag.

De Nederlandse regering besluit het kamp in Zeist op te heffen en alle geïnterneerden over te plaatsen naar een kamp in Harderwijk. De redactie (en blijkbaar ook de lezers) zijn zeer aangedaan door de aangekondigde overplaatsing. Over de successen van de geallieerden wordt met geen woord meer gesproken, de verhuizing alleen houdt de geesten bezig en verontrust de gemoederen. Maar liefst 3315 geïnterneerden ondertekenen een verzoekschrift aan de Nederlandse koningin om de overplaatsing teniet te doen. Tevergeefs natuurlijk.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://www.geschiedenislokaalutrechtwo1.nl

KampZeist

tweede slag aan de Marne

De Duitsers openen op 15 juli 1918 hun vijfde offensief van dat jaar. De afgevaardigde chef van de generale staf, generaal Erich Ludendorff,plant nog een afleidingsaanval, ditmaal in de Champagne, langs de Marinelinie, zodat zijn tegenstanders hun reservetroepen weghalen uit noord-Frankrijk, waar hij nog steeds probeert door te breken en de Kanaalhavens wil innemen.

Bij de aanval zijn drie Duitse legers betrokken : het 7e van generaal Max von Boehn, dat over de Marne moet trekken en daarna oostwaarts moet oprukken naar Epernay, waar het moet aansluiten bij het 1e leger van generaal Bruno von Mudra. Dat rukt op aan weerszijden van Reims. Ten oosten van Reims moet het 3e leger van generaal Karl von Einem Châlons-sur-Marne aanvallen.

Door luchtverkenningen en dankzij spraakzame Duitse deserteurs zijn de Fransen op de hoogte van het offensief en lanceren zij op voorhand een bombardement. Het Duitse 3e leger boekt weinig vooruitgang op het 1e leger van generaal Henri Gouraud en wordt op de 15e in de voormiddag tegengehouden. Voortaan concentreren de Duitsers zich op het gebied ten westen van Reims.

Het Duitse 7e leger valt aan met de steun van het 9e leger onder generaal Eben over een front van 32 kilometer en breekt door tot het Franse 6e leger van generaal Jean Degout om zo de Marne tussen Château-Thierry en Epernay te bereiken. Aanvallen van het Franse 9e leger oncer generaal de Mitry, gesteund door Britten en Amerikanen, voorkomen echter dat de Duitsers hun bruggenhoofden over de Marne kunnen benutten. Op de 17e juli aanvaardt Ludendorff dat zijn offensief mislukt is.

bron : Ian Westwell, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

tweedeSlagMarne_19180715

 

Herbert Sulzbach haalt herinneringen op

De marsorders brengen Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie, naar een streek waar hij ook al in 1914 en 1915 is geweest. Dat brengt bij hem goede en weemoedige herinneringen terug.

Op 19 juni 1918 trekt hij naar Les Petites Armoises om zijn oude bivakplaats terug te vinden en de Fransen waar hij goed herinneringen aan heeft.

Ik vind mademoiselle Valentine terug terwijl ze de koeien melkt, net zoals drie jaar geleden. Les Petites Armoises ! Het dorp met de zachte, aangename, vredevolle omgeving – hoe vaak heb ik ernaar verlangd om hier terug te zijn. Vandaag is mijn wens uitgekomen en ik reed 80 kilometer om om dit dorp en mijn Franse vrienden terug te zien. Ik rijd in draf het dorp binnen en stop bij het huis van de familie Vesseron. Valentine en moeder Pauline komen naar buiten gelopen en roepen uit “Erbère ! Non, c’est impossible, mon Dieu, mon Dieu !”.

Ze vragen naar mijn kameraden van 3 jaar terug en ook naar Kurt en ze zijn geschokt als ik ze meld dat hij dood is. Ze leiden me door het dorp en ik kom oude kennissen tegen. Daarna maak ik een wandeling met Valentine naar de oude molen. Toen ik hier voor het eerst was, was Valentine 16 jaar oud en ik 20, Vandaag is ze nog mooier en vrolijker, met zwarte haren en grote bruine ogen, een echte dorpsschoonheid.

Daags erna verlaat hij reeds om 4 uur ’s morgens Valentine en moeder Pauline. Om 9 uur vindt hij zijn regiment terug in Mesmont. Tijdens de rustdagen van het regiment maakt hij nog een 2e uitstap naar Les Petites Armoises. Op 2 juli 1918 verlaat het regiment Mesmont en ze slaan hun kamp op in Pontfaverger. Weer een plek waar herinneringen komen bovendrijven.

Hier zit ik weer in ons district waar we reeds in 1914 waren. Ik blijf maar denken aan mijn dode kameraad Kurt. Ik zal onze eerste kerst samen aan het front nooit vergeten.
We blijven in ons kamp en maken ons klaar voor het komende offensief. We hopen dat dit ons naar de eindoverwinning zal voeren. We wachten op een aanval op Reims.

Op 7 juli 1918 ga ik naar het front met kapitein Knigge om de artillerieposities te inspecteren en de beschietingen voor te bereiden. Op onze terugweg komen we door Pontfaverger, dat ik nog ken uit het eerste oorlogsjaar. Het was toen een levendig klein dorpje. Nu blijft er alleen maar een hoop puin over. Dit dorp is even dood als mijn vriend Kurt.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

FeldgrauenInBiwak

 

 

ACM korps terug in België

Na een tocht van bijna drie jaar keert op 24 juni 1918 het Corps Expéditionnaire Belge des Autos-Canons-Mitrailleuses terug in België. De eerste maanden van de oorlog vecht het korps aan de Ijzer maar daar loopt het vast in de loopgraven. In september 1915 gaan materiaal en manschappen aan boord van een Britse boot die hen naar Archangelsk aan de Witte Zee brengt. Het Russische leger is immers geïnteresseerd in de lichte gepantserde voertuigen.

Samen met het Russische leger vecht het kopers ongeveer twee jaar tegen de Duitsers in Galicië (op de grens van Polen en Oekraïne ). Omwille van de Russische revolutie en burgeroorlog moeten de Belgen terug naar huis maar dat kan alleen nog via Vladivostok. Vandaar gaat het naar de Verenigde Staten waar ze als helden toegejuicht worden op de Memorial Day optocht in New York, de laatste halte voor Bordeaux.

bron : oorlogskalender 2014-2018,Davidsfonds

6B09F106-CD5F-4CC3-A884-40414F407BA0