Aanval op het bos van Houthulst

Belgische troepen veroveren op 28 september 1918 het stevig versterkte bos van Houthulst op de Duitsers. Voor de Franse generaal Jean Degoutte klinkt dit bericht zo onwaarschijnlijk dat hij driemaal om bevestiging vraagt. Een ooggetuige beschrijft het begin van de slag zo :

Een ijzige regen in een akelige nacht, als om de moed te beproeven van de ongeduldige manschappen. Om 2u30 barst de donder los van al het grof geschut. Een ontzaglijk gerommel dat onophoudelijk bromt en loeit als een orkaan, dat de grond ervan davert. Ontploffingen volgen op ontploffingen in de Duitse lijnen, als zovele vuurspuwende vulkanen : het reuzenwerk van dood en vernieling wint in hevigheid, terwijl de radeloze tegenstander langs alle kanten noodpijlen in de lucht doet ontvlammen.

Zoals de kaart aangeeft, neemt ook het 23e linieregiment, en dus ook mijn grootvader Martinus Evers,  aan de aanval deel.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Houthulst_191807928

soldaten maken zich klaar voor de grote aanval

Veel rusten is er niet bij aan het front, horen we op 27 september 1918 van Jerome Delamane.

’s Morgens om 2u kom ik in Elzendamme aan, na zes dagen tranchée (loopgraaf) gedaan te hebben. Onze strozakken zijn nat geregend. In een schuur slapen we tot 7u30.
Om 18u moeten we ten aanval trekken. Te voet gaan we naar Oostvleteren, waar de tram ons naar Steenstrate-brug brengt. We trekken verder naar Woesten : veel piotten zingen en maken een hels kabaal. Aan de post Draaibank krijgen we enkele uren rust in een loopgraaf maar tussendoor sjouwen we nog met munitie. Ondertussen is het middernacht en de dag van de aanval breekt aan.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Eindoffensief1918_01

de laatste notities van Raoul Snoeck

Raoul Snoeck schrijft voor de laatste keer in zijn dagboek en noteert het volgende op 27 september 1918.

Ik ben erg vermoeid. We zijn het allemaal. Viermaal in tien dagen hebben we aangevallen. Morgen opnieuw : het bevel is gegeven. De koning heeft tot het leger de volgende toespraak gericht :”Soldaten, we zullen een krachtige aanval uitvoeren op de vijandelijke stellingen. Zoals altijd komt het erop aan te winnen of te sterven. Toon u waardig tegenover de geallieerden die aan uw zijde vechten. Het is uw taak de indringer te verdrijven, die sinds meer dan vier jaar uw broeders verdrukt. Overal trekt Duitsland zich terug, de overwinning is aan u !”.

Dit keer is het menens. Met een waar genoegen vernemen we dat we in het offensief gaan. Vannacht moeten we Zarren en Klerken aanvallen. Het moreel van de mannen is bewonderenswaardig. We hebben de vaste overtuiging dat het deze keer moet lukken. Allen leggen niet alleen de beste wil aan de dag maar ook de vurigste moed en het zuiverste enthousiasme. Ze willen niet alleen vechten maar ook oprukken, niet enkel naar Gent maar tot in Berlijn.

Ik vrees niettemin dat ons leger nog harde noten te kraken krijgt. Maar laten we er niet meer aan denken : plicht voor alles. Sterven stelt niets voor, we moeten en zullen overwinnen. En nu aan het werk met de voorbereidingen, instructies en aanbevelingen. Ik schrijf mijn marraine dat ze niet ongerust moet zijn, als ik haar enkele dagen zonder nieuws laat. We zullen verschillende dagen in de strijd betrokken zijn.

Hier eindigen de notities van Raoul Snoeck. De tekening hieronder komt uit de graphic novel van Ivan Petrus Adriaenssens, afspraak in Nieuwpoort, Lannoo

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck – Ducaju & Zoon

AfspraakNieuwpoort_Eindoffensief19180927

 

 

de plannen van koning Albert en generaal Foch

Koning Albert heeft gedurende jaren belet dat zijn soldaten op grote schaal stierven tijdens geallieerde offensieven. Nu beseft hij echter dat een koerswijziging zich opdringt. Vandaar dat de koning op 17 augustus 1918 aan Foch voorstelt om de Belgen een offensief te laten uitvoeren. Hij spreekt over een grote aanval in de sector Diksmuide.

Foch ziet meteen dat een Belgische aanvalsoperatie bij Diksmuide niet veel betekenis heeft. Hij neemt twee weken de tijd om na te denken. Pas op 2 september 1918 reageert hij op het Belgische voorstel. In een brief aan de Britse en Belgische militaire chef stelt hij voor dat Belgen en Britten een aanval zouden doen om het bos van Houthulst, de Vlaamse heuvelrug en de hoogten ten oosten van Ieper te veroveren.

Op 9 september antwoordt de Belgische generaal Gillain op de brief van Foch. Gillain benadrukt dat het Belgische leger wil deelenemen, maar dan heeft het versterkingen nodig en enige tijd om zich op de aanval voor te bereiden. Foch heeft begrepen waar de Belgische generaal op aanstuurt en hij laat weten dat hij koning Albert persoonlijk wil ontmoeten. Nu gaat alles opmerkelijk snel want het onderhoud gaat al door op 11 september. Op 12 september geeft generaal Gillain het operatieplan aan de chefs van de legerdivisies.

Vanaf 15 september zien de soldaten in de achterhoede zoveel voorbereidingen voor een offensief, dat ze er echt niet meer naast kunnen kijken. Pas op 27 september krijgen de soldaten te horen dat ze zich moeten klaarmaken om in de aanval te gaan.

bron : Luc Vandeweyer, Koning Albert en zijn soldaten, Manteau

HOUTEM        " Le Roi Albert et le general Foch à Houthem "

Begin van het Maas-Argonne offensief

26 september 1918 is de eerste dag van een veldslag in de regio van Maas en Argonne (een heuvelrug tussen Aisne en Maas) die , behalve een paar onderbrekingen, doorloopt tot de wapenstilstand. Amerikaanse troepen danken hun overwinning vooral aan de massale inzet van mensen, minder aan tactisch vernuft.

Generaal George Marshall, die tijdens de eerste wereldoorlog op de afdeling planning werkt in Frankrijk en na de tweede wereldoorlog als politicus het naar hem genoemde hulpverleningsplan lanceert, beoordeelt in zijn memoires het Amerikaanse optreden snoeihard.

Dagelijks werden bij het Maas-Argonne-offensief officieren benoemd om verliezen te compenseren, die maar voor een deel aan de vijanden konden worden toegeschreven. Dikwijls kregen ze een taak opgedragen, in een situatie die zich slechts als hopeloos laat omschrijven.

Onderstaande schilderij is van Charles McBarron, getiteld Hell Fighters from Harlem. de eretitel Hell Fighters kregen de Amerikaanse soldaten van de 369e infanteriedivisie voor hun onafgebroken vechtlust tijdens dit offensief.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

CharlesMcBarron_HellFightersFromHarlem

 

Belgische Brancardiers in de vuurlinie

De Legerbode publiceert op 24 september 1918 een stukje over de Duitse houding ten opzichte van het Rode Kruis :

Belgische brancardiers bemerkten twee gewonden tussen beide linies : een Belgische soldaat en een Duitse officier die om hulp vroegen. Onze brancardiers maakten zich klaar om te helpen en zwaaiden met de vlag van het verdrag van Genève om de aandacht te trekken van de vijand en stapten vooruit, de vlag voorop. Spoedig werden ze beschoten door een Duits machinegeweer. Dekking zoekend raakte ze tot bij de Belgische soldaat. Het machinegeweer volgende hen nog steeds. Toen ze de Duitse officier begonnen te verzorgen, werd de arm van sergeant-brancardier Van Wezemael verpletterd en een kogel reet de kaak open van brancardier Groenen. Zij moesten er dan van afzien de Duitse officier te helpen. Hij stierf ter plaatse door de schuld van zijn landgenoten.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Onderstaande tekening is van Georges Bruyer, getiteld brancardiers ramenant un blessé.

GeorgesBruyer_BrancardiersRamenantUnBlesse_1917

Jeugdherinneringen voor Sulzbach

Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie, heeft een tijdje tussen hoop en vrees geleefd om zijn verlof te behouden. Hij behoort tot een Eingreifdivision dat in de achterste linies blijft tenzij er moet ingegrepen worden.

12 september 1918 : Mijn verlof is goedgekeurd. Ik heb vier bladzijden instructies neergeschreven voor Seebach, mijn stafofficier, zodat hij volledig op de hoogte is. Daarna heb ik recht op 21 verlofdagen en vier dagen reistijd.

12 september – nacht : Mijn vreugde overmijn verlof is over. We hebben marsorders gekregen :”Divisie moet toch klaar houden om linies ten oosten van Epoye in te nemen. ’s Anderendaags blijkt dat de vijand toch niet aanvalt en krijg ik alsnog toestemming om op verlof te gaan.

14 september : Na een nacht met artilleriebeschietingen vertrekt ik om 6u30 in een kleine wagen naar Le Chatelet waar ik de trein neem. Om 2u kom ik aan in een hotel in Brussel waar de portier me herkent van een strandvakantie in Nederland voor de oorlog.

17 september : ’s ochtends kom ik aan in Keulen waarna ik doorreis naar Frankfurt. Hoe aangenaam is het langs de Rijn te reizen. ’s Avonds kom ik thuis aan waar het weerzien des te ontroerder is omdat ze me niet hadden verwacht na de voorbije weken van gevechten aan het westelijk front.

25 september : ik ontmoet een oude schoolkameraad en we halen samen jeugdherinneringen op. Hoe onschuldig waren we toen. Het is daar dat we gingen kijken naar de parades ter gelegenheid van de verjaardag van de keizer. We keken onze ogen uit naar de soldaten van het 81e regiment in hun mooie uniformen en nu zijn we zelf al ervaren soldaten. Ondertussen bereikt ons het nieuws van hevige gevechten aan het westelijk front. Er komen ook alarmerende berichten uit Bulgarije waar premier Malinov de Entente gesprekken aanbiedt over een wapenstilstand, zonder met zijn eigen of onze regering te overleggen.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

DuitseSchool_VoorOorlog

 

aanvoer van de granaten

Gaston Le Roy heeft het niet gemakkelijk. Op 23 september 1918 noteert hij het volgende in zijn dagboek.

We lossen duizenden Franse 75 mm-granaten. Ik loop er krom van en mijn handen zijn gekneusd. De voorbereidingen zijn ernstig. Dolken en schoppen worden uitgedeeld. De gesprekken gaan angstig hun gang. Wat het ook wordt, we hebben twee goede kansen tegen een slechte. We zullen niet allen sneuvelen, velen zullen gewond geraken, anderen krijgsgevangen. Misschien blijven de meesten zoals we zijn. Maar wie wordt door het noodlot getroffen ? Wie ?

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

transportArtillerie_1918

het Vardar offensief

Aan het Balkan front is er weinig beweging tot september 1918. Dat zorgt ervoor dat vooral de Bulgaren de verdediging op zich moeten nemen. De Duitsers trekken er voornamelijk troepen weg om aan het westelijk front te vechten. Maar het is net hier dat een geallieerd offensief zal leiden tot de eerste vraag om wapenstilstand.

De Bulgaren verwachten een offensief tegen hun posities aan de Vardar rivier, maar ze worden geplaagd door laag moreel en deserties bij de gewone soldaten. Bulgarije is immers als sinds 1912 in oorlog, door de eerste en de tweede Balkanoorlog. De gevraagde versterkingen van de Duitsers komen niet omdat die hun soldaten niet kunnen missen aan het westelijk front. De Bulgaren staan er dus zo goed als alleen voor.

Op 14 september 1918 om 8 uur vallen Britten, Fransen, Grieken en Serviërs de Bulgaarse stellingen bij Dobro Pole aan. Op 16 september hebben deze geallieerde troepen een bres geslagen van 25 kilometer breed en 7 kilometer diep.

Op 18 en 19 september vallen de geallieerden de Bulgaren aan bij het meer van Doiran. Hier slagen de Bulgaren er wel in hun stellingen te behouden en alle aanvallen af te slaan. De dagen daarna trekken de Bulgaarse soldaten zich terug om niet omsingeld te worden.

Op 20 september steken Fransen en Serviërs de rivier Crna over. Vanaf 22 september nemen ook Italiaanse soldaten deel aan het offensief. Op 25 september slaan aanzienlijke aantallen Bulgaarse soldaten aan het muiten, wat men achteraf de Radomir rebellie noemt. En dan gaat het snel : op 27 september wordt de Bulgaarse republiek uitgeroepen. Op 29 september 1918 vragen en krijgen de Bulgaren een wapenstilstand.

Bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Dobro_Pole
https://en.wikipedia.org/wiki/Vardar_Offensive

VardarOffensief_191809

 

 

een medaille voor Herbert Patey

Een vermelding in The London Gazette is een hele eer. In oorlogstijd betekent het dat je een militaire onderscheiding krijgt. Op 21 september 1918 duikt Herbert Pateay op in die publicatie omdat hij het Distinguished Flying Cross krijgt. Jammer genoeg is hij krijgsgevangen en kan hij zijn ereteken niet ophalen.

Herbert Patey heeft een ongewone militaire carrière. Bij het begin van de oorlog treedt hij in dienst van de Royal Naval Division en vecht mee in Egypte en Gallipoli. In november 1915, wanneer hij, gehandicapt, terug in Groot-Brittannië is, ontdekken de autoriteiten dat hij te jong is voor het leger en ze ontslaan hem.

In april 1917 treedt hij weer in dienst, bij de Royal Naval Air Service, en wordt piloot. Tussen 17 mei en 3 september 1918 behaalt hij elf luchtoverwinningen. Op 5 september 1918 wordt hij neergeschoten en wordt krijgsgevangene. Met kerstmis 1918 is hij weer thuis. Twee maanden later sterft hij aan een dubbele longontsteking.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

HerbertPatey_1918

Herbert Patey