een geweigerd medisch onderzoek

HarryFarr_1916.jpgDe Britse soldaat Harry Farr dient op 17 september 1917 een verzoek in om een medisch onderzoek te krijgen, maar dat weigeren zijn oversten. Na discussies, trekken en duwen plaatst men hem onder arrest. Op 2 oktober verschijnt hij voor de krijgsraad zonder dat er een advocaat beschikbaar is en krijgt hij de doodstraf wegens “lafheid”. Op 16 oktober verschijnt hij voor het vuurpeloton.

Het geval Harry Farr verschilt van vele andere geëxecuteerden omdat de shellshock waaraan hij lijdt, duidelijk is vastgesteld. Tussen 9 mei 1915 en oktober 1915 is hij daarvoor in behandeling, maar dan moet hij terug naar het front. De rechtbank die hem veroordeelde, is op de hoogte van zijn gezondheidstoestand, maar houdt er geen rekening mee.

Pas in 2006 krijgen Harry Farr en zijn lotgenoten officieel eerherstel. Zijn toen 93-jarige dochter Gertrude Harris streed daar jarenlang voor.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

de eerste inzet van tanks

In de buurt van de dorpen Courcelettes en Flers nemen op 15 september 1916 voor de allereerste maal tanks deel aan een veldslag. Tijdens de slag aan de Somme sturen de Britten 32 tanks van het type Mark I naar de Duitse linies. Enkele daarvan breken door de Duitse versterkingen maar de meerderheid heeft af te rekenen met pech. Mocht de opperbevelhebber iets geduldiger geweest zijn, en gewacht hebben tot de tanks hun mechanische kinderziektes ontgroeid waren, dan had de tankaanval wellicht grotere winst opgeleverd.

Alhoewel het in stelling brengen van tanks geen allesoverheersend succes is, lijken de Britten toch tevreden met de resultaten. In ieder geval zullen in de toekomst steeds vaker tanks ingezet worden, tot ze uiteindelijk niet meer weg te denken zijn.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
battle_flers_courciette

 

de laatste dagen van Henare Mokena

HenareMokena1916.jpgTweede luitenant Henare Mokena, afkomstig van Te Araroa, het meest westelijke puntje van Nieuw-Zeeland, ligt te wachten totdat hij sterft op een draagberrie in een schuilplaats ergens in het gebied van de Somme. In zijn ene hand heeft hij een brandende sigaret, de andere is toegetakeld door een ghranaat.

Hij ziet er gelukkig uit, maar weet dat hij gaat sterven. Peter Buck, een hogere in rang, komt hem bezoeken en op de vraag hoe het het hem gaat, antwoordt Mokena in zijn eigen taal :”Ka nui te kino” (het ziet er zeer slecht uit).

Twee dagen, op 16 september 1916, later sterft de 26-jarige Henare Mokena. Vooraleer ze thuis weten dat hij er niet meer is, is hij hier allang begraven.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

val van Silistra

Een Duits legerbericht maakt op 10 september 1916 melding van de inname van de stad Silistra (Roemeens  Dârstor). De val van Silistra komt enkele dagen na het verlies van de vesting in Tutrakan (Roemeens Turtucaia). Deze vesting was tussen 1913 en 1916 met de hulp van Belgische ingenieurs nog versterkt. Maar de Bulgaarse troepen waren te sterk voor de Roemeense en Russische verdedigers.

Silistra, een havenstad op de Donau, hoort bij Roemenië, maar komt opnieuw in Bulgaarse handen als Roemenië zich overgeeft aan de Centralen. Een eeuw later ligt de stad nog steeds in het noordoosten van Bulgarije.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.bulgarianartillery.it/Bulgarian%20Artillery%201/Testi/T_Romanian%20fortifications%20Dobrudja.htm

turtucaia.jpg

gevechten bij Tutrakan / Turtucaia

 

slag van Kisaki

Tussen 7 en 11 september 1916 bevechten Duitsers en Zuid-Afrikanen elkaar tijdens de slag van Kisaki, in Duits Oost-Afrika. De Duitse legerleiding houdt daarvoor behoorlijk wat manschappen achter de hand : tweehonderd rond de stad Kisaki, duizend in reserve ten westen ervan en nog eens duizend in reserve aan de andere zijde van de nabije heuvel.

De gevechten draaien uit in het voordeel van de Duitse troepen. Niet alleen zijn ze goed gepositioneerd, de Zuid-Afrikanen zijn minder goed voorbereid. Ze onderschatten de moeilijkheidsgraad van het terrein en hun radioverbinding valt deels uit.

Toch verlaat het Duitse leger enkele dagen later zijn basis in Kisaki. Ze weten dat de Britse troepen op komst zijn en zetten een nieuwe basis op in Beho-Beho.

Kisaki ligt nu in het Tanzaniaanse Mikumi National Park.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Askari01.jpg

het jongste slachtoffer van den draad

Iedereen kan het slachtoffer worden van ‘den draad’, niet alleen soldaten, spionnen, stropers of vluchtelingen, maar ook kinderen.

De vierjarige Peter Wuijts wil op 8 september 1916 al spelend onder de elektrische draad kruipen, maar het spel kent een dodelijke afloop. Op het moment dat de kleuter de draad aanraakt, schiet tweeduizend volt door zijn kleine lijf. Wat overblijft, is een zwaar verminkt lichaampje. Toegesnelde omstanders kunnen nog net de vader tegenhouden, die zijn kleuter van de draad wil nemen, anders valt er een tweede dode in de familie. Een buurman lukt het om het lijkje van de kleuter met een oude fietsband vastgebonden aan een stuk hout naar zich toe te trekken. Het lichaam ziet helemaal blauw en een arm is zo verkoold dat het handje er afvalt.

De familie Wuijts woont in Bergeijk, op slechts 30 meter van de elektrische grensversperring. Aan de overzijde van de grens ligt Neerpelt.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.geraaktdoordeoorlog.eu/geraakt-door-de-oorlog-8/

PeterWuijts1916.jpg

de slag om Guillemont

Onder steeds grotere druk en de noodzaak om Roemenië, dat nu ook deelneemt aan de oorlog, hulp te bieden, stemt generaal sir Douglas Haig in met nogmaals een nieuw groot offensief aan de Somme. Gesteund door een Franse aanval richten de Britten zich op 3 september 1916 voornamelijk op het dorp Guillemont, dat veroverd wordt door de 20e divisie. De aanvallen op de Duitse posities bij Haute Forêt en de Schwaben-versterking mislukken echter.

Na 2 maanden strijd veroveren de Britten op 5 september 1916, met Franse steun, alle versterkingen van de Duitse tweede linie. Verwacht was dat die tweede linie al in het begin van het offensief aan de Somme zou vallen.

Guillemont1916

het Donauleger valt aan

Roemenië krijgt een invasie te verwerken van het pas gevormde Donauleger, dat Duitse, Oostenrijks-Hongaarse, Bulgaarse en Turkse troepen omvat, onder bevel van generaal August von Mackensen. Daarmee beantwoorden de Centrale mogendheden de eerdere Roemeense invasie van Transsylvanië, dat in het bezit is van Oostenrijk-Hongarije. Wanneer Boekarest valt, blijft von Mackensen in het land als militair gouverneur.

Deze generaal is de bedenker van een tactiek die bekend staat als de Mackensen-falanx : aanvallen over een breed front met zo veel mogelijk middelen.

Op de foto hieronder staan gevallen Roemeense soldaten, gesneuveld nabij de stad Brașov in het zuiden van Transsylvanië. Voor de stad Roemeens zou worden in 1920, droeg het de naam Kronstadt en behoorde het tot Oostenrijk-Hongarije.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://nl.wikipedia.org/wiki/Bra%C8%99ov_(stad)

GevallenRoemenen_NabijKronstadt.jpg

de gedenkmuur van het Lehr regiment

Het Lehr Infanterie Regiment verlaat op 30 augustus 1916 het kampement in het Praatbos in Vladslo, waar het sinds 25 juli 1916 verblijft om te recupereren na gevechten aan de Somme en de Ijzer. Hun vertrek heeft niet meteen bijzonder belang, behalve dan dat ze een monument achterlaten, een soort van gedenkmuur. En dat is wel bijzonder.

Blijkbaar was het relatief aangenaam verblijven in het Praatbos : de voedselvoorziening verloopt vlot en er is zelfs een cinemazaal. Een minpunt is dat de vijand op de hoogte is van de locatie en drie weken geleden zelfs acht bommen dropte.

Toeristische tip : de gedenkmuur bevindt zich in het Praatbos (Houtlandstraat, Vladslo) ongeveer 100 meter ten noordwesten van de bekende Duitse begraafplaats met de beelden van Käthe Kollwitz. Het monument bestaat uit een gebogen muur uit natuursteen waarop nog enkele letters en symbolen zichtbaar zijn.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

gedenkmuur-Praetbos.jpg

herschikking van de Duitse generale staf

Falkenhayn

von Falkenhayn

Op 29 augustus 1916 vervangt maarschalk Paul von Hindenburg Erich von Falkenhayn als chef van de generale staf. Falkenhayn werd bekritiseerd voor zijn offensief tegen de Fransen in Verdun, dat veel Franse slachtoffers had moeten maken en hun wil om verder te vechten had moeten breken. Geen van beide zaken werden gerealiseerd. Falkenhayn wordt naar het Oostfront gestuurd waar hij het 9e leger gaat aanvoeren.

 

Ludendorff

Ludendorff

Generaal Eric Ludendorff Hindenburgs vertrouweling, wordt aangesteld als zijn rechterhand. Beiden mannen menen dat ze op het westfront een nieuwe strategie moeten voeren : defensie in de diepte.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas