Jagdstaffel 43 op jacht

Jagdstaffel 43 voert op 23 januari 1918 haar eerste gevechtsvluchten uit en blijft actief tot het einde van de oorlog. In die periode behaalt het eskadron 35 overwinningen in de lucht. Aan de negatieve kant van hun balans noteren we 6 dode manschappen, 5 gewonden en 1 krijgsgevangene. Alhoewel operationeel sinds 18 december 1917 was het wachten tot vandaag op een eerste gunstige gelegenheid om actief aan de oorlog deel te nemen.

Jagdstaffel 43, afgekort tot Jasta 43, is een zogenaamde jachtgroep binnen de Luftstreitkräfte, de voorloper van de Luftwaffe. Tijdens de oorlog worden in totaal 67 van deze gespecialiseerde gevechtseenheden opgericht. Vanaf begin 1917 worden steeds meer gevechtsvliegtuigen beschilderd. Manfred von Richthofen bijvoorbeeld, de meest befaamde Duitse gevechtspiloot, vliegt met een rood toestel.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Jasta43_1918

Eindhout bestrijdt de honger

In de jaren 1917-1918 neemt de hongersnood onder de bevolking toe. Diverse gemeenten, instellingen en organisaties dragen hun steentje bij om de ergste nood te lenigen.

Het gemeentebestuur van Eindhout beslist op 22 januari 1918 om 18.000 frank te lenen bij het Gemeentekrediet voor “voedingskosten onzer medeburgers”. De lening zou terugbetaald worden “in het jaar na het sluiten van de vrede”.

Ook voordien al leverde het Eindhoutse gemeentebestuur inspanningen. Op 15 maart 1917 besliste ze om “de volksvoeding” in te richten die vooral bestond uit de bedeling van soep. Wie in aanmerking kwam voor die “volkssoep“, kreeg ook een toelage van maximaal 1,5 frank per maand. Tegelijkertijd gaf de gemeente financiële toelagen aan het plaatselijk comité voor hulp en voeding.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Volkssoep_1918

slechte nacht voor de Gotha’s

De grootvader van schrijfster Lut Ureel verhaalt op 20 januari 1918 in zijn dagboek hoe de avond ervoor een Duits bombardementsvliegtuig werd neergehaald.

Gisteren is er een Gotha neergeschoten te Wulveringem omstreeks 6u30. De vier manschappen aan boord (een officier, twee onderofficieren en een soldaat) zijn krijgsgevangen gemaakt. Van het vliegtuig werd de schroef afgenomen.

Sowieso is dit een barslechte nacht voor de vliegtuigen van dit type : ook in Pervijze, Duinkerke en Veurne zijn Gotha’s neergeschoten. Over dit laatste exemplaar schrijft onderwijzer Jozef Gesquière onder meer :

De bemanning werd door Belgische soldaten aangehouden en naar de stadsgevangenis gebracht. Daar zitten ze nu waarschijnlijk te mediteren over de afschuwelijkheid van hun nachtelijke moordtochten op een weerloze burgerbevolking.

De foto hieronder toont de Gotha die is neergehaald nabij Duinkerke. Het wrak werd tentoon gesteld aan het standbeeld van Jan Bart.

bron
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Gotha_Dunkerque_1918

 

 

de Breslau zinkt

De lichte kruiser Breslau, die deel uitmaakt van de Duitse Middellandse Zeedivisie, loopt op 19 januari 1918 bij het eiland Imbros op een Brits mijnenveld en zinkt met ruim driehonderd manschappen aan boord. De Breslau was op weg naar het eiland Lemnos om daar de geallieerde basis Mudros onder vuur te nemen.

Eerder was de Breslau actief in de Zwarte Zee waar het meerdere Russische handelsschepen tot zinken bracht. Zowel in de Middellandse Zee als in de Zwarte Zee opereerde de Breslau meestal samen met de slagkruiser Goeben.

In 1914 had Duitsland beide schepen ter beschikking gesteld van het toen nog neutrale Ottomaanse Rijk, weliswaar met behoud van de Duitse bemanning aan boord. Dit gebaar maakte zo’n indruk dat het land zich schaarde aan de zijde van Duitsland.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De tekening hieronder is een schilderij van de Duitser Willy Stöwer die de Breslau samen met de Goeben afbeeldt.

WillyStoewer_Breslau

de houthakkers van Orne

De Belgische militaire overheid zendt een tiental Vlaamsgezinde frontsoldaten naar het Normandische plaatsje Orne. Als straf voor hun idealen moeten ze er maandenlang bomen omhakken voor het Belgische leger en voor lokale bosontginners, samen met dienstweigeraars en gevangen Duitsers. Ze gaan de geschiedenis in als “de houthakkers van Orne”.

Het Belgische leger beschouwt deze zware arbeid als een administratieve regel waartegen geen beroep mogelijk is.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Houthakkers-strafcompnie-aan-de-Orne-3

sneeuwoproer in Groningen

In de Nederlandse stad Groningen breekt op 17 januari 1918 het zogenaamde sneeuwoproer uit. Net als elders is er ook hier tijdens de eerste wereldoorlog veel werkloosheid. Na de hevige sneeuwval wil wethouder van Gemeentewerken Hieronymus Sissingh slechts driehonderd sneeuwruimers inhuren, alhoewel er zich zowat duizend werklozen met een sneeuwschop aanmelden op de gemeentewerf.

Na wat duwen, slaan en trekken kan de wethouder ervandoor met wat builen en een beschadigde hoed.

bron :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://onbestorvenweduwe.blogspot.be/2009/01/17-januari-sneeuwoproer-1918.html

sneeuwoproer_1918

Een van de talloze gesneuvelden

Rond 17u in de namiddag van 16 januari 1918 sneuvelt Celestinus Decan bij Diksmuide, soldaat 2e klas bij het 3e Jagers te Voet. Deze eenvoudige soldaat, nauwelijks 21 jaar oud en afkomstig uit Nieuwkapelle, is een van de tallozen wiens jonge leven afgeknakt wordt tijdens deze vreselijke oorlog.

Op zijn doodsprentje lezen we deze troostende woorden :

Genegen en onderdanige zoon, verstandige medeburger, aangenaam en gedienstig in zijnen omgang, van iedereen geacht en bemind, voorbeeldig kristen, onberispelijke legerman, overtuigde vaderlander, zoo zal zijne nagedachtenis in zegen blijven onder zijne oude strijdmakkers en onder al dezen die hem gekend hebben.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

CelestinusDecan_19180116

schildwacht op de vlucht

Een Duitse schildwacht klimt op 15 januari 1918 in Zeeuws-Vlaanderen over de grens, gooit zijn geweer weg en geeft zich over aan de Nederlanders. Ze brengen hem naar het wat verder gelegen Oostburg en vervolgens naar een interneringskamp voor Duitse soldaten.

De jongeman is afkomstig uit de Elzas, het Duits-Frans grensgebied, en kan het niet langer uithouden in het Duitse leger. De legerdienst werd hem te tergend : zijn vader vecht immers in het Franse leger.

Aan de grens ontdekt de Duitse wachtcommandant dat zijn schildwacht is gevlucht. Hij is razend op de andere soldaten :”Jullie haddem hem moeten doodschieten.”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Koewacht_1918

de bewaarengel van Lenin

Op 14 januari 1918 vind de eerste aanslag plaats van in totaal tien aanslagen op het leven van Vladimir Lenin. Na een groet aan een detachement van het Eerste Socialistische Leger brengt zijn chauffeur Lenin terug naar het Smolny-paleis in Petrograd. De auto, met daarin ook Lenins zus Maria en de Zwitserse communist Fritz Platten, vordert slechts moeizaam ten gevolge van de dikke mist en de besneeuwde wegen. Bij de brug over de rivier Fontanka slaan er kogels in. De Zwitser drukt snel het hoofd van Lenin omlaag en redt zo zijn leven.

Wie precies de aanslag pleegde, wordt nooit echt duidelijk. Zowel de lokale politie als leden van het Witte Leger worden in dat verband genoemd. Alhoewel het feit van de aanslag publiek wordt gemaakt, volgt er niet veel officiële aandacht : anderen moesten het maar eens in hun hoofd halen een aanslag te plegen op de leider.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Lenin_FritzPlatten

Fritz Platten staat uiterst rechts op de foto

brand in het kasteel van Elverdinge

In het kasteel van Elverdinge ontstaat op 13 januari 1918 brand wellicht door onvoorzichtigheid van Britse koks. Het kasteel is nochtans een geschikt doelwit voor vijandelijke beschietingen, want zowel Britse als Franse troepen huisvesten hier hoofdkwartieren voor verschillende eenheden. Na de oorlog wordt het kasteel heropgebouwd.

Elverdinge ligt een paar kilometer achter het front en is daarmee een geschikte locatie als draaischijf voor Britse en Franse troepen. Soldaten rusten hier, smalspoortreintjes brengen voedsel en munitie naar het front, er zijn medische posten… Diverse dorpelingen houden een winkeltje open en verkopen voedsel, drank en andere goederen aan de militairen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ELVERDINGE         " Le Chateau Anno 1914-1918 "