gemeente Mol wordt gestraft

Volgens een vertegenwoordiger van het lokale Davidsfonds wordt er in geen enkele gemeente meer gedaan aan smokkel van goederen en brieven en illegale grensoverschrijding dan in Mol. Bovendien zijn de bewoners zeer weigerachtig om naar Duitsland te trekken om er te werken. De bezetter bestraft de gemeente daarom meermaals en zo ook op 13 februari 1918.

Niemand mag Mol uitgaan. Niemand mag zijn woning verlaten tussen vier uur ’s avonds en 6 uur ’s ochtends. Op iedere deur moet een lijst hangen van de bewoners van het huis. Alle herbergen blijven gesloten. Geestrijke dranken verkopen mag evenmin.

Het gemeentebestuur krijgt bericht dat de inwoners worden uitgesloten van elke bedeling van suiker, siroop, kunsthoning en bitterpeeën (cichorei). Er zal geen boter tot hun beschikking staan en er zal niet meer geslacht mogen worden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Moll_tBorgerhout

het gevolg van de honger in Centraal Europa

De honger laat zich vanaf 1917 in Europa goed voelen. De oktoberrevolutie in Rusland wordt door sommige partijen gezien als grote voorbeeld om een einde te maken aan de eindeloze oorlog. In 1918 drijft de honger en het verlangen naar vrede de arbeiders in Oostenrijk-Hongarije en Duitsland tot stakingen die weken lang aanslepen. Ook matrozen nemen deel aan muiterijen. Lees er meer over op deze pagina.

De tekening hieronder is van de Duitse kunstenares Käthe Kollwitz, vooral gekend van het treurende ouderpaar in Vladslo. De tekening hieronder draagt de titel “Unsere Kinder hungern” en is van 1924. Dat geeft duidelijk aan dat de vrede niet direct een verbetering bracht in de voedselbedeling.

 

Eindhout bestrijdt de honger

In de jaren 1917-1918 neemt de hongersnood onder de bevolking toe. Diverse gemeenten, instellingen en organisaties dragen hun steentje bij om de ergste nood te lenigen.

Het gemeentebestuur van Eindhout beslist op 22 januari 1918 om 18.000 frank te lenen bij het Gemeentekrediet voor “voedingskosten onzer medeburgers”. De lening zou terugbetaald worden “in het jaar na het sluiten van de vrede”.

Ook voordien al leverde het Eindhoutse gemeentebestuur inspanningen. Op 15 maart 1917 besliste ze om “de volksvoeding” in te richten die vooral bestond uit de bedeling van soep. Wie in aanmerking kwam voor die “volkssoep“, kreeg ook een toelage van maximaal 1,5 frank per maand. Tegelijkertijd gaf de gemeente financiële toelagen aan het plaatselijk comité voor hulp en voeding.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Volkssoep_1918

aardappeloproer in Amsterdam

Honger is er niet alleen in de oorlogvoerende landen, maar ook in het neutrale Nederland. In Amsterdam is er geen aardappel meer te krijgen. Rijst is er blijkbaar wel beschikbaar.

In Amsterdam raakt bekend dat er aan de Prinsengracht een schip met een lading aardappelen ligt. De aardappelen zijn niet bedoeld voor de bevolking, maar voor het leger. Arbeidersvrouwen uit de volkswijken plunderen het schip.

De gebeurtenissen van 28 juni 1917 vormen de aanzet voor het aardappeloproer dat een week later losbarst, op 5 juli 1917. Dan vallen er maar liefst 9 doden en 114 gewonden.

Deze gebeurtenissen hebben een bijzonder indruk nagelaten dat er 100 jaar later nog een festival wordt gevierd dat verwijst naar de aardappeloproer en de honger tijdens deze bange oorlogsdagen. Meer informatie over de aardappeloproer en het programma van het festival is te vinden op https://www.aardappeloproer.nl/achtergronden/.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

aardappeloproer_1917_2017