Herbert Sulzbach krijgt Heimaturlaub

In zijn dagboek noteert Herbert Sulzbach het volgende begin mei 1915.

Ik kan het niet geloven : ik krijg een aantal dagen verlof om naar huis te gaan in Frankfurt. Ik geef toe dat ik het moeilijk vond om afscheid te nemen van de familie Vesseron (Franse familie die hem onderdak biedt in Les Petites Ardoises). Ik ga mee met een troepenkonvooi en ga naar Frankfurt via Sedan en Metz en op 10 mei 1915 op de middag ben ik dan in Frankfurt-am-Main. Ik kom als een complete verrassing voor mijn familie en vrienden. Het is niet te beschrijven hoe het voelt om het oorlogsgebied te verlaten en terug te komen naar je thuisstad op verlof na alles dat er gebeurd is na de eerste 9 maanden van deze campagne. Ik word verwend en ik bezoek oude bekenden, voor zover die nog hier zijn. Ik heb de kleine terrier meegebracht (de hond die H.S. aan het front heeft geadopteerd) en ik wil haar thuis laten zodat ze in veiligheid tot ik terug ben van de oorlog.

Het waren twee heerlijke dagen verlof thuis en op 123 mei ’s avonds vertrek ik terug. Je zou denken dat het anders is om nu terug naar de oorlog te trekken. Het geeft wel aan hoe ongevoelig een mens geworden is. Je denkt er niet over na dat je mogelijk niet terugkomt, maar het voelt aan alsof je terug op school zat en weer op zomerverlof kon vertrekken. Eigenlijk is het afscheid nemen veel erger voor de mensen die thuis achterblijven.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

derKuss

wielrenner François Faber sneuvelt

François Faber02Het lot van François Faber, winnaar van de ronde van Frankrijk in 1909, illustreert hoe dicht het opperste geluk en de dood bij elkaar liggen. Terwijl hij zich in de loopgraaf bevindt, krijgt François Faber op 9 mei 1915 een telegram met de boodschap dat zijn echtgenote bevallen is van een dochtertje. Van pure vreugde springt de kersverse vader uit zijn schuilplaats en wordt meteen gedood nabij Mont-Saint-Eloi door een kogel van een Duitse scherpschutter.

Faber werd geboren in Frankrijk, maar neemt later de Luxemburgse nationaliteit aan. In de jaren voor de eerste wereldoorlog was hij een wielrenner van topniveau. Zijn Tourwinst van 1909 was de eerste van een niet-Fransman. In diezelfde Tour won hij vijf ritten na elkaar, een record dat ondertussen nog door niemand verbeterd werd, zelfs niet door de allergrootste.

Gezien de Luxemburgse nationaliteit nam Faber dienst in het Vreemdelingenlegioen. Zijn reden om dienst te nemen heeft hij als volgt verwoord :”La France a fait ma fortune, il est normal que je la défende.”. Hij tekende een contract als oorlogsvrijwilliger voor de duur van de oorlog, maar zal het einde dus niet meemaken.

François Faber01

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://fr.wikipedia.org/wiki/François_Faber

http://blog.seniorennet.be/wilfried_1944/archief.php?ID=700851

De Lusitania : Duitse drift of Britse provocatie ?

De ondergang van de Lusitania is altijd omgeven geweest met controversen. De Britten claimden dat kapitein Schwieger zijn twee torpedo’s had afgeschoten – vandaar de twee explosies – maar de Duitsers hebben altijd volgehouden dat de tweede explosie het gevolg was van ontploffende munitie. Dit zou betekenen dat er oorlogsmateriaal vervoerd werd met een “neutraal” schip. Later is uit geheime Britse documenten vast komen te staan dat deze Duitse claim inderdaad juist was.

Het torpederen van de Lusitania kwam zeer goed uit voor oorlogszuchtige Amerikanen die zich aan de zijde van de Britten wilden scharen. Dit werd door de Duitsers net zo ervaren, want zij hadden ook wat vragen te stellen. Waarom lapte kapitein Turner alle bevelen aan zijn laars en begon hij langzamer te varen ? Waarom zigzagde hij niet zoals was voorgeschreven door de rederij ? Turner stelde dat hij zigzaggen een verspilling van tijd vond. Waarom voer Turner midden op zee en niet zoveel mogelijk langs de kust, zoals voorgeschreven ? Waarom werd de Lusitania niet door de Britse admiraliteit gewaarschuwd voor de incidenten die de U-20 eerder had veroorzaakt in de Ierse zee ? De Duitsers dachten de antwoorden wel te weten. : de Lusitania is opgeofferd om Amerika bij de oorlog te betrekken. Een claim dat het schip ook Canadese militairen vervoerde, bleek achteraf geheel en al ongegrond te zijn.

Hoe dan ook, het zinken van de Lusitania was een propagandistische ramp voor Duitsland, hoewel president Wilson vooralsnog een neutrale koers bleef varen.

Wie nog meer wil nalezen over de mysteries rond de Lusitania, vindt leesvoer onder bronnen. Een recent werk van Gérard Piouffre, behandelt de laatste reis van de Lusitania en de diplomatieke gevolgen ervan. Een korte inhoud van dit boek vind je onder bronnen (URL begint met “guerre et conflits” voor Franse bespreking of met “france24.com” voor een Engelse bespreking)

TorpillageLusitania

bronnen

Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

https://foolscrow.wordpress.com/2014/05/07/sinking-the-lusitania-an-act-of-mass-murder-by-the-banksters/

http://www.centenarynews.com/article?id=1616

http://www.theguardian.com/world/2014/may/01/lusitania-salvage-warning-munitions-1982

http://guerres-et-conflits.over-blog.com/2015/03/lusitania.html

http://www.france24.com/en/20150507-100-year-anniversary-sinking-lusitania-usa-britain-germany-first-world-war

De laatste reis van de Lusitania

Op 22 april 1915 zendt de Keizerlijke ambassade in Washington nog een waarschuwend bericht aan de rederij Cunard dat Duitsland in oorlog is met Groot-Brittannië en dat zij zich gerechtigd voelde om geallieerde schepen en schepen in de Britse wateren te torpederen. Op 30 april 1915 vertrekt de Lusitania vanuit New York, geladen met 1257 passagiers en 702 bemanningsleden aan boord. Het is de 202e keer dat dit schip de Atlantische oceaan oversteekt. Van de 25 stoomturbines zijn er maar 19 in werking, om brandstof te sparen. De maximum snelheid is hierdoor 21 knopen (38,89 km/uur). Op 7 mei 1915 komt de Lusitania aan in de Ierse zee.

Walter Schwieger

Walter Schwieger

Op datzelfde moment vaar ook de U-20, een Duitse diesel-onderzeeër, rond in de Ierse zee. Op 18 februari 1915 hebben de Duitsers de onbeperkte duikbotenoorlog afgekondigd, mede omdat de Britten de vaar op Duitsland blokkeren en daarmee de Duitse economie ernstig schaden. De U-20 is dan al 7 dagen onderweg, op zoek naar prooi. Kapitein-luitenant Walter Schwieger heeft in korte tijd een slechte reputatie opgebouwd : zo heeft hij op 1 februari 1915 in het kanaal een boot met gewonden beschoten. Ook tijdens deze reis heeft hij al twee boten tot zinken gebracht : de Earl of Lathorn, een oude schoener, en de Centurion. Hij zit nu de Juno, een oude oorlogskruiser, achterna, die er zigzaggend vandoor gaat. Van al deze incidenten wordt geen melding gemaakt aan kapitein William Turner van de Lusitania.

Om zijn kanonnen weer te kunnen laden, komt de U-20 aan de oppervlakte op zo’n 15 km van de Ierse kust. Daar ziet Schwieger tot zijn verbazing het grootste passagiersschip van de transatlantische dienst op zich afkomen. Daarbij voer de boot vanwege de mist met een snelheid van slechts 15 knopen (27,78 km/u) in weerwil van de instructies van de rederij dat er op volle snelheid gevaren moet worden in gevaarlijke oorlogsgebieden. Op 700 meter afstand vuurt Schwieger één van de twee torpedo’s af die hij nog heeft. Hij raakt de Lusitania vol. Binnen enkele seconden volgt een tweede, nog veel grotere explosie. De Lusitania kapseist en binnen 18 minuten zinkt de boot. Er zijn 1.198 doden te betreuren, onder wie 413 bemanningsleden. Onder de doden bevinden zich ook 128 Amerikanen. Toegesnelde schepen en een enkele reddingsboot kunnen de rest van de opvarenden nog redden – tot de schepen die de drenkelingen uit het water halen, behoort niet de Juno.

De hele wereld reageert vol ongeloof, en vooral in de Verenigde Staten is men furieus. President Woodrow Wilson stuurt alles bij elkaar vier protestbrieven en overal verschijnen anti-Duitse cartoons in de kranten. Ook de Duitsers reageren geschokt, de regering maakt officieel har excuses in februari 1916 en biedt de slachtoffers smartengeld aan – dit alles om de neutrale Verenigde Staten maar uit de oorlog te houden.

Out_of_the_Depths_-_RMS_Lusitania_by_Oscar_Cesare_c1916

bron

Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

De eerste Achelaar sneuvelt aan het Ijzerfront

Petrus Verweyen

Petrus Verweyen

Op 6 mei 1915 sneuvelt Petrus Verweyen, 22 jaar oud, door een vijandelijk schot. Hij is de eerste inwoner van Achel die sneuvel aan het Ijzerfront. Wellicht was Petrus niet meteen de grootste geluksvogel, want in de voorafgaande weken en maanden raakte hij al meermaals gewond in gevechten met de vijand. Na zijn overlijden draagt de militaire overheid Petrus Verweyen voor om een postume onderscheiding te ontvangen voor moed en zelfopoffering.

Een goed overzicht van zijn soldatenleven staat te lezen op de website van noordlimburg1914-1918.be, hieronder vermeld. Samengevat : Petrus Verweyen maakte deel uit van het 11e linieregiment met kazerne in Hasselt. Verweyen is al onder de wapens van in het begin van de oorlog. Hij maakt de gevechten rond Luik mee. Tijdens de terugtrekking van het Belgische leger geraakt hij gewond in Willebroek. Hij wordt afgevoerd naar een hospitaal in Engeland. In december 1914 keert hij terug aan het front. Daar sneuvelt hij tijdens de 2e slag om Ieper nabij Oud-Stuyvekenskerke.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

http://www.noordlimburg1914-1918.be/index.php/mensen-en-feiten/feiten-1915/26-1915-eerste-achelse-geneuvelde-petrus-verweyen

Florence Farmborough hoort het front bij Gorlice breken

Florence Farmborough

Florence Farmborough

Florence Farmborough is een Britse vrouw die sinds 1908 in Rusland leefde, eerst in Kiev, daarna in Moskou als gouvernante. Bij het uitbreken van de oorlog meldt ze zich als vrijwilligster en wordt ingelijfd bij het verplegend personeel. In mei 1915 werkt ze in Gorlice als het Duits-Oostenrijks offensief begint. Gorlice ligt vlab bij het front. De artillerie van de Oostenrijkers beschiet de stad dagelijks, op een wat verstrooide manier, schijnbaar meer uit principe dan met een vooropgezet plan. De toren van de grote kerk is in tweeën gespleten. Veel huizen zijn al in ruïnes veranderd. Tot nu toe hebben Farmborough en de anderen van het veldhospitaal zich vooral ingezet om het lijden van de burgerbevolking te verzachten, in de eerste plaats door eten uit te delen.

De Russische artillerie beantwoordt de lukrake bombardementen van de Oostenrijkers zelden. Naar verluidt vanwege een tekort aan munitie maar verder naar achteren heeft men nog volop granaten op voorraad. De geüniformeerde bureaucraten die over dit soort zaken gaan, willen ze daar echter graag houden, in afwachting van grotere dingen. Verder naar het zuiden bereidt het Russische leger een nieuw offensief voor, gericht op de befaamde passen in de Karpaten (de deur naar Hongarije) ! Al een paar dagen heerst er een zekere onrust onder de Russische eenheden in Gorlice, er gaan geruchten dat de Oostenrijkers tegenover hen versterking hebben gekregen van Duitse infanterie en zware artillerie.

Deze zaterdag worden Florence en de anderen in het ziekenhuis al voor zonsopgang gewekt door zwaar artillerievuur. Ze rolt uit haar bed. Gelukkig is ze met kleren aan gaan slapen. Iedereen – behalve misschien Radko-Dimitriev, het hoofd van het Russische Derde Leger -) had een vermoeden dat er iets ophanden was. Het geknal in wisselende sterkte en toonaard neemt toe als de Russische artillerie om hen heen het vuur beantwoordt. Door de trillende ramen vangt Florence een glimp op van het lichtspel aan de nog donkere hemel. Ze ziet de grote, pijlsnelle mondingsvlammen van het geschut zich vermengen met de gedempte flitsen van de explosies. Dan komen de eerste gewonden.

Eerst lukte het om iedereen te helpen; daarna werden we overweldigd door hun aantal alleen al. Ze kwamen met honderden, uit alle richtingen. Sommigen konden nog zelf lopen, anderen kropen of sleepten zich over de grond voort.

De verplegers moeten in deze wanhopige situatie wel een bikkelharde selectie doorvoeren. Wie nog op zijn benen kan staan, wordt niet geholpen maar doorverwezen naar achteren, met het verzoek een van de basiseenheden op te zoeken. Het aantal mannen dat niet kan lopen is zo groot, dat ze naast elkaar in de open lucht worden gelegd, waar ze eerst een pijnstiller krijgen en daarna aan hun verwondingen worden geholpen. Florence en de anderen doen wat ze kunnen om te helpen, al hebben ze het gevoel dat het zinloos is, want de stroom kapotte, opengereten lichamen lijkt eindeloos.

De volgende cohtend, om een uur of zes, horen Florence en de anderen een nieuw, angstaanjagend geluid : een plotseling, vibrerend gebulder als van een waterval, dat afkomstig is van meer dan 900 stuks artillerie – dat is op elke vijftig meter front één – van alle denkbare kalibers die tegelijk het vuur openen. Een paar seconden later volgt de langgerekte daverende echo van de inslagen. Er zit een nieuwe onbehaaglijke systematiek in dit artillerievuur, in de manier waarop het over de Russische frontlijn raast. de technische term luidt Glocke, klok. De vuurwals verplaatst zich heen en weer, opzij en in de diepte, over de Russische linies en verbindingsloopgraven.

Eerst horen ze ,ongelovig, het woord “terugtocht”. Dan volgt het fenomeen : lange, ongelijkmatige rijen modderige soldaten met vermoeide gezichten trekken langs. Ten slotte komt de order : onmiddellijk opbreken, laat uitrusting en gewonden achter. De gewonden achterlaten ? Ja, de gewonden achterlaten. “Snel, snel, de Duitsers staan voor de stad”.

gorlice_01bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

Duitse doorbraak bij Gorlice Tarnow

De Duitsers proberen niet alleen een doorbraak bij Ieper met hun eerste gasaanval op het westelijk front. Ook aan het oostfront willen ze doorbreken. Meer zelfs, volgens sommige bronnen is de aanval op Ieper enkel aan afleidingsmaneuver. Hiermee willen de Duitsers de Russen de indruk geven dat ze hun aandacht op het westen richten.

Niettemin hebben de Duitsers vooral grote zorgen in het Oosten, en dan vooral door toedoen van hun Oostenrijks-Hongaarse bondgenoot. Die is een groot deel van Galicie kwijt geraakt. En daarmee staan de Russen aan de poorten van Hongarije. Als de Russen erin slagen verder door te dringen, zullen een aantal andere landen in de verleiding komen om mee oorlog te voeren samen net de geallieerden tegen de centrale mogendheden: Zo wachten Bulgarije, Roemenie en Italie nog wat af om mee de oorlog in te stappen, al is niet van elke land nu al geweten aan wiens kant.

Het is dus van groot belang om Galicie te heroveren op Rusland. De Duitsers plannen de ganse operatie. Von Falkenhayn informeert zijn Oostenrijkse tegenhanger Conrad von Hötzendorf zelfs niet over de aanvalsplannen tot drie weken voor de startdatum. Nochtans doen heel wat soldaten van het Oostenrijks-Hongaars leger mee. Reden van deze achterdocht is ook het feit dat Rusland voor de oorlog al succesvol het Oostenrijks-Hongaarse leger bespioneerd had, dankzij dubbelspion Alfred Redl.

Von Mackensen

Von Mackensen

Op 2 mei 1915 beginnen de Duitsers en hun Oostenrijks-Hongaarse bondgenoten aan het offensief waarvan het zwaartepunt zich situeert tussen Gorlice en Tarnow. Vooral de legergroep onder leiding van August von Mackensen zal de speerpunt in deze aanval vormen. Bij het eerste daglicht begint de Duits-Oostenrijkse artillerie aan een bombardement dat 4 uur zal duren. Daarna rukken de soldaten op naar de Russische loopgraven waar ze maar weinig tegenstand ondervinden.

Binnen de 48 uren zijn ze door de defensie van het Russische 3e leger. De Russen hebben zich aan deze aanval niet verwacht en hebben daarom al heel wat troepen samengetrokken aan de Karpaten, met het oog op de invasie van Hongarije zodra het lenteweer dat toelaat. De Russen in de Karpaten kunnen hun kameraden in Gorlice – Tarnow niet te hulp snellen. Erger nog, ze moeten voorkomen dat ze worden afgesneden van hun bevoorradingslijnen die bedreigd worden door de Duitse opmars. Het instorten van de Russische defensie in de regio Gorlice-Tarnow heeft dan ook een domino-effect. Nadat de Russen rond Gorlice tot 10 kilometer per dag terugtrekken, zullen de Russen aan de Karpaten zich eveneens richting de Sanrivier terugtrekken. In de eerste week na het begin van het offensief verliezen de Russen 140.000 soldaten aan krijgsgevangenschap. Het zijn er zoveel dat de Duitsers stoppen met de gevangenen te tellen. Deze Grote Terugtocht zal ook de komende weken nog doorgaan, tot de Oostenrijks-Hongaarse garnizoenstad Przemysl weer van de Russen bevrijd wordt.

GorliceTarnow_mei1915

bronnen

Michael Neiberg & David Jordan, The Eastern Front 1914-1920, Amber Books

http://historypath.pl/en/articles/63-battle-of-gorlice

http://ww1blog.osborneink.com/?p=7593

https://ww1live.wordpress.com/2015/05/02/gorlice-tarnow/

De Duitsers veroveren het Polygoonbos

Op 3 mei 1915 moeten de Britten het Polygoonbos, ten zuiden van de dorpskern van Zonnebeke, aan de Duitsers laten. Niet zozeer de oppervlakte van het Polygoonbos, wel zijn ligging op een West-Vlaamse heuvelrug. Het bos combineert een degelijke beschutting met een prima uitzicht.

Het is niet voor het eerst of het laatst dat dit niet zo grote bos van bezetter wisselt. Britse troepen hielden het Polygoonbos bezet van oktober 1914 tot 3 mei 1915. Dan blijven de Duitsers er tot en met de zomer van 1917 en leggen er een kerkhof aan dat in 1955 ontruimd wordt. Australische troepen verdrijven de Duitse en leggen ook Polygon Wood cemetery aan. Nieuw-Zeelanders lossen hen af en zij moeten in februari 1918 het bos weer aan de gezamenlijke vijand laten. Op 28 september 1918 verwerft een Schotse divisie het veelvuldig verwoeste bos. Ditmaal definitief.

Toeristische tip : Het Polygoonbos is nu een leuke plek om te wandelen, voorzien van wandelpaden. Aan de rand is er niet alleen Polygon Wood Cemetery, maar ook Buttes New British Cemetery en het Memorial of the 5th Australian Division.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Polygoonbos_Terugtocht_mei1915

Britse heldenmoed nabij Ieper

John Lynn is een van de velen die recht hebben op een plaatsje in het grote heldenboek van deze oorlog. Helaas voor hen geen standbeelden : die zijn weggelegd voor koningen en generaals, die meestal ver achter het front vertoeven.

Op 2 mei 1915 hervat het Duitse leger zijn aanvallen in de buurt van Ieper, onder meer op de stellingen van het 2e bataljon van de Lancashire Fuseliers nabij Shell Trap Farm, in de buurt van het gehucht Wieltje in de Ieperse deelgemeente Sint-Jan.

De Duitsers trekken op achter een wolk van chloorgas die in de richting van de Britten drijft. Aan een van de Britse mitrailleurs staat John Lynn. Hij blijft vuren door de gaswolk omdat hij daarachter de vijand weet en heeft geen tijd om zijn gasmasker op te zetten. Wanneer de gaswolk zo dicht is dat het zicht nul wordt, klimt John op de borstwering van zijn schuilplaats om een beter overzicht te hebben. Zo slaagt hij erin de tegenstrever terug te dringen.

Eerst helpt hij nog zijn kameraden, maar dan valt hijzelf neer, zwaar aangetast door het chloorgas. In de loop van de volgende uren, op 3 mei 1915 sterft hij. Hij zal postuum het Victoria Cross krijgen.

Toeristische tip : Op Grootebeek British Cemetery (Vlamertingseweg, Reningelst) staat een gedenksteen ter nagedachtenis van John Lynn.

De oorlogskalender van het Davidsfonds vermeldt dat John Lynn geen standbeeld heeft. Dat klopt, maar de Britten zijn hun held niet vergeten. In “The War Illustrated” wordt er een tekening aan zijn actie gewijd. En John Lynn heeft een eigen wikipediapagina.

John Lynn in

John Lynn in “The War Illustrated”

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://en.wikipedia.org/wiki/John_Lynn

met zicht op een dode kameraad

Eduard Offenbacher, een van de vele student-vrijwilligers in het Duitse leger, bevindt zich ergens in de heuvels van Notre-Dame-de-Lorette nabij Vimy.  Hij schrijft begin mei 1915 over het harde leven in de loopgraven.

Ik ben hondsmoe. Geen wonder. Twee dagen onafgebroken in een half ingestorte loopgraaf, iedere man in opperste waakzaamheid op zijn post. Dag en nacht, bajonet op het geweer. Daarginds 20 meter bij ons vandaan, loert de vijand. Loopgraven gaan die kant uit, maar ze zijn met barricades versperd. Een berg handgranaten ligt klaar voor een warme ontvangst.

Midden op die barricades, maar voor ons onbereikbaar, ligt een kameraad. Zijn gebroken oog is naar het westen gericht, in de ene hand zijn trouwe geweer, de andere klaar voor de afzet om te springen. Zijn blonde haar is nu donkerrood gekleurd. Zo liggen er tallozen, in de loopgraaf en daarbuiten, vriend en vijand. Niemand begraaft ze, niemand heeft tijd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

gefallener-deutscher-01