evacuatie van Gallipoli

Op het schiereiland Gallipoli komen de Britten geen centimeter verder dan hun drie bruggenhoofden : Anzac-inham, Baai van Suvla en Kaap Helles. Bevelhebber sir Ian Hamilton vraagt nog om een extra 95.000 mannen, lord Kitchener wilt niet verder gaan dan 25.000. Een gezamenlijke actie in heel Zuid-Europa, voorgesteld door Salonika-bevelhebber Sarrail, wordt afgewezen door de Franse generaal Joseph Joffre die zich wilt concentreren op het westelijke front. Ondertussen begint Hamilton zich steeds onmogelijker te gedragen : vooral de Autralische journalist Keith Murdoch maakt hier uitgebreid melding van. De druppel die de emmer doet overlopen, is de bewering van Hamilton dat bij een eventuele evacuatie het percentage slachtoffers 50% zou bedragen. Hamilton wordt afgelost door sir Charles Monro.

Monro gaat meteen op tournee en zijn advies is duidelijk : evacueren. Lord Kitchener, die nog steeds niet overtuigd is, komt nu zelf kijken en is het al snel alsnog met Monro eens. Vanaf 10 december 1915 begint men de 105.000 militairen en 300 kanonnen uit de Anzac-inham en de Baai van Suvla terug te trekken. De ontruiming van Kaap Helles (35.000 soldaten) wordt voltooid op 9 januari 1916.

Winston Churchill, de geestelijke vader van de hele operatie, noteert in zijn dagboek over Monro :”Hij kwam, hij zag en hij evacueerde.”. Het aantal slachtoffers dat uiteindelijk valt bij de diverse acties, is iets lager dan Hamilton had voorspeld, namelijk drie. Het is verreweg de succesvolste operatie uit de hele Gallipoli-campagne.

Bij de Gallipoli-campagne vallen alles bij elkaar 252.000 Britse slachtoffers (op een totaal van 480.000), waarvan 48.000 dodelijke. Bij de Turken is een vergelijkbaar aantal slachtoffers te betreuren.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Gallipoli_December1915

Adelin Colon opgepakt

AdelinColon

Adelin Colon

Adelin Colon, onderstationschef in Ottignies en hoofd van een spionagedienst, wordt op 7 december 1915 gevangengenomen door de Duitsers. Colons naam raakte bekend bij de Duitsers doordat hij ook veel contact had met andere diensten, waarvan er helaas recent enkele leden waren opgepakt. Zelf verraadt hij niemand, ook niet na zijn terdoodveroordeling. Zijn executie gaat door op 26 juli 1916.

In november 1914 richtte hij samen met Marius Labacq een spionagedienst op die vooral de activiteiten op de spoorlijnen Mechelen-Brussel en Mechelen-Gent in het oog houdt. Op korte tijd hadden de initiatiefnemers tachtig mensen verzameld die voor hun dienst inlichtingen verzamelden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De Baralong incidenten

Tweemaal is de HMS Baralong betrokken bij incidenten met bemanningen van duikboten, die de Duitsers ertoe brengen de Britten te beschuldigen van misdaden. In beide gevallen hadden de Britten bovendien de toen nog neutrale vlag van de Verenigde Staten in top gehesen.

Baralong01Op 19 augustus 1915 houdt de U-27 het Britse schip Nicosian tegen. Een aantal Duitse matrozen gaat aan boord voor inspectie en vindt munitie in het ruim van het schip. De Duitse kapitein geeft bevel het Britse schip tot zinken te brengen als de HMS Baralong met Amerikaanse (dus neutrale) vlag in de mast komt aanvaren. De Baralong verandert de vlag en opent het vuur. De U-27 begint te zinken en overlevende Duitse matrozen zwemmen naar de Nicosian. Kapitein Manning van de Baralong geeft daarna het bevel om geen gevangenen te maken.

Op 24 september 1915 gebeurt er iets gelijkaardigs. De Baralong brengt de onderzeeër U-41 tot zinken en overvaart vervolgens de reddingsboot waarin zich een aantal overlevenden bevinden.

Baralong_MedalDe incidenten komen aan het licht mede door de aanwezigheid van Amerikaanse burgers. Op 15 januari 1916 is er een debat in de Duitse Reichstag. De Duitsers maken ook een herinneringsmedaille gewijd aan deze incidenten.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

https://en.wikipedia.org/wiki/Baralong_incidents

Britten op zoek naar wonderwapens

Het westelijke front is al maanden geblokkeerd en dus zijn de Britten op zoek naar wonderwapens waarmee ze de Duitse frontlinies kunnen doorbreken. Al in februari 1915 had Winston Churchill een Landships Committee opgericht om te zoeken naar een zogenaamd landschip waarmee ze over de modderige linies kunnen varen.  September 1915 is een bijzondere periode voor deze wonderwapens : op 6 september rolt de eerste tank met als naam “little Willie” van de band. Op 11 september vindt er een demonstratie plaats. Het duurt dan nog tot januari 1916 voor een volgende demonstratie zal leiden tot een bestelling.

Het prototype werd gebouwd en beschut tegen spiedende ogen in grote tanks. En de codenaam van dit geheime wapen “tank” is dan zijn echte naam geworden. Hieronder  zie je nog een ander geheim wapen dat het nooit tot op het slagveld heeft gehaald. Het staat bekend onder de naam “Big Wheel” en vertoont gelijkenissen met de “Russian Tsar tank”.

Jacques Devos - Big Wheel uit Geheime en Rare Wapens

Jacques Devos – Big Wheel uit Geheime en Rare Wapens

bronnen

de tekening is van Jacques Devos, geheime en rare wapens, Rossel uitgeverij (stripalbum!)

https://en.wikipedia.org/wiki/Tanks_in_World_War_Ihttps://en.wikipedia.org/wiki/Tanks_in_World_War_I

de heldendaad van Oswald Bölcke

Oswald Bölcke

Oswald Bölcke

Oswald Bölcke duikt niet alleen op in de oorlogsgeschiedenis als een uitstekende piloot met talloze overwinningen, als een echte aas dus. Op 28 augustus 1915 ziet hij een Franse jongen in een kanaal vallen. Hij springt hem zonder aarzelen achterna en redt hem van de verdrinkingsdood. De ouders van de jongen zijn zo dankbaar dat ze hem zelfs willen voordragen voor een Franse Légion d’Honneur, maar Bölcke is al blij met zijn Duitse Rettungsmedaille.

De vliegprestaties van Bölcke worden niet alleen gewaardeerd met oorlogsmedailles, hij mag andere piloten ook opleiden in het aanwenden van de eenzitter als gevechtstoestel. Hij selecteert ook Manfred von Richthofen, de Rode Baron, als lid van zijn eenheid. Erg lang geniet hij niet van de eer en glorie, want op 29 oktober 1916 komt hij om het leven. Tijdens een gevecht met twee Britse toestellen botst zijn vliegtuig met dan van zijn vriend Erwin Böhme.

bronnen :

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

https://airwar19141918.wordpress.com/2015/08/28/28-august-1915-boelcke-saves/

Thuiskomst van Gallipoli

Op 15 juli 1915 komt het schip Willochra toe in Wellington, Nieuw-Zeeland. Op het schip zit een eerste groep van Nieuw-Zeelandse soldaten die gewond zijn in de gevechten op het Turkse schiereiland Gallipoli. Het is de eerste keer dat de Nieuw-Zeelanders geconfronteerd worden met de lelijke kanten van de oorlog. Deze thuiskomst zal Walter Bowring in 1916 inspireren tot het schilderij “The Homecoming”.

bronhttp://www.nzhistory.net.nz/media/photo/homecoming-from-gallipoli

Walter Bowring - Homecoming

Walter Bowring – Homecoming

Stéphany Dardenne offert zich op in de Dodengang

wat voorafging : in mei 1915 beginnen de Belgische soldaten schutterskuilen met elkaar te verbinden in de buurt van de petroleumtanks nabij Diksmuide. Die tanks zijn in handen van de Duitsers. En tijdens het graven blijken Belgen en Duitsers mekaar wel heel dicht genaderd te zijn. Meer details daarover lees je op deze pagina.

Stéphany Dardenne is afkomstig uit Pailhe, een dorpje een tiental kilometer ten zuiden van Hoei in de provincie Luik. Hij behoort tot de klasse 1914, maar die wordt pas in september opgeroepen. En dan is al een groot deel van België door de Duitsers bezet. Niettemin volgt Stéphany Dardenne de raad van de dorpspastoor op en hij meldt zich aan als oorlogsvrijwilliger. Op 10 januari 1915 verlaat hij Pailhe. Via Voeren bereikt hij Nederland. Op 19 januari neemt hij de boot naar Engeland. Enkele dagen later is hij in het opleidingskamp van Fécamp in Frankrijk. Vier maanden later, op 19 mei 1915 zit hij aan het Ijzerfront.

StephanyDardenne1915Amper negen dagen is Stéphany Dardenne aan het front of hij wordt naar de gevaarlijkste plek gestuurd : de Dodengang. Het noodlot bepaalt dat hij er is als de Duitsers in de nacht van 27 op 28 mei 1915 een inval doen.

In het boek van het 9e linieregiment staat de jonge vrijwilliger vermeld als een held : “Soldaat Stéphany Dardenne van de 2e compagnie werd dodelijk gewond op 27 mei in de dodengang. Op een gegeven ogenblik, gedurende het gevecht, zag hij hoe een Duitse soldaat adjudant Vander Gucht onder vuur wou nemen. Hij stortte zich voor zijn pelotonschef nadat hij deze had weggetrokken. De ruggengraat en de borst van Dardenne werden door een geweerkogel doorboord. Tegelijk werd hij getroffen door de splinters van een handgranaat die een tweede aanvaller wierp.”.

E.H. Guerry, aalmoezenier van het 9e linieregiment, staat Dardenne bij nadat hij pas in de Dodengang gewond raakte. Het duurt liefst drie uur voor de gewonde jongen geëvacueerd wordt. De aalmoezenier dient hem daar zelfs de laatste sacramenten toe.

Stéphany Dardenne zal nog een drietal dagen in het hospitaal Cabour in Adinkerke verblijven alvorens te sterven op 3 juni 1915. Op 15 juni 1915 krijgt hij postuum de onderscheiding “ridder in de orde van Leopold”. Pas een jaar later, in juni 1916 verneemt de familie Dardenne dat Stéphany gesneuveld is. Op 16 september 1936 krijgt één van de nieuwe gebouwen van het Klein Kasteeltje in Brussel de naam van Stéphany Dardenne. Hij is één van de eerste soldaten die in de Dodengang om het leven komen.

bron : Siegfried Debaeke, het drama van de dodengang, uitgeverij de klaproos

De laatste reis van de Lusitania

Op 22 april 1915 zendt de Keizerlijke ambassade in Washington nog een waarschuwend bericht aan de rederij Cunard dat Duitsland in oorlog is met Groot-Brittannië en dat zij zich gerechtigd voelde om geallieerde schepen en schepen in de Britse wateren te torpederen. Op 30 april 1915 vertrekt de Lusitania vanuit New York, geladen met 1257 passagiers en 702 bemanningsleden aan boord. Het is de 202e keer dat dit schip de Atlantische oceaan oversteekt. Van de 25 stoomturbines zijn er maar 19 in werking, om brandstof te sparen. De maximum snelheid is hierdoor 21 knopen (38,89 km/uur). Op 7 mei 1915 komt de Lusitania aan in de Ierse zee.

Walter Schwieger

Walter Schwieger

Op datzelfde moment vaar ook de U-20, een Duitse diesel-onderzeeër, rond in de Ierse zee. Op 18 februari 1915 hebben de Duitsers de onbeperkte duikbotenoorlog afgekondigd, mede omdat de Britten de vaar op Duitsland blokkeren en daarmee de Duitse economie ernstig schaden. De U-20 is dan al 7 dagen onderweg, op zoek naar prooi. Kapitein-luitenant Walter Schwieger heeft in korte tijd een slechte reputatie opgebouwd : zo heeft hij op 1 februari 1915 in het kanaal een boot met gewonden beschoten. Ook tijdens deze reis heeft hij al twee boten tot zinken gebracht : de Earl of Lathorn, een oude schoener, en de Centurion. Hij zit nu de Juno, een oude oorlogskruiser, achterna, die er zigzaggend vandoor gaat. Van al deze incidenten wordt geen melding gemaakt aan kapitein William Turner van de Lusitania.

Om zijn kanonnen weer te kunnen laden, komt de U-20 aan de oppervlakte op zo’n 15 km van de Ierse kust. Daar ziet Schwieger tot zijn verbazing het grootste passagiersschip van de transatlantische dienst op zich afkomen. Daarbij voer de boot vanwege de mist met een snelheid van slechts 15 knopen (27,78 km/u) in weerwil van de instructies van de rederij dat er op volle snelheid gevaren moet worden in gevaarlijke oorlogsgebieden. Op 700 meter afstand vuurt Schwieger één van de twee torpedo’s af die hij nog heeft. Hij raakt de Lusitania vol. Binnen enkele seconden volgt een tweede, nog veel grotere explosie. De Lusitania kapseist en binnen 18 minuten zinkt de boot. Er zijn 1.198 doden te betreuren, onder wie 413 bemanningsleden. Onder de doden bevinden zich ook 128 Amerikanen. Toegesnelde schepen en een enkele reddingsboot kunnen de rest van de opvarenden nog redden – tot de schepen die de drenkelingen uit het water halen, behoort niet de Juno.

De hele wereld reageert vol ongeloof, en vooral in de Verenigde Staten is men furieus. President Woodrow Wilson stuurt alles bij elkaar vier protestbrieven en overal verschijnen anti-Duitse cartoons in de kranten. Ook de Duitsers reageren geschokt, de regering maakt officieel har excuses in februari 1916 en biedt de slachtoffers smartengeld aan – dit alles om de neutrale Verenigde Staten maar uit de oorlog te houden.

Out_of_the_Depths_-_RMS_Lusitania_by_Oscar_Cesare_c1916

bron

Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

het dagboek van Herbert Sulzbach

Herbert Sulzbach - with the German guns

Herbert Sulzbach – with the German guns

Ik heb de voorbije week het dagboek van Herbert Sulzbach ontvangen. Gedurende mijn dagelijkse treinrit naar het werk heb ik het dagboek al gelezen tot 1916. Het is meeslepend en boeiend geschreven. Over Herbert Sulzbach heb ik al eerder op deze blog geschreven, want het is een boeiende persoonlijkheid. Hij droeg het Duits uniform in de eerste wereldoorlog en een Brits uniform tijdens de tweede wereldoorlog. Gezien zijn joodse afkomst was er voor hem geen plaats meer in nazi-Duitsland vanaf de jaren dertig. Meer informatie over Herbert Sulzbach vind je op https://martinusevers.org/2014/11/13/herbert-sulzbach-duitser-in-de-eerste-en-brit-in-de-tweede-wereldoorlog/

Wie interesse heeft in dagboeken van soldaten van de Groote Oorlog, zal zeker zijn gading vinden in het dagboek van Herbert Sulzbach. Ik heb gezocht naar een Duits exemplaar, maar heb dat jammer genoeg niet gevonden. Via amazon heb ik dan een Engelstalige versie in huis gehaald. Ik zal geregeld een fragment van dit dagboek vertalen en op deze blog zetten.

Kunst over oorlog : Théophile Steinlen en Otto Dix

Onlangs heb ik een boek gekocht van Guus Veenendaal : “sporen naar het front”. In dit boek wordt het belang van de spoorwegen voor oorlogvoering bekeken. Het gaat niet alleen om de eerste wereldoorlog. Ook andere oorlogen komen aan bod, zoals de Frans-Pruisische oorlog van 1870, de Amerikaanse burgeroorlog. Ik zie in het boek een tekening van Théophile Steinlen van 2 Franse soldaten die wachten in een station voor hun trein richting front. Oorlog in de kunst heeft ma altijd geboeid en dus zoek ik Steinlen op via Google. En daar verschijnt een 2e naam waarvan de werken ooit op een tentoonstelling samen met Steinlen werden getoond : Otto Dix. Beide kunstenaars hebben een stijl die me aanspreekt. Krachtig en ondanks de grijze tinten heel spreken.

Théophile Steinlen – “Les camarades”

Steinlen_Camarades

Otto Dix – “der Krieg”otto-dix-der-krieg-01