Tijdens de slag van Wadi (Irak) proberen Britse troepen tevergeefs landgenoten te ontzetten die in Kut belegerd worden door het Ottomaanse leger. Over het algemeen worden de gevechten gezien als een Britse nederlaag. Alhoewel ze erin slagen om de Wadi-vallei in te nemen, gebeurt dat ten koste van 1600 doden en gewonden in hun rangen.
De Britten planden een verrassingsaanval in de ochtend, maar hardnekkige mist in de vallei waar de rivier Wadi stroomt, verhindert dat. Weg dus het verrassingseffect, terwijl de Britten bovendien moeten optornen tegen een vijandelijke overmacht.
In de volgende maanden trachtten de Britten meermaals tevergeefs om ingesloten landgenoten in Kut te ontzetten. In april 1916 zit er voor de belegerde troepen in Kut niets anders op dan zich over te geven : tienduizend soldaten in één keer, de meest massale Britse overgave tot dan toe.



In haar oorlogsdagboeken schrijft Virginie Loveling op 9 januari 1916 hoe in Gent zelfs de aardappelschillen gerecycleerd worden. Het comité dat zich daarmee bezighoudt, kwam tot stand tijdens de winter 1915-1916. Regelmatig gaan de leden rond met een korf om de schillen in te zamlelen. Die worden vervolgens gedroogd en gemalen tot meel dat ze verkopen aan landbouwers, die het mengen onder de dierenvoeding. De geboekte winst dient om krijgsgevangenen te steunen. Sommige mensen vertellen dat het meel ook gebruikt wordt in brood.




