Gaston Le Roy oefent op het strand

Gaston Le Roy noteert op 8 maart 1915 in zijn dagboek :

We oefenen met het geweer op het strand. Boven de hoge duinen zien we in de verte de toren van Bréhal, die ons nog steeds aan de goede dagen herinnert, want de inwoners van Granville zijn bijlange niet zo vriendelijk als de Bréhalais.

Onderstaande postkaart toont casino en strand van Granville. Het is maar de vraag of Gaston hier zijn exercities deed.

Granville voor de oorlog

Granville voor de oorlog

bron : André Gysel, Gaston Le Roy, Lannoo

Gaston Le Roy verlaat Bréhal

Op 6 maart 1915 lezen we het volgende in het dagboek van Gaston Le Roy.

Het werd een droevig vertrek uit het vrolijke Bréhal, waar we bij de inwoners kind aan huis waren. Na een solemnele misviering, gevolgd door een patriottische toespraak, vertrokken we om half negen. Ik moest de aangeboden chocolademelk laten staan om bijtijds in de rangen te zijn. Velen kregen tranen in de ogen en hartelijk werd er “merci” en “au revoir” geroepen.

Onderstaande foto toont de “route de Granville” in Bréhal. We mogen aannemen dat Gaston Le Roy langs deze weg Bréhal heeft verlaten.

Bréhal_RouteDeGranville

bron : André Gysel, Gaston Le Roy, Lannoo

Waar haalt Ivan Petrus zijn inspiratie

Ivan Petrus Adriaenssens is de tekenaar van de graphic novel “Afspraak in Nieuwpoort“. Een aanrader zonder meer van liefhebbers van strips en van de groote oorlog. Ivan Petrus heeft beiden op een zeer goeie manier bij mekaar gebracht. Het boek is trouwens gebaseerd op dagboeken en levens van historische figuren, zoals de Belgische soldaat Raoul Snoeck.

Vooral zijn landschappen kan ik bijzonder bewonderen. Vandaag was ik op zoek naar foto’s van Pervijze tijdens de groote oorlog toen mijn oog op deze foto viel. En die foto deed me aan iets denken… Had ik ze eerder gezien… Of onder een andere vorm ?

Pervijze

Pervijze

Blijkbaar kende ik deze foto omdat ik ze als tekening gezien had in “Afspraak in Nieuwpoort” van Ivan Petrus Adriaenssens. De tekenaar heeft zich duidelijk op de foto geïnspireerd om zijn tekening te maken. Ik bewonder vooral het geduld om zo’n tekening te maken.

Afspraak in Nieuwpoort

Afspraak in Nieuwpoort

soldaten van het 29e linieregiment sneuvelen

In de nabijheid van het station van Pervijze houden soldaten van het 29e linieregiment de wacht in de loopgraven. In een ervan valt op 4 maart 1915 een obus die meteen zes onder hen wegrukt uit het leven. Hun medesoldaten brengen de lichamen een paar kilometer verder naar de dorpskern, een eindje achter het front.

De pastoor organiseert een korte plechtigheid voor de gesneuvelden, die vervolgens begraven worden in een massagraf bij de kerk. De pastoor noteert nog vlug hun namen en herkomst. Ze komen van overal in het land : Bomal, Hornu, Ichtegem, Mechelen, Tielt en Zichem. Later worden de slachtoffers herbegraven, op één na niet in hun geboortedorp. Samen op wacht, samen in het graf.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

station van Pervijze

station van Pervijze

Louis Barthas lijdt kou in de loopgraven

In het dagboek van Louis Barthas lezen we het volgende : “Op 20 februari (1915) waren we in Annequin. Dezelfde avond nog moesten we naar onze linie. Die namiddag was er een zware hagelstorm en door de wind stapelde de hagel zich op in de verbindingsgangen. Toen we die ’s avonds ingingen, stonden ze boordevol ijswater. Het laat zich raden hoe aangenaam dit voetbad, of liever deze kniewassing was. En toch stonden we nog te zweten. Er moest werkelijk een goed bestaan die de arme poilus beschermde tegen bronchitis en verkoudheid. Toen ik met een kameraad in de voorste linie aankwam en in ons onderkomen wou uitrusten, was het ingestort ! We hadden dus na een hele nacht wachtlopen geen plek meer om te slapen. In een nabijgelegen schuilplaats was een vuurtje aangestoken waaraan ik me mocht warmen. Ik denk dat ik alleen daardoor die nacht niet ben gestorven van de kou.

bron : Dirk Lambrechts, de oorlogsdagboeken van Louis Barthas, uitgeverij Bas Lubberhuizen

TekeningPoilus

Herbert Sulzbach neemt afscheid van luitenant Reinhardt

In het dagboek van Herbert Sulzbach zien we in de maand februari 1915 dat hij de kans krijgt om naar Luxemburg te reizen. Op 3 februari verlaat hij Luxemburg en rijdt met de trein terug naar zijn artillerieregiment via Sedan, Mohon, Bazancourt, Pont-Faverger en tot slot Ardeuil. Gezien hij al eerder heeft gesproken over de Champagnestreek, neem ik aan dat het gaat om de Franse gemeente die vandaag Ardeuil-et-Montfauxelles gaat. Na zijn aankomst zijn er nog een paar rustige dagen, maar vanaf 16 februari vallen de Fransen aan. De Duitsers raken in paniek, maar luitenant Reinhardt is zowat de enige die kalm blijft. En dan lezen ze op 26 februari 1915 het volgende in het dagboek van Sulzbach :

De Fransen hernemen hun poging voor een doorbraak met hernieuwde krachten en versterkingen. Was de artilleriebeschieting de voorbije dagen al heel zwaar, vandaag is het nog heviger. Ik zag luitenant Reinhardt met zijn arm in een verband. Het is een wonder dat hij alleen gewond is : de observatiepost waarin hij zat met infanteriesoldaten kreeg vijf directe treffers, de ene na de andere, en bijna alle soldaten zijn dood. Reinhardt is zijn linkerduim kwijt door de ontploffing en hij zit onder het bloed, modder, vuil en roet. Ik vrees dat onze geliefde luitenant naar het hospitaal moet. Onze ganse artilleriebatterij treurt. De luitenant neemt van ieder afzonderlijk afscheid en laat zich naar de achterhoede vervoeren in een munitiewagen.

We waren er allemaal door ontzet, gezien we erg op hem gesteld waren. Hij was even onverstoorbaar als menselijk. De ganse troep staart de munitiewagen na lang nadat die verdwenen is achter de bossen. We hebben het gevoel dat we voor hem gevochten hebben.

bron : Herbert Sulzbach, with the German Guns, Pen & Sword

luitenant Reinhardt (helemaal rechts) met 2 andere officieren in 1915

luitenant Reinhardt (helemaal rechts) met 2 andere officieren in 1915

het dagboek van Herbert Sulzbach

Herbert Sulzbach - with the German guns

Herbert Sulzbach – with the German guns

Ik heb de voorbije week het dagboek van Herbert Sulzbach ontvangen. Gedurende mijn dagelijkse treinrit naar het werk heb ik het dagboek al gelezen tot 1916. Het is meeslepend en boeiend geschreven. Over Herbert Sulzbach heb ik al eerder op deze blog geschreven, want het is een boeiende persoonlijkheid. Hij droeg het Duits uniform in de eerste wereldoorlog en een Brits uniform tijdens de tweede wereldoorlog. Gezien zijn joodse afkomst was er voor hem geen plaats meer in nazi-Duitsland vanaf de jaren dertig. Meer informatie over Herbert Sulzbach vind je op https://martinusevers.org/2014/11/13/herbert-sulzbach-duitser-in-de-eerste-en-brit-in-de-tweede-wereldoorlog/

Wie interesse heeft in dagboeken van soldaten van de Groote Oorlog, zal zeker zijn gading vinden in het dagboek van Herbert Sulzbach. Ik heb gezocht naar een Duits exemplaar, maar heb dat jammer genoeg niet gevonden. Via amazon heb ik dan een Engelstalige versie in huis gehaald. Ik zal geregeld een fragment van dit dagboek vertalen en op deze blog zetten.

Krijgsgevangenen op weg naar Duitsland

Virginie Loveling heeft het op 28 februari 1915 in haar dagboek over krijgsgevangenen.

Een brief van klachten is toegekomen bij de plaatselijke commandant over het eten van de krijgsgevangenen in Duitsland. De brief is ondertekend door vijf Gentse soldaten, behorend tot bekende families. Dat het voedsel slecht is, wordt door de Duitsers gelogenstraft.

Zevenentwintig krijgsgevangenen schreden vrijdag laatste door de stad, op weg naar Duitsland zeker. Belgen en Fransen onder begeleiding van vijf Feldgrauen (= een verwijzing naar de kleur van de Duitse uniformen). Ze zagen er bleek uit, vermoeid, erg bemodderd en verwaarloosd, met gehavende uniformen en scheefgelopen schoenen.

BelgenFRansenKrijgsgevangen

Britse hulp voor de Russen via de Dardanellen

In januari 1915 krijgen de Britten een Russisch verzoek om een geallieerde operatie tegen Turkije om de druk in de Kaukasus te verlichten. Zonder die hulp zien de Russen zich gedwongen troepen van het oostfront naar de Kaukasus te sturen. En daarmee zouden mogelijk Duitse troepen van het oostfront vrijkomen voor het westfront.

Winston Churchill als first Lord van de admiraliteit, heeft het idee opgevat om de via de Dardanellen een aanvoerroute tussen de westelijke geallieerden en Rusland veilig te stellen. Hij vraagt admiraal Sackville Carden om het plan uit te werken. Bedoeling is om met een aantal oudere schepen de Turkse forten langs deze zeestraat aan te vallen en uit te schakelen. Tevens moet er gedacht worden aan mijnen vegen, want sinds oktober 1914 is deze zeestraat door de Ottomanen verboden voor geallieerde schepen.

De campagne op de Dardanellen start dus als een louter marineoperatie. Maar in de loop van 1915 zou het uitgroeien tot veel meer en leiden tot een invasie van het Gallipoli schiereiland.

In januari en februari 1915 gebeurt het volgende :

13 januari : de Britse oorlogsraad besluit dat de Admiraliteit een marine-expeditie moet voorbereiden in februari om het schiereiland Gallipoli te bombarderen en in te nemen. Einddoel van deze expeditieis de inname van Constantinopel.

15 januari : de Franse duikboot Saphir zinkt in de Dardanellen nabij de stad Çannakale. De bemanning geraakt nog aan land maar kapitein Fournier gaat met zijn duikboot ten onder.

6 februari : Twee Britse marinebataljons worden naar de Egeïsche kust gestuurd om aan land te gaan en Turkse kanonnen te vernietigen.

16 februari : weer worden er twee marinebataljons gestuurd met als doel Turkse kanonnen op te sporen en te vernietigen.

19 februari : Britse oorlogsschepen beginnen de Turkse forten langs de Dardanellen te bombarderen. De schade blijft beperkt.

25 februari : Opnieuw Brits bombardement vanaf zee op de Turkse forten langs de zeestraat.

26 februari : de Britse schepen “Vengeance”, “Dublin” en “Basilik” bombarderen de Turkse forten aan de ingang van de Dardanellen. Franse en Britse mariniers gaan om 14u30 aan land in Kum Kale om de Turkse forten aan te vallen. Nadat ze 3 kanonnen vernietigd hebben, keren ze terug aan boord.

Gallipoli Map

bronnen

http://www.anzacsite.gov.au/5environment/timelines/100-events-gallipoli-campaign/january-february-1915.html#january-3

http://www.france-histoire-esperance.com/chroniques-des-dardanelles-1915-2015-2/

Andy Wiest, de geschiedenis van de eerste wereldoorlog, Deltas

Gaston Le Roy krijgt weldra nieuw onderkomen

Gaston Le Roy noteert op 25 februari 1915 het volgende in zijn dagboek.

Als oefening een mars van 17 km. Munéville, Quetterville… Slecht nieuws doet de ronde. Aan ons vrolijke leventje komt een eind. Binnenkort ruilen wij burger en bed voor kazerne en strozak. Prettig vooruitzicht ! Over de kazerne wordt niet veel goeds verteld en evenmin over de weinig sympathieke inwoners van Granville, waar de Belgen door de Fransen voor “tas de vermine” (= ongedierte, uitschot) worden uitgescholden.

In Bréhal is de bevolking ons heel genegen. De inwoners ondertekenen zelfs een petitie om ons hier te houden, maar ik denk dat het boter aan de galg zal zijn.

Bréhal - route de Cérence

Bréhal – route de Cérence

bron : André Gysel, Gaston Le Roy, Lannoo