Duitsers capituleren in Otavi

Korte tijd na het begin van de eerste wereldoorlog besluit de Unie van Zuid-Afrika ook haar steentje bij te dragen door op te rukken naar de Duitse kolonie in Zuidwest-Afrika (Namibië). In 1914 kunnen de Duitsers nog weerstand bieden, maar vanaf april 1915 moeten ze geleidelijk het meest zuidelijke deel van het gebied afstaan. Op 12 mei 1915 nemen de Zuid-Afrikanen ook de hoofdstad Windhoek in.

Bij Otavi lijden de Duitse troepen de definitieve nederlaag : op 9 juli 1915 wordt de capitulatie ondertekend. Meer dan drieduizend mensen, veelal Afrikanen, geven zich over. Onder hen ook politiemensen en spoorwegpersoneel.

Toeristische tip : enkele kilometers buiten Otavi, dat zo’n vijfduizend inwoners telt, staat het Khorat Memorial aan kilometerpaal 500 van de spoorlijn. Het monument herinnert aan de Duitse overgave op 9 juli 1915.

bron : oorlogskalender 2014-2018, DavidsfondsSüdwestafrika_1915

de verovering van Koet-el-Amara

Generaal Townshend

Generaal Townshend

Koet-el-Amara is in 1915 een belangrijke Turkse administratieve basis en een commercieel centrum, zo’n 160 km ten noorden van Qurna dat de Britten in december 1914 hebben veroverd. De nieuwe Britse opperbevelhebber ter plekke is sir John Nixon, die de Indiase “voorwaartse defensie” voluit steunde. Het land tussen Qurna en Koet-el-Amara staat grote delen van het jaar onder water, op sommige plekken bijna een meter. Nadat Nixon in april 1915 een Turkse aanval bij Shaiba heeft afgeslagen, vindt hij het tijd om Koet-el-Amara te veroveren. Hij stuurt sir Charles Townshend, die reeds in 1895 de bijnaam “Lucky” heeft gekregen, met de Poona divisie op pad met 500 platbodems die zoveel wapens meenemen als de schepen veilig kunnen vervoeren.

Op 31 mei 1915 vaart Townshed Qurna uit. Van verkenners hoort hij dat een grote Turkse macht zich richting Koet-el-Amara spoedt. Terwijl hij zijn artillerie achterlaat, zet Townshend snel de achtervolging in, in wat de populaire pers de ‘regatta’ (roeiwedstrijd) noemt. De volgende dag krijgt hij de Turkse achterhoede in zicht, maar die slaat op de vlucht. Op 3 juni 1915 arriveert Townshend met circa 10 mariniers en soldaten bij Koet-el-Amara. Hij bluft dat hij op de voet wordt gevolgd door een groot leger en weet de 2.000 Turken te bewegen zich over te geven. De hoofdmacht arriveert pas een tijdje later.

Britse troepen in Mesopotamie ontwapenen Turkse soldaten

Britse troepen in Mesopotamie

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

mei 1915 – het ontstaan van de dodengang

Door de onderwaterzetting van de Ijzervlakte zijn de Duitsers teruggeslagen tot de westelijke oever van de Ijzer. Maar niet overal hebben de Duitsers hun posities op de oostelijke oever opgegeven. Bij de Brug van Tervate hebben de Duitsers voorposten ingericht waarvan de meest zuidelijke gelegen zijn bij de 2 petroleumtanks. Deze tanks zijn enkele jaren voor de oorlog gebouwd en liggen net ten zuiden van de Ijzer bij paal 15.3. Na de brand van 24 oktober 1914 bleef de ene tank overeind, terwijl de andere tank was van zijn grondvesten losgeschoten en stond schuin.

Petroleumtanks_Diksmuide1915

op 3 mei 1915 geeft generaal-majoor Jacquet , bevelhebber van de 3e legerdivisie, opdracht voor een aanval op deze petroleumtanks. In de nacht van 9 op 10 mei 1915 valt het 1e regiment Jagers aan. De aanval mislukt en ook de 2 daaropvolgende nachten mislukken de aanvallen. De stormloop op de Duitse posities is mislukt, maar de Belgen willen hun terreinwinst voor de petroleumtanks niet zomaar opgeven. In de nacht van 12 op 13 mei lossen soldaten van het 9e linieregiment de soldaten van het 1e Jagers af. De soldaten nemen 3 posities in : een peloton betrekt stellingen op 30 meter van de petroleumtanks, een 2e peloton houdt de wacht aan de Ijzerdijk en een derde peloton houdt zich schuil aan de in puin geschoten hoeve bij kilometerpaal 16.

General-majoor Jacquet geeft het bevel om een gang te graven vanaf kilometerpaal 16 naar de petroleumtanks toe. Naast het graven van de naderingsgang graven de soldaten ook loopgraven die de schutterskuilen, gegraven tijdens Ijzerslag in oktober 1914, met elkaar verbinden. Op 18 mei 1915 starten de graafwerken. Het delfwerk is toevertrouwd aan een onderofficier van de genie met 2 ploegen van 4 man. Terwijl de ene ploeg aan de slag is, rust de andere uit. Na een meter delfwerk lost men af. Per dag boekt een ploeg een vooruitgang van zo’n zes meter. In het begin is de boyau maar  70 cm diep. In 10 dagen tijd is men zo’n 350 meter ver gevorderd langs de Ijzeroever. En dan merken de Belgische soldaten tot hun ontsteltenis dat de Duitsers ook aan het graven zijn in de Ijzerdijk en gevaarlijk dichtbij zijn. De afstand tot de vijandelijke linies is tot enkele meters geslonken. Dit leidt in de nacht van 27 op 28 mei 1915 tot een pijnlijk treffen. Daarover volgt later nog een nieuw bericht op deze blog.

bron : Siegfried Debaeke, het drama van de dodengang, uitgeverij de klaproos

Florence Farmborough hoort het front bij Gorlice breken

Florence Farmborough

Florence Farmborough

Florence Farmborough is een Britse vrouw die sinds 1908 in Rusland leefde, eerst in Kiev, daarna in Moskou als gouvernante. Bij het uitbreken van de oorlog meldt ze zich als vrijwilligster en wordt ingelijfd bij het verplegend personeel. In mei 1915 werkt ze in Gorlice als het Duits-Oostenrijks offensief begint. Gorlice ligt vlab bij het front. De artillerie van de Oostenrijkers beschiet de stad dagelijks, op een wat verstrooide manier, schijnbaar meer uit principe dan met een vooropgezet plan. De toren van de grote kerk is in tweeën gespleten. Veel huizen zijn al in ruïnes veranderd. Tot nu toe hebben Farmborough en de anderen van het veldhospitaal zich vooral ingezet om het lijden van de burgerbevolking te verzachten, in de eerste plaats door eten uit te delen.

De Russische artillerie beantwoordt de lukrake bombardementen van de Oostenrijkers zelden. Naar verluidt vanwege een tekort aan munitie maar verder naar achteren heeft men nog volop granaten op voorraad. De geüniformeerde bureaucraten die over dit soort zaken gaan, willen ze daar echter graag houden, in afwachting van grotere dingen. Verder naar het zuiden bereidt het Russische leger een nieuw offensief voor, gericht op de befaamde passen in de Karpaten (de deur naar Hongarije) ! Al een paar dagen heerst er een zekere onrust onder de Russische eenheden in Gorlice, er gaan geruchten dat de Oostenrijkers tegenover hen versterking hebben gekregen van Duitse infanterie en zware artillerie.

Deze zaterdag worden Florence en de anderen in het ziekenhuis al voor zonsopgang gewekt door zwaar artillerievuur. Ze rolt uit haar bed. Gelukkig is ze met kleren aan gaan slapen. Iedereen – behalve misschien Radko-Dimitriev, het hoofd van het Russische Derde Leger -) had een vermoeden dat er iets ophanden was. Het geknal in wisselende sterkte en toonaard neemt toe als de Russische artillerie om hen heen het vuur beantwoordt. Door de trillende ramen vangt Florence een glimp op van het lichtspel aan de nog donkere hemel. Ze ziet de grote, pijlsnelle mondingsvlammen van het geschut zich vermengen met de gedempte flitsen van de explosies. Dan komen de eerste gewonden.

Eerst lukte het om iedereen te helpen; daarna werden we overweldigd door hun aantal alleen al. Ze kwamen met honderden, uit alle richtingen. Sommigen konden nog zelf lopen, anderen kropen of sleepten zich over de grond voort.

De verplegers moeten in deze wanhopige situatie wel een bikkelharde selectie doorvoeren. Wie nog op zijn benen kan staan, wordt niet geholpen maar doorverwezen naar achteren, met het verzoek een van de basiseenheden op te zoeken. Het aantal mannen dat niet kan lopen is zo groot, dat ze naast elkaar in de open lucht worden gelegd, waar ze eerst een pijnstiller krijgen en daarna aan hun verwondingen worden geholpen. Florence en de anderen doen wat ze kunnen om te helpen, al hebben ze het gevoel dat het zinloos is, want de stroom kapotte, opengereten lichamen lijkt eindeloos.

De volgende cohtend, om een uur of zes, horen Florence en de anderen een nieuw, angstaanjagend geluid : een plotseling, vibrerend gebulder als van een waterval, dat afkomstig is van meer dan 900 stuks artillerie – dat is op elke vijftig meter front één – van alle denkbare kalibers die tegelijk het vuur openen. Een paar seconden later volgt de langgerekte daverende echo van de inslagen. Er zit een nieuwe onbehaaglijke systematiek in dit artillerievuur, in de manier waarop het over de Russische frontlijn raast. de technische term luidt Glocke, klok. De vuurwals verplaatst zich heen en weer, opzij en in de diepte, over de Russische linies en verbindingsloopgraven.

Eerst horen ze ,ongelovig, het woord “terugtocht”. Dan volgt het fenomeen : lange, ongelijkmatige rijen modderige soldaten met vermoeide gezichten trekken langs. Ten slotte komt de order : onmiddellijk opbreken, laat uitrusting en gewonden achter. De gewonden achterlaten ? Ja, de gewonden achterlaten. “Snel, snel, de Duitsers staan voor de stad”.

gorlice_01bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

De Duitsers veroveren het Polygoonbos

Op 3 mei 1915 moeten de Britten het Polygoonbos, ten zuiden van de dorpskern van Zonnebeke, aan de Duitsers laten. Niet zozeer de oppervlakte van het Polygoonbos, wel zijn ligging op een West-Vlaamse heuvelrug. Het bos combineert een degelijke beschutting met een prima uitzicht.

Het is niet voor het eerst of het laatst dat dit niet zo grote bos van bezetter wisselt. Britse troepen hielden het Polygoonbos bezet van oktober 1914 tot 3 mei 1915. Dan blijven de Duitsers er tot en met de zomer van 1917 en leggen er een kerkhof aan dat in 1955 ontruimd wordt. Australische troepen verdrijven de Duitse en leggen ook Polygon Wood cemetery aan. Nieuw-Zeelanders lossen hen af en zij moeten in februari 1918 het bos weer aan de gezamenlijke vijand laten. Op 28 september 1918 verwerft een Schotse divisie het veelvuldig verwoeste bos. Ditmaal definitief.

Toeristische tip : Het Polygoonbos is nu een leuke plek om te wandelen, voorzien van wandelpaden. Aan de rand is er niet alleen Polygon Wood Cemetery, maar ook Buttes New British Cemetery en het Memorial of the 5th Australian Division.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Polygoonbos_Terugtocht_mei1915

William Henry Dawkins wacht in Lemnos op zijn verdere bestemming

William Henry Dawkins is een luitenant bij de Autralische genietroepen. In november 1914 zit hij aan boord van het troepentransportschip Orvieto. WilliamHenryDawkinsSamen met andere schepen verlaten ze Melbourne richting Ceylon.

Na 4 weken zee gaat hij met de andere Australische soldaten aan land in Egypte. De oorspronkelijke bestemming Engeland is gewijzigd nu ook het Ottomaanse rijk in de oorlog de kant van de Centralen heeft gekozen. Engeland wil daarom in Egypte een reserveleger opbouwen tegen de Ottomaanse aanwezigheid in deze regio.Kerstmis 1914 viert Dawkins bij de pyramides in Caïro.

Einde februari 1915 schrijft Dawkins aan zijn moeder dat hij verwacht binnen de 2 weken marsorders te krijgen. Einde maart 1915 is een groot deel van de brigade van Dawkins’ brigade al per bootover de Middellandse zee naar het eiland Lemnos in het noordelijke deel van de Egeïsche zee vertrokken. Zelf is William Dawkins dan nog in Caïro. Daar maakt hij nog de relletjes mee die verveelde Australische soldaten uitlokken. Na Pasen 1915 vertrekt Dawkins ook naar Lemnos. Hij weet dat ze daarna gauw zullen verder gaan en hij weet welke taak hem en zijn brigade te wachten staat : ze zullen verantwoordelijke zijn voor de watervoorziening. Aan boord van het troepentransportschip de Mashobara liggen grote hoeveelheden pompen, buizen en boren en bovendien graafgerei en gereedschap. Hij en zijn manschappen hebben kaarten gekregen van het gebied waar ze zullen worden ingezet. Het heet Gallipoli, een smal, langwerpig schiereiland dat de toegangsroute naar de Zee van Marmara bewaakt.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

strijders van over de Middellandse zee

Het bericht dat ik gisteren publiceerde over de graven van Algerijnse soldaten (met als titel Arabische stenen), deed me denken aan het dagboek van grenadier Odon van Pevenaege. Odon noteert op 19 oktober 1914 het volgende :

’s Morgens was het om 3 uur reveille. Na het rassemblement gingen we in de richting van Loo. Onderweg zagen we veel Fransen. Te Loo aangekomen zag ik Arabieren te paard. Dat had ik nog nooit gezien.

MarokkaanseSpahi1915De Arabische cavaleristen in dienst van het Franse leger werden Spahis genoemd. Het woord is afkomstig via het Turks van Het Perzische sipahi, wat ruiter betekent. Zowel in Algerije als in Marokko worden er Spahi-regimenten gevormd.

Eind augustus 1914 arriveert een Marokkaanse divisie in Frankrijk. De Duitsers hebben zich dan ingegraven op de heuvelruggen van Vimy, tussen Atrecht en Lens in Frans-Vlaanderen. Daar wordt de Marokkaanse divisie ingezet. Op anderhalf uur tijd breken de Marokkaanse soldaten door de 4 Duitse loopgraven. Ze hebben slechts één fout gemaakt : winnen waar het niet verwacht werd. Het Franse leger heeft bijgevolg geen versterkingen klaar om de overwinning te consolideren en dus wordt deze grond later weer prijsgegeven.

Later wordt de divisie noordelijker ingezet. Een van de weinige Marokkaanse officieren Brick Ben Kaddour sneuvelt  in Radinghem bij Rijsel. Een deel van de divisie arriveert op 13 november 1914 aan het kanaal Ieper-Ijzer en verovert er Bikschote. Ook nabij Hill 60 in Zinnebeke ziet men deze Marokkaanse soldaten vechten. Eind januari 1915 wordt de Divisie op rust gesteld bij Duinkerke.

Naast de Marokkanen zijn er ook Algerijnen aan het front in Vlaanderen. Zij vangen de eerste gaswolk van de Duitsers op nabij Ieper op 22 april 1915.

De afbeelding van modelbouwsoldaat mag geenszins het vermoeden wekken dat ik deze soldaten als speelgoedfiguren wil beschouwen. Onderstaande link met als titel “Marokkanen aan de Ijzer” zal het tegendeel bewijzen. Maar soldaten die al te lang zijn vergeten, worden beter herdacht met een kleurenafbeelding dan met een klassieke zwart-wit-foto.

bronnen

Ivan Adriaenssens, Odon – oorlogsdagboek van een Ijzerfrontsoldaat

http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2013/08/04/marokkanen-aan-de-ijzer

Gastesten in het kamp van Beverlo op Goede Vrijdag

Het is Goede Vrijdag, 2 april 1915. Op de heide tussen Leopoldsburg en Meeuwen doorbreekt een sissend geluid de ochtendstilte. Seconden later kruipt een geelgroene wolk tergend traag over het schrale oefenterrein. Schapen en honden die her en der zijn vastgebonden aan houten palen, creperen wanneer de nevel hen bereikt. Fritz Haber, Duits topchemicus, taxeert vanaf een afstandje de uitwerking van zijn chloorgas, hij kan zijn enthousiasme nauwelijks bedwingen. Plots stuurt Haber zijn paard de nevel in. “Hij raakt bevangen en ziet wit als was”, beschrijft een Duitse officier het tafereel. De demonstratie in het kamp van Beverlo neemt de laatste twijfels weg. Het chloorgas zal ingezet worden aan het westelijk front.

FritzHaberDe testen hebben alles te maken met een poging van de Duitsers om de patstelling aan het westelijk front te doorbreken. Kolonel Max Bauer neemt daarom contact op einde 1914 met Fritz Haber, die op dat moment al een zeer gekend chemicus is en directeur van het Kaiser Wilhelm instituut te Berlijn. Zijn eerste plan is om granaten te vullen met springstof en traangas. Een test aan het Oostfront (lees deze pagina) mislukt echter : het is te koud voor het gas om echt te werken. Daarna stelt Haber voor om cilinders te gebruiken,wat veel praktischer is om een geconcentreerd gas te laten ontsnappen. Haber stelt voor om chloorgas te gebruiken omdat dit toch al op industriële schaal wordt geproduceerd door Bayer. Chloorgas is veel zwaarder dan lucht, blijft dicht bij de grond en zakt in de loopgraven waar het zich op de bodem verzamelt. Na verloop van tijd verspreidt het zich in de lucht en kunnen aanvallende soldaten oprukken zonder bang te moeten zijn om last te krijgen van het gas.

De Duitse Generale Staf maakt zich in eerste instantie zorgen over de ethische bezwaren tegen zo’n gasaanval, maar krijgt de verzekering dat het technisch gezien niet in strijd is met de Haagse Conventie omdat het gifgas niet uit projectielen komt maar uit cilinders. En dus besluit men door te gaan met het plannen van de gasaanval. De plaats van aanval is al snel gevonden : Ieper.

Nog even terug naar Haber : na de oorlog zou hij zelfs nog de Nobelprijs krijgen, maar niet zonder protest van de geallieerden. Pijnlijk detail : Haber vindt het Zyklon B uit, het gifgas dat in de tweede wereldoorlog miljoenen Joden aan hun einde zal brengen. In 1934 moet Haber als Jood Nazi-Duitsland ontvluchten maar hij zal aan een hartaanval in Basel overlijden.

bronnen

Timmie Van Diepen in een artikel uit Oorlog in Limburg 1914-1918, bijlage van HBVL

Taylor Downing, stille strijders, BBNC Uitgevers

Kresten Andresen een Deen in Duits uniform

Van het Oostenrijks-Hongaars leger wist ik dat er meerdere volkeren in dienden : naast Oostenrijkers en Hongaren waren er onder meer ook Serviërs, Polen, Italianen, Tsjechen, Slovenen, Kroaten. Dat ook het Duitse leger anderstaligen in de rangen telde, was een nieuw feit voor mij.

Kresten Andresen is zo’n anderstalige in het Duitse leger. Hij is een Deen afkomstig uit het voormalige Deense gebied dat we kennen als Sleeswijk-Holstein. Na de tweede Deens-Duitse oorlog in 1864 kwam dit gebied definitief toe aan Pruisen. Het gebied kende toen al heel wat Duitstaligen en in 1914 is deze regio al 50 jaar onder Duits bestuur. Wat niet wegneemt dat Kresten zich als Deenstalige wat verloren voelt in dat grote Duitse leger dat een oorlog voert voor redenen die hem niet kunnen begeesteren. Toen de mobilisatie werd aangekondigd, had Kresten net een gedicht af. Als laatste regel voegde hij eraan toe :

Ach God, wees ons genadig, wij die mee moeten, en wie weet wanneer we terugkomen !

In Flensburg krijgt Kresten in augustus 1914 zijn Duits uniform. Naar alle verwachting zal hij 4 weken later naar Frankrijk gestuurd worden. Geregeld worden er vrijwilligers gevraagd, maar Kresten behoort tot de uitzonderingen die zich niet melden. In zijn dagboek noteert hij.

Je bent zo verdoofd dat je rustig ten strijde trekt, zonder tranen en zonder angst, en toch weten we allemaal dat we onderweg zijn naar een onvervalste hel. Maar in een strak uniform klopt je hart niet zoals het wil. Je bent jezelf niet, je bent nog nauwelijks mens, ten hoogste een goed functionerende automaat die alles zonder veel nadenken doet. Ach, mijn God, dat we toch weer mens konden zijn !

In december 1914 is Kersten aan het front in Lassigny, Picardië. In maart 1915 is hij iets verderop gelegerd in Cuy. Daar knoopt hij een gesprek aan met 2 Franse vrouwen, vluchtelingen in eigen land. Het contact wordt vergemakkelijkt door het feit dat hij geen Duitser maar een Deen is. De dochter van één van de vrouwen, Susanne, noemt hem “Kresten le Danois”. De andere vrouw is alle contact met haar man verloren. Getroffen door dit verhaal besluit Kresten de vrouw te helpen en schrijft het Rode Kruis aan in Genève om zo aan inlichtingen te komen.

De Denen zijn hun taalgenoten in Duits uniform niet vergeten. Zo is er zeer recent een heruitgave van het dagboek van Kresten Andresen gedrukt.

bronnen

Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum, 2010

http://politiken.dk/kultur/boger/faglitteratur_boger/ECE1596403/100-aar-gamle-private-krigsbreve-er-saert-roerende/

Kresten Andresen

Kresten Andresen

Waar haalt Ivan Petrus zijn inspiratie

Ivan Petrus Adriaenssens is de tekenaar van de graphic novel “Afspraak in Nieuwpoort“. Een aanrader zonder meer van liefhebbers van strips en van de groote oorlog. Ivan Petrus heeft beiden op een zeer goeie manier bij mekaar gebracht. Het boek is trouwens gebaseerd op dagboeken en levens van historische figuren, zoals de Belgische soldaat Raoul Snoeck.

Vooral zijn landschappen kan ik bijzonder bewonderen. Vandaag was ik op zoek naar foto’s van Pervijze tijdens de groote oorlog toen mijn oog op deze foto viel. En die foto deed me aan iets denken… Had ik ze eerder gezien… Of onder een andere vorm ?

Pervijze

Pervijze

Blijkbaar kende ik deze foto omdat ik ze als tekening gezien had in “Afspraak in Nieuwpoort” van Ivan Petrus Adriaenssens. De tekenaar heeft zich duidelijk op de foto geïnspireerd om zijn tekening te maken. Ik bewonder vooral het geduld om zo’n tekening te maken.

Afspraak in Nieuwpoort

Afspraak in Nieuwpoort