Britse actie bij Sint-Elooi

De Britten laten op 27 maart 1916 om 4u15 zes ondergrondse mijnen ontploffen op de Mound, bij Sint-Elooi. Zonder voorafgaand artillerievuur rukken de Britten vervolgens op. Sommige Duitsers zijn gedood door de ontploffingen, anderen blijken niet meer in staat om weerstand te bieden. Daarnaast worden er nog 193 soldaten en 5 officieren in hechtenis genomen en ondergebracht in het dorpsschooltje van Dikkebus.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
foto komt van http://www.c3iopscenter.com 

27March1916StEloiCratersWWI.jpg

de honger laat zich voelen

Het tekort aan voedsel rukt op, zo moet ook Stijn Streuvels vaststellen :

Het kan zo niet langer voortduren, is de algemene overtuiging. De honger zal een eind maken aan de oorlog. Want bij de soldaten is het nog slechter gesteld dan bij de burgers. Men hoort het langs alle kanten, waar ze ingekwartierd zijn. De mensen geven van hun eigen kost omdat ze medelijden hebben met de dutsen.

Zo-even vertelt mijn gebuur dat de manschappen voor alle voedsel een soort soep kregen waarin een paar pruimen te zwemmen lagen. Vandaag was er een ander soort soep met twee stukjes aardappel. Een stuk droog brood daarbij maakt het menu uit voor de hele dag. En de officieren, die krijgen nu ook geen boter meer op hun brood.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Kuechendienst

Oostends schip redt Noorse drenkelingen

Ongeveer 20 mijl ten zuidzuidoosten van Main Head verplicht een Duitse U-boot op 23 maart 1916 de vijf bemanningsleden van de Noorse bark Chaema om in hun reddingssloep te stappen. Na een korte beschieting met kanonvuur zinkt het Noorse vaartuig. De op zee dobberende Noren worden opgemerkt door de Oostendse Marcella, die hen aan boord neemt en naar Milford brengt.

Opmerkelijk : begin februari 1917 wordt de Marcella zelf het slachtoffer van een Duitse onderzeeër. Alle elf bemanningsleden van de bemanning overleven het hachelijke avontuur.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Versenkbares 7,5cm-U-Boot-Geschütz

U-68 verrast door Q-schip

22 maart 1916 : nog maar zes dagen onderweg tijdens zijn allereerste patrouille zinkt de Duitse onderzeeër U-68 een eind voor de Zuid-Ierse kust, na treffers van het Britse Q-schip Farnborough. Geen enkele van de 38 opvarenden overleeft.

Q-schepen, zo genoemd naar de eerste letter van hun thuishaven, Queenstown in Ierland, waren een soort van lokvogelschepen. Ze zagen eruit als doodgewone vrachtschepen, maar waren voorzien van een goed verborgen bewapening. Meestal opereerden ze in hun eentje – om geen argwaan te wekken – in een gebied waar een Duitse onderzeeër opgemerkt was.

Kapiteins van Duitse duikboten gingen spaarzaam om met het beperkte aantal torpedo’s aan boord, die onder water afgevuurd konden worden. Als ze een onschuldig ogend vrachtschip opmerkten, kwamen ze liever boven water om het te beschieten met hun andere wapens.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://historyhubulster.co.uk/first-sinking-u-boat-q-ship-around-irish-coast-22-march-1916/

U 53 im Kampf mit der U-Boot-Falle.jpg

Russen vallen aan bij het Narotsjmeer

Russen vallen aan bij het Narotsjmeer

Om de Duitse druk op het Franse leger rond Verdun wat te verminderen, lanceren de Russen op 18 maart 1916 een aanval op het Duitse leger bij het Narotsjmeer. Deze strategie was afgesproken in Chantilly in december 1915. De wat laattijdige Britse aanval bij de Somme vanaf 1 juli 1916 maakt ook deel uit van deze geallieerde strategische aanpak.

In de wijde omgeving van het Narotsjmeer brengen de Russen 1,5 miljoen manschappen in stelling tegenover 1 miljoen Duitse. De eerste grote Russische aanval op 18 maart 1916, over een ondergrond die geleidelijk ontdooit, blijft in de modder steken. De gevechten duren nog voort tot 30 april 1916, maar eigenlijk wordt er nauwelijks terreinwinst geboekt, terwijl de Duitsers geen troepen terugtrekken rond Verdun. Globaal vallen er bij de Russen ook veel meer doden dan bij hun tegenstrevers.

bron : oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

lake-naroch-offensive-march-18-april-1916

 

 

 

Maandenlange gevechten om le Mort-Homme

Precies twee weken na het begin van de slag om Verdun richt een deel van de Duitse acties zich op de Franse versterkingen op de linker Maasoever. Hoofddoel van de Duitse aanval is het Bois Bourrus, waar een flink pak Franse artillerie wacht. Vooraleer die plek aan te pakken moeten de Duitsers evenwel eerst de heuvel met de naam Le Mort-Homme proberen in te nemen. Omdat die heuvel binnen het vuurbereik ligt van de artillerie op de Côte 304, zou die heuvel er eerst aan moeten geloven.

Drie volle maanden duurt het eer de Duitse troepen hun doel bereikt hebben. De verliezen en het menselijk leed aan beide zijden zijn onnoemelijk. In de daaropvolgende maanden zal deze heuvel nog meer dan eens in andere handen vallen.

Verdun_15_03_1914_Toter_Mann

de vijfde slag aan de Isonzo

Nu de strijd om Verdun zeer zwaar wordt voor het Franse leger, zoekt generaal Joffre steun bij de bondgenoten om elders ook offensieven te starten. Dat moet voorkomen dat de Duitsers teveel soldaten naar Verdun kunnen sturen. De Italianen starten daarom een vijfde offensief bij de Isonzo-rivier. Het offensief start op 9 maart 1916 en is vooral gericht op de inname van de stad Gorizia. De Italianen zijn echter te snel in de aanval gegaan en hun gebrek aan manschappen en vooral artillerie weegt door tijdens de slag. Door het aanhoudende slechte weer ziet generaal Cadorna zich genoodzaakt om op 17 maart 1916 het offensief te stoppen. Het zal duren tot augustus 1916 voor er terug een slag aan de Isonzo zal plaatsvinden.

bronnen :
http://www.firstworldwar.com/battles/isonzo5.htm
http://www.fotoshootwo100.com/article.php?id=277

battles-of-isonzo.jpg

 

Inkwartiering in Ingooigem

Stijn Streuvels ziet op 10 maart 1916 de soldaten arriveren die in Ingooigem moeten worden ingekwartierd.

Ze komen aan in de avond en het is een vreemd spektakel, die grijze zwerm in de deemstering. Het zijn versleten, moegegane mannen met doorgezakte leden onder de vracht van hun zware ransels, met slepende benen, haveloos gekleed en vuil. Op hun wezen en in de ogen zie je de gelatenheid van een trekhond die na een lange vermoeiende toch de belofte voelt van uitgespannen te worden en de verwachting zich te mogen neerleggen.

Op de deuren is het bekende schrift met krijgt en kan men zien hoeveel mannen in elk huis wonen, met onder aan het nummer van het legerkorps en het regiment.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

bataille-frontieres-allemands.jpg

Portugal in oorlog met Duitsland

Nadat Portugal aan Duitsland twee weken geleden de toegang tot zijn havens ontzegde, verklaart Duitsland de jonge republiek (gesticht in 1910) de oorlog op 9 maart 1916.

Duitsland en Portugal bevechten elkaar op zee (80 Portugese schepen gezonken) in Europa (Portugezen strijden mee met Fransen en Britten) en in de kolonies. In meerdere Portugese kolonies port Duitsland de onrust aan om te beletten dat Portugal koloniale of eigen troepen naar het front zendt.

Portugese troepen vechten onder meer in Frans-Vlaanderen, bij de verdediging van het oorlogsfront tussen de Leie en het kanaal La Bassée en in het gebied tussen Festubert en Laventie. Tijdens de hele oorlog sneuvelen er meer dan 8000 Portugese soldaten. Territoriaal gezien krijgt Portugal een kleine toevoeging : de havenstad Kionga, in Duits Oost-Afrika, wordt bij Mozambique gevoegd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

portugal_na_guerra

de slag bij Dujaila

EdwardOpotikiMousleyEdward Mousley is een Nieuw-Zeelander, en luitenant bij de Britse artillerie. Hij is eerst in Brits-Indië gestationeerd vooraleer hij wordt toegevoegd aan de Britse troepenmacht die in Mesopotamië (Irak) naar Bagdad wil oprukken. De Britten worden echter voor Bagdad nabij Ctesiphon tegengehouden en zien zich genoodzaakt om terug te trekken. om niet van hun bevoorradingslijnen te worden afgesneden. Maar op de terugweg wordt dit Britse expeditieleger omsingeld in Kut-el-Amara. Daar zit Mousley sinds december 1915 met de rest van dit leger gevangen. Een ander Brits leger is op weg om hen uit hun omsingeling te bevrijden.

Op 8 maart 1916 wordt Mousley wakker van schoten in de buurt. Hij kijkt naar buiten. De ochtend breekt aan. Eerst denkt hij dat het de eigen artillerie in Kut-el-Amara is. Daarna denkt hij dat het de Ottomaanse artillerie is die het Britse ontzettingsleger bombardeert, het leger dat zich volgens de laatste rapporten op een kleine dertig kilometer afstand bevindt, aan de noordzijde van de Tigris. Toch klimt hij op het dak en begint te speuren. Dan ziet hij flitsen in de verte. het zijn de stukken van het ontzettingsleger die de Ottomaanse linies bij Dujaila bestoken, aan de zuidzijde van de rivier. Dat is maar twaalf, dertien kilometer verderop. Het ontzettingsleger is de rivier blijkbaar stiekem overgestoken en is na een mars in het donker begonnen aan een doorbraakpoging.

De opwinding onder de ingeslotenen is enorm. Als het daglicht sterker wordt, kunnen ze zien hoe Ottomaanse eenheden in ijltempo naar het bedreigde punt marcheren. Mousley weet dat er plannen zijn om het ontzettingsleger te ondersteunen door een uitval te doen, of naar het noorden, of naar het zuiden, afhankelijk van de kant van de rivier waarlangs het zou komen. Hij hoort echter geen orders om de plannen ook uit te voeren. Rond negen uur ziet hij lange rijen hoofden die zich door de Ottomaanse loopgraven bewegen, allemaal naar het zuidoosten. Ondertussen wordt het bulderen heviger, terwijl Ottomaanse eenheden naar Dujaila blijven stromen.

Dan wordt het volkomen stil. Aan de horizon zijn geen flitsen meer te zien. Mousley denkt dat de stilte komt doordat de Britse infanterie haar aanvalsdoel heeft bereikt en dat er man-tegen-man-gevechten met glimmende wapens bezig zijn.

De stilte houdt aan. nervositeit verspreidt zich onder de omsingelden. Wat is er gebeurd ? Waarom wachten ze met de uitval ? De uren verstrijken. Er gebeurt niets. De kanonnen rondom Dujaila blijven zwijgen. Het wordt avond. Alles is stil.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

battle-of-dujaila-8-march-1916

Ottomaanse soldaten voor Dujaila