aanslag op Clemenceau

Iedere ochtend rond half negen komt een limousine de Franse premier Georges Clemenceau ophalen in zijn huis in de rue Franklin nummer 8 om hem naar het Ministerie van Oorlog te brengen. Dat is al jaren de gewoonte en dus ook op 19 februari 1919. Alleen is er deze keer een ongenode gast Emile Cottin. Die heeft de voorbije dagen aandachtig gekeken naar het parcours van de wagen en opgelet waar de wagen moet vertragen. Dat is aan het kleine kruispunt van Passy, de huidige Square Costa Rica. Zodra de wagen daar is en vertraagt, rent hij naar voor en hij schiet 10 keer op de premier. Een goed schutter is Cottin niet. Twee kogels schieten het raam van de wagen aan diggelen, één kogel treft een agent en de zeven anderen schiet hij af op de plaats waar Clemenceau zit.

De chauffeur rijdt Clemenceau snel terug naar huis. Een menigte snelt toe en stort zich op de aanvaller. De politie kan met moeite voorkomen dat die ter plekke geluncht wordt. Georges Clemenceau is behoorlijk populair, zeker omdat hij door zijn wilskracht en volharding is blijven streven naar de overwinning. Dokter Laubry stelt vast dat drie kogels Clemenceau geraakt hebben. Eén ervan zit te dicht bij zijn hart en zal nooit verwijderd worden.

Op 14 maart 1919 verschijnt Emile Cottin voor de rechtbank. Hij is een meubelmaker met anarchistische sympathieën. Zijn motief voor de aanslag was een staking uit 1918 in een munitiefabriek, die door de politie zwaar is aangepakt en waarbij agenten op de stakers hebben geschoten. Op de vergaderingen van anarchisten die Cottin bijwoont, wordt Clemenceau als stakingsbreker beschouwd. Emile Cottin betuigt geen spijt en wordt ter dood veroordeeld. De krant Le Libertaire  start een campagne om de doodstraf om te zetten. Ze vergelijken de straf met de recente vrijlating van de moordenaar die Jean Jaures in 1914 heeft vermoord. De campagne slaagt in haar opzet : de uiteindelijke straf is 10 jaar cel, gevolgd door huisarrest.

Georges Clemenceau gaat de dag na de aanslag al weer aan het werk en sterft in 1929 zonder ooit nog last te hebben van die ene kogel dicht bij het hart. Emile Cottin sluit zich in 1936 aan bij een anarchistische brigade die gaat vechten in de Spaanse burgeroorlog en hij sneuvelt aan het front nabij Zaragoza.

bronnen
http://www.histoire-auteuil-passy.org/archives/documents-thematiques-sur-le-xvie-arrondissement/attentat-clemenceau-1919

staking bij la Canadiense

Op 5 februari 1919 begint een staking bij Riegos y Fuerza del Ebro, filiaal van het elektriciteitsbedrijf Barcelona Traction Light and Power. Dit bedrijf staat in de volksmond bekend als “la Canadiense”, omdat het kapitaal voornamelijk vanuit Canada kwam. De staking duurt 44 dagen en slaagt erin na verloop van tijd om een groot deel van de Catalaanse industrie lam te leggen.

Aan de oorsprong van deze staking ligt een ontslag van acht bediendes bij de boekhouding van Riegos y Fuerza del Ebro. Uit solidariteit leggen  bediendes van de boekhouding op 5 februari 1919 het werk neer en ze eisen dat hun 8 ontslagen collega’s weer in dienst genomen worden. Op vraag van de bedrijfseigenaar wordt de politie ingeschakeld waarop vanaf 8 februari ook andere afdelingen in staking gaan. De eisen van de stakers breiden zich ook uit : naast het weer in dienst nemen van de ontslagen bediendes eisen ze loonsverhoging.
De vakbond Confederacion Nacional del Trabajo (CNT) ondersteunt de staking.  Op 17 februari gaat de Catalaanse textielindustrie in staking. Op 21 februari gaan de arbeiders en bediendes van alle stroomfabrikanten in staking en daarmee leggen ze 70% van de Catalaanse industrie lam.

De Spaanse regering ziet zich genoodzaakt om te onderhandelen met het stakerscomité. Maar de staking breidt eerst nog uit. Op 7 maart wordt het treinverkeer lamgelegd en vanaf 12 maart is de staking algemeen. Op 16 maart eindigen de onderhandelingen tussen regering en vakbonden met het aanvaarden van de 40-uren week. Vanaf april 1919 is SPanje het eerste land waar de veertig-uren-week algemeen aanvaard is.

bronnen
https:://de.wikipedia.org/wiki/Huelga_de_la_Canadiense

de executie van Mata Hari

Margaretha Geertruida Zelle, een exotische danseres en courtisane, wordt in 1876 geboren in Leeuwarden. Nadat ze in het begin van de eeuw met haar echtgenoot uit Nederlands-Indië is teruggekeerd, begint zij onder het pseudoniem Mata Hari in Parijs op te treden met een mengeling van Indische en erotische dansen, begeleid door gamelanmuziek. Haar optredens en haar persoon worden een groot succes.

mata-hari-4002

Als Nederlands staatsburger kan zij in de oorlog vrij door Europa reizen, een mogelijkheid waar ze veelvuldig gebruik van maakt. Door haar geheimzinnigheid doen er de wildste geruchten over haar de ronde en haar uitgavenpatroon is uitbundig. De Engelsen zijn de eersten die haar verdenken van Duitse spionage, maar zij verklaart een Franse agente te zijn. In januari 1917 zendt de Duitse militaire attaché in Madrid een bericht naar Berlijn waarin Mata Hari bijna met naam en toenaam wordt genoemd als zijnde een waardevolle informante. Van de door de Duitser gebruikte code was geweten dat die gebroken was door de Fransen.

Op 13 februari 1917 wordt Mata Hari gearresteerd in hotel Plaza Athénée in Parijs. De aanklachten tegen Mata Hari zijn zwaar : ze zou niet alleen gespioneerd hebben maar ook een heel netwerk beheren. Ze ontkent alles, maar wordt toch wegens hoogverraad tot het executiepeloton veroordeeld. Met grote waardigheid wordt ze op 15 oktober 1917 door zoeaven geëxecuteerd.

De waarheid over Margaretha Zelle is nooit helemaal boven water gekomen, maar haar veroordeling komt de falende Franse gezagsdragers mooi uit. Mocht ze al gespioneerd hebben, dan is ze zonder twijfel een heel kleine vis geweest.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Mata-Hari-executie

 

 

Asiel voor een U-boot

De laatste bevelhebber van de UB-23 is Oberleutnant zur See is Hans Ewald Niemeyer die op 20 maart 1917 aan boord stapt. Tijdens vijf missies vernietigt Niemer zeven schepen, onder andere de Belgische sleepboot Marcel.

Op 23 juli 1917 begint uB-23 aan haar laatste reis. Niemer zet de U-boot op periscoopdiepte om een vrachtschip te schaduwen. Een wakkere uitkijk op het Britse patrouilleschip HMS P-60 merkt de periscoop op en de P-60 laat twee dieptebommen vallen. De toegesnelde torpedobootjagers HMS Narwal en HMS Peyton laten op hun beurt dieptebommen vallen. De ontploffingen veroorzaken zware schade aan de batterijen en de duikuitrusting van UB-23. Niemer laat de UB-23 tot de bodem zakken en wacht de nacht af. Opnieuw aan de oppervlakte gekomen, stelt de bemanning vast dat de U-boot zo zwaar beschadigd is dat ze niet meer zou kunnen onderduiken. Niemer besluit om de bemanning van de UB-23 te laten interneren in La Coruna 360 mijl verder. Ze bereiken de neutrale Spaanse haven op 29 juli 1917 en blijven daar voor de rest van de oorlog.

IMG_0162

Bronnen

Tomas Termote, Oorlog onder water, Davidsfonds

https://elviajerohistorico.wordpress.com/2016/02/17/submarinos-hundidos-en-espana/

 

 

de Suffren gezonken

Ter hoogte van Lissabon, op zowat 90 kilometer buiten de Portugese kust, treft een torpedo van de Duitse onderzeeër U-52 het Franse slagschip Suffren. In enkele seconden zinkt het schip op 26 november 1916 en krijgen de 648 mensen aan boord een zeemansgraf.

De Suffren nam deel aan operaties in Galipoli en Salonika en was op weg naar huis voor bevoorrading. Tijdens eerdere gevechten raakte het schip al beschadigd, vandaar dat het wat moeizaam vaarde aan een snelheid van slechts 9 à 10 knopen. Bovendien was het schip op het ogenblik van de Duitse aanval al enkele dagen zonder escorte.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

suffren_1916

Portugal aanvaardt Britse uitnodiging

Het Portugese parlement stemt op 7 augustus 1916 in met de Britse uitnodiging om aan de zijde van de geallieerden deel te nemen aan de oorlog. Het is de bedoeling dat de Portugezen een 12 kilometer breed front in Frankrijk bemannen en tegelijkertijd extra troepen stationeren in de kolonies Mozambique en Angola om daar eventuele invallen vanuit Duitse kolonies te bestrijden.

Portugal verleende eerder al steun aan de geallieerden onder meer door Duitse en Oostenrijks-Hongaarse schepen aan de ketting te leggen in Portugese havens. Onder meer daarom verklaarde Duitsland de oorlog aan Portugal op 9 april 1916, meteen gevolgd door een wederkerige Portugese oorlogsverklaring.

In januari 1917 sluit Portugal overeenkomsten : met Groot-Brittannië om troepen te integreren in het Britse leger en met Frankrijk om manschappen te leveren voor 25 artilleriebatterijen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

Microsoft Word - Document1

 

Portugal in oorlog met Duitsland

Nadat Portugal aan Duitsland twee weken geleden de toegang tot zijn havens ontzegde, verklaart Duitsland de jonge republiek (gesticht in 1910) de oorlog op 9 maart 1916.

Duitsland en Portugal bevechten elkaar op zee (80 Portugese schepen gezonken) in Europa (Portugezen strijden mee met Fransen en Britten) en in de kolonies. In meerdere Portugese kolonies port Duitsland de onrust aan om te beletten dat Portugal koloniale of eigen troepen naar het front zendt.

Portugese troepen vechten onder meer in Frans-Vlaanderen, bij de verdediging van het oorlogsfront tussen de Leie en het kanaal La Bassée en in het gebied tussen Festubert en Laventie. Tijdens de hele oorlog sneuvelen er meer dan 8000 Portugese soldaten. Territoriaal gezien krijgt Portugal een kleine toevoeging : de havenstad Kionga, in Duits Oost-Afrika, wordt bij Mozambique gevoegd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

portugal_na_guerra

Portugal neemt Duitse schepen in beslag

Op 23 februari 1916 neemt de Portugese regering de Duitse oorlogsschepen in beslag die in haar havens liggen. De Duitse keizer reageert door op 9 maart 1916 de oorlog te verklaren.

Om te verhinderen dat Portugal troepen naar het Europese front zal sturen, lokken de Duitsers opstanden uit in die Portugese kolonies die aan de hunne grenzen. Ook op zee nemen ze de Portugezen zwaar onder vuur : maar liefst tachtig schepen gaan ten onder door aanvallen van Duitse onderzeeërs.

Toch vecht Portugal ook mee in Europa : in Frankrijk houden Portugese troepen een stuk van het front bezet, elders maken eenheden deel uit van het Britse leger.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Lisboa_NavioAlema

Portugese mariniers halen de Duitse vlag omlaag