Britse raid op Oostende

Op 10 mei 1918 onderneemt de Britse marine een nieuwe poging om de haven van Oostende te blokkeren, nadat een eerdere poging in de nacht van 22 op 23 april mislukte. Geholpen door een stevige mist en ondanks opgevoerde Duitse waakzaamheid slagen de Britten erin om de HMS Vindictive in de havengeul te brengen en dwars over de geul te laten zinken. De Duitsers hadden er nochtans alles aan gedaan om hun verdediging te optimaliseren : ze verbeterden de installatie van de mijnenwerpers, versperden deels een zeedijk…

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Oostende_19180510

crash in Scheldewindeke

Vanaf het militaire vliegveld van Scheldewindeke, een van de vijf vliegvelden rond Gent, stijgen op 9 mei 1918 vier vliegtuigen van het type Staaken op met de bedoeling Dover te bombarderen. Onderweg verslechteren de weersomstandigheden flink en krijgen de piloten de opdracht hun bommen te laten vallen op Duinkerken en Calais. Ze slagen in hun aangepaste missie, maar bij de terugkeer in Scheldewindeke hangt er een bijzonder zware mist boven het vliegveld.

Ondanks het bevel door te vliegen naar Gistel en Evere, zetten alle vier de piloten een voor een de landing in. Slechts één vliegtuig maakt een geslaagde landing. De andere drie crashen, waarbij er twee compleet in vlammen opgaan. Een van de vliegtuigen heeft bovendien bij de landing nog een bom aan boord.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Staaken_1918_03

Zeppelin-Staaken

 

verdrag van Boekarest

In de Roemeense hoofdstad Boekarest ondertekenen Roemenië, het Duitse Keizerrijk en zijn bondgenoten een akkoord op 7 mei 1918. Behalve dat Roemenië nu uit de oorlog kan stappen, is het enige pluspunt dat Duitsland en zijn partners de eerdere samenvoeging van Roemenië en Bessarabië officieel erkennen. Daartegenover staat dat het land zwaar moet betalen.

  • Roemenië moet het gebied Zuid-Dobroedzja afstaan aan Bulgarije en alle passen over de Karpaten aan Oostenrijk-Hongarije.
  • Roemenië is verplicht oliebronnen te verhuren aan het Duitse Keizerrijk waar er een tekort is aan brandstof.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

tratatul-de-la-buftea-bucuresti

een brief van Ludendorff

Luitenant Herbert Sulzbach, bij de Duitse artillerie, krijgt begin mei 1918 een brief van Ludendorff, het brein achter het Duitse lenteoffensief. En alles draait om een vermiste piloot. In het dagboek van Sulzbach lezen we het volgende.

23 april 1918 : ’s avonds komt en order van het hoofdkwartier dat een luitenant Pernet, piloot van Jasta 29, vermist is sinds de eerste dagen van het offensief. Een hoge beloning is beloofd door een hogere officier voor iedere informatie over de plaats waar luitenant Pernet zich bevindt. (…) Ik herinner me dat ik een uitgebrand vliegtuig heb gezien naast de hoofdweg op 23 of 24 maart, nu een maand geleden. We hebben heel wat neergestorte vliegtuigen gezien, zeker in die dagen. Maar dit vliegtuig moet heel dichtbij zijn, in de nabijheid van ons huidige kwartier. Ik neem een spade, ga de hoofdweg af en op 100 meter van ons kwartier vind ik de resten van dat vliegtuig dat ik me herinner. Ik ben verbaasd als ik op het wrak het identificatienumer vind dat ik het order vermeld is. Ik vind ook een kleine geldbeurs. Ik loop terug, rapporteer mijn ontdekking via kabel aan Jasta 29 en verneem dat luitenant Pernet de stiefzoon is van Ludendorff.

(…)

1 mei 1918 : In mijn kamer vind ik een grote briefomslag. Ik scheur de omslag open en vind een grote foto met een handgeschreven brief van Ludendorff. De tekst van de brief is als volgt
Mijn beste luitenant,
Ik wens u te bedanken voor uw zoektocht naar het lichaam van mijn zoon die gesneuveld is. Ik heb het graf bezocht dat in de nabijheid van het neergestorte vliegtuig was.
Aanvaard deze foto als een teken van dankbaarheid van een vader die een zwaar verlies heeft geleden. getekend Ludendorff

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen and Sword Military

De tekening hieronder is van Hermann Boden-Heim, getiteld “Gross Hauptquartier 1917”

Hermann_boden-Heim_GrossesHauptquartier_1917

van artillerist tot piloot

Robert Van de Velde uit Antwerpen, vrijwilliger bij de artillerie sinds een van de eerste oorlogsdagen, wordt op eigen vraag weer soldaat (bij de artillerie is hij wachtmeester) en gaat vanaf 4 mei 1918 in Frankrijk een cursus voor piloten volgen. Nog geen drie maand later behaalt hij zijn burgerlijk pilotenbrevet. De oorlog is voorbij voor hij de kans krijgt de testen af te leggen voor het militaire pilotenbrevet.

Na de oorlog blijft Robert Van de Velde actief in de sportvliegerij en doet hij ook een (mislukte) poging om naar het toenmalige Leopoldstad (Congo) te vliegen. Na zijn dood in 1963 wordt hij begraven in Kapellen op de begraafplaats in de Heidestraat. Bij zijn graf staat een kleine gedenksteen met daarop een vliegtuigpropeller. In januari 2009 ontdekt Peter Dierckx het verwaarloosde graf en herstelt hij het samen met anderen in ere.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.hangarflying.eu

RobertVanDeVelde_1918

 

Vijfde overwinning voor Jan Olieslagers

Jan Olieslagers, ook bekend als den Antwerpsen Duivel, behaalt op 3 mei 1918 zijn vijfde officieel geregisteerde overwinning in de lucht en treedt daarmee toe tot het beperkte kringetje van luchtazen. Hij krijgt nog een zesde overwinning officieel achter zijn naam, maar aangezien hij verwikkeld was in 92 luchtgevechten, moeten het er veel meer geweest zijn.

Zonder twijfel was Jan Olieslagers een van de meest bijzondere en veelzijdige mensen in het Belgische leger. Als hij zich bij het begin van de oorlog meldt als vrijwilliger, brengt hij ook zijn eigen vliegtuig mee. Voor het begin van de oorlog heeft hij reeds meerdere wereldrecords en overwinningen op zijn naam staan als motorrenner en als piloot.

Na de oorlog overtuigt hij de regering om in Antwerpen een luchthaven te bouwen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Jan_Olieslagers_1909

 

aanleg van een mijnenveld

Op 2 mei 1918 voltooit de USS Baltimore haar taak in het Noorderkanaal, een zeestraat tussen Groot-Brittannië en Ierland. Sinds 13 april werden er ongeveer negenhonderd diepzeemijnen gelegd. Het schip vervoegt nu het Mine Squadron, dat een groot mijnenveld aanlegt tussen de Orkney-eilanden en Ijsland.

De USS Baltimore is een schip met een lange en gevarieerde staat van dienst. Sinds de tewaterlating in 1888 deed het schip zo ongeveer de hele wereld aan. Deze stoomboot was aanwezig in Chileense wateren tijdens de Chileense revolutie, beschermde Amerikaanse handelsbelangen in de Indische Oceaan, was actief in Hongkong en Havana, beschoot de vijand tijdens de Spaans-Amerikaanse oorlog en patrouilleerde op de Middellandse zee. Ze werd omgebouwd tot mijnenlegger en diende later als oefenschip.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Uss_baltimore_1918

USS Baltimore

 

Ramp vermeden in Haringe

Een volle munitietrein arriveert op 30 april 1918 in een munitiedepot in Haringe (Poperinge). Na de loskoppeling van de locomotief ontstaat er brand in de tweede wagon. De Britse militair A.H. Furlonger beveelt treinbestuurder J.E. Bigland om opnieuw achteruit te rijden en de wagons weer aan te koppelen. Samen met Joseph Farren koppelt Furlonger de eerste twee wagons weer aan de locomotief. Tegelijkertijd koppelt een andere soldaat de overige wagons af van de brandende.

Precies dan ontploft de munitie in de brandende wagon en doodt of verwondt de toegesnelde soldaten. Zonder hun dappere inzet zou de ontploffing niet beperkt gebleven zijn tot twee wagons maar zou de hele munitieopslagplaats geëxplodeerd zijn. De militairen die om het leven kwamen bij de ontploffing van de treinwagons, zijn begraven op Bandaghem Military Cemetery in de Nachtegaalstraat in Haringe.

munitiedepot_191804

Fransen houden stand in Loker

Na hun succesvolle aanval op de Kemmelberg van enkele dagen geleden wil het Duitse leger op 29 april 1918 verder oprukken om de Rodeberg en de Scherpenberg te veroveren. In eerste instantie richten ze hun aanvallen op Loker en de Klijte maar vooral de Fransen hebben hun linies versterkt en nieuwe manschappen aangevoerd.

Loker en zijn Franse verdedigers krijgen d felste Duitse aanvallen te verduren. Ten westen van het dorp weet de Franse cavalerie een Duitse doorbraak te verhinderen terwijl bij het gehucht Loker Hoekje de Franse infanteristen standhouden.

Uiteindelijk hebben de Duitsers het aan zichzelf te wijten dat ze beide heuvels niet kunnen innemen. Mochten ze doorgestoten zijn na de verovering van de Kemmelberg, dan stond de Franse verdediging er veel zwakker voor.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Loker_april1918

Gavrilo Princip sterft

Gavrilo Princip, de man die de eerste wereldoorlog ontketende door op 28 juni 1914 in Sarajevo aartshertog Franz Ferdinand dood te schieten, sterft op 28 april 1918 aan tuberculose.

Zoals afgesproken binnen het Servische genootschap Zwarte Hand neemt Princip onmiddellijk na de aanslag een cyanidepil, maar die blijkt niet meer te werken. Hij wordt veroordeeld tot twintig jaar dwangarbeid, maar overlijdt al na vier jaar in een ziekenhuis, nabij de gevangenis van Theresienstadt. Twintig jaar dwangarbeid was de maximale straf voor iemand die op het ogenblik van de feiten nog geen twintig jaar oud was.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

GavriloPrincip02_1918