Raoul Snoeck wordt gewond afgevoerd naar Calais

Het is al een tijdje geleden dat Raoul Snoeck nog iets noteerde in zijn dagboek. Het vorige bericht dateert van 31 augustus 1915. Dat bericht kan je hier lezen. Het duurt daarna tot 31 oktober voor Raoul weer wat in zijn dagboek noteert.

31 oktober 1915
’s Morgens word ik overgebracht naar Adinkerke, vandaar transporteert men mij naar Calais, waar ik aankom om één uur ’s nachts. Ik breng de nacht door in het station. De trein met gewonden komt aan. Ze zijn uitgeput door bloedverlies, koorts en door de reis. Vrouwen stappen op en geven hen wijn, vruchten en papier en een potlood om te schrijven. Zijn ze te zwak, dan schrijven lichtgewonde makkers of vrouwen een brief in hun plaats. Dokters en verpleegsters bewegen zich door al dat lijden heen. Zwaargewonden worden uit de wagons gehaald voor onmiddellijke operatie. Met veel zorg en zachtheid verbinden ze de wonden, die nog overvloedig bloeden en het gescheurde uniform rood kleuren. Op de grond slingeren beloofde zwachtels en watten rond. Hier ligt een ongelukkige bij wie men de broek tot aan de gordel heeft moeten opensnijden wegens een wonde aan de bil. Een andere ondersteunt zijn been omdat zijn kuit gewond is. Je hoort niet de minste klacht, iedereen is moedig. Het is een lange en lugubere stoet… De lijdensweg van slagveld naar hospitaal ligt bezaaid  met pijn en ellende, sommigen bezwijken helaas onderweg !

1 november 1915
Ik word naar het doorgangshospitaal gebracht in Calais, rue du Temple 50. De verpleegsters zijn heel erg goed en moederlijk. Ze staan de ongelukkigsten bij en troost hen met hartelijke woorden. Ze luisteren naar de laatste wil van de stervenden en fluisteren hen woorden van sympathie en hoop in. Een aantal soldaten heeft verschrikkelijke wonden, die volgens de chirurgen veroorzaakt zijn door dumdumkogels. Ach, hoeveel missie en ellende heb ik niet meegemaakt ! Het doet pijn aan het hart jonge levendige en gezonde mensen te zien die kreupel zullen blijven, als ze tenminste nog het geluk hebben te genezen ! Wat mij betreft, ik ben liever op slag dood dan verminkt door het leven te moeten. Maar de Duitsers hebben me nog niet ! Ik zal mijn huid duur verkopen. Morgen of overmorgen word ik naar Rennes overgebracht.

bron
Raoul Snoeck, In de modderbrij van de IJzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

TrainSanitaire03

binnenzicht van een zogenaamde “train sanitaire”

Servische partizaan eindigt aan de galg

De invasie van de Centrale Mogendheden in Servië verloopt volledig volgens plan, wat in elk geval volgens de opinie in het thuisland de hoogste tijd is. In 1914 heeft het Oostenrijks-Hongaarse leger zijn buurland driemaal aangevallen en driemaal is het teruggeslagen. Op 6 oktober 1915 zijn de verenigde Duitse en Oostenrijks-Hongaarse legers in de aanval gegaan, op 8 oktober is Belgrado ingenomen, op 11 oktober is ook het Bulgaarse leger het land binnengevallen. Nu is het verslagen Servische leger in aftocht. Onder de achtervolgers bevinden zich de Hongaar Pál Kelemen en zijn huzaren. Ze rukken snel op in de vochtige oktobermaand. Soms verstrijken er meerdere etmalen zonder dat hij uit het zadel is geweest. Op zondag 31 oktober 1915 staat het eskadron naast de ruïne van een Servische herberg. Rondom het gebouw hebben zich honderden gewonden verzameld die op de kleiachtige grond liggen. Er zijn gevechten gaande met de terugtrekkende achterhoede van de vijand, niet hier, maar twee bergruggen verderop. Daarom baart het opzien dat er ’s middags een soldaat aankomt die beschoten is vanuit een huis en gewond is aan zijn been. Anderhalf uur later komt er nog een soldaat die op dezelfde plek gewond is geraakt; de man is in zijn buik geschoten.

Er wordt een patrouille heen gestuurd om poolshoogte te nemen. Na een tijdje komen ze terug. Bij zich hebben ze een armoedig geklede man van gemiddelde lengte. Zijn handen zijn vastgebonden. Pál Kelemen noteert in zijn dagboek het volgende :

Met behulp van een tolk werd de man verhoord, en ook de belangrijkste getuigengelden gehoord. Het lijkt erop dat hij ondanks herhaalde waarschuwingen van de andere dorpsbewoners op onze soldaten heeft geschoten. Algauw wordt het vonnis uitgesproken : de partizaan zal opgehangen worden. Een man die als kok wekt voor de wachtposten, een varkensslager uit Wenen, neemt met genoegen de rol van beul op zich. Hij haalt een lang touw en vindt een lege kist die voor de noodzakelijke valhoogte moet zorgen. De Servische partizaan wordt gemaand zijn laatste gebeden te bidden, maar hij antwoordt dat hij die niet nodig heeft. De Servische partizaan wordt door twee soldaten opgetild. Hij toont geen bepaald gevoel, maar kijkt met een agressieve blik om zich heen, alsof hij gek was. De strop wordt om zijn nek gelegd en het platform wordt onder zijn voeten weggetrokken. Het blijkt dat het touw te lang is en met een krachtige extra ruk stelt de slager het bij. Het gezicht van de man vertrekt langzaam. Lange, schokkerige stuiptrekkingen gaan door zijn lichaam. Hij sterft.

Later ziet Kelemen twee soldaten over de weg aan komen lopen. Ze ontdekken het lichaam dat heen en weer schommelt in de herfstwind, ze gaan ernaartoe en lachen honend. Een van de twee geeft het lijk een flinke klap met de kolf van zijn geweer waarna ze beiden salueren en weer verdwijnen.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

de weg naar Rusland - cartoon uit Punch van 1914

de weg naar Rusland – cartoon uit Punch van 1914

bestorming van monte Santa Lucia

Aan de andere kant van het dal roffelt het afsluitende trommelvuur op “de twee zusters” : witte ontploffingswolken omkransen de beboste hellingen van de Monte Santa Lucia en de Monte Santa Maria. Ergens in een loopgraaf in het dal wacht de 7e compagnie op het bevel om weg te stormen. Maar Vincenzo D’Aquila is er niet bij. Met onverwachte hulp van zijn compagniechef is het hem gelukt een betrekking te vinden waar hij niet het risico loopt te doden of gedood te worden : als stafassistent – met zijn Amerikaanse achtergrond beheerst hij namelijk een nieuwe kunst : typen op een schrijfmachine.

Het artillerievuur houdt op. De laatste graantje doorklieven de koele lucht, suizen op “de twee zusters” omlaag. De witte rook verspreidt zich in de wind. Het wordt stil. Het blijft een hele tijd stil. Dan is er in de voorste Italiaanse loopgraven beweging te zien. Ketens van mannen in grijsgroen uniform die een eind uit elkaar lopen, begeven zich in de richting van de steile berghellingen. Een van deze groepen met klimmende, klauterende, kruipende, springende mannen is D’Aquila’s compagnie, de zevende. Het gaat langzaam. Vanaf een afstand gezien doen hun houding en manier van bewegen denken aan mensen die iets zoeken. Dan klinkt het holle getik van Oostenrijkse mitrailleurs. Een voor een openen ze het vuur vanaf onzichtbare verschansingen ergens boven op de beboste toppen – nee, het is de Italiaanse artillerie niet gelukt om hun het zwijgen op te leggen, ondanks het dagenlang vuren.

Tegen het einde van de dag hoort D’Aquila een gesprek dat over de veldtelefoon wordt gevoerd. Een kapitein van een compagnie bergjagers belt, smeekt om zijn mensen niet nog meer aanvallen te laten uitvoeren. Vijftien keer hebben zijn elitesoldaten de berghelling bestormd, en vijftien keer zijn ze teruggeslagen. Van de tweehonderdvijftig man zijn er nu nog amper vijfentwintig over. De bevelvoerder zegt nee, vraagt degene die de hoorn vasthoudt om de kapitein te herinneren aan de eed die hij heeft afgelegd aan de Kroon en Italië. De compagnie bergjagers valt een laatste keer aan. Ook die aanval mislukt. De kapitein behoort niet tot de overlevenden. Het gerucht gaat dat hij zich het leven heeft benomen.

Op 30 oktober 1915 moet D’Aquila op zijn schrijfmachine een order in het net typen, waarin vermeldt wordt dat de aanvallen voorlopig worden gestaakt. Wat naderhand de derde slag bij Isonzo is gaat heten, loopt ten einde. Niet een van de aanvalsdoelen is beëindigd. Een paar dagen later wordt Allerheiligen met extra aandacht in het Italiaanse leger gevierd. D’Aquila komt er na verloop van tijd achter dat een van de mannen die tijdens de mislukte aanval zijn gesneuveld, zijn goede vriend Frank is.

bronnen

Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

dagboeken van de grote oorlog Duitse versie http://www.14-tagebuecher.de/page/de/timeline/vincenzo-d-aquila/

dagboeken van de grote oorlog Franse versie http://www.14-des-armes-et-des-mots.fr/page/fr/timeline/vincenzo-d-aquila/

Op zwart-wit foto’s zie je geen verschil tussen de Franse en de Italiaanse uniformen. Daarom plaats ik hieronder een afbeelding in kleur die een idee geeft van de Italiaanse soldaten van de Groote Oorlog. 

uit Domenica del Corriere

uit Domenica del Corriere

de laatste brief van Edward Penney

Van aan het front in de Dardanellen schrijft Edward Penney op 29 oktober 1915 een brief naar zijn vader :

Het zou me minstens een week vragen om alles te vertellen wat er gebeurde sinds we hier landden in die vreselijke nacht van 6 augustus. Je hebt wellicht al gehoord van de landing bij Suvla baai en de bijbehorende blunders ? Ik kan je vertellen dat onze jongens hun werk gedaan hebben, maar dat ze er een zware prijs voor betaalden. Onze divisie begon aan de gevechten met vijftienduizend man, maar na de slag die verscheidene dagen duurde, hadden we er nog vierduizend.

We hebben hier te kampen met allerhande ontberingen door gebrek aan water en door de verschrikkelijke hitte. Op een keer lag ik in een bergkloof gedurende dertig uren. Ik durfde me niet te bewegen terwijl het water slechts een tiental meter van me verwijderd was. Maar het zou een zekere dood betekend hebben mocht ik om water geweest zijn.

Nauwelijks drie weken later sneuvelt Edward Penney.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

slag bij Chunuk Bair door majoor Ion George Brown

slag bij Chunuk Bair door majoor Ion George Brown

de badinstallatie van De Panne

Eind oktober 1915 noteert Gaston Le Roy het volgende in zijn dagboek.

24 oktober 1915
De koude dagen breken aan. Wie er heeft, trekt zijn wintergoed aan. Mijn handschoenen van vorig jaar heb ik gevoerd met een lap van een oude onderbroek.

25 oktober 1915
Zonder spijt verlaten we de armzalige schuur, waar regen en wind vrije doortocht hadden en waar luizen en vlooien met duizenden woekerden. Het stro was gewoon verstoft. Nu overnachten we in De Linde (gehucht op de grens met Hoogstade en Pollinkhove), wel ver van het dorp maar het is er goed. Een wind- en regendichte zolder vormt de volgende tien dagen ons verblijf.

26 oktober 1915
We trekken naar De Panne voor een bezoek aan de badinstallatie. Ik herleef als gezuiverd en met ontsmette kleren. Ik krijg er ook vers ondergoed, wat ten zeerste welkom is, want bij gebrek aan een hemd droeg ik enige dagen een onderlijf.

De badinstallatie in De Panne bevond zich in de sloepenlaan. Na de oorlog werd het omgebouwd tot cinema Palace. Het plezier van nog eens een bad te kunnen nemen vinden we ook terug in het oorlogsdagboek van Fons Versmissen

bronnen

André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek, Lannoo

http://www.depanne.be/product/1410/42-t-bad

http://oorlogsdagboek14-18fonsversmissen.skynetblogs.be/

De Panne - sloepenlaan

De Panne – sloepenlaan

Dokter Lievens trekt naar de eerste linie

In het dagboek van dokter Lievens staat op 25 oktober 1915 het volgende te lezen :

Op weg naar Diksmuide trekken we doorheen Lampernisse. De dorpskerk is totaal vernietigd, alleen een hoop stenen blijft over. Van Lampernisse leidt een houten pad ons door de velden tot aan de Oude Barrière op het kruispunt van de weg naar Pervijze en de weg van Lo naar Diksmuide.

Vanaf dat punt kom je in gangen die je doorheen Kaaskerke tot bij de eerste linie brengen. Hier wordt voortdurend geschoten. De kogels fluiten in alle richtingen, de vuurpijlen verblinden je, je botst tegen alle soorten hindernissen, je komt afgeloste infanteriemannen tegen die beladen zijn als ezels. Het is bijna onmogelijk om in de smalle gang een tegenligger te kruisen. Heb je het ongeluk naast de passerelle te trappen, dan ben je nat en bemodderd tot aan de knieën. Je vloekt en je gromt.

Uiteindelijk beland ik in mijn schuilplaats tegen de Ijzeroever in het midden van de sector. Ik zit van kop tot teen onder het slijk. Tijdens de nacht verzorg ik Louis Silverrams van de 1e eskadron, die door een kogel in de voorarm werd getroffen.

bron : André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts in de loopgraven van WOI, Lannoo

Marc-Henri Meunier - passerelle no 15

Marc-Henri Meunier – passerelle no 15

Britse belofte aan de Arabieren

Henry McMahon, de Britse Hoge Commissaris in Egypte, schrijft op 24 oktober 1915 een brief aan Hoessein ibn Ali, de Sjarief van Mekka, waarin hij meedeelt dat Groot-Brittannië akkoord gaat met de onafhankelijkheid van de Arabieren na de oorlog, in grote delen van het Midden-Oosten.

McMahon, die optreedt namens de Britse regering, vermeldt wel enkele uitzonderingen, onder meer de gebieden die liggen in wat een eeuw later Syrië en Libanon heet. Palestina wordt niet aangehaald als uitzondering, en wordt door de Britten beschouw als een deel van de Arabische gebieden.

Later zal Groot-Brittannië terugkomen op de belofte met betrekking tot Palestina.

HusseinMcMahon1915_16

Met man en muis vergaan

In een klap verliest de Duitse marine op 23 oktober 1915 672 manschappen wanneer torpedo’s afgevuurd door de Britse duikboot E9 exploderen in het munitiemagazijn van de SMS Prinz Adalbert. Slechts drie bemanningsleden overleven de ramp.

De maar net herstelde SMS Prinz Adalbert, een bewapende kruiser, vaart op dat bogenblik ongeveer 30 km ten westen van Libau (Letland) in de Baltische zee, in gezelschap van enkele torpedojagers.

SMS Prinz Adelbert

Fataal bombardement voor foerageurs

Louis Barthas ligt in de eerste linies nabij Neuville-Saint-Vaast en beschijft het volgende in zijn dagboek.

Op de 17e oktober 1915 om negen uur ’s avonds ontplofte een granaat op dertig meter afstand van onze plek midden in de loopgraaf. Twee ongelukkige foerageurs die hun groep van voedsel moesten voorzien, waren op slag dood. Een van hen was de arme kameraad Vieu uit mijn streek die in juli bij ons was gekomen. Hij behoorde tot mijn groep, maar na enige tijd was hij overgeplaatst naar de 18e compagnie waar zijn broer zat die foerageur was van de officieren. Deze laatste werd korte tijd later ook gedood. Het waren goed en eerlijke mensen, actief in de socialistische partij van hun dorp. Oorlog is niet bepaald ongunstig voor de kapitalistische burgerij !

Bij de aflossing werd de 18e compagnie die naast ons lag, zwaar getroffen; er viel een twintigtal doden of gewonden. Onze compagnie telde maar drie gewonden. Dit hadden we te danken aan het feit dat we zo dichtbij de Duitsers lagen dat hun artillerie niet op ons durfde te schieten uit vrees hun eigen loopgraven te raken.

bron : Louis Barthas, dagboeken, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuijzen.

tekening van Leroux - cortège des cuistots

tekening van Leroux – cortège des cuistots

John Kipling vermist in Loos

My_Boy_Jack_John_KiplingDe slag van Loos, die op 25 september 1915 begon, eindigt op 18 oktober 1915. Een opvallend gegeven van deze veldslag is dat hier voor het eerst Britse troepen op grootschalige wijze chloorgas gebruiken. Ongeveer 600 Duitse soldaten komen daarbij om het leven, naast zeven Britse (omwille van lokaal draaiende wind).

Na een eerder succesvol begin voor de Britten eindigen de gevechten bij Loos in wat je een gelijkspel zou kunnen noemen. Beide partijen eisen de overwinning op, maar niemand behaalde ze. Een van de tienduizenden slachtoffers is de enige zoon van schrijver Rudyard Kipling (“Jungle Book”, “the Man who would be King”0. De ontroostbare auteur zoekt dagenlang tevergeefs naar enige spoor van zijn zoon.

Naar het einde van deze veldslag daalde het aantal onderlinge confrontaties. Daardoor duiken ook andere einddata dan 18 oktober op : 8 oktober, 19 oktober…

Daniel Radcliffe, de acteur die jarenlang in de Harry Potterfilms heeft gespeeld, vertolkt de rol van John Jack Kipling in de film “My Boy Jack”.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

https://nl.wikipedia.org/wiki/Rudyard_Kipling

https://en.wikipedia.org/wiki/My_Boy_Jack_(film)

My_Boy_Jack_Film