bestorming van monte Santa Lucia

Aan de andere kant van het dal roffelt het afsluitende trommelvuur op “de twee zusters” : witte ontploffingswolken omkransen de beboste hellingen van de Monte Santa Lucia en de Monte Santa Maria. Ergens in een loopgraaf in het dal wacht de 7e compagnie op het bevel om weg te stormen. Maar Vincenzo D’Aquila is er niet bij. Met onverwachte hulp van zijn compagniechef is het hem gelukt een betrekking te vinden waar hij niet het risico loopt te doden of gedood te worden : als stafassistent – met zijn Amerikaanse achtergrond beheerst hij namelijk een nieuwe kunst : typen op een schrijfmachine.

Het artillerievuur houdt op. De laatste graantje doorklieven de koele lucht, suizen op “de twee zusters” omlaag. De witte rook verspreidt zich in de wind. Het wordt stil. Het blijft een hele tijd stil. Dan is er in de voorste Italiaanse loopgraven beweging te zien. Ketens van mannen in grijsgroen uniform die een eind uit elkaar lopen, begeven zich in de richting van de steile berghellingen. Een van deze groepen met klimmende, klauterende, kruipende, springende mannen is D’Aquila’s compagnie, de zevende. Het gaat langzaam. Vanaf een afstand gezien doen hun houding en manier van bewegen denken aan mensen die iets zoeken. Dan klinkt het holle getik van Oostenrijkse mitrailleurs. Een voor een openen ze het vuur vanaf onzichtbare verschansingen ergens boven op de beboste toppen – nee, het is de Italiaanse artillerie niet gelukt om hun het zwijgen op te leggen, ondanks het dagenlang vuren.

Tegen het einde van de dag hoort D’Aquila een gesprek dat over de veldtelefoon wordt gevoerd. Een kapitein van een compagnie bergjagers belt, smeekt om zijn mensen niet nog meer aanvallen te laten uitvoeren. Vijftien keer hebben zijn elitesoldaten de berghelling bestormd, en vijftien keer zijn ze teruggeslagen. Van de tweehonderdvijftig man zijn er nu nog amper vijfentwintig over. De bevelvoerder zegt nee, vraagt degene die de hoorn vasthoudt om de kapitein te herinneren aan de eed die hij heeft afgelegd aan de Kroon en Italië. De compagnie bergjagers valt een laatste keer aan. Ook die aanval mislukt. De kapitein behoort niet tot de overlevenden. Het gerucht gaat dat hij zich het leven heeft benomen.

Op 30 oktober 1915 moet D’Aquila op zijn schrijfmachine een order in het net typen, waarin vermeldt wordt dat de aanvallen voorlopig worden gestaakt. Wat naderhand de derde slag bij Isonzo is gaat heten, loopt ten einde. Niet een van de aanvalsdoelen is beëindigd. Een paar dagen later wordt Allerheiligen met extra aandacht in het Italiaanse leger gevierd. D’Aquila komt er na verloop van tijd achter dat een van de mannen die tijdens de mislukte aanval zijn gesneuveld, zijn goede vriend Frank is.

bronnen

Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

dagboeken van de grote oorlog Duitse versie http://www.14-tagebuecher.de/page/de/timeline/vincenzo-d-aquila/

dagboeken van de grote oorlog Franse versie http://www.14-des-armes-et-des-mots.fr/page/fr/timeline/vincenzo-d-aquila/

Op zwart-wit foto’s zie je geen verschil tussen de Franse en de Italiaanse uniformen. Daarom plaats ik hieronder een afbeelding in kleur die een idee geeft van de Italiaanse soldaten van de Groote Oorlog. 

uit Domenica del Corriere

uit Domenica del Corriere

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s