25 punten van de DAP

Op 24 februari 1920 kondigt de DAP in het Hofbräuhaus in München haar 25 punten programma af voor om en bij de 2.000 toehoorders. Tevens wordt aangekondigd dat de Deutsche Arbeiter Partei een nieuwe naam krijgt. Voortaan zal ze bekend zijn als de Nazional Sozialistische Deutsche Arbeiter Partei of NSDAP. De 25 punten en de nieuwe naam zijn op voorhand overeengekomen door de partijleiding waarin onder meer Adolf Hitler, Dietrich Eckart, Hermann Esser, Rudolf Hess , Ernst Röhm en Gottfried Feder zetelen.

De 25 punten van het programma kunnen in verschillende groepen worden onderverdeeld. De eerste drie punten richten zich tegen het verdrag van Versailles en het verdrag van Saint-Germain, waarmee een verbod is uitgesproken tegen de vereniging van Duitsland en het Duitstalige gedeelte van het voormalige Oostenrijk-Hongarije. Punten 4 tot en met 8 zijn antisemitisch en racistisch en bepalen wie er als Duits staatsburger mag beschouwd worden. Punten 9 en 10 gaan over de rechten en plichten van de staatsburgers. Punten 11 tot en met 18 bevatten het corporatistische deel van het programma en vermelden onder meer de noozaak tot nationalisatie van grote ondernemingen. Punt 19 gaat over de vervanging van het Romeinse recht door een Duitse versie. Punt 20 tot en met 22 gaan over de inrichting van het onderwijs, de gezondheidsvoorziening en het leger. Punt 23 en 24 gaan over de perscensuur en de beperking van godsdienstvrijheid. Het programma wordt afgesloten met punt 25 dat pleit voor een sterk centraal gezag.

Meer informatie en een vertaling van dit programma is te vinden via onderstaande links.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Nationaalsocialistische_Duitse_Arbeiderspartij
https://de.wikipedia.org/wiki/25-Punkte-Programm
https://www.tracesofwar.nl/articles/1652/Partijprogramma-van-de-NSDAP-24-02-19

De onderstaande foto toont het Hofbräuhaus in München waar de vernieuwde NSDAP haar 25 punten-programma in 1920 heeft voorgesteld.

Hofbrauhaus Munchen

Slag om Marash

Na de overgave van het Ottomaanse rijk aan de geallieerden in oktober 1918, komt de stad Marash onder gezamelijk Brits-Frans bestuur.  De Fransen sturen soldaten waaronder soldaten van het Armeense legioen die onder Franse vlag marcheren. De Fransen zorgen voor de repatriëring van Armeniërs die gedeporteerd zijn tijdens de oorlog. Na een aantal maanden zijn 150.000 Armeniërs terug in de streek van Cilicië , waaronder 20.000 voormalige inwoners van Marash.

Vanaf 4 november 1919 nemen de Fransen het volledige bestuur van Cilicië over. Kemal Atatürk is ondertussen bezig met het verzamelen van soldaten, al dan niet regulier, om het de Fransen heel lastig te maken in CIlicië. Vanaf januari 1920 komen Franse konvooien geregeld onder vuur tijdens plotse hinderlagen. Het Franse garnizoen van Marash, waaronder heel wat soldaten van het Armeense legioen, vraagt om versterking maar die versterking geraakt niet zonder moeite tot bij hen. De versterkingen onder leiding van luitenant-kolonel Robert Normand, baant zich al vechtend een weg tot Marash dat ze bereiken op 7 februari 1920. De artillerie meegebracht door de soldaten van Normand nemen de Turkse posities onder vuur. Op 8 februari maken de soldaten van Normand contact met de gevechtsposities van het Franse garnizoen van Marash. Normand brengt generaal Quérette het nieuws dat hij gekomen is om de evacuatie van Marash te begeleiden.

Op 11 februari wordt de laatste munitie in de depots onklaar gemaakt en de Fransen onder leiding van generaal Quérette wachten op de nacht om de stad te verlaten. Zo hopen ze niet gehinderd te worden door de Armeniërs die bij het zien van een evacuatie de stad ook zouden willen verlaten. Het gevolg is wel dat de Armeniërs, in de steek gelaten door de Fransen, de wraak van de Turken moeten ondergaan. De inname van Marash door de troepen van Kemal Atatürk gaat gepaard met een slachtpartij die volgens sommigen 5.000 tot 12.000 Armeniërs het leven zou kosten.

De Franse nederlaag in Marash wordt druk besproken in de Europese pers en in het Brits parlement. Ook de rol van luitenant-kolonel Normand en de vraag wie nu het bevel tot evacuatie heeft gegeven, maken onderwerp uit van een onderzoek. De grootste verrassing voor de Britten is wel dat ze niet op de hoogte waren van de sterkte van het leger van Kemal Atatürk. Voor de Turken was deze slag een overwinning en de eerste grote slag in de Turkse onafhankelijkheidsoorlog.

Bron https://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Marash

het einde van Aleksandr Koltsjak

Aleksandr Koltsjak is een Russisch marineofficier met een indrukwekkende staat van verdiensten. Voor de oorlog is hij commandant van de Zwarte Zee-vloot. In 1916 is hij op 42-jarige leeftijd de jongste vice-admiraal. Na de februarirevolutie (1917) verlaat hij Rusland. Hij keert terug na de oktoberrevolutie en wordt leider van de Voorlopige Regering van Autonoom Siberië. Aanvankelijk boekt Koltsjak belangrijke successen en dringt hij door tot Omsk en Kazan bij de Wolga.

In april 1919 lijdt hij bij Samara een nederlaag tegen de Roden mede te wijten aan de veel te lange bevoorradingslijnen, onvoldoende gekwalificeerde officieren, moreel verval onder zijn troepen. In de zomer van 1919 stoot de Rode maarschalk Toechatsjevski door de Oeral en na het verlies van Omsk op 14 november 1919 trekken Koltsjaks troepen zich door Siberië heen terug naar het verre Oosten. Koltsjak en zijn gevolg verlaten de stad met de trein. Op 13 december komt de trein aan in Marinsk. Daar dwingt het Tsjechische Legioen en de Fransen onder leiding van generaal Maurice Janin de trein van Koltsjak op een zijspoor. Op dat tragere spoor strandt de trein van Koltsjak in de nabijheid van Irkoetsk. Einde 1919 breekt er muiterij uit onder de Russische soldaten en een deel schaart zich achter de rode vlag.

Op 5 januari 1920 doet de Franse generaal Janin Koltsjak het voorstel om ontslag te nemen in ruil voor een veilige aftoch. Op 6 januari 1920 wordt Koltsjak gedwongen ontslag te nemen als aanvoerder van de witte legers en zijn macht over te dragen aan generaal Denikin. De trein van Koltsjak sukkelt verder tot in het centrum van Irkoetsk. Daar wordt hij op 15 januari 1920 door Tsjechische soldaten op vraag van de Franse generaal Janin gearresteerd en overgedragen aan de socialistische muiters. Vanaf 21 januari tot 6 februari 1920 wordt hij ondervraagd. Dan volgt een terdoodveroordeling en tot slot de executie. Generaal Kappel wil met de soldaten die hem resten admiraal Koltsjak nog redden en rukt op richting Irkoetsk. Kappel lijdt echter aan tyfus en sterft onderweg. Zijn adjudant Wojciechowski zet de opmars verder maar komt te laat om de admiraal te redden. Dan begint de definitieve terugtocht van de witte legers gekend onder de naam “grote Siberische Ijsmars”.

De laatste foto van admiraal Koltsjak staat hieronder.

bronnen
https://fr.wikipedia.org/wiki/Alexandre_Koltchak
https://nl.wikipedia.org/wiki/Aleksandr_Koltsjak

het einde van Moresnet

Op 10 januari 1920 treedt het verdrag van Versailles in werking. Daarmee komt er een officieel einde aan de Groote Oorlog. Die dag is er ook de eerste algemene vergadering van de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties. Duitsland verliest de havenstad Danzig dat onder bescherming komt van de Volkenbond. En België lijft Neutraal Moresnet definitief in. Het gebied wordt toegevoegd aan de Oostkantons onder leiding van generaal Herman Baltia.

Het belang van de streek van Moresnet lag in de aanwezige zinkfabriek. Gezien het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden en Pruisen niet overeenkwamen, ging een westelijk deel van Moresnet naar de Nederlanden, het oostelijk deel ging naar Pruisen en het centrale gedeelte van Moresnet bleef neutraal ook nadat in 1830 België zich afscheidde van het noorden. Maar na de oorlog verwerft België de controle over het voormalige “Neutrale Moresnet” en het oostelijk gedeelte van de gemeente dat indertijd aan Pruisen was toegekend.

bronnen
https://nl.wikipedia.org/wiki/1920
https://historiek.net/10-januari-1920-belgie-lijft-ministaat-neutraal-moresnet-in/131522/

de eerste kerst voor Tinus thuis

Martinus Evers is ingelijfd in het Belgisch leger in februari 1916. De kerst van 1915 heeft hij dus nog in Hamont kunnen vieren. In de documentatie die ik van familie heb gekregen, lees ik dat Tinus is afgezwaaid in oktober 1919. Dan is hij terug naar huis mogen gaan. En dus is kerstmis 1919 de eerste kerst die hij thuis heeft kunnen vieren na 4 jaar afwezigheid. En samen met hem ongetwijfeld vele andere soldaten die enorm blij waren hun familie terug te zien.

Bij deze wens ik de lezers van deze blog prettige kerstdagen toe. Ik hoop jullie in 2020 terug als lezers te mogen verwelkomen op de blog van Tinus Evers.

Kiev kleurt rood

Voor de derde maal in 1919 wordt er gevochten in de straten van Kiev. Vanaf 10 december 1919 rukken 2 divisies van het Rode leger op naar Kiev, de 58e infanteriedivisie nadert de Oekraiënse hoofdstad vanuit het westen en de 44e infanteriedivisie rukt op vanuit het oosten.
In de nacht van 15 op 16 december steekt de 44e divisie onder leiding van Ivan Naumovitsj Duvoboj de bevroren Dnjepr over. In de ochtend van 16 december vallen de Rode soldaten de posities van de Witten aan vanuit hun achterhoede en ze bezetten de bruggen. Na een gevecht van 12 uren trekken de Witten zich terug. Dezelfde dag doet de 58e divisie onder leiding van Ivan Fedko haar intrede in Kiev.

Er zijn bijzonder weinig foto’s te vinden die te maken hebben met deze derde slag om Kiev. Daarom beperkt ik me tot een kaart die aangeeft hoe verwarrend de feitelijke grenzen en frontlinies zijn in december 1919 in deze regio.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Kiev_(December_1919)

verdrag van Neuilly

Op 27 november 1919 ondertekenen de Bulgaarse minister-president Aleksandar Stambolijski en de geallieerden in het stadhuis van Neuilly-sur-Seine het derde vredesverdrag. Na Duitsland (verdrag van Versailles) en Oostenrijk (verdrag van Saint-Germain) is het nu de beurt aan Bulgarije om de eindafrekening te krijgen. Relatief gezien is dit verdrag harder dan het verdrag van Versailles. Bulgarije wordt gedwongen afstand te doen van 11.000 vierkante kilometer grondgebied, waaronder West-Thracië (overgedragen aan Griekenland) en vier grensgebieden met strategisch belangrijke steden Strumitsa, Caribrod en Bosilegrad (2500 vierkante kilometer overgedragen aan het nieuwe koninkrijk der Serviërs, Kroaten en Slovenen). Het verdrag legt Bulgarije ook 2250 miljoen goudfranken aan herstelbetalingen op, dat in de loop van zevenendertig jaar betaald moet worden. Daarnaast moet Bulgarije ook overdracht doen van grote hoeveelheden vee en spoorwegmaterieel aan Griekenland, Roemenië en het koninkrijk der Serviërs, Kroaten en Slovenen naast een jaarlijkse levering van 50.000 ton Bulgaarse steenkolen. In verhouding tot zijn omvang en bbp krijgt Bulgarije van alle centrale mogendheden het hoogste bedrag aan herstelbetalingen opgelegd. Ten slotte wordt de krijgsmacht ernstig gekortwiekt : het leger moet worden teruggebracht van 700.000 soldaten tot een politiemacht van slechts 20.000 man sterk.

In de ogen van de meeste Bulgaren symboliseert het verdrag van Neuilly het dieptepunt van hun nationale bestaan als onafhankelijke staat. En niet zonder reden. Nadat de nieuwe grenzen getrokken zijn, beschikt Bulgarije niet meer over vruchtbare landbouwgebieden (zoals de Dobroedzja en Thracië) en niet meer over een toegang tot de Egeïsche zee – wat een grote aderlating is aangezien hele sectoren van de Bulgaarse economie afhankelijk zijn van de zeehandel. Als gevolg van de nieuwe grenzen krijgt Bulgarije opnieuw te maken met massale vluchtelingenstromen uit Macedonië, Thracië en de Dobroedzja. De opvang van deze enorme groep vluchtelingen in een tijd van zware economische en sociale crisis zal de Bulgaarse staat in de komende jaren voor een loodzwaar probleem stellen.

bronnen :
https://nl.wikipedia.org/wiki/Voormalige_Bulgaarse_Zuidelijke_Gebieden
Robert Gerwarth, de verslagenen – waarom de eerste wereldoorlog nooit is opgehouden 1917-1923, Balans