op zoek naar de juiste contactpersoon

Hans Tröbst is in Constantinopel aangekomen. Het is zijn bedoeling om zich aan te sluiten bij het Turkse leger dat tegen de Grieken vecht in Anatolië. Maar Constantinopel is bezet door de geallieerden en het wemelt er van de Franse en Engelse soldaten. Een Duitser op weg naar het Grieks-Turkse front zou zeker gearresteerd worden. Het komt er dus op aan om discreet naar de juiste contactpersoon te zoeken die hem kan helpen om in Anatolië te geraken.

Hij vindt eerst een onderkomen in een hotel waarvan de uitbater Duits spreekt. Hij merkt al snel dat de Turken hun oude Duitse bondgenoten nog zeer genegen zijn. Daarna trekt hij voor hulp bij zijn ondernemen naar het consultaat. Omdat het Duitse consultaat door de geallieerden gesloten is, wordt het noodgedwongen het Zweedse consultaat dat de Duitse belangen behartigt. Maar daar wacht hem een teleurstelling. De Zweedse consul is ziek en de dame die hem vervangt, is niet echt gelukkig als Hans Tröbst haar vertelt dat hij een Duitse officier is die dienst wil nemen bij de Kemalisten. Ze antwoordt het volgende :

U brengt ons in een netelig parket. Als iemand gezien heeft dat u hier binnen gestapt bent ! Het wemelt hier van spionnen en agenten ! Ik verzeker u dat we ons hier niet met politiek bezig houden. Dat hebben de Engelsen ons uitdrukkelijk verboden. Ik geef u daarom de goede raad zo snel als mogelijk naar Duitsland terug te keren. Hier in de gevangenis zitten al twee Duitse officieren die de Engelsen opgepakt hebben op hun reis naar Anatolië. Reis daarom zo snel mogelijk terug. We kunnen u echt niet helpen. Eigenlijk is het onze plicht u te laten arresteren.

Tröbst maakt zich nog kwaad op de dame maar begrijpt dat het vergeefse moeite is. Hij rondt het gesprek af en trekt terug de stad in. Hij besluit dan maar zich even als toerist te gedragen en de bezienswaardigheden te gaan opzoeken. En het eerste waar hij aan denkt, is de Hagia Sophia. Daar aangekomen ziet hij een Turk staan die met een droevig gezicht naar de zee staart. Hij spreekt hem aan in het Frans of hij hem wat over de omgeving kan vertellen. Zijn nieuwe metgezel leidt hem bereidwillig rond en aan het einde neemt het gesprek een andere wending. De Turk wijst in de verte en zegt :
– Ginder heb ik in de oorlog gevochten.
– Ach, u was soldaat.
– Soldaat ? Capitaine de l’infanterie !
– En wat doet u nu ?
– Ik ben afgezwaaid maar krijg geen pensioen. Drie dagen per week werk ik bij de post maar dat stelt natuurlijk niet veel voor. Ik heb nog een postzegelverzameling en die wil ik verkopen. En daarna vertrek ik.
– En waar gaat u dan heen ?
– Naar Anatolië, naar Mustafa Kemal.
– Sta me toe dat ik me voorstel : kapitein Tröbst, ik ben een Duitse officier en ik heb hetzelfde reisdoel als u. Kunt u me raad geven hoe ik dat het beste aanpak.

De Turkse oud-kapitein Ishan bekijkt Tröbst even argwanend maar wordt dan toch overtuigd als Tröbst hem zijn militaire papieren toont. Jazeker is het mogelijk om naar Anatolië te reizen. Maar Mustafa Kemal heeft ook tegenstanders in de stad en eigenlijk kan je niemand vertrouwen. De Britten hebben zelfs wervingsbureau’s opgesteld om argeloze vrijwilligers gemakkelijker te kunnen arresteren. Ishan en Tröbst spreken af daags erna mekaar te ontmoeten en dan naar de juiste persoon te zoeken,.

bron : Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

Stichting van de PCI

Op 21 januari 1921 wordt in Livorno de Partito Communista d’Italia opgericht. Dit is een gevolg van onenigheid bij de Italiaanse socialisten om de zogenaamde reformisten uit de partij te zetten zoals gevraagd door de Comintern (of Communistische internationale). De oprichters van de PCI zijn Antonio Gramsci en Amadeo Bordiga. De krant “l’Ordine Nuovo” (of nieuwe orde) verandert ook van kamp en volgt de afgescheurde communisten in hun radicale zienswijze om de revolutie naar Italië te brengen.

bronnen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Italiaanse_Communistische_Partij
https://en.wikipedia.org/wiki/Italian_Communist_Party#Early_years

de overtocht naar Constantinopel

We vinden Hans Tröbst terug in Varna, Bulgarije, aan de Zwarte Zee. Het was zijn bedoeling om zich aan te sluiten bij het Witte leger van generaal Wrangel. Maar door de verovering van de Krim door het Rode leger kan daar geen sprake meer van zijn. Door geldgebrek zit Hans Tröbst nu vast in Varna waar hij in een cementfabriek werkt om geld te sparen. Met dat geld wil hij een ticket kopen om aan boord van een schip de Zwarte Zee over te steken om zich aan te sluiten bij het Ottomaanse leger. Er is echter één groot probleem : Bulgarije is bezet door de geallieerden en een Duitse officier zal zeker worden gearresteerd, ook als hij zich in burger wil aansluiten bij de legers van Kemal Atatürk. In het boek “Band 8 : vom Baltikum zu Kemal Pascha” lezen we het volgende.

Zo waren we aan de 12e januari 1921 aangekomen. Als om me uit de dagen brachten de kranten dagelijks lange artikels over Kemal Pasja en zijn getrouwen. Aan de overkant in Anatolië werd wereldgeschiedenis gemaakt en ik zat hier in Varna om zand te zeven ! Morgen is het Russisch nieuwjaar en dan wordt er zowiezo niet gewerkt en dan zal ik de gelegenheid hebben om met Astadsjov erop uit te trekken. Maar dan zei een stemmetje in mij :”Laat dat uitgaan maar even wachten, ga liever deze avond naar Serafimov. Er hangt iets in de lucht.”. Ik had zijn huis snel terug gevonden en werd ontvangen door een dame die zich voorstelde als de stiefmoeder van kapitein Serafimov. om half 9 kwam de kapiteit eindelijk thuis en ik vroeg hem opnieuw om me op zijn zeilschip mee te nemen naar Constantinopel. Maar het was tevergeefs. Hij legde in het lang en het breed uit waarom hij me niet kon meenemen en beëindigde zijn uiteenzetting met de woorden :”En zelfs als ik het zou willen doen, dan zou het nog te laat zijn voor u want ik vertrek al deze avond om 10 uur.”.

Ik hoorde eigenlijk alleen maar dat hij diezelfde avond om 10 uur zou vertrekken. Daarmee wist ik voldoende. Het was dus nu of nooit. Ik nam snel afscheid van de kapitein, spurtte door de stad, kocht nog twee broden en wat spek en thuis schrijf ik snel een afscheidsbrief voor mijn werkgever. Ik stopte snel wat spullen in mijn koffer en vertrok weer. Omdat ik wist dat het kantoor van politie en douane continu bezet was, ging ik tot aan de marinekazerne om dan via het strand langs de vissersboten te wandelen tot ik aan de ankerplaats van de “Triton” was geraakt. Daar zag ik drie Bulgaarse agenten bij de loopplank van de Triton staan. Ze waren aan het praten met de bemanning. Ik wachtte tot de agenten weg waren, ging dan naar de kaai en riep met luide stem :”Hallo , Triton ! Hallo, bagage van kapitein Serafimov.”. Er verschenen twee matrozen die me aan boord lieten. Ik had dus juist gegokt : de kapitein was nog niet aan boord en de matrozen hielden me voor een knecht die nog bagage nabracht. Ik legde de koffer in de kabine die me werd aangewezen. Tijdens een van mijn boemelpartijen in de haven had ik gehoord dat er een Rus aan boord was die Duits kon praten en die in de machinekamer werkte. Die zou me verder kunnen helpen.

In de machinekamer stelde ik direct de vraag :”Goeienavond, heren. Spreekt iemand van jullie misschien Duits ?”. Waarop snel het antwoord kwam :”Ja, ik spreek Duits. Dat heb ik in Sint-Petersburg geleerd. Wat wenst u ?”. – “Luister even. Ik ben een Duitser en wil naar Constantinopel varen. Omdat de Fransen me de toestemming niet geven, heeft kapitein Serafimov me toegestaan zonder de juiste papieren mee te varen. Maar voor alle zekerheid heeft de kapitein gezegd dat ik me bij jullie verstop tot we de haven uit zijn.”

“Maar natuurlijk”, antwoordde de Rus. “Hier ! Kruipt u maar in mijn kooi. Daar zoekt u geen mens.”. Het volgende half uur bracht ik in spanning door. Op dek was het een drukke bedrijvigheid. Als we een tijdje aan het varen waren, ging ik aan dek. We waren al lang de haven uit, de lichten van Varna glinsterden als glimwormen in de bergen. Aan het roer stond kapitein Serafimov. Ik vond het raadzaam hem het snelste voor het voldongen feit te stellen. “Goedenavond, kapitein !” – “Wat ? bent u aan boord ? En daar weet ik niets van ?”. – “Zoals u ziet, kapitein. En zo ongezien als ik aan boord ben gekomen, zo ongezien zal ik uw schip verlaten.”.

Het schip maakt nog een tussenstop in de Bulgaarse havenstad Mesembrija en vaart dan verder naar Constantinopel. De dag is zonnig en warm en het is heerlijk lenteweer, ook al is het nog maar half januari. Hans Tröbst maakt zich zorgen over de geallieerden paspoortcontrole want de stad is bezet door Engelse en Franse soldaten. Kapitein Serafimov zegt hem dan ook :”Morgen om negen uur komen er Fransen aan boord. U moet tegen dan het schip verlaten hebben.”.

Hans Trönst trekt een blauwe machinistenkiel aan, wikkelt zich een sjaal om de hals, zet een geruite sportpet op waarin hij zijn militaire papieren verstopt. Hij bedankt kapitein Serafimov en neemt afscheid. Heel discreet verlaat hij dan het zeilschip en zet voet aan wal in Constantinopel.

bron : Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

Maak kennis met Hans Troebst

Tussen 2014 en 2018 heb ik bijna dagelijks een bericht gezet op deze blog die de oorlogsjaren van mijn grootvader Martinus Evers moest gedenken. Dankzij de oorlogskalender van het Davidsfonds had ik bijna iedere dag wel een bericht te vermelden. En anders waren er wel de geschiedenisboeken die ik in huis heb gehaald tijdens deze herdenkingsperiode.

Het jaar 1919 leverde ook nog vele momenten al was het maar door de verdragen die ondertekend werden en de veldslagen tussen de nieuwe staten onderling of de burgeroorlogen in de oude staten. Ook 1920 gaf de nodige inspiratie.

Het jaar 1921 belooft moeilijker te worden. En toch is ook dit een boeiend jaar. De Sovjetunie begint zijn vaste grenzen te krijgen. Het fascisme steekt zijn kop op in Italië en zoekt het conflict met het communisme. En de Grieks-Turkse oorlog is nog volop bezig. Daar is jammer genoeg niet veel over te vinden tenzij je vlot Turks kan lezen.

Misschien kunnen de dagboeken van Hanst Troebst (ook wel Tröbst geschreven) een uitweg bieden. de dagboeken van Hans Troebst zijn enkel in Kindle-editie beschikbaar op amazon. Maar ze beslaan wel een zeer lange periode gaande van 1910 tot 1923) . Hans Troebst is een van die soldaten die het moeilijk hebben het burgerleven weer op te nemen na het einde van de Groote Oorlog. Ze zijn teveel avonturier en zoeken dan maar nieuwe fronten op. Naast de boeken op amazon is er ook een facebook pagina en een twitter account. Er zijn niet veel recente berichten over Hans Troebst. En sterker nog, de meest recente berichten over Hans Troebst zijn geschreven in het Turks. Ze zijn daar blijkbaar nog niet vergeten dat een Duitse officier het uniform heeft gedragen van het leger van Kemal Atatürk. Dat geeft me de indruk dat Hans Troebst wel eens een goede gids zou kunnen zijn doorheen de twintiger jaren.

eerste slag van Inönü

In januari 1921 raken de Grieken voor het eerst slaags met het Turkse nationale leger dat door Kemal Atatürk op de been is gebracht. Tot dan waren de Grieken enkel met ongeregelde troepen vrijwilligers aan het vechten. De eerste slag van Inönü begint als verkenners van de Griekse generaal Papoulas hun basis in Bursa verlaten richting Ekisehir. Op 9 januari 1921 vallen de Grieken de troepen van kolonel Ismet Pasha aan nabij het treinstation van Inönü. De gevechten houden twee dagen aan en de Turken laten versterkingen aanrukken. De Grieken veroveren de Akpınar-Kovalca linie en graven zich in. Ze stellen vast dat de Turkse versterkingen zijn aangekomen en dat de Turken er dus niet over denken om hun posities zonder verdere gevechten op te geven. Omdat de Grieken zich niet in staat achten verder te vechten, trekken ze zich terug op 11 januari 1921. De Turken van hun kant zetten de achtervolging niet in omdat hun soldaten moe zijn en de nodige voorraden ontbreken.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/First_Battle_of_%C4%B0n%C3%B6n%C3%BC

GOELRO plan

In 1920 is het duidelijk dat de Russische burgeroorlog in het voordeel van het Rode leger zal eindigen. En dus maakt men in Moskou niet alleen oorlogsplannen maar ook plannen voor de periode daarna. Een commissie onder leiding van Lenin is sinds 21 februari 1920 bezig aan een plan om Rusland te moderniseren. Op 22 december 1920 wordt het GOELRO plan op het 8e Sovjet congres goedgekeurd. GOELRO is een Russische afkorting die staat voor “Staatscommissie voor de elektrificatie van Rusland” (Gosudarstvennaja komissija po elektrifikacii Rossii).

Het plan beschouwt de elekrtificatie van Rusland als de ruggegraat om daarmee de Sovjeteconomie een serieuze duw in de rug te geven. Lenin ziet als ultieme doel van dit plan “om de organisatie van de industrie te baseren op een moderne, geavanceerde technologie, op elektrificatie die een schakel zal zijn tussen stad en platteland. Daarmee wordt een einde gemaakt aan de verdeling tussen stad en platteland en aan achterlijkheid, onwetendheid, armoede, ziekte en barbarisme”.

Dit plan kan beschouwd worden als het prototype voor de latere vijfjarenplannen waarmee de Sovjetunie zijn economie organiseert.

bronnen
https://fr.wikipedia.org/wiki/Plan_GOELRO
https://en.wikipedia.org/wiki/GOELRO_plan

een bloedrode Kerstmis

Op 24 december 1920 liggen de Italiaanse legionairs van Gabriele d’Annunzio in Fiume onder vuur. Ze worden gebombardeerd door andere Italianen van het reguliere leger. Dit bombardement is een gevolg van het verdrag van Rapallo (12 november 1920) waarmee Italië en het koninkrijk van Serviërs, Kroaten en Slovaken (het latere Joegoslavië) een akkoord over hun grenzen sluiten.

In het verdrag van Rapallo is overeengekomen dat de stad Fiume (nu Rijeka in Kroatië) niet aan Italië wordt toegekend. Probleem is dat d’Annunzio en zijn legionairs de stad al een tijdje bezetten en het hebben uitgeroepen tot een vrijstaat in afwachting dat Italië het zal annexeren. Maar van die annexatie komt niets in huis.

Om het verdrag te respecteren, wordt het Italiaanse leger gedwongen een ultimatum te stellen aan d’Annunzio en zijn legionairs. Als d’Annunzio niet ingaat op het ultimatum van generaal Caviglia, geeft deze op 24 december 1920 het bevel om de stad Fiume onder vuur te nemen. Op kerstdag 1920 is er een wapenstilstand, maar vanaf 26 december beginnen de bombardementen opnieuw. Die duren tot 29 december 1920. Dan is het verzet van de legionairs van d’Annunzio gebroken. Onder de slachtoffers telt men 58 doden en meer dan 200 gewonden, ook onder de burgerbevolking. Fiume wordt een vrijstaat.

Daarmee lijkt het avontuur van Gabriele d’Annunzio en zijn legionairs ten einde. Maar hun politiek regime in Fiume heeft de aandacht getrokken van de Italiaanse fascisten. Zij zullen zich door d’Annunzio laten inspireren als ze de macht grijpen in Rome in 1923.

bronnen
https://it.wikipedia.org/wiki/Natale_di_sangue
https://www.huffingtonpost.it/entry/centanni-fa-il-natale-di-sangue-a-fiume_it_5fdf270fc5b60d41634312d6

Government of Ireland Act

Op 23 december 1920 krijgt een nieuwe Britse wetgeving voor Ierland het koninklijk zegel. Die nieuwe wetgeving moet Ierland een vorm van zelfbeschikking geven. Ierland zelf wordt opgedeeld in twee delen : noord-Ierland, waar de meeste loyalisten wonen, en zuid-Ierland waar de Irish Republican Army sterk staat. Beide delen moeten wel onderdeel blijven van het Verenigd Koninkrijk. Daarnaast zijn er nog counties die rechtstreeks onder het Britse parlement vallen. De beide Ierse parlementen krijgen nog een overkoepelende raad van Ierland die onderlinge discussies moet oplossen. En beide parlementen zenden ook afgevaardigden naar het Britse parlement.

In juni 1921 komt het noord-Ierse parlement voor de eerste keer samen. In de praktijk zal de zelfbeschikking of Home Rule in zuid-Ierland niet ingevoerd worden door de Ierse onafhankelijkheidsoorlog die volop woedt.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Government_of_Ireland_Act_1920

Haribo start

Op 13 december 1920 start Hans Riegel zijn snoepproductie in Bonn. En daarmee is de firma HARIBO opgericht. De eerste snoepproductie begint in een kleine keuken waar Hans enkel beschikt over een zak suiker, een marmeren plaat, een stoel, een stoof en een koperen pot. In 1921 wordt Hans echtgenote Gertrud de eerste bediende van het bedrijf.
Haribo start in 1922 met de productie van de gummiberen maar zal later zijn gamma sterk uitbreiden.

Bronnen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Haribo
https://www.haribo.com/en/about-us/history

Britse branden in Cork

De spanning stijgt al een tijdje in Ierland. Na de hinderlaag in Kilmichael (lees meer daarover op deze pagina) kondigt de Britse overheid op 11 december 1920 de krijgswet af in een aantal counties, waaronder de county of Cork. Het duurt niet lang voor Britse militairen deze krijgswet gebruiken om wraak te nemen op de IRA.

Op 11 december legt de IRA opnieuw een hinderlaag voor een Britse patrouille. Hoofddoelwit van deze hinderlaag is kapitein James Kelly van de Britse inlichtingendienst die geregeld mee op patrouille gaat. Om 8 uur ’s avonds worden de twee Britse vrachtwagens aangevallen. Er vallen twaalf gewonden bij de Britten waarvan er een sterft in de dagen nadien.

Razend om de hinderlaag trekken de Britse soldaten naar de stad Cork. Vanaf half tien ’s avonds dringen ze in diverse huizen in Cork binnen, de bewoners worden uit hun huizen gejaagd en de huizen worden in brand gestoken. Elders in de stad wordt er door een andere compagnie een tram tegengehouden. De ruiten worden ingeslagen en de passagiers uit de tram gedreven en tegen een muur gezet om gefouilleerd te worden. Sommigen zullen tijdens het fouilleren ook van geld en andere bezittingen beroofd worden. Een andere tram wordt in lichterlaaie gezet.

In het winkelcentrum van Cork loopt het ook uit de hand, meer bepaald in Saint-Patrick street. Groepen Britse soldaten, auxiliaries en Black-and-Tan’s, al dan niet geüniformeerd, schiten in de lucht, verbrijzelen de ruiten van de winkels en steken sommige winkels in brand. De plaatselijke brandweer is zo overdonderd dat de brandweercommandant verplicht is een keuze te maken welke branden ze gaan aanpakken en welke ze niet kunnen aanpakken. Bovendien zijn er sommige Britse soldaten die de brandweer hinderen in hun werk.

Rond 4 uur in de ochtend is er een luide ontploffing te horen en het stadhuis en naburige bibliotheek gaan in de vlammen op. Als de brandweer toekomt, zijn er schoten te horen en Britse soldaten hinderen de brandweer opnieuw in hun werk. De laatste brandstichting volgt later om 6 uur in de ochtend na een nacht vol verschrikkingen. In totaal zijn er 40 ondernemingen en 300 private woningen in de vlammen opgegaan. De stad Cork lijdt in één nacht 3 miljoen pond aan verlies (uitgedrukt in de maatstaven van 1920). Er zijn heel wat daklozen en tweeduizend mensen hebben hun baan verloren. De branden in Cork leiden tot heftige debatten in het Britse parlement.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Burning_of_Cork