Gasaanval in Hulluch

In het plaatsje Hulluch, niet ver van Loos-en-Gohelle (departement Pas-de-Calais) voert het Duitse leger op 27 april 1916 een gasaanval uit op de geallieerden, meer bepaald op de 16e Ierse Divisie van het Britse leger. Naar verluidt is de concentratie van het hier gebruikte chloorgas hoger dan eerder elders toegepast.

Over een frontlijn van zowat 3 kilometer staan 7400 gascilinders klaar. Eerst zorgen de Duitsers voor een rookgordijn, pas dan volgt er gas uit de helft van de flessen. Aan geallieerde zijde vallen bijna 600 slachtoffers, onder wie 140 doden.

Twee dagen later (29 april 1916) doen de Duitsers de gasaanval nog eens over, maar na een poos blaast de wind het gas weer in hun richting. Nu vallen er nog meer doden, weliswaar aan beide zijden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DuitsSoldaat_Chloorgas.jpg

Paasopstand in Ierland

Tijdens de eerste wereldoorlog ligt de strijd om onafhankelijkheid bijna overal stil. Australië en Canada maken wel van hun militaire positie gebruik om meer zelfstandigheid te eisen, maar in India legt Mohandas (Mahatma) Gandhi de strijd eenvoudig stil. Sterker nog : hij helpt  bij de rekrutering van Indiase soldaten voor de geallieerden. In Ierland daarentegen zien een aantal onafhankelijkheidsstrijders nu hun kans schoon om in opstand te komen.

Het was de bedoeling geweest dat Ierland gedeeltelijk zelfbestuur zou krijgen, de zogeheten Home Rule, maar dit werd vanwege de oorlog uitgesteld. Niettemin nemen duizenden Ierse jongemannen dienst in het Britse leger en 50.000 Ieren sterven in de loopgraven. Toch zijn lang niet alle Ieren overtuigd van de goede bedoelingen van de Engelsen. De Ierse leider Roger Casement treedt zelfs in onderhandeling met Duitsland. Hij vraagt om een invasie of wapens. Dat eerste durven de Duitsers niet aan, wapens worden wel gestuurd op een als neutraal Noors koopvaardijschip, de Aud, uitgedoste Duitse boot. Casement, die bang is dat de opstand zal mislukken, probeert de boot nog tegen te houden. Helaas legt de Aud aan in de verkeerde haven en als de Engelsen het schip aanhouden, gooien de “Noren” hun lading overboord. Toch is er een groep die de opstand wel wil doorzetten. Zeven mannen nemen de verantwoordelijkheid op zich om die te organiseren.

Op paasmaandag 1916 komen de Irish Volunteers in actie, maar ook nu gaat er van alles mis. Van de 10.000 mannen die aangesloten zijn bij de Volunteers, komen er maar 1.600 opdagen. Een poging om het Dublin Castle te veroveren, mislukt doordat de opstabndelingen zich hebben laten tegenhouden door één politieman, hoewel het kasteel wegens de paasvakantie nauwelijks bezet is. Het hoofdpostkantoor in O’Connel Street wordt al gauw het hoofdkwartier van de opstandelingen.Maar de Engelsen hebben ’s avonds al versterkingen naar Dublin gestuurd en de staat van beleg afgekondigd. Op donderdag arriveren nog eens 12.000 Britse militairen. De Engelsen laten zelfs een kanonneerboot, de Helga, aanrukken om de opstandelingen te beschieten terwijl de Ierse tegenstanders zelfs niet over één machinegeweer beschikken. De strijd is kort, bloederig en verwoestend. Uiteindelijk geeft Padaig Pearse zich namens de rebellen over.

De Britten arresteren zo’n 3.000 mannen van wie er 1.800 achter de Engelse tralies verdwijnen en er 100 ter dood worden veroordeeld. Onder de geëxecuteerden bevinden zich Pearse en Casement. Ook Eamon de Valera wordt ter door veroordeeld, maar vanwege zijn Amerikaanse staatsburgerschap niet geëxecuteerd. Hij zou later drie keer president van Ierland worden.

De Paasopstand is een grote mislukking, de rebellen worden door de meeste Ieren veracht. Maar de hardvochtige afrekeningen van de Britten doen uiteindelijk de stemming omslaan. De Paasopstand wordt nu herdacht als een van de belangrijkste gebeurtenissen uit de Ierse geschiedenis.

bron : Roel Tanja – een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

PaasopstandDublin1916.jpg

Louise de Bettignies in Siegburg

Wekelijks steekt Louise de Bettignies de grens over tussen België en Nederland om rapporten naar de Engelse inlichtingendienst te brengen. De Duitse contraspionage weet haar te pakken in oktober 1915. Op 19 april 1916 wordt ze ter dood veroordeeld. In die periode is er fel internationaal protest tegen de terechtstelling van Edith Cavell en wellicht daardoor wordt haar straf omgezet in levenslange dwangarbeid.

Op 21 april 1916 wordt de Bettignies in Siegburg opgesloten. In Frankrijk geniet ze reeds grote bekendheid en ze krijgt van generaal Joffre een eervolle vermelding van het Franse leger. De behandeling in de gevangenis is slecht, ze loopt een pleuritis op die verwaarloosd wordt en sterft op 27 september 1918.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

LouisedeBettignies02

Barthas onderweg naar Verdun

Op 15 april 1916 trok het regiment na het ontbijt naar Noyelles-sur-Mer om daar op de trein te stappen. Officieel was de bestemming onbekend maar iedereen vermoedde dat het doel Verdun was, waar zonder ophouden een reusachtige veldslag plaatsvond. Daarom hoorden we tijdens de mars van tien kilometer naar Noyelles nauwelijks iemand zingen.

Om zeven uur ’s avonds zaten we in de trein, met veertig man samengeperst in beestenwagens zonder stro of banken. Zelfs de kolonel wist niet waar we naartoe gingen. Door elkaar liggend, zonder onze stijve benen te kunnen strekken brachten we in de wagon een akelige nacht door. Om zeven uur ’s ochtends reden we langs Bourget. ’s Middags waren we in Sézanne in Champagne. We reden steeds verder naar het oosten.

Om vier uur ’s middags kwam de trein aan in Vitry-le-François. We wisten nog steeds niet waar we naartoe gingen maar het zou nu wel vlug duidelijk worden : als de trein in de richting van Châlons reed, gingen we naar Champagne waar het op dat moment rustig was; reed hij verder naar het oosten, dan was er geen twijfel mogelijk : dan gingen we naar Verdun ! Het laatste was helaas het geval. Nog dezelfde avond stapten we uit op het station van Revigny.

Rond middernacht kwamen we in een dorpje aan (Villers-le-Sec) waar mijn afdeling in een kleine, half verwoeste loods werd ondergebracht. Als bed hadden we een beetje stro van twijfelachtig allooi. De dag daarop, op 17 april, mochten we rusten want we moesten hierna verder naar Verdun.

Op 18 april om acht uur ’s morgens verlieten we Villers-le-Sec. De regen viel weer bij bakken uit de hemel. ’s Middags arriveerden we in Noyers 

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen

JeanLefort_leWagon

Jean Lefort – le Wagon

Russen in Marseille

Dezer dagen (2e helft april 1916) landen in Marseille Russische troepen om de geallieerden te ondersteunen in hun strijd tegen het Duitse leger op het westelijk front. Reeds in 1915 had Frankrijk om Russische troepen gevraagd in ruil voor munitie. De tsaar was weinig enthousiast over het Franse voorstel, maar uiteindelijk komt er een Russische brigade naar Marseille.
Bijkomend zenden de Russen in augustus 1916 ook enkele brigades naar het Macedonisch front om daar de geallieerden te steunen. Eveneens in augustus landt er nog een Russische brigade in Frankrijk.

De Russische troepen, waaronder ook 450 Esten, vechten op diverse plaatsen in Frankrijk. Ongeveer duizend van hen liggen begraven op het Cimetière Militaire Russe de Saint-Hilaire le Grand, nabij Mourmelon-le-Grand in het departement Marne.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Russen_Marseille_1916.jpg

Duitsers eisen koeien op in Ingooigem

Net als in zoveel andere dorpen komen de Duitsers ook in Ingooigem koeien aanslaan, zo noteert Stijn Streuvels in zijn dagboek op 18 april 1916. De koeien en hun eigenaars staan alk vanaf 11 uur in de gietende regen te wachten. Drachtige koeien mogen weer mee naar huis met hun eigenaars.

Boeren die maar een of twee koeien hebben, mogen die meestal behouden. Bezit een boer meer koeien, dan merken de Duitsers er enkele met een schaar in het haar van de bil. De gemerkte koeien zullen bij nader bevel afgeleverd moeten worden bij de Duitse administratie.

Sommige boeren verbergen dieren. In de schuur van Streuvels bijvoorbeeld staat een jonge os van een buurman. Diens twee dochters houden de wacht met een knuppel in de hand om te beletten dat het dier zou beginnen te loeien en zo de aandacht zou trekken van speurende Duitse manschappen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DuitseSoldaten_Koe.jpg

Col di Lana wordt Italiaans

De Italianen ondergraven de Oostenrijks-Hongaarse stellingen op de Col di Lana in de Italiaanse dolomieten. Eerder is er om deze bergtop al hevig gestreden. In 1915 hebben de Italianen meer dan negentig vergeefse pogingen ondernomen om zich meester te maken van de bergtop. Pas op 17 april 1916 slagen ze in hun opzet. De top wordt weggeblazen door de ontploffing van zo’n vijf ton explosieven. Tweehonderd Oostenrijkers komen om het leven, de overige honderdveertig worden gevangengenomen. De positie is eindelijk in Italiaanse handen. Vandaag herinnert een kapel en een museumpje aan de hevige strijd. Sindsdien wordt de bergtop Col di Sangue (de Bloedberg) genoemd.

bron : Knack Historia 1916

ColDiLana1916.jpg

Korporaal Ware sneuvelt

SidneyWilliamWareKorporaal Sidney William Ware, een militair in hart en nieren, overlijdt op 16 april 1916 in Mesopotamië (Irak). In 1911 vervoegde hij het Britse leger in India, bij het begin van de oorlog moest hij naar Frankrijk en later vocht hij in Mesopotamië.

Tien dagen voor zijn dood verdient hij het Victoria Cross, de hoogste Britse militaire onderscheiding. Hij is een van de weinige niet-gewonde militairen in zijn eenheid en draagt een gewonde medesoldaat naar een veiligere plek 200 meter verderop. De volgende twee uur draagt hij de ene na de andere gewonde soldaat uit de vuurlinie naar een beschutte omgeving.

Vier dagen later wordt hij zelf zwaargewond en naar het hospitaal gebracht waar hij overlijdt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Paarden opgeofferd in Kut el amara

In Kut el amara zijn de omsingelde Britten allang zowel trekpaarden als muilezels aan het slachten, maar ze hebben de rijdieren welbewust gespaard. Nu gaat dat niet langer. Er lijkt weer een poging tot ontzet te zijn gestrand. Er is een order gekomen om de laatste paarden af te maken, zodat ze als voedsel kunnen dienen voor het ingesloten en bijna verhongerende garnizoen.

Luitenant Edward Mousley plukt vers gras. Daarna gaat hij naar de plaats waar de paarden staan opgesteld. Zijn paard Don Juan herkent zijn eigenaar natuurlijk en begroet hem enthousiast, zoals hij dat het dier heeft geleerd. Mousley geeft hem het gras te eten.

Daarna begint de slacht. Een onderofficier schiet de paarden af. Geknal. Een voor een zakken de grote, zware dierenlichamen in elkaar. Bloed vloeit. Mousley kijkt eerst toe, ziet dat ook de paarden trillend volgen wat er gebeurt, terwijl ze hun beurt afwachten. Don Juan stampt net als de andere onrustig, maar verder is hij volkomen stil. Als het bijna zover is, kan Mousley niet langer toekijken. In plaats daarvan vraagt hij de onderofficier met het geweer om nauwkeurig te richten en het hem te zeggen als alles achter de rug is. Daarna kust hij het dier op de wang en vertrekt. Hij ziet nog hoe het paard zich omdraait en hem nakijkt.
Dan klinkt er nog een knal.

Het avondeten bestaat die avond uit het hart en de nieren van Don Juan. Deze delen van het paard zijn altijd gereserveerd voor de eigenaar. Mousley heeft ook Don Juans zwarte staart gekregen. Het is uiteraard een vreemd gevoel, maar hij vindt het niet verkeerd. Hij schrijft in zijn dagboek :”Ik weet zeker dat hij het liefst had gehad dat ik het deed, en niet iemand anders.”.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

Photo: David Appleby - DreamWorks II Distribution Co., LLC. (Do NOT COPY even with credits)

Broesilov maakt zich klaar

De Russen hebben op vraag van de Fransen een offensief gestart. Daarmee willen ze hun bondgenoten helpen die in Verdun zwaar onder druk staan. In maart 1916 starten de Russen een offensief (lees daarover meer op deze pagina). Maar dat offensief levert alleen maar een hoop verliezen en geen doorbraak op.

Na heel wat gepalaver binnen de Russische legertop blijkt dat zowel de tsaar, de stafchef als de twee andere generaals die het commando voeren over de rest van het front huiverachtig staan tegenover nog meer aanvalsijver. Alexei Broesilov is de enige die zich zeer gedreven toont op een bijeenkomst van de Russische legertop op 14 april 1916. Hij verklaart zich bereid om zonder veel bijkomende middelen of versterkingen een groot offensief voor te bereiden. Tegenover hem staan de Oostenrijks-Hongaarse troepen waarvan bekend is dat ze de mindere zijn van hun Duitse bondgenoten, waartegen de Russen in maart 1916 tevergeefs storm liepen.

Alexei-BrusilovBroesilov gelooft dat hij een goed recept heeft voor een geslaagde aanval. Hij wil aanvallen op een breed front van honderden kilometers zodat Oostenrijk-Hongarije niet met zijn troepen kan schuiven om gaten te dichten. Hij kiest er ook voor om geen lange voorbereidende artilleriebeschietingen te doen die elk verrassingseffect vergallen. Niets laat hij aan het toeval over. Het vijandelijke loopgravennet wordt eerst netjes in kaart gebracht met luchtfoto’s en daarna nagebouwd in het Russische achterland. De belangrijkste aanvalseenheden repeteren hun aanval op de nagemaakte stellingen. De troepen in lijn krijgen de opdracht om grote schuilplaatsen te maken waar de aanvalstroepen veilig kunnen wachten in de laatste uren voor de aanval. Broesilov probeert ook zijn aanvalssectoren te beperken tot zones met een smal niemandsland zodat de aanvallers een reële kans hebben om de oversteek naar de vijandelijke linies te overleven. Waar dit nodig is, graaft de infanterie diepe naderingsloopgraven naar de Oostenrijks-Hongaarse eerste linie om zo de vertreklijn voor de aanval zo veel mogelijk naar voren te verleggen.

bron : Knack – Historia 1916