3 november 1917 is een mistige dag aan het front bij Ieper en de vliegtuigen blijven aan de grond. Wel dringt nieuws van een Oostenrijks communiqué door. Aan het Italiaanse front zouden ze de voorbije dagen zestigduizend nieuwe krijgsgevangenen gemaakt hebben en zevenhonderd kanonnen in beslag genomen hebben.
Onderpastoor Achiel Van Walleghem hoort dat de Belgische soldaten fel onder de indruk zijn en menen dat de vijand onmogelijk te verslaan is. Het verlangen naar vrede neemt oe.
Minister van Buitenlandse Zaken Arthur Balfour geef in een brief aan Lord Rothschild, de voorzitter van de British Zionist Federation, zijn steun voor de oprichting van een joodse staat in Palestina. Deze brief, bekend als de Balfour declaration, drukt verder de behoefte uit aan bescherming om de burgerlijke en religieuze rechten van bestaande niet-joodse gemeenschappen in Palestina te behoeden.
bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas
De Hongaarse cavalerist Pal Kelemen beschrijft op 1 november 1917 de terugkeer van een Oostenrijks-Hongaars bataljon tijdens de twaalfde slag van Isonzo (ook bekend als de slag van Caporetto).
OF de soldaten nu naar beneden lopen of stilstaat, tegengehouden door de mensen voor hen, of aan de kant van de weg gaan liggen, het is onmogelijk voor te stellen dat de staatslieden en generaals de monarchie verdedigen met hun inzet in de strijd. Het is evenmin mogelijk je voor te stellen dat deze kapotte, geteisterde groep mannen met hun ruige baarden, hun verkreukelde, natte en vieze uniformen, hun versleten schoeisel en hun uitgeputte gezichten in de regel “onze dappere infanterie” wordt genoemd.
Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Bij deze tekst vond ik niet een passende foto. Daarom heb ik gekozen voor het schilderij “den Namenlosen” van Albin Egger-Lienz.
Op Tyne Cot Cemetery ligt er één enkele Vlaming begraven : korporaal Richard Verhaeghe, die sneuvelt op 30 oktober 1917 op 39-jarige leeftijd, weliswaar in Canadese dienst.
In het begin van de 20e eeuw emigreert hij van de streek rond Brugge naar Canada, waar hij zich vestigt in Saskatoon (Sakatchewan), samen met zijn vrouw Augusta. In 1915 meldt Richard zich als vrijwilliger bij het 5th Batallion Canadian Mounted Rifles. In de volgen de jaren vecht deze ruiterbrigade onder meer aan de Somme en in Passendale.
Korporaal Richard Verhaeghe sterft tijdens de slag bij Passendale tijdens een aanval op Duitse stellingen in het bos Woodlands Plantation dat er eerder uitziet als een moeras.
De gevechten om de Chemin des Dames beginnen desastreus voor het Franse leger. Muiterijen kunnen met moeite de kop ingedrukt worden. Maar de toename van het aantal verlofdagen en de verbetering van de levensomstandigheden geven de soldaten vanaf september 1917 weer de moed om de draad op te pakken. Vanaf dat moment strijdt het Franse leger zonder falen tot het einde van de oorlog.
Op 23 oktober 1917 lukt het de Fransen om het fort van Malmaison, ten westen van de Chemin des Dames in te nemen tijdens een kleinschalige, maar zeer goed voorbereide aanval. Het blijkt een tactisch succes met lage verliezen ten opzichte van die van de Duitsers. De ‘nieuwe’ oorlogsvoering van Pétain valt in goede aarde. Op 31 oktober en 1 november 1917 verlaten de Duitsers hun stellingen op de Chemin des Dames om zich terug te trekken op een nieuwe verdedigingslinie ten noorden van het riviertje de Ailette.
De verliezen lopen op tot 17.000 doden, 20.000 vermisten (inclusief krijgsgevangen genomen soldaten) en 65.000 gewonden aan Franse zijde. De Duitse verliezen zijn geschat op 35.000 man (doden, vermisten, gewonden).
Generaal Archibald Murray is vervangen door generaal Edmund Allenby om eindelijk door de Ottomaanse linies te breken bij Gaza. Allenby verplaatst zijn hoofdkwartier van Caïro naar de frontlinie. Daarna brengt hij versterkingen aan in manschappen (88.000), artillerie, gasgranaten en tanks. De Ottomanen hebben daar slechts 35.000 man tegenover staan over een frontlinie van 40 km. Allenby weet dat de vorige twee slagen grotendeels mislukt zijn vanwege watergebrek. Daarom kont generaal Chetwode met het plan om de aanval vooral op Beersheba te richten waar zich natuurlijke bronnen bevinden. Eerst wordt het hoofdgarnizoen van de Ottomanen in Tel es Sheria zes dagen lang met zware artillerie, 218 kanonnen, gebombardeerd.
De Ottomanen denken dat de Britten weer een frontale aanval zullen inzetten. Maar mede door de Engelse superioriteit in de lucht waardoor de Otomanen verstoken blijven van luchtverkenningen kan Allenby op 31 oktober 1917 met 40.000 man van de cavalerie richting Beersheba stormen. Ook een afleidingsmanoeuvre aan de oostkant met een compagnie met 70 kamelen zorgt voor veel verwarring. De Ottomanen beginnen zich te verspreiden om alle aanvallen te kunnen weerstaan.
Uiteindelijk neemt Allenby in de ochtend van 6 november 1917 Tel es Sheria in waarmee hij de Ottomaanse 7e en 8e legers splitst. Eem dag later is Gaza veroverd nadat de Ottomanen onder leiding van de Duitser von Kressenstein, op de vlucht zijn geslagen. Hierna kan Allenby, tot tevredenheid van zijn Londense superieuren, zich gaan richten op Jeruzalem.
Een impressie van de cavalerieaanval in Beersheba hieronder komt uit de film “the Lighthorseman” van 1987.
bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers
Voor de meeste berichten op mijn blog heb ik vaste informatiebronnen. De inspiratie voor dit bericht komt van een Facebook pagina die ik volg : images 1914/1919. Daar las ik een bericht met datum 29 oktober 2017 over Mort glorieuse d’une héroïne roumaine Catherine Théodoric. Googelen op deze naam leverde me niet veel pagina’s op. Het weinige Roemeens dat ik ken, liet me wel inzien dat Théodoric niet echt een Roemeens klinkende naam is. Googelen op Theodorescu leverde me de echte naam op : Ecaterina Teodoroiu.
Ecaterina Teodoroiu is geboren op 14 januari 1894. Tijdens de oorlog werkt ze eerst als verpleegster, maar uit bewondering voor de heldenmoed van haar gesneuvelde broer, besluit ze als vrijwilliger frontdienst op te nemen vanaf 1916, het eerste oorlogsjaar voor Roemenië. In november 1916 geraakt ze gewond aan beide benen, en in januari 1917 is ze terug aan het front. Met de graad van onderluitenant neemt ze in augustus en september deel aan de gevechten in de regio tussen Muncelu en Varnita. Op 3 september 1917 wordt haar regiment aangevallen door de Duitsers en Ecatherina wordt in de borststreek getroffen door machinegeweervuur. Door haar heldenmoed wordt ze ook wel eens de “Jeanne d’Arc van Roemenië” genoemd.
Het Franse dagblad “le petit Journal” vermeldt haar dood op 21 oktober 1917.
In zijn dagboek schrijft François Janssen, soldaat van het 23e linieregiment het volgende :
Dan kwam voor ons het ogenblik om verder met de noordersektor van Diksmuide kennis te maken. We trokken over Lampernisse in de richting van Kaaskerke, dadelijk naar de voorposten van de “Eeclusette”. Daar hadden we twee bruggenhoofden over de Ijzer met de P.S.1 en P.S. Ibis links en de P.S.2, P.S. 3 en P.S. 4 rechts. De P.S.1 begon vanaf onze bunker 16 bij de monding van de Dodengang doch om aan de oostoever van de Ijzer terwijl de P.S.4 liep tot aan de Duitse “tranchée 33” die verder rechts verbinding gaf met de Duitse “tranchée d’Andrinople”. Op de westoever van de Ijzer hadden we de “Poste de Secuurs” en de beker “la Casbah” waar de bombardementen het hevigste waren.
op 26 oktober 1917 werd de raid op de Duitse loopgraven “33” en “Andrinople” van uit de bruggenhoofden door de 5e compagnie van het 3e linieregiment aangevat. Een soldaat op 3 was voorzien van lichtkogels de anderen met een pistool, 6 granaten O.F., 2 granaten Mill’s en 1 dolkmes.
Onze artillerie en mitrailleurs van de 1e L.A. concentreerden een insluitingsbeschieting rond Diksmuide. De mortieren bestookten met gasbommen en Termith de Minoterie en aanpalende loopgraven. Ook de vlammenwerpers traden in actie. De Engelse brigade had in de dijk van de Ijzer op 100 meter ten noorden van het kanaal van Handzame cylinders geplaatst waarmee ze tijdens de aanval gas lanceerden.
Deze aanval kende het grootste succes : er werden 16 krijgsgevangenen van het 386e regiment meegebracht alsmede een mitrailleur en ander oorlogsbuit.
bron : François Janssen, Belevenissen aan het Ijzerfront
Dokter Lievens krijgt op 18 oktober 1917 een telefoontje met nieuws over zijn broer.
Droevig nieuws : de telefoon bericht mij dat mijn broer Jules erg gewond in het hospitaal van Hoogstade ligt en dringend vraagt me te zien. Ik mag de auto van de kolonel gebruiken en rij er dadelijk heen. De rit duurt lang en droevige vooruitzichten spoken door mijn geest ! Eindelijk kom ik in het hospitaal aan en krijg wat inlichtingen waardoor ik me hem zo goed als stervend voorstel. Adjudant Jules Lievens raakte gisteren in Oud-Stuivekenskerke gewond door een vogel in de buik die driemaal de dunnen darm heeft doorboord. Zijn vervoer naar het hospitaal was niet probleemloos verlopen en had lang geduurd. Toen hij op de operatietafel lag, stelde men tekens van een beginnende buikvliesontsteking vast.
Jules Lievens op zijn ziekbed
In die omstandigheden ging ik mijn arme broer in de zaal Max vinden. Kogel in de buik en buikvliesontsteking ! Die woorden waren in mijn hart en ogen gebrand en wentelden door mijn hoofd. Alle ijzeren beddekens van de zaal dansten voor mijn ogen en beletten me Jules te herkennen. Hij lag nochtans voor mij, juist in het eerste bed en zijn koortsige, starre ogen waren vlak op mij gericht en zijn lippen mompelden flauwtjes mijn naam. Een ziekendienster bracht me tot bij hem. Ik had enkel de kracht een ‘Juleke’ te stamelen, een eindeloze droefheid brak mijn hart. Ik kreeg een krop in de keel en een vloed van tranen viel op de bleke wangen van mijn ongelukkige broer…
Dit duurde gelukkige maar een stonde, want direct besefte ik welke slechte indruk dit op Jules kon maken en aanstonds begon ik hem moed in te spreken. Hij leed veel van de dorst, maar omdat hij wist dat hij niet mocht drinken, bleef hij kalm en klaagde niet. Het standvastig op de rug liggen zonder te verroeren, vermoeide hem. Maar omdat hij wist dat hij absoluut stil moest liggen, probeerde hij zelfs niet zich te verleggen. Zijn geduld en zijn kalmte hebben veel bijgebracht tot zijn spoedig herstel dat waarlijk wonderbaar is geweest. Tijdens de drie dagen dat ik bij hem bleef, was hij al zover dat hij om zo te zeggen als gered mocht worden beschouwd en ik min of meer gerustgesteld mocht vertrekken.
bron : André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo
De Britten proberen het door de Duitsers bezette dorp Passendale nabij Ieper te veroveren. De Canadezen voeren de aanval uit op 26 oktober 1917, maar de opmars verloopt pijnlijk langzaam door de verschrikkelijke toestand van de grond en het overvloedige gebruik van mosterdgas door de vijand. Uiteindelijk valt het dorp op 6 november 1917, waarmee het offensief dat eind juli begon, daadwerkelijk eindigt.
De derde slag bij Ieper vormt in alle opzichten een verschrikking voor de Britten. Zo’n 310.000 soldaten werden gedood, gewond of gevangen genomen en dat voor een krappe 8 km terreinwinst. Bovendien raakten al hun reserves op het westfront uitgeput. Bij de Fransen zijn 85.000 slachtoffers gevallen, bij de Duitsers 260.000. De Britse opperbevelhebber, veldmaarschalk sir Douglas Haig, wordt alom bekritiseerd omdat hij de operatie doordreef hoewel al gauw duidelijk werd dat hij niet de gewenste doorbraak kon forceren.
het schilderij hieronder is van de Belgische kunstenaar Alfred Bastien en draagt de titel “Canadian gunners in the mud”.