dood van Arthur Graeme West

ArthurGraemeWestEen sluipschutter maakt op 3 april 1917 nabij Bapaume een einde aan het jonge leven van Arthur Graeme West (26 jaar), schrijver en oorlogsdichter. In 1915 treedt West in dienst uit een gevoel van plichtsbesef en patriottisme, maar geleidelijk aan ontwikkelt hij een intense afkeer voor het leger, ook al omdat hij individualistisch ingesteld is en routine haat. Die toenemende afkeer verwoordt hij in twee oorlogsgedichten :”God, How i hate you” en “Night patrol”.

In 1919 verschijnt postuum zijn boek “the diary of a dead officer“. Een hartverscheurend eerbetoon aan een verloren generatie van soldaten dat tegelijkertijd een ontluisterend beeld schetst van het leven in het leger.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

Louis Ponjaert redder in nood

Louis Ponjaert, kapitein van de O.151 Nadine, redt op 30 maart 1917 de volledige bemanning (73 personen) van het Britse schip Liverpool. De 0.151 Nadine is misschien wel recordhouder van het aantal geredde schipbreukelingen onder de Oostendse schepen die tijdens de eerste wereldoorlog naar Groot-Brittannië zijn uitgeweken.

Eerder, op kerstdag van het jaar 1915, redde kapitein Ponjaert ook al 42 opvarenden van een Brits vrachtschip dat zonk nadat Duitsers het hadden getorpedeerd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

reddingsboot1917

besneeuwde loopgraven aan Ijzerfront

Raoul Snoeck heeft er een maand opleiding in Frankrijk opzitten als hij op 1 januari 1917 terug naar België komt met zijn compagnie. Na 2 dagen rust keert hij terug naar de loopgraven.

6 januari 1917 : In de loopgraven van Noordschote. De winter is guur. Het vriest dat het kraakt. ’s Nachts gaan we op verkenning over et ijs. Dat is prettig in een kalme sector. We bevinden ons hier op grote afstand van de vijand en de Moffen laten ons met rust.

10 januari 1917 : In rustperiodes krijgen we veel oefeningen. Vandaag keren we terug naar de loopgraven, waar het eentonige leventje herbegint. Ik moet voor vierentwintig uur naar de voorposten waar ik in 1915 tweemaal gewond raakte.

16 januari 1917 : Naar Stavele op rust. Het 4e linie komt ons aflossen.

bron : Raoul Snoeck, n de modderbrij van de IJzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

Winter1917_01.jpg

 

Talbot House breidt uit

Talbot House komt duidelijk tegemoet aan een nood bij Britse militairen. Minder dan een jaar na de opening op 11 december 1915 (lees artikel hier) wordt op 3 december 1916 het erachter gelegen Hoppemagazijn toegevoegd.

In Talbot House gaan misvieringen door, maar er ontwikkelt zioch ook een breed cultureel aanbod : lessen, lezingen, filmvoorstellingen, schaakwedstrijden, concerten, optredens van goochelaars en woordkunstenaars, toneel…

Toeristische tip : Talbot House (Gasthuiststraat 43, Poperingen) voert je terug naar het authentieke kader van tijdens de eerste wereldoorlod. Net als toen kan je hier ook nu nog overnachten voor een of meerdere dagen.

talbothouse_kantine_april1916

de kantine in Talbot House – april 1916

Oswald Boelcke sneuvelt

Oswald Bölcke was de zoon van een Duitse onderwijzer die in Argentinië lesgaf. Vandaar dat Oswald en zijn broer Wilhelm hun naam consequent op de Latijnse wijze schreven : Boelcke. Oswald was al voor de oorlog aan een officiersopleiding begonnen, maar in de zomer van 1914 ging hij over naar de Fliegertruppe. Op 15 augustus 1914 haalde hij zijn vliegexamen. Samen met Wilhelm vloog hij 50 missies, waarna zij het Ijzeren Kruis tweede klasse kregen. Maar dit succesvolle duo wekte antipathie op bij andere vliegeniers en vandaar dat Oswald naar de Fliegerabteilung 62 overging en jachtpiloot werd.

Oswald_Boelcke_(ca._1916).jpgIn juli 1915 kregen Boelcke en Max Immelmann de nieuwe Fokker E1 om mee te vliegen. Het was het begin van de Fokker-eenzitters met het Parabellum-machinegeweer waarmee gesynchroniseerd door de propellors heen geschoten kan worden. Wat volgende was een periode die de Fokker-gesel genoemd werd : maandenlang heerste er een strijd wie de meeste tegenstanders had neergehaald, Boelcke of Immelmann. Boelcke werd de eerste Ueberkanone nadat hij op 12 maart 1915 zijn tiende vliegtuig neerschoot.

Op 18 juni 1916 is de strijd tussen Boelcke en Immelmann gestreden als Immelmann, die met 17-18 achterstaat, gedood wordt. Keizer Wilhelm houdt daarna Boelcke, de grootste Duitse held van dat moment, aan de grond en stuurt hem op tournee door de Balkan, Bulgarije en Turkije. In die tijd schrijft Oswald ook zijn Dicta Boelcke, het handboek dat de leidraad wordt voor alle succesvolle Duitse jachtpiloten. Boelcke mag zijn eigen eskader samenstellen, de Jasta 2 (Jagdstaffel 2), met onder meer Manfred von Richthofen en Erwin Böhme. De overwinningen rijgen zich aaneen, het totaal van Boelcke zal tot 40 reiken.

Maar op 28 oktober 1916 gaat het mis. na zijn zesde opstijging van die dag zit zijn veiligheidsgordel niet goed. Tijdens het luchtgevecht wordt zijn vleugel geraakt door Böhmes vliegtuig, maar Boelcke weet zijn toestel, een Albatros D.II toch relatief netjes aan de grond te zetten. Vanwege zijn losse riem en het feit dat hij nooit een helm draagt tijdens het vliegen, wordt toch het levenloze vliegtuig van de 25-jarige Boelcke uit het vliegtuig gehaald.

Erwin Böhme, die zich schuldig voelt aan de dood van Boelcke, kan nog net weerhouden worden van zelfmoord. Het Britse Royal Flying Corps dropt een dag later een krans bij Jasta 2 waarop staat :”Ter herinnering aan kapitein Boelcke, een dappere en ridderlijke tegenstander”.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

 

het einde van zeppelin L31

Op 1 oktober 1916 is Heinrich Mathy in zeppelin L31 op weg naar Londen samen met 10 andere zeppelins. Kapitän Leutnant Mathy is dan al een ervaren luchtkapitein en heeft er 14 gevechtsvluchten opzitten. Hij is ook de officier die de meest succesvolle aanval op Londen heeft uitgevoerd op 8 september 1915. De aanval kostte 22 mensen het leven en veroorzaakte 1,5 miljoen pond schade.

Maar in 1916 zijn de Britten minder hulpeloos tegenover de zeppelins. De Britse piloten wachten niet meer tot ze een zeppeling zien alvorens op te stijgen. Ze lossen mekaar af in patrouilles zodat ze veel sneller op gelijke hoogte met de zeppelin kunnen zijn. Bovendien worden de piloten geholpen door de zoeklichten die de zeppelin in de lucht volgen.

Vanaf 8 uur ’s avonds wordt de L31 door de zoeklichten gevolgd. Kapitän Leutnant Mathy besluit de aanval op Londen af te breken en laat zijn bommen eerder vallen om zo hoger te kunnen opstijgen. Zijn zeppelin ligt onder vuur van luchtafweerbatterijen.

Om kwart voor middernacht nadert luitenant Wulstan Tempest de zeppelin. Hij vuurt op de zeppelin, keert terug en blijft vuren tot hij merkt dat de zeppelin begint te branden. Het spektakel van de brandende zeppelin in vrije val is van kilometers ver te zien. Tijdens de val moet ieder bemanningslid beslissen of hij springt of in de vlammen omkomt. Mathy beslist uit de zeppelin te springen. De zeppelin zelf komt met een vreselijk lawaai terecht in Potters Bar.Heinrich Mathy vindt daar ook de dood. Als zijn lichaam uit de aarde wordt opgetild, blijft er een afdruk achter. Die afdruk staat op onderstaande foto.

bron : http://www.hellfirecorner.co.uk/pottersbar/pottersbar.htm

Zeppelin_Pottersbar_october1916.jpg

 

 

 

 

 

een geweigerd medisch onderzoek

HarryFarr_1916.jpgDe Britse soldaat Harry Farr dient op 17 september 1917 een verzoek in om een medisch onderzoek te krijgen, maar dat weigeren zijn oversten. Na discussies, trekken en duwen plaatst men hem onder arrest. Op 2 oktober verschijnt hij voor de krijgsraad zonder dat er een advocaat beschikbaar is en krijgt hij de doodstraf wegens “lafheid”. Op 16 oktober verschijnt hij voor het vuurpeloton.

Het geval Harry Farr verschilt van vele andere geëxecuteerden omdat de shellshock waaraan hij lijdt, duidelijk is vastgesteld. Tussen 9 mei 1915 en oktober 1915 is hij daarvoor in behandeling, maar dan moet hij terug naar het front. De rechtbank die hem veroordeelde, is op de hoogte van zijn gezondheidstoestand, maar houdt er geen rekening mee.

Pas in 2006 krijgen Harry Farr en zijn lotgenoten officieel eerherstel. Zijn toen 93-jarige dochter Gertrude Harris streed daar jarenlang voor.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

Belg en Fransman gefusilleerd in Hasselt

In de schoolkazerne in Hasselt schieten Duitse militairen op 12 augustus 1916 twee mensen dood : de Fransman Sylvain Duval en Hendrik Vervoort, onderwijzer in Meeuwen. Allebei worden ze in Zonhoven begraven.

Hendrik Verdonck neemt op 1 augustus 1914 voor de duur van de oorlog vrijwillig dienst bij het 2e regiment Jagers te Voet. Van oktober 1914 tot begin 1915 is hij omwille van verwondingen enkele malen gehospitaliseerd in Aberdeen en Calais. Daar wordt hij op 1 april 1915 wegens verwondingen aan het oog afgekeurd voor de velddienst. Hij meldt zich dan als vrijwilliger bij de spionagedienst met vertakkingen tot in Noord-Frankrijk. De Franse officier Sylvain Duval leidt samen met hem het gezelschap. Op 6 mei 1916 wordt Hendrik door de Duitsers gevangen genomen.

De Franse militair Sylvain Duval is sergeant bij het bataljon Douaniers en Infanterie. Hij komt naar België om enkele sabotagedaden te plegen. Zo is hij betrokken bij een “vernietigingsopdracht” in september en november 1915. In april 1916 is hij opnieuw in ons land om een inlichtingendienst op te zetten in Charleroi en Hirson, Frankrijk. Via zijn opdrachtgevers in Rotterdam komt hij in contact met Hendrik Verdonck. Na enkele onvoorzichtigheden arresteren de Duitsers hem. De Duitsers vinden een kaart die Duval vanuit Brussel naar Verdonck schreef en pakken daarop de Limburger op.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://hasel.be/node/270214
http://www.hetstadsmus.be/images/dbimages/docs/pub_keik046.pdf

 

HendrikVerdonck1916.Jpg

zeppelin ter zee voor Oostende

De schrijver van dienst van het Davidsfonds in Oostende noteert op 10 augustus 1916 hoe een zeppelin over de stad vliegt.

Rond 9u ’s avonds hoort men opeens het doffe gestamp van een motor hoog in de lucht en statig naderde een log gevaarte als een reusachtige sigaar. Geen gedonder van afweerkanonnen kondigt het toestel aan. Geen lichtkogels begeleiden zijn vaart. En geheimzinnig verdwijnt het in noordwestelijke richting.

’s Anderendaags luiden de officiële berichten dat de zeppelin Engeland bombardeerde en behouden terugkeerde. Een paar bewoners weten beter : bij het aanbreken van de ochtend hebben ze hevig kanonvuur gehoord en een donkere massa zien drijven op de zee. Een aantal nieuwsgierigen trok naar de dijk en, inderdaad, daar lag het monster te drijvenb met gebroken vleugels.

De foto bij dit bericht toont een zeppelin nabij Oostende. Maar de pagina waar ik de foto vond, had het over 10 augustus 1915 en niet 1916. Vraag is dus welke bron het juiste jaar vermeldt.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds
http://florsnieuweblog.blogspot.be/2014_04_01_archive.html

Zeppelin_Oostende_19160810.jpg

Pozières heroverd

Einde juli 1916 worden de Australische soldaten voor het eerst ingezet tijdens de slag om de Somme. Het Britse opperbevel richt zijn aandacht op een heuvelrug nabij Pozières. Vandaaruit is een aanval op Duitse versterkingen ten noorden van Thiepval mogelijk. In het oorspronkelijk plan had Thiepval al op 1 juli 1916 bij het begin van de slag in Britse handen moeten vallen.

Tussen 23 juli en 5 augustus 1916 veroveren de Australische 1e en 2e divisies Pozières en de nabijgelegen heuvelrug. De eerste aanval start op 23 juli 1916 om 12u30 en de Australiërs dringen door tot de hoofdstraat van Pozières.  De Duitse tegenaanval mislukt en in de nacht van 23 op 24 juli rukken de Australiërs verder op. Daarna worden ze het doelwit van de Duitse artillerie. Op 27 juli neemt de 2e divisie de posities over van de 1e divisie.

De 2e divisie moet de heuvels rond Pozières innemen. De aanval begint op 29 juli om 12u15 maar de Duitsers slaan de aanval af en de Australiërs verliezen 3.500 soldaten. Ook een tweede aanval kent geen succes. Pas na een intens bombardement op 4 augustus slagen de Australiërs erin om de heuvels in te nemen.

De gevechten bereiken een boerderij met de naam Mouquet Farm. De Duitsers zullen er stand houden tot 26 september 1916. In de zeven weken van gevechten in en rond Pozières verliezen de Australiërs 23.000 soldaten waarvan 6.800 doden. Dit verlies is vergelijkbaar met het verlies van de Australiërs gedurende 8 maanden aan het front in Gallipoli in 1915.

bronhttp://www.awmlondon.gov.au/battles/pozieres
Pozieres1916.jpg