de executie van Mata Hari

Margaretha Geertruida Zelle, een exotische danseres en courtisane, wordt in 1876 geboren in Leeuwarden. Nadat ze in het begin van de eeuw met haar echtgenoot uit Nederlands-Indië is teruggekeerd, begint zij onder het pseudoniem Mata Hari in Parijs op te treden met een mengeling van Indische en erotische dansen, begeleid door gamelanmuziek. Haar optredens en haar persoon worden een groot succes.

mata-hari-4002

Als Nederlands staatsburger kan zij in de oorlog vrij door Europa reizen, een mogelijkheid waar ze veelvuldig gebruik van maakt. Door haar geheimzinnigheid doen er de wildste geruchten over haar de ronde en haar uitgavenpatroon is uitbundig. De Engelsen zijn de eersten die haar verdenken van Duitse spionage, maar zij verklaart een Franse agente te zijn. In januari 1917 zendt de Duitse militaire attaché in Madrid een bericht naar Berlijn waarin Mata Hari bijna met naam en toenaam wordt genoemd als zijnde een waardevolle informante. Van de door de Duitser gebruikte code was geweten dat die gebroken was door de Fransen.

Op 13 februari 1917 wordt Mata Hari gearresteerd in hotel Plaza Athénée in Parijs. De aanklachten tegen Mata Hari zijn zwaar : ze zou niet alleen gespioneerd hebben maar ook een heel netwerk beheren. Ze ontkent alles, maar wordt toch wegens hoogverraad tot het executiepeloton veroordeeld. Met grote waardigheid wordt ze op 15 oktober 1917 door zoeaven geëxecuteerd.

De waarheid over Margaretha Zelle is nooit helemaal boven water gekomen, maar haar veroordeling komt de falende Franse gezagsdragers mooi uit. Mocht ze al gespioneerd hebben, dan is ze zonder twijfel een heel kleine vis geweest.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Mata-Hari-executie

 

 

Belgen volgen opleiding in Bayeux

Brancardier Louis Bruynseels lijkt zijn tijd te verliezen in het Belgische militair opleidingscentrum in Bayeux.

Vandaag (8 oktober 1917) beginnen onze militaire studies :”school van de soldaat is een theorievak dat we letterlijk uit het hoofd moeten leren. ’s Morgens oefeningen op het plein en ’s middags op het open veld. We gaan schieten aan zee in Arromanches (Normandië) op twee uren stappen van Bayeux.

Zo verlopen de dagen met veel werk en weinig eten. Dat laatste ging toch een beetje te ver : veel aardappelen schillen en er niet één op tafel zien komen. Een zekere middag reageerde niemand op de bel. Maar toen de orders werden gegeven, moesten we toch aantreden. We hebben wel iets bereikt maar de volgende dag heeft de majoor toch een hartig woordje met ons gesproken…

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Bayeux_CISLA_Infanterie_1

de vastberaden brancardier

Brancardier Valère De Boodt is op 22 september 1917 voor dertien dagen met verlof in Le Tréport waar ook een deel van zijn familie verblijft. Zijn vreugde maar ook zijn vastberadenheid blijken uit de regels die hij schrijft in zijn dagboek :

Hoe zoet smaakt een verlof na zoveel lange maanden zuur leven, na alle vermoeienissen en gevaren. Na enkele dagen ben ik alweer een heel ander mens. Hoe gelukkig zullen we zijn als deze wrede oorlog voorbij zal zijn. Konden wij maar bij onze terugkeer in België alles terugvinden zoals wij het hebben achtergelaten. Wat moeten vader, moeder en zussen om ons lot bekommerd zijn.

Wees gerust, geliefden, uw zonen doen trouw hun stoere plicht en zullen deze voor u, tot de laatste ademtocht vervullen.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://wo1dudzele.brugseverenigingen.be/NSBDUDZELEDOETDEGROETENAAN/NIEUWMUNSTER19141918

ValereDeBoodt_1918

Valère De Boodt in 1918

 

 

Japanse Canadezen in de eerste linies

Ergens in de omgeving van het Franse dorpje Aix-Noulette sneuvelt Tagakichi Fukuï op 21 september 1917. Hij is een van de Japanse Canadezen die het leven laat in de loop van de eerste wereldoorlog.

Op het einde van de 19e eeuw emigreren heel wat Japanners naar Canada, vooral naar de staat British Columbia, om daar een nieuw leven op te bouwen. Om hun trouw te betonen aan hun nieuwe vaderland willen een aantal onder hen dienst nemen in het Canadese leger. Uiteindelijk slagen 196 Japanse immigranten erin om opgenomen te worden in Engelstalige bataljons in Alberta en trekken naar Europa. 55 zullen nooit terugkeren.

Drie van deze Japanse Canadezen rusten naast elkaar op de gemeentelijke begraafplaats van Aix-Noulette : naast Tagakichi Fukuï zijn dat ook nog Kichimatsu Sugimoto en Yoïchi Kamakura. Deze laatste woonde nog maar negen jaar in Canada op het ogenblik van zijn dood.

JapaneseCanadianSoldier_ww1

Postume prijs voor Hedd Wyn

De Welshe dichter Hedd Wyn (pseudoniem van Ellis Humphrey Evans) krijgt op 6 september 1917 postuum de belangrijkste poëzieprijs van zijn land, de Zetel van de Nationale Eisteddfod.

Een week eerder raakte hij dodelijk gewond op het kruispunt van de Boezingestraat en de Groenestraat in Langemark, bij het Hagebos. Eerder op die dag veroverde hij samen met zijn kameraden van de Royal Welsh Fusiliers nog de Pilkem Ridge in Pilkem, een gehucht van Boezinge.

Hedd Wynn schreef zijn bekroonde gedicht “Yr Arwr” (de held) twee weken voor zijn dood in Fléchin (Frankrijk) toen hij op weg was naar het front in Vlaanderen.

Toeristische tip : Hedd Wyn rust op het Artillery Wood Cemetery (Poezelstraat 3, Boezinge). Er hangt een gedenkplaat aan de gevel van het huis in de Boezingestraat 158 te Langemark bij de plek waar hij sneuvelde. Iedere eerste maandag van de maand is er om 19u een kleine Last Post bij deze gedenkplaat.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Hedd_Wyn.JPG

niet op het appel voor de werkopdracht

Soldaat Herbert Morris verdwijnt op 20 augustus 1917 tijdens een werkopdracht. Samen met anderen van zijn bataljon moet hij munitie leveren aan een artilleriegeschut op een paar honderd meter van het front in Poperinge. ’s Anderendaags duikt hij op in Boulogne, zonder wapen, maar met zijn helm nog op wijn hoofd.

Herbert Morris die opgroeide in Jamaïca, nam op 16-jarige leeftijd vrijwillig dienst in het leger en kwam terecht in het British West Indies Regiment, een eenheid met vooral zwarte soldaten. Aan het front opereren ze als een werkeenheid, ze nemen dus niet werkelijk deel aan de gevechten.

Op 7 september veroordeelt de krijgsraad hem tot de dood met de kogel. Net als tal van anderen brengt hij zijn laatste uren door in de dodencel op de binnenplaats van het stadhuis van Poperinge. Daar staat ook de executiepaal waaraan hij vastgebonden wordt, vroeg in de ochtend van 20 september 1917. Hij krijgt een wit kartonnetje ter hoogte van zijn hart… Om 6u10 klinken de schoten.

Toeristische tip : de binnenplaats van het stadhuis van Poperinge is heringericht compleet met dodencellen en executiepaal.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

executie van John King

In Steenwerck (noord-Frankrijk) executeren Nieuw-Zeelandse manschappen op 19 augustus 1917 soldaat John King, een 22-jarige Nieuw-Zeelander van Australische afkomst die vrijwillig in dienst was getreden. Hij ligt begraven op Trois Arbres Cemetery in Steenwerck (6 kilometer van Bailleul). John King rust hier reeds als het dorp op 10 april 1918 in Duitse handen valt.

In 2007 keurt de Nieuw-Zeelandse regering de Pardon for Soldiers of the Great War Act goed, waarmee ze een laatste eer bewijzen aan soldaten die bij wijze van voorbeeld geëxecuteerd waren. De regering wenst daarmee uit te drukken dat hun veroordeling onrechtvaardig is. Zeven jaar later is een delegatie in Steenwerck om daar het eerherstel van John King aan te kondigen.

Op Trois Arbres Cemetery (Steenwerck, Frans-Vlaanderen) rusten 1074 manschappen uit het Gemenebest onder wie 213 Nieuw-Zeelanders en 470 Australiërs. Vier van hen zijn zogenaamde shot at dawns (geëxecuteerd in de ochtend wegens desertie).

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ShotAtDawn

les enfants de l’Yser

De eerste oorlogsjaren is het relatief veilig in Wulpen in onbezet gebied. Het Belgische leger vormt de dorpsschool om tot noodhospitaal en de nonnetjes van de school steken ook hier de handen uit de mouwen. Ze horen tot de orde van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Bunderen.

Vanaf 1917 nemen de bombardementen toe in aantal en in hevigheid. Veel dorpelingen nemen de wijk naar Frankrijk en op 3 augustus 1917 volgen ook de zusters hen. Samen met zeventig kinderen krijgen ze een plek in de schoolkolonie van Le Vesinet, een paar tientallen kilometers buiten Parijs. Samen met andere kinderen uit onbezet gebied vormen ze daar de Colonie des Enfants de l’Yser.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

LesEnfantsDelYser

de laatste overwinning van Chadwick

De befaamde Canadese jachtpiloot Arnold Jacques Chadwick behaalt  op 25 juli 1917 zijn allerlaatste overwinning, zijn elfde. Hij vormt een team met Albert Enstone en Ronald Keirstead en samen slagen ze erin een Duits watervliegtuig te vernietigen ten noorden van Oostende.

Drie dagen later onderneemt hij een bijzonder moedige maar evenzeer risicovolle aanval op een formatie van maar liefst negen Duitse vliegtuigen. Hij verliest het gevecht en moet in het Kanaal duiken ter hoogte van de Panne. Enkele weken later spoelt zijn lichaam aan in de buurt van Duinkerke.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ArnoldJacquesChadwick.png

 

 

Belgische cavalerie verovert U-boot UC-61

UC-61 en haar bemanning zouden de onfortuinlijke faam krijgen om gevangen genomen te worden door een Belgisch cavaleriedetachement. De nieuwe UC-61 komt eind februari 1917 aan in Zeebrugge, onder bevel van Oberleutnant zur See Georg Gerth. Gerth en zijn bemanning zouden een korte carrière beschoren zijn, maar kunnen vier missies uitvoeren in vijf maanden tijd.

Op 5 maart 1917 torpedeert de UC-61 het Britse passagiersschip SS Copenhagen in de nabijheid van het lichtschip Noordhinder. Pas zes weken later vertrekt UC-61 op haar eerste mijnenlegmissie richting Kanaal. Op deze reis keldert ze ook nog vier schepen. Bij een aanval op het Franse schip SS Nelly wordt de UC-61 beschoten en beschadigd. De opgelopen schade houdt UC-61 vrij lang in het droogdok. Op de derde missie in juni 1917 legt de UC-61 een mijnenveld nabij Brest waardoor de Franse pantserkruiser Kléber zinkt.

Op 25 juli 1917 verlaat UC-61 Zeebrugge voor de laatste keer. In de vroege uren van 26 juli duikt er een lichte mist op. In plaats van op de bodem een tijd af te wachten, vaart UC-61 verder. Om 4u20 raakt de UC-61 de bodem. Bij het ochtendgloren zien de Duitsers dat ze op het strand van Wissant zijn terechtgekomen, op nog geen 800 meter van de duinen. De bemanning gooit obussen en torpedo’s overboord maar slagen er niet in om hun U-boot vrij te krijgen. Franse douaniers komen erbij uit en verwittigen de militaire autoriteiten in Calais. Een Belgische cavaleriepost wordt bevolen ter plaatse te gaan kijken. En zo nemen 40 ruiters van de vijfde lansiers  25 Duitse matrozen gevangen.

Bronnen
Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds
http://uboat.graptolite.net/UC61.html
http://www.uboat.net/wwi/boats/index.html?boat=UC+61

UC61_1917