Mata Hari ter dood veroordeeld

In Parijs veroordeelt de krijgsraad op 24 juli 1917 de Nederlandse Margaretha Geertruida Zelle, beter bekend onder haar artiestennaam Mata Hari, ter dood wegens spionage.

In 1887 huwt de latere Mata Hari met een twintig jaar oudere Nederlander van Schotse afkomst. Het huwelijk geeft haar toegang tot de hogere Haagse kringen en brengt haar op termijn naar Indonesië, waar ze de lokale tradities bestudeert en lid wordt van een dansgroep.

Terug in Nederland scheidt het koppel en begint Mata Hari een carrière als danseres, die haar over heel Europa en ook in de Verenigde Staten brengt. Haar reizen en haar contacten met diverse hoge militairen maken haar verdacht en de Franse justitie houdt haar reeds geruime tijd in het oog. Op 13 februari 1917 wordt ze gearresteerd op verdenking van spionage. Na een kort proces veroordeelt de krijgsraad haar unaniem ter dood. Haar hoger beroep op 18 augustus verandert daar niets aan en op 15 oktober 1917 volgt de dood met de kogel.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

matahari

Na de Franse tankaanval

In het vorige blogbericht over Herbert Sulzbach lijkt het misschien of hij een rustig leventje leidde van trein naar verlof naar trein terug… Dat is allerminst het geval. Herbert Sulzbach is wel degelijk geruime tijd in de eerste frontlinies aanwezig.

2 juli 1917 : Ik bereik mijn nieuwe frontlinies. We zijn gelegerd links van de fel bevochten Winterberg, ongeveer 25 kilometers van Laon, en ten zuidoosten van ons ligt Reims. Of beter gezegd, onze positie lugt tussen Craonne en Barry-au-Bac. Aan het front is het bar en leeg en relatief rustig. (…) ALs ik neem ik foto’s met mijn draagbare camera. Je zou kunnen zeggen dat ik de regimentsfotograaf geworden ben.

Ik wandel naar de eerste linies en kom voorbij heel wat Franse tanks die uitgeschakeld zijn tijdens de laatste aanval. Er zijn er 20 in onze sector, en drie ervan liggen in onze linies. Één kanonnier van onze batterij die hier voor ons lag, heeft er 6 uitgeschakeld op zijn eentje. 24 uur later kreeg hij het Ijzeren Kruis eerste klasse. De dag erna werd hij tijdens gevechten gedood.

Ik zie nu voor de eerste keer deze ijzeren monsters en ik begrijp het gruwelijk effect op het moraal van de soldaten tijdens de gevechten. Onze infanterielinies liggen voor de ruïnes van Juvincourt.

Bron : Herbert Sulzbach, with the German Guns, Pen & Sword Military

CharSaintChamond02

 

Herbert Sulzbach van oost naar west

Herbert Sulzbach is een Duitse luitenant bij de artillerie. In het laatste blogbericht over Sulzbach zagen we dat hij begin mei toekwam aan het oostfront. Maar lang blijft hij daar niet. In mei en juni reist hij geregeld met de trein om naar het westfront, het thuisfront en weer het westfront te gaan. Een korte samenvatting uit zijn dagboek.

Als ik in Lemberg ben (huidige naam Lviv in Oekraïne), bezoek ik mijn nicht Vera, wiens echtgenoot een Hongaars regiment leidt aan het oostfront. ‘S Middags reis ik door naar Krasnoe en dan naar Zolochev, het laatste station voor het front. Ik kom aan in een mooie bosrijke omgeving waar Oostenrijkse, Hongaarse en Duitse troepen gelegerd zijn. (…) Hier ontmoet ik ook mijn oude kameraad luitenant Kirsten.

9 mei 1917 : Ik krijg het nieuws dat ik ben overgeplaatst naar het 5e veldartillerieregiment aan het westfront.Op 13 mei reis ik door naar Lemberg, Przemysl, Krakau en Oderberg. Na een tussenstop in Frankfurt-am-Main zet ik de reis verder naar het westen.

Herbert Sulzbach neemt nog verlof en bezoekt zijn familie in Berlijn en Frankfurt-al-Main. Daarna gaat hij naar zijn nieuwe regiment in Ardon, Frankrijk. Hij maakt er aanvallen en tegenaanvallen mee nabij Berthe-Ferme. Begin juni 1917 wordt het regiment een rustpauze gegund en gaan de soldaten naar hun nieuwe omgeving achter het front, nabij Roisin aan de Belgisch-Franse grens. Op 13 juni 1917 kan Herbert Sulzbach zijn familie weer bezoeken in Frankfurt-al-Main. Op 27 juni is zijn verlof over en reist hij weer naar het front langs Keulen, Brussel en zo naar Laon om te eindigen aan het front bij Sissonne.

Bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

IMG_0145

Lange Max vuurklaar in Koekelare

Lange Max, zoals het kanon in de volksmond heet, vuurt op 27 juni 1917 van in Koekelare zijn eerste schoten af in de richting van het ongeveer 45 kilometer verder gelegen Duinkerke. Na een reis van ongeveer anderhalve minuut treft het projectiel het casino van Malo-les-Bains waar een Britse legerafdeling haar hoofdkwartier heeft. Er vallen elf dodelijke slachtoffers en dertien gewonden. Nog 46 andere projectielen komen vandaag op de stad terecht.

In totaal zal het reusachtige kanon 411 projectielen afschieten vooraleer het naar het einde van de oorlog toe in Belgische handen zal vallen. In een nabije schuur is een museum ingericht over de geschiedenis van de Lange Max.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

LangeMax_Koekelare

de Ville de Liège in Britse dienst

Vanaf 21 juni 1917 tot en met 31 december 1918 staat de Belgische maalboot Ville de Liège onder het commando van het Britse ministerie van Oorlog en doet dar dienst als hospitaalschip. In deze periode maakt het schip talloze overtochten tussen Groot-Brittannië en het vasteland waarbij het 77.194 gewonden en 36.356 valide manschappen transporteert.

In de voorafgaande oorlogsjaren, onder meer tijdens de slag aan de Ijzer (1914), vervoerde het schip gewonden en allerhande materiaal waaronder munitie, tussen het onbezette gedeelte van de Belgische kust en Frankrijk. Later werden de gewonden per trein vervoerd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ville de liege 03

Raoul Snoeck vertrekt op cursus

Na dertien maand uitstel wegens twee verwondingen ben ik uiteindelijk vertrokken naar Gaillon. Ik kijk er eerlijk gezegd niet naar uit om bevorderd te worden. Want als de oorlog voorbij is, blijf ik niet bij het leger aangezien me thuis een job wacht.

Mijn commandant spoort me al geruime tijd aan me voor te bereiden op het examen van officier. Om hem tevreden te stellen heb ik ingestemd ook omdat verschillende makkers reeds officier zijn. Ik heb geen behoorlijke kleren meer. Die zijn enkele dagen geleden opgebrand (lees daarover in dit artikel) . Mannen van de compagnie en vrienden staan me bij. De ene bezorgt me een broek, de andere een jas, nog een andere schoenen, kousen, een hemd, enzovoort. Dankzij die verschillende onbaatzuchtige leveranciers raak ik op een fatsoenlijke manier uitgedost om in Gaillon mijn intrede te doen.

(…)

Nauwelijks zijn we uit de trein gestapt of we raken weer vast in de klemschroeven van een strenge tucht. Korte bevelen weerklinken. We vormen rijen langs de weg tussen het station en Gaillon-stad. We blijven er meer dan een half uur staan onder een loden hemel in onze zware legerjas met volledige uitrusting. Eindelijk rukt de kolonne nieuwkomers op richting stad. Na een mars van vijfendertig minuten komen we bestoft en bezweet in de kazerne aan.

Ons nieuw verblijf is een heel groot vierkant gebouw  van binnen naakt en streng. Onze eerste indruk is niet gunstig, we betreuren bijna het front, het bohemerleven en de vrijheid van ons kantonnement te hebben verlaten.

bron ; Raoul Snoeck, in de modderbrij vn de Ijzervallei, uit het Frns vertaald door André Gysel

Gaillon_GrandeGuerre

de Midinettes willen de Engelse week

Over stakingen moet de Franse pers heel terughoudend schrijven maar vanaf mei 1917 verschijnen er plots lange artikelen over een heel bijzondere actie in Parijs : de Midinettes, de naaisters van de grote couturehuizen, leggen het werk neer. De werkgevers hebben eenzijdig beslist om de ateliers op zaterdagnamiddag te sluiten en die halve dag ook af te houden van het loon. De Midnettes – zo genoemd omdat ze ’s middags de ateliers verlaten om op straat te eten – eisen de invoering van de semaine anglaise, de werkweek van vijf en een halve dag, met behoud van loon. 10.000 naaisters sluiten zich bij de beweging aan.

De vrouwen trekken geregeld door de straten en houden massabijeenkomsten. De dames manifesteren in keurige kledij en houden het strikt bij de eisen van hun sector. Ze dragen de tricolore mee en nergens klinkt kritiek op de oorlog. Zonder het te willen brengen ze een stakingsgolf op gang die veel grimmiger en politieker is dan hun sympathieke actie in de modewereld.

In mei, juni en juli 1917 volgen er stakingen in tientallen sectoren, in en om Parijs. Er nemen rond de 130.000 mannen en vrouwen aan deel. 80 % van de stakers zijn vrouwen, met de dames uit de munitiefabrieken als hardste klanten. Het meest verontrustende aan de stakingsgolf van mei-juni 1917 is de pacifistische toon die de politie hier en daar opmerkt. “Weg met de oorlog” blijft een zeldzame slogan, sommige betogers zingen de Internationale en als ze de tricolore meedragen, plooien ze die zo dat alleen het woord zichtbaar is.

Onderstaande tekening komt uit de stripreeks “Moeder oorlog” van Kris & Maël.

MoederOorlog_midinette

Barthas en de sovjet

De muiterijen nemen hand over hand toe en Louis Barthas krijgt er in zijn regiment ook mee te maken.

Op 30 mei 1917 werd er ’s middags buiten het dorp een vergadering gehouden om naar het voorbeeld van de Russen een sovjet samen te stellen uit drie soldaten per compagnie die de leiding van het regiment zouden overnemen. Tot mijn grote verbazing boden ze mij het voorzitterschap van de sovjet aan. Dat wilde zeggen dat ik niemand minder dn de kolonel moest vervangen. Zie je het al voor je ? Een gewone boer als ik die in augustus 1914 zijn werk had  achtergelaten, moest nu het 296e regiment commanderen. Dat overtrof alle verbeelding.

Ik weigerde natuurlijk, want ik had geen zin om voor een kinderachtige na-aperij van de Russen met de executiepaal kennis te maken. Ik besloot een schijn van wettelijkheid aan deze revolutionaire demonstraties te geven. Ik stelde een manifest op om aan onze compagniecommandanten te overhandigen waarin geprotesteerd werd tegen het uitblijven van de verloven.

Het manifest begon als volgt :’Aan de vooravond van het offensief heeft generaal Nivelle aan de troepen een dagorder laten voorlezen waarin stond dat het uur van het offer had geslagen… Wij hebben ons leven voor het Vaderland opgeofferd maar nu is het de beurt aan ons om te zeggen dat het uur van de verloven allang heeft geslagen.’

Zo was de opstand in wettelijke banen geleid. Het manifest werd door een poilu die schrijlings op een boomstronk zat met duidelijke stem voorgelezen. Een razend applaus begeleidde zijn laatste woorden. Het streelde mijn ijdelheid maar matig. Want als ze zouden horen wie dit protest had geschreven, hoe gematigd dan ook, was mijn situatie duidelijk.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken 1914-1918, vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen

CharlesVally_Mutin1917

 

muiterij in Ville-en-Tardenois

In het 41e infanterieregiment, gelegerd in Ville-en-Tardenois bij de Chemin des Dames, begint een grote muiterij. Meer dan tweeduizend soldaten houden een demonstratie bij het gemeentehuis.

De generaals Joseph Bulot en Paul Mignot trekken ernaartoe om de soldaten tot kalmte aan te sporen. De toestand wordt levensbedreigend voor generaal Bulot, die door zijn manschappen gehaat wordt. Na enkele beloftes van generaal Mignot, zoals het terugtrekken van twee regimenten naar het achterland, weg van het front, keert de kalmte terug.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Onderstaande tekening is van Jacques Tardi.

Tardi_mutineries02.jpg

Ontmoeting van wapenbroeders in Parijs

Raoul Snoeck is in Parijs waar hij een oude kameraad ontmoet.

17 mei 1917. Sinds twee dagen ben ik in Parijs. Vandaag heb ik Freddy Lecluse bezocht. ’s Namiddags zijn we samen naar Garche geweest. Op de heuvel vinden we een dure herberg met slechte wijn. Het weer is heerlijk. In de tuin schommelen vrouwen onvermoeibaar heen en weer. Sommigen nemen de voorzorg hun rok vast te spelden, maar dan wel boven de knieën om ons hun onberispelijk mooie benen te laten zien. Oh, die vrouwen ! We keren naar huis terug met een lege maag langs een stille welriekende lommerrijke dreef. Aan de hemel staan heel veel sterren.

20 mei 1917. Ik neem afscheid van Freddy. Met beklemd hart verlaat ik hem. Ah ! Bob de Béthune en Freddy, twee echte vrienden. Morgen lig ik opnieuw aan de ketting. Zou de trein niet kunnen ontsporen voor mij alleen ?

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

RaoulSnoeck_FreddyLecluse1917.jpg