Lannoo en het 16e linieregiment in de eerste linies

Joris Lannoo, onderluitenant bij het 16e linieregiment, is aanwezig vanaf de eerste dag van het bevrijdingsoffensief (28 september 1918). Hij rukt op met zijn compagnie door het bos van Houthulst. Hij verliest er echter zijn kameraden Paul Impe en Paul de Beir. In de late voormiddag van 29 september zijn er hevige gevechten aan de heuvelrug bij Broodseinde. Bij de herhaalde aanvallen die Joris Lannoo en zijn mannen en zijn mannen moeten uitvoeren, loopt de onderluitenant een lichte vertoning op aan zijn hoofd. Uiteindelijk slagen ze er toch in om dichter bij de bijna volledig vernielde dorpskern van Moorslede te komen. De soldaten komen uit de inundatiegebieden aan de Ijzer en zien voor het eerst weer struiken en bomen ! Kapitein Jacoby noteert waarderend dat het 16e linieregiment “de vijand aan het wankelen brengt en zoals een speer in de wonde dringt. Het dekt de opmars van onze 8e divisie naar Roeselare.”. Op 1 oktober 1918 slaagt het 16e linieerde;ent erin om verbinding te maken met het 17e linieregiment, dat op Beitem afstevent.

Tegen de middag vertraagt de gehele opmars. De weersomstandigheden worden opnieuw heel slecht en de toevoerwegen, die er verschrikkelijk bijliggen, slibben dicht in een ongeziene verkeerschaos. Het doodvermoeide 16e linieregiment is niet meer in staat om onbeschut en uitgeput stand te houden in de ondergelopen kraters. Het mag zich uit de strijd terugtrekken en kan wat op adem komen in het militaire kamp van Koksijde.

Lang duurt de rustperiode niet. De legerleiding beslist op 14 oktober 1918 een nieuw offensief in te zetten. In de eerste uren valt de Zilverberg in de handen van de Belgen, die blij zijn dat ze de enorme slijkpoelen achter zich kunnen laten. Daarna barst de strijd om Roeselare in alle hevigheid los. Op 14 oktober is Roeselare bevrijd. Het 16e linieregiment wordt ijlings vanuit Koksijde via Veurne naar Diksmuide gebracht. Op donderdag 17 oktober 1918 begint een nieuwe opmars voor Joris Lannoo. Nog diezelfde dag trekt de compagnie door Zarren. Voorbij Zarren blijkt dat de Flandern I Stellung het begeeft. Het Duitse bunkersysteem kraakt in al zijn voegen.

bron : Romain Vanlandschoot, een Vlaamse Viking aan het front, Lannoo

Roeselare_1918

 

weerzien nabij moeder Lambik

Gaston Le Roy is einde september van de frontlinies weggehaald. (Lees meer daarover in dit artikel) . Hij herstelt in Frankrijk en keert daarna terug naar zijn kameraden.

1 oktober 1918 : Ik heb lange uren in dat hospitaalbedje gerust. Mijn lichaam herpakt zich, ik voel me genezen. Maar mijn voet blijft me eraan herinneren waarom ik hier ben.  Ze zeggen dat duizenden mannen zijn omgekomen. Hier liggen veel zwaargewonden. Toen ik mijn voet liet verzorgen en zwaargewonden uitgestrekt op de marmeren plaat onder het mes hoorde kermen, kreeg ik kippenvlees.

2 oktober 1918 : Er zijn hier zoveel gewonden, zoveel dat de dokters de handen meer dan vol hebben en meer doen dan in hun macht ligt. Zij kunnen diet niet blijven volhouden. Ik hou het niet langer uit en trek mankend naar Calais. De dokter neemt dezelfde tram en geeft mijn gezel en mij een berisping, maar verder laat hij ons begaan.

3 oktober 1918 : Een auto brengt mij en anderen naar Saint-Pierre waar we zonder bevel moeten uitslapen. We bezien elkaar en vragen ons af : wat nu ? Ik sta op een schoen en een kous. Eindelijk na lang wachten duikt iemand op en die beveelt ons de tram te nemen naar Guines. Daar staat een wagen die ons naar Campagne brengt. Naar verluidt zijn de barakken van de ruiterij maar ze doen dienst als hospitaal.

6 oktober 1918 : De herstelden of wie zich als zodanig beschouwt, want velen zijn nog niet helemaal genezen, verlaten Campagne en trekken naar Gravelines. Ik ben bij de besten en verlang mijn wapenbroeders terug te zien. Door regen en modder stappen we naar Guines waar we lang op de trein wachten die ons naar Calais moet brengen.

8 oktober 1918 : In de BRI in Bray-Dunes blijf ik nog genieten van enige rustdagen.

12 oktober 1918 : Ik heb mijn rustoord aan het koele zeestrand verlaten. Ik stap langs Moeder Lambik naar De Panne. Ik ben blij mijn wapenbroeders terug te zien, maar ook heel bedroefd als ik de namen verneem van hen die hun lijdensweg hebben beëindigd. Ik hoor veel vertellen over die bange veertien dagen terwijl ik er niet bij was. Veertien dagen in het rumoer zonder rust, dagen zonder eten of drinken, dagen en nachten in het water, dagen van vruchteloze hoop op aflossing. Velen beweren in de volgende strijd achter uit te zullen blijven. Ik mag hen niet beoordelen. Ik heb dit lijden, dat ik me goed kan voorstellen, toch niet beleefd. Wat zou ik gedaan hebben als ik bij hen was gebleven ?

bron : André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

MoederLambik

Willy Coppens stort neer

Maandag 14 oktober 1918. Om 5u30 openen de kanonnen in het oosten hun vuur. Willy Coppens heeft nog nooit zulk hevig artillerievuur gehoord in deze sector van het front. Om 5u35 komt een van de stafofficieren naar de piloten toe met een noodkreet uit de voorste linies : verniel de observatieballon bij Torhout. De Belgische artillerie is blootgesteld aan trefzeker tegenvuur en de Duitse vuurleider bevindt zich ongetwijfeld in de “saucisse”, die even achter de vijandelijke linies in de lucht zweeft.

Om 5u40 stijft Coppens op met zijn lichtblauwe Hanriot. Zijn formatiegenoot is een nieuwe piloot Etienne Hage. Als ze de loopgravenlinie naderen, ziet Coppens dat het niet om één ballon gaat maar om twee. De ene zweeft inderdaad boven Torhout, de andere stijgt op boven Praet-Bosch. Uit ervaring weet Coppens dat je de lagergelegen ballon als eerste moet aanvallen. Zodra een “saucisse” wordt aangevallen, beginnen de mensen op de grond hem neer te halen. En als een observatieballon genoeg naar beneden is gehaald, wordt het makkelijk voor de verdedigende luchtafweer om de aanvaller te raken.

Vliegtuig_WillyCoppens

Hanriot vliegtuig 

Maar Hage is onervaren en gretig. Coppens stevens af op de Torhout-ballon, maar Hage brengt zijn machine voor die van Coppens en dwingt hem zo de ballon boven Praet-Bosch eerst aan te vallen. Om 6u vuurt Coppens een eerste kort salvo af. Hij ziet dat het omhulsel van de ballon vlam heeft gevat en begint daarom koers te zetten naar de tweede ballon. Hage heeft echter niet gezien dat de ballon is gaan branden, en keert om voor nog een aanval. Ze keren beide terug naar de ballon boven Praet-Bosch en zien hem verkreukeld door het vuur naar de grond dwarrelen. Daarna zetten ze beide koers naar de Torhout ballon.

Coppens vliegt door een hagelstorm van ontploffende luchtafweergranaten en zwaaiende reeksen lichtsporen. Seconden later, het is 6u05, is hij zo dichtbij dat hij het vuur kan openen. Het moment daarop voelt hij een hevige slag tegen zijn linkerbeen. Er voert een witte golf van pijn door zijn lichaam. De schok is zo krachtig dat zijn rechterbeen onwillekeurig uitstrekt waardoor de rechterroerpedaal diep wordt ingedrukt en de machine naar beneden wordt geworpen. Kogels spuiten rond om de rondtollende, slingerende machine.

Nu heeft Coppens slechts twee gedachten. Eén : hij moet de gene linies bereiken, hij wil niet gevangen genomen worden. Twee : hij mag het bewustzijn niet verliezen, dan stort hij neer. Duizelig van de pijn en het bloedverlies rukt hij de vliegeniersbril en leren helm van zijn hoofd. De kou moet hem helpen om wakker te blijven. Dat lukt. Nadat hij de Belgische frontlinie is gepasseerd, maakt hij een buiklanding op een veldje naast een weg. Soldaten rennen naar hem toe om hem te helpen. Coppens wordt samen met twee gewonde soldaten naar een ziekenhuis in de Panne gebracht. Om 10u15 stopt de ambulance voor het Hôpital de l’Océan. Hij wordt op een brancard binnen gebracht. Daarna verliest hij het bewustzijn.

Na een week is het nog onzeker of hij zal overleven. In die week wordt zijn linkerbeen geamputeerd. Coppens wordt getroffen door neerslachtigheid maar zal het toch overleven. Onderstaande schilderij is van Colin Ashford.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

ColinAshford_WillyCoppens

 

Yvonne Vieslet, oorlogsslachtoffer van 10 jaar

Yvonne Vieslet, oorlogsslachtoffer van 10 jaar

Yvonne Vieslet, slechts 10 jaar oud, vraagt aan haar mama, Adeline Van Poeck, of ze mee mag om eten te bezorgen aan haar papa Emile Vieslet, die werkt in het nabije Marchienne-au-Pont. Onderweg ontmoeten ze een groepje Franse militairen, gevangengenomen door de Duitsers. De kleine Yvonne, uitermate verbaasd over de uitgehongerde soldaten, gooit de koek die ze gekregen had op school naar een van de gevangenen.

Een van de Duitse militairen richt zijn geweer, beschiet de kleine Yvonne en treft ook nog vier omstanders. Enkele uren later is Yvonne dood. Een oorlogsslachtoffer van 10 jaar…

Toeristische tip : het monument ter nagedachtenis van Yvonne Vieslet staat in de Rue Ferrer, Marchienne-au-Pont.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

yvonne_vieslet

 

Duitsers verlaten Chemin des Dames

De Duitse troepen verlaten op 10 oktober 1918 definitief de Chemin des Dames, een belangrijke strategische weg op een heuvelrug die enkele tientallen meters boven het landschap steekt. Eeuwenlang al maakten verdedigers en aanvallers er gebruik van.

Van het begin van de oorlog tot in de lente van 1917 is het front stabiel, met de weg in Duitse handen. Verwoede Franse aanvallen leveren niets op, behalve nog meer oorlogsslachtoffers. Pas het offensief in de herfst van 1917 onder leiding van generaal Philippe Pétain leidt ertoe dat de weg weer in Franse handen kwam. Nog eenmaal keren de Duitsers terug, maar na 10 oktober 1918 niet meer.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Het schilderij hieronder is van Alfred Boisfleury, getiteld “Chemin des Dames“.

WORLD WAR I: BATTLEFIELD. Battlefield at Chemin des Dames, on Aisne River, France

Damascus valt !

Na hun overweldigende triomf op de Turken bij de slag van Megiddo in september 1918 vallen de troepen van de Britse generaal sir Edmund Allenby op 1 oktober 1918 de hoofdstad Damascus binnen en nemen 20.000 Turken gevangen. Ze worden aangevoerd door de Australische 3e Light Horse.

De Britse komst is voorafgegaan door Arabische guerillatroepen. Hoewel de Britten zich daarover zorgen maken, beginnen de Arabieren Damascus te besturen. Een dag later wordt Beiroet veroverd. Aleppo, 320 kilometer verder noordwaarts, valt op de 25e oktober.

Onderstaande filmfragment komt uit de film “Lawrence of Arabia”.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

de reddende engel Cher Ami

In de ochtend van 2 oktober 1918 trekken majoor Whittlesey en zijn manschappen op over de dichtbegroeide heuvels van de Argonne.  Samen met de manschappen van het 2de Bataljon onder bevel van kapitein McMurtry bereiken ze tegen de avond hun aanvalsdoel voor die dag.

Wanneer majoor Whittlesey op 3 oktober verneemt dat de eenheden naast hem achtergebleven zijn, merkt hij dat het merendeel van zijn troepen – 554 man sterk – afgesneden is van de hoofdmacht en dat hij volledig omsingeld is door Duitsers. Om 8.50 u stuurt hij een postduif naar het hoofdkwartier met de vraag voor artilleriesteun.

Op 4 oktober meldt Whittlesey dat de nacht al-bij-al rustig verlopen is, hoewel zijn troepen korte tijd onder Amerikaans granaatvuur – ‘friendly fire’ – kwamen te liggen. Hij vraagt dringend proviand en laat weten dat het aantal gewonden snel oploopt.

Nog voor de middag slaakt hij alweer een nieuwe noodkreet  met vraag voor versterkingen per postduif. Meer dan de helft van zijn manschappen is ondertussen dood of gewond, velen als slachtoffer van Amerikaanse granaten.

Eenheden van de 77e divisie proberen de troepen van Whittlesey te ontzetten, maar lukken daar voorlopig niet in. Opnieuw regent het Amerikaanse granaten op de omsingelde manschappen. Ondertussen heeft de Amerikaanse pers lucht gekregen van het dramatische lot van Whittlesey en zijn manschappen. Kranten beschouwen het bataljon ondertussen als verloren en schrijven hen onder de naam ‘the Lost Battalion’ de legende in.

Op 4 oktober 1918 tuurt een wanhopige Whittlesey zijn laatste postduif : Cher Ami, met 11 oorlogsvluchten op zijn actief een veteraan onder de postduiven van het Amerikaanse leger. In zijn bericht meldt Whittlesey nauwkeurig de positie van zijn troepen en vraagt om het friendly fire onmiddellijk te stoppen : ‘Our own artillery is dropping a barrage directly on us. For heaven’s sake, stop it.’.

Zodra Cher Ami vertrekt, wordt zij door de Duitsers onder vuur genomen. Zij krijgt een kogel in de borst en raakt blind aan één oog. Toch slaagt zij erin om het Amerikaanse hoofdkwartier te bereiken, 40 km verderop. Bij haar aankomst hangt één van haar poten nog slechts met een zenuw vast en moet worden geamputeerd. Kort na de dramatische vlucht van Cher Ami stopt het Amerikaanse artillerievuur.

In de Verenigde Staten wordt Cher Ami als een held de hemel ingeprezen. In Frankrijk ontvangt zij het Croix de Guerre. Lang kan Cher Ami niet genieten van deze heldenstatus. Nadat de moedige duif in de zomer van 1919 overlijdt, krijgt haar opgezette lichaam een ereplaats in het Smithsonian Institute, later in het National Museum of American History.

bronhttps://www.vrt.be/vrtnws/100-jaar-geleden-de-duif-cher-ami-redt-het-verloren-bataljon/

CherAmi_1918

legendarische heldendaden van Alvin York

Alvin Cullum York moet een van de meest gedecoreerde gewone soldaten zijn uit deze oorlog. Als hij naar Tennessee terugkeert, is hij drager van bijna vijftig onderscheidingen uit diverse soldaten. Op 8 oktober 1918 verricht hij zijn meest opmerkelijke actie : hij komt terug van het slagveld met liefst 132 gevangenen. Tijdens de gevechten sneuvelen drie hogere officieren in zijn eenheid net als tal van soldaten.

Korporaal Alvin Yorck is de hoogste in rang van de acht overblijvende manschappen en neemt noodgedwongen het bevel. Het lijkt wel of hij niet kan getroffen worden door vijandelijke kogels terwijl hij maar raak blijft schieten. De eerste die zich overgeeft is luitenant Paul Jürgen Vollmer, nadien volgen er steeds meer terwijl Alvin York met zijn groeiende groep gevangenen over het slagveld trekt. Korporaal York wordt daarna bevorderd tot sergeant.

Op basis van zijn dagboek wordt in 1941 een film gemaakt met Gary Cooper in de hoofdrol : Sergeant York. Het schilderij hieronder dat de heldendaden van Alvin Yorck herdenkt is van Frank Schoonover.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

FrankSchoonover_Alvin_C_York_Painting_1918

 

Frans Massy terechtgesteld

FransMassy_1918

Frans Massy

In Hasselt stellen de Duitsers de 37-jarige coiffeur Frans Massy op 7 oktober 1918 terecht wegens spionage. In zijn goed aangeschreven kapsalon aan de Koningin Astridlaan kwamen ook diverse vooraanstaanden over de vloer. Behalve spion is Frans Massy ook actief in Le mot du soldat, een organisatie die brieven van soldaten aan de Ijzer naar hun familieleden brengt. Voor deze organisatie werkt ook een dienstmeid van de zusters ursulinnen die verkleed als non brieven over de Nederlandse grens smokkelt. Wellicht werd Frans Massy verklikt door een aangehouden lid van de organisatie.

Bij zijn aanhouding wordt Frans Massy niet gefouilleerd en hij kan vertrouwelijke documenten doorslikken. Volgens de Duitse versie van de feiten pleegt hij zelfmoord in de gevangenis, maar na de oorlog duiken er berichten op dat hij gewurgd zou zijn omdat hij weigerde mee te werken.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

De laatste rit van de Balkanzug

Vanuit Constantinopel vertrekt op 6 oktober 1918 de laatste Balkanzug. In de omgekeerde richting verlaat een trein Berlijn nog op 11 november 1918, maar die raakt niet verder dan Nis (Servië).

De Balkanzug was een soort alternatief van de Centralen voor de Oriënt Express. Deze historische treinverbinding wedr immers opgeheven in het begin van de oorlog, omdat het traject deels over vijandelijk grondgebied loopt.

Voor Duitsland en Oostenrijk-Hongarije is de Balkanzug belangrijk omdat die een verbinding biedt met de Turkse bondgenoten : de hoofdas verloopt immers tussen Berlijn en Constantinopel. Over dit traject, dat ongeveer drieënhalve dag vergt, rijdt de trein tweemaal per week.

De Duitsers slagen er niet in om het traject te verlengen tot Bagdad omdat sommige tunnels richting Iraakse hoofdstad nog niet operationeel zijn.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Balkanzug_1918