teloorgang van Nieuwpoort

Dokter Lievens gaat van Ramskapelle naar Nieuwpoort en noteert in zijn dagboek op 18 juni 1916 het volgende :

Wat een verschil met het Nieuwpoort van vorig jaar, hoewel toen de meeste huizen ook al beschadigd waren. Maar nu hinderen alle soorten van puin de doorgang van de straten niet meer, want ze worden dagelijks geruimd. De Tempelierstoren is compleet in de vernieling geschoten. Op de Markt is het spektakel betreurenswaardig. Van de Hallen blijft alleen een skelet van vier muren over. De stoere, bijna massieve kerktoren is aan het wankelen gebracht, gescheurd en verkruimeld. Het bedehuis raakt elke dag wat meer verpulverd door de inslag van zware granaten. Daarrond zijn de graven van heldhaftige Fransen blijven aangroeien. De Franse bezetters van de sector onderhouden ze met grote zorg. Hier en daar gapen gaten in de grond voor nieuwe slachtoffers en de Franse poilus die ernaast passeren, moeten zich afvragen of ze daar morgen rust en vrede zullen vinden. Want elke dag vallen er nieuwe slachtoffers.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

Nieuwpoort_Station

Hooge ondertunneld

De manschappen van de 175 Tunneling Company krijgen de opdracht om in Hooge (Zillebeke) een tunnel te graven om de Duitse stellingen en het kasteel Hooge op te blazen.

Eerst komt er een verticale tunnel van 7,5 meter diep, vandaar gaat het horizontaal verder, meerdere honderden meters. Telkens zijn er twee mensen aan het werk in de bekiste tunnel : de ene graaft, de andere doet het uitgegraven zand in zakjes die dan naar de oppervlakte worden gehesen met een katrol. Voor de verlichting zijn er kaarsen terwijl een blaasbalg voor de ventilatie zorgt.

Soldaat George Clayton kijkt op een afstand van 250 meter toe hoe men de tunnel opblaats :”Ik zag hoe de aarde omhoog kwam en hoe de grond schudde. Het maakte een dof, ploffend geluid, net als een aardbeving, en er ontstond een gat zo groot als een steengroeve”.

Toeristische tip : Hooge Crater, Meensegweg 467, ZIllebeke

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

TunnelingCompany

de grote honger

De onderstaande foto is genomen in Berlijn in mei 1916. Mensen dringen rond een keukenwagen, ook wel Goelaschkanon genoemd, om voor 35 pfennig een warme maaltijd te krijgen. Dit soort beelden zag je vooral in de laatste 2 oorlogsjaren in Duitse steden.

De Duitse militairen hadden op een snelle overwinning gerekend en dus was er geen rekening gehouden met voedseltekorten. Maar door de Britse zeeblokkade komen er hoe langer hoe meer tekorten aan levensmiddelen. In februari 1915 voert Berlijn als eerste Duitse stad de broodrantsoeneringskaart in. Al snel volgen boter, vlees, eieren en groenten en zelfs nieuwe kleding. De bureaucratie slaagt er echter nooit in de goederen effectief te verdelen. En dus komt de tijd van de polonaises, een cynische benaming van de lange rijen wachtende mensen om eten te kunnen kopen. Om een plaats in de rij te houden staan de moeders vaak midden in de nacht op om ’s morgens door de kinderen te worden afgelost. En af en toe komt het ook tot een handgemeen of vechtpartijen zoals met de boterrellen (“Butter-Krawalle) in oktober 1915.

Het hoogtepunt van de honger komt in de winter van 1916-1917. Dan ontbreekt het vaak ook aan de meest elementaire grondstoffen. Het dagrantsoen voor een volwassene bedraagt dan 270 gram brood, 35 gram vlees, 25 gram suiker, 11 gram boter, een vierde ei : teveel om te sterven en te weinig om te leven.

Vooral aan aardappelen ontbreekt het. De oogstcijfers leveren nog niet de helft op van de vooroorlogse oogsten. De Duitsers schakelen daarom over naar koolrapen. Men voegt ze toe aan brooddeeg, er wordt marmelade van gekookt en gedroogd dient het als vervangmiddel voor de koffie, beter bekend onder de term Ersatz. Zelfs bier en pudding worden op koolrapenbasis gemaakt. De winter van 1916-1917 wordt daarom vaak de koolrapenwinter genoemd.

bron : Guido Knopp, der erste Weltkrieg – die Bilanz in Bildern, Edel

Berlin_GrosseHunger1916.jpg

Kinderen aan het front

Kinderen aan het front

Louis Barthas heeft de hel van Verdun overleefd en is in juni 1916 in de Champagnestreek in de buurt van Châlons. Daar krijgt hij de hoede toegewezen over een bijzonder groep soldaten.

Op een avond, toen ik terugkwam van het werk, troffen we in de buurt van ons schuiloord een dertigtal jonge mannen van de lichting 17 en 18 aan, die officieel nog niet was opgeroepen. Ze waren vrijwillig of onder dwang geworven. Mager, baardeloos, bleek, met een brutale blik en met de ruwe taal van Parijse straatjongens. Het waren wat je noemt uitgeslapen types, hoewel een paar eruit zagen als jonge meisjes of jongens van vijftien jaar. Sommigen kwamen rechtstreeks uit een tuchthuis. (…) Voor die jongens die al zo vroeg op het slechte pad waren, had men de deuren van de gevangenissen opengezet in ruil voor een contract voor de duur van de hele oorlog. Zo kregen ze een kans op eerherstel. In werkelijkheid was het een vreemde ruil : om hen hun diefstal te vergeven liet men hen moorden. Wat een heropvoeding !

(…)  Al deze rekruten werden bij de 15e compagnie ingedeeld. Een sergeant, met de lijst in de hand, bood mij een twaalftal van deze slechteriken aan over wie ik korporaal moest spelen. Bij dit nieuws fronste ik mijn wenkbrauwen. Waarom kozen ze mij uit om zo’n jeugdige bende Parijse straatschoffies te commanderen ? Ik was er zeker van dat deze ongedisciplineerde types mij ongeluk en tegenspoed zouden brengen. (…) Enfin, we zouden wel zien. (…) Ik moet daar wel aan toevoegen dat deze kwajongens altijd respect voor mij hadden en ik durf zelfs te beweren dat ze op me gesteld waren. Ik behandelde hen ook niet ruw en berispte hen meer als een oudere vriend dan als meerdere.

bronnen
Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen
tekening komt uit Kris & Maël, Moeder Oorlog, uitgeverij Daedalus

MoederOorlog_1eaanklacht_01.jpg

 

Arabische opstand start in Mekka

De sjarif van Mekka is Hoessein bin Ali, lid van een familie die een rechtstreekse afstammeling van de profeet claimt, de Hasjemieten. Hoessein slaagt erin om de eerste twee jaren van de oorlog neutraal te blijven. Zoals alle neutralen wordt hij bestookt met voorstellen en aanbiedingen van de oorlogvoerenden. De Turkse regering durft hem niet tot medewerking dwingen maar ze betaalt hem daar gewoon voor. Ook de Britten ontdekken het potentieel van de neutrale Hoessein. Ze betalen hem ook maar hebben nog iets meer in de aanbieding : een politieke toekomst zonder de Turken. Hoessein krijgt daarvan de schriftelijke bevestiging in een aantal brieven van Henry MacMahon, de Britse hoge commissaris in Egypte. Hoessein legt samen met MacMahon de grenzen vast van een toekomstige Arabisch rijk, van Egypte tot Perzië waarvan hij de kalief zal worden.

Sharif_Hussein_Bin_AliWanneer Djemal Pasja lucht lijkt te krijgen van Hoesseins plannen, laat de sjarif de opstand beginnen. Hij lost persoonlijk het eerste schot. In de vroege ochtend van 10 juni 1916 richt hij vanuit een raam in zijn eigen huis het geweer op een gebouwtje van het Turkse leger. Hoessein heeft een primitief legertje van nomaden bij mekaar gekocht. De krijgers hebben alleen oude geweren, dolken en zwaarden. Maar dat volstaat om de eerste dagen door te komen. Op 13 juni 1916 zijn de Turken al uit Mekka verdreven.

De Britten doen vervolgens wat ze beloofd hebben. Een schip van de Royal Navy komt kanonnen leveren. De aanval op Jeddah voeren de Britten en de krijgers van Hoessein samen uit. De stad wordt vanop zee gebombardeerd door de Engelse kruisers Hardinge en Fox, en valt zonder hoge kosten in Hoesseins handen. Het legertje neemt nog twee havensteden in maar dan verliest de revolte haar elan. De Turkse overmacht in Medina is te groot. De Turken kunnen Medina ook blijvend bevoorraden en versterken doordat het via een spoorlijn verbonden is met Damascus.

bron : Knack Historia 1916

 

Een Russische pandoering

Op 9 juni 1916 is het Broesilov offensief al enige dagen aan de gang. Dit offensief werd nauwgezet voorbereid door generaal Alexei Broesilov (detail daarover lees je hier). De eerste stad die het Oostenrijks-Hongaarse leger moet prijsgeven, is Lutsk. de Kaiserliche-und-Königliche Armee had ook geen offensief aan het oostrfont verwacht en is volop bezig met de Strafexpedition tegen de Italianen. Het Russische offensief komt ongelegen en totaal onverwacht.

erzherzog-josef-ferdinand

Jozef Ferdinand

Het is zo onverwacht dat de Oostenrijkse stafchef, Conrad von Hötzendorf, op een verjaardagsfeestje is bij aartshertog Jozef Ferdinand in het kasteel van Teschen. Als de Russen aanvallen op 4 juni 1916, geraken die rapporten wel tot bij von Hötzendorf, maar die schat de situatie niet ernstig in en wil de aartshertog en zijn gemalin niet beledigen door het feestje voortijdig te verlaten.

Het is maar de vraag of zijn vertrek de situatie nog had kunnen redden. De Russen zijn bijzonder goed voorbereid en hebben de loopgraven van hun vijanden goed in kaart gebracht. Een bijzonder krachtig bombardement jaagt de Oostenrijks-Hongaarse soldaten in hun schuilkelders. Terwijl ze daarin blijven, nadert de Russische infanterie de loopgraven en wacht tot hun vijanden met de handen omhoog eruit komen. Vooral de etnische Slaven zien ertegen op hun Slavische broeders te bekampen voor Oostenrijk-Hongarije en geven zich graag over. Achter de eerste linies zijn er nauwelijks reserves en dus kunnen de Russen gemakkelijk oprukken. Het Oostenrijks-Hongaarse 4e leger wordt gedecimeerd waardoor het 7e leger zich ook verplicht ziet om terug te trekken. Tot slot moet ook het 1e leger zijn eerste linies verlaten onder Russische druk.

Op 6 juni 1916 hebben de Russen al een gat gemaakt van 32 kilometer in de frontlinies van het Oostenrijks-Hongaarse leger. Op 8 juni schiet er van de 110.000 soldaten van het 4e leger nog maar 18.000 over. Volgens sommigen zijn 60% van de verliezen te wijten aan desertie. Over een lengte van 400 kilometer, van de Pripjat-moerassen tot aan de Karpaten, is het Oostenrijks-Hongaarse leger op de vlucht.

Conrad von Hötzendorf gaat op 8 juni 1916 naar Berlijn om Falkenhayn om hulp te vragen. Na een hevige discussie stemt Falkenhayn toe in Duitse versterkingen op voorwaarde dat de Oostenrijks-Hongaarse legers aan het oostfront onder Duits bevel komen. De Oostenrijkse stafchef heeft geen andere keuze dan te aanvaarden.

Op 9 juni 1916 is de 2e fase van het Broesilov offensief gepland. Generaal Alexei Evert moet dan zijn deel van het werk doen. Maar Evert stelt uit omdat hij nog niet klaar is. Die vertraging zal zijn effect niet missen op het Russische offensief. Niettemin wordt het Broesilov offensief beschouwd als een van de grootste overwinningen van de geallieerden en het begin van het einde van Oostenrijk-Hongarije als militaire grootmacht.

Taalkundig toemaatje : Het woord pandoering (in de betekenis van een flink pak slaag) is afgeleid van het woord pandoer, een soldaat uit bepaalde eenheden van het Oostenrijkse keizerlijke leger. Het woord is afkomstig uit het Hongaars. 

bron : Michael Neiberg & David Jordan, the eastern front 1914-1920, amber books

BroesilovOffensief_OostenrijkseKrijgsgevangenen.jpg

Oostenrijks-Hongaarse soldaten verdwijnen in Russische krijgsgevangenschap

 

Duitsers veroveren Fort Vaux

Na bijzonder bitsige gevechten slagen Duitse troepen er op 7 juni 1916 in om Fort Vaux in te nemen, dat deel uitmaakt van de verdedigingsgordel rond Verdun.

De slag om Verdun begon op 21 februari 1916 met een negen uur durende beschieting. In de volgende dagen en maanden rukken de Duitse troepen steeds verder op in de richting van verdun en Fort Vaux, maar de Fransen verdedigen zich bijzonder moedig.

Op 1 juni 1916 bereikt het Duitse leger de terreinen van Fort Vaux. In afwachting van de feitelijke aanval op 2 juni beschieten ze het fort aan een ritme van 1500 tot 2000 granaten per uur. Tegen de avond bezetten ze al het dak van het fort, op 3 juni veroveren ze twee gangen en op 5 juni slagen ze erin een opening in de gangmuur te maken. Vanaf nu zijn er man-tegen-mangevechten waarbij de Duitsers vlammenwerpers gebruiken. Alleen via postduiven hebben de Fransen nog contact met de buitenwereld. Uiteindelijk gaan ze ten onder aan een tekort aan drinkwater in een verzengende hitte.

In de ochtend van 7 juni 1916 volgt de Franse overgave. De 250 overgebleven soldaten zijn uitgedroogd en storten zich na de overgave op de met regenwater gevulde obustrechters rond het fort. Commandant Sylvain Raynal krijgt van de Duitsers een eervolle overgave. De Duitse kroonprins bezorgt hem persoonlijk een nieuwe sabel ter vervanging van zijn eigen degen die hij ij het fort achterliet.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

FortVaux_Verdun_major_raynal

Majoor Sylvain Raynal (midden) met ordonnans en Duitse officier (l) na overgave

het moedigste regiment van de KuK Armee

De KuK Armee staat voor Königliche und Kaiserliche Armee.We hebben het dan over het leger van de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Maar het moedigste regiment is niet Oostenrijks noch Hongaars. Die eer is voorbehouden voor het Bosnisch-Herzegovinisch infanterieregiment nr 2 en is gebaseerd op de gevechten tijdens de zogenaamde Strafexpedition van Oostenrijk-Hongarije tegen Italië.

Op verschillende plaatsen langs het front wordt er in juni 1916 hevig gevochten om de bergtoppen en de posities in het rotsachtige gebergte. De Monte Meletta (of Monte Fior in het Italiaans), een stevige bergtop van 1824 meter hoogte, is de scène van bloedige gevechten. Voor bevelhebber Conrad Von Hötzendorf is de inname van deze bergtop cruciaal om door te kunnen stoten naar de vlaktes.

Op 5 juni 1916 gaan Bosnische en Oostenrijkse troepen in de aanval. Ze bestormen de bergtop maar de goed verschanste Italianen onthalen hen op geweervuur. Daarneboven worden ze per ongeluk bestookt door hun eigen artillerie.

Twee dagen duren de gevechten en pas op 7 juni 1916 komt er een doorbraak. Tegen de avond bestormt de aanvalsgroep van de 49-jarige Kroaat Oberstleutnant Stevo Dui de bergtop. Na hevige lijf-aan-lijfgevechten veroveren en behouden Dui en zijn mannen de positie ondanks de Italiaanse tegenaanvallen. Heel de nacht duurt de brutale strijd om de bergtop. Krijgsgevangenen worden er niet genomen. 208 Bosnische soldaten en 1233 Italiaanse Alpini komen om het leven. Voor de rest van de oorlog zou het bosnisch-herzegowinisches Infanterieregiment nr 2 als het moedigste worden beschouwd van het hele Oostenrijks-Hongaarse leger. Maar de vele heroïsche exploten van jonge soldaten en oudere officieren ten spijt, daags na de verovering verzandt het offensief aan de rand van de Asiogovlakte.

bron : Historia 1916, Knack

bosnjaci-na-monte-meletta-1916-1918

Bosnische soldaten op de Monte Meletta

Ici, on ne salue plus !

Einde mei 1916 heeft Louis Barthas met zijn kameraden de frontlinies van Verdun mogen verlaten. Ze behoren tot de gelukkigen die het overleefd hebben. Maar Barthas noteert in zijn dagboek een anecdote die duidelijk aantoont dat de soldaten niet zonder rancune tegenover hun officieren van de eerste linies zijn teruggekomen.

Voor de deur van het gemeentehuis van Béthancourt stond een wachtpost. Het was niemand anders dan Sabatier die door een granaatinslag bij heuvel 304 begraven en weer opgegraven was. De twee officieren van het bataljon passeerden hem en wierpen een discrete blik op zijn kapotjas waarvan drie knoopsgaten als weduwen treurden om hun knopen; zijn broek zat vol scheuren en glorieuze modder van heuvel 304. Maar de twee grootheden stonden paf van ontzetting toen ze zagen dat de spotvogel Sabatier het niet nodig vond zijn pijp uit zijn mond te nemen. Een nieuwe pijp, want de andere was in stukken uit zijn mond gevallen door de granaatontploffing bij heuvel 304. Dit was al een zwaar vergrijp voor een wachtpost, maar de onbeschaamde Sabatier beging zelfs majesteitsschennis door voor zijn meerderen niet het geweer te presenteren. Hij bleef even onverstoorbaar als wanneer de postbode voorbij zou zijn gekomen.

Dit ging te ver. Deze overtreding van de discipline schreeuwde om wraak. De majoor liep op de onverlaat af en zei streng :”Sinds wanneer wordt hier niet meer gesalueerd ?”.
Zonder een spier te vertrekken wees Sabatier naar de zon die net achter een wolk schuilging en riep met bulderende stem :”Pardon, de zon is al onder.”.
– “Wat zeg je ?”
– “Ik zeg dat we jullie op heuvel 304 niet gezien hebben. Hier wordt niet meer gesalueerd.” (Je dis qu’à la cote 304 on ne vous a pas vu. Ici on ne salue plus.)

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuijzen

Poilu_Pipe

 

Dodendraad tussen Neerpelt en Hamont verhuist

Net als elders langs de grens tussen België en Nederland staat “den Draad” in noord-Limburg er nu al geruime tijd, maar dat blijkt niet voldoende om iedereen die de grens wil overschrijden, tegen te houden. het voornaamste probleem voor de Duitsers is dat deze elektrische versperring op tal van plaatsen, onder meer te Neerpelt, te ver van de werkelijke grens staat, waardoor het tussenliggende niemandsland veel te groot is. Niet alleen is dat gebied moeilijker te bewaken, er is ook alle ruimte voor smokkelaars, spionnen en andere trafikanten om ongezien te blijven.

Op 6 juni 1916 begint de bezetter de elektrische draad te verplaatsen in noordelijke richting, dichter bij de Nederlandse grens dus. De stad Hamont ligt daardoor voortaan aan de Belgische kant van de draad, en niet aan de Nederlandse kant. De werkzaamheden gebeuren door Belgische arbeiders onder Duits toezicht. Vijf frank per dag krijgen de arbeiders daarvoor. Op 14 augustus 1916 wordt de nieuwe versperring onder stroom gezet.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Prof. Dr. Alex Vanneste, de elektrische draadversperring aan de Belgisch-Nederlandse grens tijdens de eerste wereldoorlog, uitgave in eigen beheer

Dodendraad_Achel