de eerste observatieboom aan het front

arbre-blindeIn Lihons (departement Somme) zetten de Franse troepen op 16 mei 1915 voor het eerst een observatieboom in. Dit handgemaakte en beschilderde metalen kader, dat er op een asftand uitziet als een echte boom, moet de militairen toelaten om vanaf een zekere hoogte de vijandelijke activiteiten waar te nemen.

De observatieboom was een nieuwe stap in het aanwenden van camouflagetechnieken tijdens de oorlog. Drie maanden geleden kreeg een ploeg onder leiding van Lucien Guirand de Scevola, schilder van beroep, de opdracht om zijn ideeën rond camouflage uit te werken. De camouflageactiviteiten vielen zo in de smaak dat er op het einde van de oorlog bij het Franse leger duizend ontwerpers en achtduizend makers van camouflage aan de slag waren.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

het Artois-offensief

Als onderdeel van het Artois-offensief van de Franse opperbevelhebber generaal Joseph Joffre – zijn 2e grote aanval na het Champagne-offensief – bestormen de Britten samen met Canadezen en Indiërs op 9 mei 1915 het dorpje Neuve-Chapelle en zes dagen later, op 15 mei 1915 Festubert, beiden in de buurt van Ieper. Na een bombardement van vier dagen, waarbij 100.000 granaten worden afgevuurd, maken de vooral Indische troepen in eerste instantie snelle progressie. De Duitsers trekken zich terug naar een linie vlak voor het dorp.

Sikhs_Festubert1915

Een tweede Canadese aanval op 18 mei 1915 tijdens hevige regenval levert geen terreinwinst op; de Duitsers versterken hun posities met extra reservetroepen. Festubertkaart1915Een hernieuwde poging op 20 mei 1915, die zeven dagen zal duren, resulteert uiteindelijk in de verovering van Festubert. Alles bij elkaar zijn de Britten minder dan een kilometer opgeschoten. De slag kost de geallieerde troepen 16.000 slachtoffers.

Ondertussen proberen de Fransen bij Artois de 60 meter hoge heuvelrug van Vimy te bereiken. Deze plek geeft een prachtig overzicht op de vlakte van Douai. In mei, juni en september 1915 doen de Fransen hardnekkige pogingen om deze heuvels te veroveren. Hoewel de dorpen Carency, Neuville-Saint-Vaast en Souchez wel worden veroverd, wordt de heuvelrug van Vimy niet bereikt, zodat die onder Duitse controle blijft. Alles bij elkaar vergt de aanval 150.000 slachtoffers, zonder dat het hoofddoel ooit serieus bedreigd wordt.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC Uitgevers

William Henry Dawkins sneuvelt bij Gallipoli

William Henry Dawkins sneuvelt bij Gallipoli

Sinds de landing op Gallipoli van twee weken geleden (lees meer op deze pagina) is het mooi weer geweest, zij het met koude nachten. Twee dagen geleden begon er echter een grauwe motregen te vallen. En zo is het gebleven. Door de grote hoeveelheden mensen en dieren die tussen het strand en de loopgraven op de steile heuvels heen en weer lopen, zijn de paden vertrapt tot een kleverige brij, en het is moeilijk je over de natte, glibberige klei in de ravijnen voort te bewegen. William Henry Dawkins slaapt samen met zijn korporaal in een overdekte kloof op de strandhelling. Als hij op de ochtend van 12 mei 1915 wakker wordt, plenst het.

Iedereen kan zien dat de grootse operatie is vastgelopen. In feite hebben de geallieerden maar op twee punten echte bruggenhoofden weten te slaan : op het zuidelijkste puntje van het schiereiland, en hier, aan de westzijde van Gallipoli, bij Gaba Tepe. En dat terwijl Dawkins en de anderen eigenlijk op de verkeerde plek zijn geland, ruim een kilometer ten noorden van het beoogde punt. Wat in zeker opzicht een geluk was aangezien de Ottomaanse verdediging daar ongewoon zwak was.

(…)

Dat water een probleem zou worden, vooral nu het allerwarmste jaargetijde voor de deur stond, ja, dat wist men. Daarom hadden ze toen ze aan land gingen dekschuiten bij zich gehad die geladen waren met water uit Lemnos, water om in de allereerste behoeften te voorzien totdat de genietroepen hun waterbronnen in werking hadden gebracht. En Dawkins en zijn mannen hadden snel gewerkt, ze hadden diverse putten geslagen en speciale plaatsen ingericht waar mens en dier levensreddend vocht konden vinden.

Het is een gewone ochtend, grijs en nat. Dawkins stelt zijn soldaten in de gebruikelijke volgorde op en geeft de verschillende groepen hun opdrachten voor de dag. Een ervan is verder te gaan met het ingraven van de waterleidingen. Weinig glorieus werk, zeker geen motief voor indringende reportages in geïllustreerde tijdschriften, maar evenwel noodzakelijk. Deze ochtend wacht een van de groepen een ongewoon gevaarlijke etappe. Je kunt zien waar : over een afstand van ongeveer honderd meter liggen een stuk of dertig dode muilezels, door Turkse granaten geveld. Vooralsnog is het rustig en stil. Het is kwart voor tien.

Dan horen ze het gefluit van een granaat. Het is de eerste van die ochtend. Het projectiel explodeert vlak boven de hoofden van de soldaten die bij hun waterleiding neerhurken, maar het is een granaatkartets, dus de soldaten blijven ongedeerd : de lading ronde kogels, spuit door de lucht en komt vijftien meter verderop omlaag.

Een van de soldaten, Morey, draait zich om. Hij zit nog juist hoe Richard Henry Dawkins omvalt, op die speciale manier die zo kenmerkend is voor zwaargewonden, als de val niet wordt gestuurd door de gebruikelijke mechaniek van het lichaam, maar door de eenvoudige wetten van de zwaartekracht. Ze rennen naar hem toe. Dawkins is in zijn hoofd, keel en borst geraakt. Ze tillen hem op van de natte grond, dragen hem naar een veilige plek. Achter hen explodeert nog een granaat met een korte, droge knal. Ze leggen hem neer. Bloed vermengt zich met regenwater. Hij zegt niets. Hij sterft voor hun ogen.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

Ik werk op een waterbedrijf. Bovenstaande passage heeft me dan ook getroffen omdat iemand op zoek naar water voor hem en zijn medemensen daarbij het leven laat. Ik plaats daarom een extra foto bij dit bericht over Australische waterdragers op Gallipoli. 

Water_carriers_w685

Herbert Sulzbach krijgt Heimaturlaub

In zijn dagboek noteert Herbert Sulzbach het volgende begin mei 1915.

Ik kan het niet geloven : ik krijg een aantal dagen verlof om naar huis te gaan in Frankfurt. Ik geef toe dat ik het moeilijk vond om afscheid te nemen van de familie Vesseron (Franse familie die hem onderdak biedt in Les Petites Ardoises). Ik ga mee met een troepenkonvooi en ga naar Frankfurt via Sedan en Metz en op 10 mei 1915 op de middag ben ik dan in Frankfurt-am-Main. Ik kom als een complete verrassing voor mijn familie en vrienden. Het is niet te beschrijven hoe het voelt om het oorlogsgebied te verlaten en terug te komen naar je thuisstad op verlof na alles dat er gebeurd is na de eerste 9 maanden van deze campagne. Ik word verwend en ik bezoek oude bekenden, voor zover die nog hier zijn. Ik heb de kleine terrier meegebracht (de hond die H.S. aan het front heeft geadopteerd) en ik wil haar thuis laten zodat ze in veiligheid tot ik terug ben van de oorlog.

Het waren twee heerlijke dagen verlof thuis en op 123 mei ’s avonds vertrek ik terug. Je zou denken dat het anders is om nu terug naar de oorlog te trekken. Het geeft wel aan hoe ongevoelig een mens geworden is. Je denkt er niet over na dat je mogelijk niet terugkomt, maar het voelt aan alsof je terug op school zat en weer op zomerverlof kon vertrekken. Eigenlijk is het afscheid nemen veel erger voor de mensen die thuis achterblijven.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

derKuss

wielrenner François Faber sneuvelt

François Faber02Het lot van François Faber, winnaar van de ronde van Frankrijk in 1909, illustreert hoe dicht het opperste geluk en de dood bij elkaar liggen. Terwijl hij zich in de loopgraaf bevindt, krijgt François Faber op 9 mei 1915 een telegram met de boodschap dat zijn echtgenote bevallen is van een dochtertje. Van pure vreugde springt de kersverse vader uit zijn schuilplaats en wordt meteen gedood nabij Mont-Saint-Eloi door een kogel van een Duitse scherpschutter.

Faber werd geboren in Frankrijk, maar neemt later de Luxemburgse nationaliteit aan. In de jaren voor de eerste wereldoorlog was hij een wielrenner van topniveau. Zijn Tourwinst van 1909 was de eerste van een niet-Fransman. In diezelfde Tour won hij vijf ritten na elkaar, een record dat ondertussen nog door niemand verbeterd werd, zelfs niet door de allergrootste.

Gezien de Luxemburgse nationaliteit nam Faber dienst in het Vreemdelingenlegioen. Zijn reden om dienst te nemen heeft hij als volgt verwoord :”La France a fait ma fortune, il est normal que je la défende.”. Hij tekende een contract als oorlogsvrijwilliger voor de duur van de oorlog, maar zal het einde dus niet meemaken.

François Faber01

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://fr.wikipedia.org/wiki/François_Faber

http://blog.seniorennet.be/wilfried_1944/archief.php?ID=700851

De Lusitania : Duitse drift of Britse provocatie ?

De ondergang van de Lusitania is altijd omgeven geweest met controversen. De Britten claimden dat kapitein Schwieger zijn twee torpedo’s had afgeschoten – vandaar de twee explosies – maar de Duitsers hebben altijd volgehouden dat de tweede explosie het gevolg was van ontploffende munitie. Dit zou betekenen dat er oorlogsmateriaal vervoerd werd met een “neutraal” schip. Later is uit geheime Britse documenten vast komen te staan dat deze Duitse claim inderdaad juist was.

Het torpederen van de Lusitania kwam zeer goed uit voor oorlogszuchtige Amerikanen die zich aan de zijde van de Britten wilden scharen. Dit werd door de Duitsers net zo ervaren, want zij hadden ook wat vragen te stellen. Waarom lapte kapitein Turner alle bevelen aan zijn laars en begon hij langzamer te varen ? Waarom zigzagde hij niet zoals was voorgeschreven door de rederij ? Turner stelde dat hij zigzaggen een verspilling van tijd vond. Waarom voer Turner midden op zee en niet zoveel mogelijk langs de kust, zoals voorgeschreven ? Waarom werd de Lusitania niet door de Britse admiraliteit gewaarschuwd voor de incidenten die de U-20 eerder had veroorzaakt in de Ierse zee ? De Duitsers dachten de antwoorden wel te weten. : de Lusitania is opgeofferd om Amerika bij de oorlog te betrekken. Een claim dat het schip ook Canadese militairen vervoerde, bleek achteraf geheel en al ongegrond te zijn.

Hoe dan ook, het zinken van de Lusitania was een propagandistische ramp voor Duitsland, hoewel president Wilson vooralsnog een neutrale koers bleef varen.

Wie nog meer wil nalezen over de mysteries rond de Lusitania, vindt leesvoer onder bronnen. Een recent werk van Gérard Piouffre, behandelt de laatste reis van de Lusitania en de diplomatieke gevolgen ervan. Een korte inhoud van dit boek vind je onder bronnen (URL begint met “guerre et conflits” voor Franse bespreking of met “france24.com” voor een Engelse bespreking)

TorpillageLusitania

bronnen

Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

https://foolscrow.wordpress.com/2014/05/07/sinking-the-lusitania-an-act-of-mass-murder-by-the-banksters/

http://www.centenarynews.com/article?id=1616

http://www.theguardian.com/world/2014/may/01/lusitania-salvage-warning-munitions-1982

http://guerres-et-conflits.over-blog.com/2015/03/lusitania.html

http://www.france24.com/en/20150507-100-year-anniversary-sinking-lusitania-usa-britain-germany-first-world-war

De laatste reis van de Lusitania

Op 22 april 1915 zendt de Keizerlijke ambassade in Washington nog een waarschuwend bericht aan de rederij Cunard dat Duitsland in oorlog is met Groot-Brittannië en dat zij zich gerechtigd voelde om geallieerde schepen en schepen in de Britse wateren te torpederen. Op 30 april 1915 vertrekt de Lusitania vanuit New York, geladen met 1257 passagiers en 702 bemanningsleden aan boord. Het is de 202e keer dat dit schip de Atlantische oceaan oversteekt. Van de 25 stoomturbines zijn er maar 19 in werking, om brandstof te sparen. De maximum snelheid is hierdoor 21 knopen (38,89 km/uur). Op 7 mei 1915 komt de Lusitania aan in de Ierse zee.

Walter Schwieger

Walter Schwieger

Op datzelfde moment vaar ook de U-20, een Duitse diesel-onderzeeër, rond in de Ierse zee. Op 18 februari 1915 hebben de Duitsers de onbeperkte duikbotenoorlog afgekondigd, mede omdat de Britten de vaar op Duitsland blokkeren en daarmee de Duitse economie ernstig schaden. De U-20 is dan al 7 dagen onderweg, op zoek naar prooi. Kapitein-luitenant Walter Schwieger heeft in korte tijd een slechte reputatie opgebouwd : zo heeft hij op 1 februari 1915 in het kanaal een boot met gewonden beschoten. Ook tijdens deze reis heeft hij al twee boten tot zinken gebracht : de Earl of Lathorn, een oude schoener, en de Centurion. Hij zit nu de Juno, een oude oorlogskruiser, achterna, die er zigzaggend vandoor gaat. Van al deze incidenten wordt geen melding gemaakt aan kapitein William Turner van de Lusitania.

Om zijn kanonnen weer te kunnen laden, komt de U-20 aan de oppervlakte op zo’n 15 km van de Ierse kust. Daar ziet Schwieger tot zijn verbazing het grootste passagiersschip van de transatlantische dienst op zich afkomen. Daarbij voer de boot vanwege de mist met een snelheid van slechts 15 knopen (27,78 km/u) in weerwil van de instructies van de rederij dat er op volle snelheid gevaren moet worden in gevaarlijke oorlogsgebieden. Op 700 meter afstand vuurt Schwieger één van de twee torpedo’s af die hij nog heeft. Hij raakt de Lusitania vol. Binnen enkele seconden volgt een tweede, nog veel grotere explosie. De Lusitania kapseist en binnen 18 minuten zinkt de boot. Er zijn 1.198 doden te betreuren, onder wie 413 bemanningsleden. Onder de doden bevinden zich ook 128 Amerikanen. Toegesnelde schepen en een enkele reddingsboot kunnen de rest van de opvarenden nog redden – tot de schepen die de drenkelingen uit het water halen, behoort niet de Juno.

De hele wereld reageert vol ongeloof, en vooral in de Verenigde Staten is men furieus. President Woodrow Wilson stuurt alles bij elkaar vier protestbrieven en overal verschijnen anti-Duitse cartoons in de kranten. Ook de Duitsers reageren geschokt, de regering maakt officieel har excuses in februari 1916 en biedt de slachtoffers smartengeld aan – dit alles om de neutrale Verenigde Staten maar uit de oorlog te houden.

Out_of_the_Depths_-_RMS_Lusitania_by_Oscar_Cesare_c1916

bron

Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

De eerste Achelaar sneuvelt aan het Ijzerfront

Petrus Verweyen

Petrus Verweyen

Op 6 mei 1915 sneuvelt Petrus Verweyen, 22 jaar oud, door een vijandelijk schot. Hij is de eerste inwoner van Achel die sneuvel aan het Ijzerfront. Wellicht was Petrus niet meteen de grootste geluksvogel, want in de voorafgaande weken en maanden raakte hij al meermaals gewond in gevechten met de vijand. Na zijn overlijden draagt de militaire overheid Petrus Verweyen voor om een postume onderscheiding te ontvangen voor moed en zelfopoffering.

Een goed overzicht van zijn soldatenleven staat te lezen op de website van noordlimburg1914-1918.be, hieronder vermeld. Samengevat : Petrus Verweyen maakte deel uit van het 11e linieregiment met kazerne in Hasselt. Verweyen is al onder de wapens van in het begin van de oorlog. Hij maakt de gevechten rond Luik mee. Tijdens de terugtrekking van het Belgische leger geraakt hij gewond in Willebroek. Hij wordt afgevoerd naar een hospitaal in Engeland. In december 1914 keert hij terug aan het front. Daar sneuvelt hij tijdens de 2e slag om Ieper nabij Oud-Stuyvekenskerke.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

http://www.noordlimburg1914-1918.be/index.php/mensen-en-feiten/feiten-1915/26-1915-eerste-achelse-geneuvelde-petrus-verweyen

Florence Farmborough hoort het front bij Gorlice breken

Florence Farmborough

Florence Farmborough

Florence Farmborough is een Britse vrouw die sinds 1908 in Rusland leefde, eerst in Kiev, daarna in Moskou als gouvernante. Bij het uitbreken van de oorlog meldt ze zich als vrijwilligster en wordt ingelijfd bij het verplegend personeel. In mei 1915 werkt ze in Gorlice als het Duits-Oostenrijks offensief begint. Gorlice ligt vlab bij het front. De artillerie van de Oostenrijkers beschiet de stad dagelijks, op een wat verstrooide manier, schijnbaar meer uit principe dan met een vooropgezet plan. De toren van de grote kerk is in tweeën gespleten. Veel huizen zijn al in ruïnes veranderd. Tot nu toe hebben Farmborough en de anderen van het veldhospitaal zich vooral ingezet om het lijden van de burgerbevolking te verzachten, in de eerste plaats door eten uit te delen.

De Russische artillerie beantwoordt de lukrake bombardementen van de Oostenrijkers zelden. Naar verluidt vanwege een tekort aan munitie maar verder naar achteren heeft men nog volop granaten op voorraad. De geüniformeerde bureaucraten die over dit soort zaken gaan, willen ze daar echter graag houden, in afwachting van grotere dingen. Verder naar het zuiden bereidt het Russische leger een nieuw offensief voor, gericht op de befaamde passen in de Karpaten (de deur naar Hongarije) ! Al een paar dagen heerst er een zekere onrust onder de Russische eenheden in Gorlice, er gaan geruchten dat de Oostenrijkers tegenover hen versterking hebben gekregen van Duitse infanterie en zware artillerie.

Deze zaterdag worden Florence en de anderen in het ziekenhuis al voor zonsopgang gewekt door zwaar artillerievuur. Ze rolt uit haar bed. Gelukkig is ze met kleren aan gaan slapen. Iedereen – behalve misschien Radko-Dimitriev, het hoofd van het Russische Derde Leger -) had een vermoeden dat er iets ophanden was. Het geknal in wisselende sterkte en toonaard neemt toe als de Russische artillerie om hen heen het vuur beantwoordt. Door de trillende ramen vangt Florence een glimp op van het lichtspel aan de nog donkere hemel. Ze ziet de grote, pijlsnelle mondingsvlammen van het geschut zich vermengen met de gedempte flitsen van de explosies. Dan komen de eerste gewonden.

Eerst lukte het om iedereen te helpen; daarna werden we overweldigd door hun aantal alleen al. Ze kwamen met honderden, uit alle richtingen. Sommigen konden nog zelf lopen, anderen kropen of sleepten zich over de grond voort.

De verplegers moeten in deze wanhopige situatie wel een bikkelharde selectie doorvoeren. Wie nog op zijn benen kan staan, wordt niet geholpen maar doorverwezen naar achteren, met het verzoek een van de basiseenheden op te zoeken. Het aantal mannen dat niet kan lopen is zo groot, dat ze naast elkaar in de open lucht worden gelegd, waar ze eerst een pijnstiller krijgen en daarna aan hun verwondingen worden geholpen. Florence en de anderen doen wat ze kunnen om te helpen, al hebben ze het gevoel dat het zinloos is, want de stroom kapotte, opengereten lichamen lijkt eindeloos.

De volgende cohtend, om een uur of zes, horen Florence en de anderen een nieuw, angstaanjagend geluid : een plotseling, vibrerend gebulder als van een waterval, dat afkomstig is van meer dan 900 stuks artillerie – dat is op elke vijftig meter front één – van alle denkbare kalibers die tegelijk het vuur openen. Een paar seconden later volgt de langgerekte daverende echo van de inslagen. Er zit een nieuwe onbehaaglijke systematiek in dit artillerievuur, in de manier waarop het over de Russische frontlijn raast. de technische term luidt Glocke, klok. De vuurwals verplaatst zich heen en weer, opzij en in de diepte, over de Russische linies en verbindingsloopgraven.

Eerst horen ze ,ongelovig, het woord “terugtocht”. Dan volgt het fenomeen : lange, ongelijkmatige rijen modderige soldaten met vermoeide gezichten trekken langs. Ten slotte komt de order : onmiddellijk opbreken, laat uitrusting en gewonden achter. De gewonden achterlaten ? Ja, de gewonden achterlaten. “Snel, snel, de Duitsers staan voor de stad”.

gorlice_01bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

Duitse doorbraak bij Gorlice Tarnow

De Duitsers proberen niet alleen een doorbraak bij Ieper met hun eerste gasaanval op het westelijk front. Ook aan het oostfront willen ze doorbreken. Meer zelfs, volgens sommige bronnen is de aanval op Ieper enkel aan afleidingsmaneuver. Hiermee willen de Duitsers de Russen de indruk geven dat ze hun aandacht op het westen richten.

Niettemin hebben de Duitsers vooral grote zorgen in het Oosten, en dan vooral door toedoen van hun Oostenrijks-Hongaarse bondgenoot. Die is een groot deel van Galicie kwijt geraakt. En daarmee staan de Russen aan de poorten van Hongarije. Als de Russen erin slagen verder door te dringen, zullen een aantal andere landen in de verleiding komen om mee oorlog te voeren samen net de geallieerden tegen de centrale mogendheden: Zo wachten Bulgarije, Roemenie en Italie nog wat af om mee de oorlog in te stappen, al is niet van elke land nu al geweten aan wiens kant.

Het is dus van groot belang om Galicie te heroveren op Rusland. De Duitsers plannen de ganse operatie. Von Falkenhayn informeert zijn Oostenrijkse tegenhanger Conrad von Hötzendorf zelfs niet over de aanvalsplannen tot drie weken voor de startdatum. Nochtans doen heel wat soldaten van het Oostenrijks-Hongaars leger mee. Reden van deze achterdocht is ook het feit dat Rusland voor de oorlog al succesvol het Oostenrijks-Hongaarse leger bespioneerd had, dankzij dubbelspion Alfred Redl.

Von Mackensen

Von Mackensen

Op 2 mei 1915 beginnen de Duitsers en hun Oostenrijks-Hongaarse bondgenoten aan het offensief waarvan het zwaartepunt zich situeert tussen Gorlice en Tarnow. Vooral de legergroep onder leiding van August von Mackensen zal de speerpunt in deze aanval vormen. Bij het eerste daglicht begint de Duits-Oostenrijkse artillerie aan een bombardement dat 4 uur zal duren. Daarna rukken de soldaten op naar de Russische loopgraven waar ze maar weinig tegenstand ondervinden.

Binnen de 48 uren zijn ze door de defensie van het Russische 3e leger. De Russen hebben zich aan deze aanval niet verwacht en hebben daarom al heel wat troepen samengetrokken aan de Karpaten, met het oog op de invasie van Hongarije zodra het lenteweer dat toelaat. De Russen in de Karpaten kunnen hun kameraden in Gorlice – Tarnow niet te hulp snellen. Erger nog, ze moeten voorkomen dat ze worden afgesneden van hun bevoorradingslijnen die bedreigd worden door de Duitse opmars. Het instorten van de Russische defensie in de regio Gorlice-Tarnow heeft dan ook een domino-effect. Nadat de Russen rond Gorlice tot 10 kilometer per dag terugtrekken, zullen de Russen aan de Karpaten zich eveneens richting de Sanrivier terugtrekken. In de eerste week na het begin van het offensief verliezen de Russen 140.000 soldaten aan krijgsgevangenschap. Het zijn er zoveel dat de Duitsers stoppen met de gevangenen te tellen. Deze Grote Terugtocht zal ook de komende weken nog doorgaan, tot de Oostenrijks-Hongaarse garnizoenstad Przemysl weer van de Russen bevrijd wordt.

GorliceTarnow_mei1915

bronnen

Michael Neiberg & David Jordan, The Eastern Front 1914-1920, Amber Books

http://historypath.pl/en/articles/63-battle-of-gorlice

http://ww1blog.osborneink.com/?p=7593

https://ww1live.wordpress.com/2015/05/02/gorlice-tarnow/