doorbraak bij Amiens

De British Expeditionary Force van veldmaarschalk sir Douglas Haig voert het Amiens-offensief aan. De aanval moet gedeelten van de spoorweg Amiens-Parijs, sinds Unternehmen Michael in maart 1918 door de Duitsers bezet, weer bevrijden. Het Britse 4e leger van generaal sir Henry Rawlinson voert het offensief aan, een methodische opmars over een front van 24 kilometer, voorafgegaan door een kort bombardement.

Meer dan 400 tanks nemen het voortouw voor de elf Britse divisies die in de eerste fase van het gevecht ingezet worden en gesteund worden door de linkervleugel van generaal Eugène Debeney’s Franse eerste leger. De Duitse verdedigingsposten worden beman door het 2e leger van generaal Georg von der Marwitz en het 18e onder generaal Oskar von Hutier. De twee generaals beschikken over veertien divisies in de frontlinie en negen in reserve. De Brits-Franse aanval blijkt een overweldigend succes en de Duitsers dienen zich 16 km terug te trekken.

Verdere onheilstekens teisteren het Duitse leger : enkele eenheden uit de frontlinie zijn simpelweg gevlucht zonder verzet te bieden. Zo’n 15.000 soldaten hebben meteen gecapituleerd. Na het horen van dat nieuws roept de stafchef, generaal Erich Ludendorff, 8 augustus 1918 uit tot “zwarte dag voor het Duitse leger”. Maar de situatie wordt er niet beter op : een dag later worden er nog meer Duitsers gevangen genomen.

Op 10 augustus 1918 verschuift de aandacht van het Amiens-offensief meer naar de regio ten zuiden van het door de Duitsers bezette gebied. Het Franse 3e leger van generaal Georges Humbert rukt op naar Montdidier, verdrijft de Duitsers uit de stad en zorgtop die manier voor de heropening van de spoorlijn Amiens-Parijs.

Het eerste stadium van het offensief wordt beëindigd op 12 augustus 1918 omwille van het groeiende Duitse verzet. Daardoor verkleint echter de nederlaag van de Duitsers niet. Aan Duitse zijde worden 40.000 soldaten gedood of gewond en ongeveer 33.000 gevangen genomen. De Brits-Franse troepen verliezen ongeveer 46.000 manschappen.

Bron: Ian Westwell, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Onderstaande schilderij is van William Longstaff, getiteld 8th august 1918.

8th_August_1918_Will_Longstaff

 

tweede slag aan de Marne

De Duitsers openen op 15 juli 1918 hun vijfde offensief van dat jaar. De afgevaardigde chef van de generale staf, generaal Erich Ludendorff,plant nog een afleidingsaanval, ditmaal in de Champagne, langs de Marinelinie, zodat zijn tegenstanders hun reservetroepen weghalen uit noord-Frankrijk, waar hij nog steeds probeert door te breken en de Kanaalhavens wil innemen.

Bij de aanval zijn drie Duitse legers betrokken : het 7e van generaal Max von Boehn, dat over de Marne moet trekken en daarna oostwaarts moet oprukken naar Epernay, waar het moet aansluiten bij het 1e leger van generaal Bruno von Mudra. Dat rukt op aan weerszijden van Reims. Ten oosten van Reims moet het 3e leger van generaal Karl von Einem Châlons-sur-Marne aanvallen.

Door luchtverkenningen en dankzij spraakzame Duitse deserteurs zijn de Fransen op de hoogte van het offensief en lanceren zij op voorhand een bombardement. Het Duitse 3e leger boekt weinig vooruitgang op het 1e leger van generaal Henri Gouraud en wordt op de 15e in de voormiddag tegengehouden. Voortaan concentreren de Duitsers zich op het gebied ten westen van Reims.

Het Duitse 7e leger valt aan met de steun van het 9e leger onder generaal Eben over een front van 32 kilometer en breekt door tot het Franse 6e leger van generaal Jean Degout om zo de Marne tussen Château-Thierry en Epernay te bereiken. Aanvallen van het Franse 9e leger oncer generaal de Mitry, gesteund door Britten en Amerikanen, voorkomen echter dat de Duitsers hun bruggenhoofden over de Marne kunnen benutten. Op de 17e juli aanvaardt Ludendorff dat zijn offensief mislukt is.

bron : Ian Westwell, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

tweedeSlagMarne_19180715

 

matige triomfberichten van de K.u.K. Armee

Het hoofdkwartier van het Oostenrijks-Hongaarse leger (Kaiserliche und Königliche Armee, afgekort K.u.K. Armee) geeft op 16 juni 1918 informatie vrij over de gevechten aan de Piave gisteren. De keizerlijke troepen zouden maar liefst zestienduizend gevangenen gemaakt hebben. Daarnaast stelt de mededeling ook dat de troepen van de majesteit later op de dag weer een deel van het verworven terrein moesten prijsgeven, meer bepaald het gebied rond de berg Ranieri.

Hoeft het gezegd dat de grote massa gevangenen die hier vermeld wordt in schril contrast staat met de eindnederlaag van de K.u.K. Armee in het gebied van de piassen, ongeveer een week later ?

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

LeoSpitzer_Lettere_PriogionieriItaliani

Slag van de Piave

Slag van de Piave

Tijdens de slag van de Piave trekt het Oostenrijks-Hongaarse leger op 15 juni 1918 ten aanval in Trentino met de bedoeling Verona in te nemen. Het Italiaanse leger dat ook een aantal Franse en Britse manschappen omvat, slaagt er middels tegenaanvallen in om de tegenstander af te houden. In een week tijd verliezen de aanvallers ongeveer veertigduizend soldaten.

Deze Oostenrijks-Hongaarse nederlaag wordt gezien als de aanzet tot de uiteindelijke val van de dubbelmonarchie. Zoals wel vaker hebben veldslagen meerdere namen : deze staat ook bekend als de Zweite Schacht am Piave of Battaglia del Solstizio.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Pontonniers_Piave_1918

Unternehmen Gneisenau

De Duitse legerleiding heeft haar plannen voor het lenteoffensief, de Kaiserschlacht, ingedeeld in vier fasen. Op 9 juni 1918 begint de vierde fase, codenaam Gneisenau. De Duitsers beginnen de aanval over een front van 35 kilometer breed in de regio rond Montdidier en Noyon, ongeveer 20 kilometer ten noorden van het bos van Compiègne. De Fransen zijn op de hoogte van de Duitse plannen omdat ze hun gecodeerde berichten kunnen ontcijferen.

De Duitse artillerie beschiet de Franse troepen met gifgasgranaten omdat het gas daarvan lang blijft hangen in de dalen van het heuvelachtige landschap. Aanvankelijk boeken de Duitsers terreinwinst maar de Fransen drijven hen terug.

De door de Duitsers zo verhoopte doorbraak richting Parijs komt er niet. En zal er ook niet meer komen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DuitseOffensieven_1918

het Artois-offensief

Als onderdeel van het Artois-offensief van de Franse opperbevelhebber generaal Joseph Joffre – zijn 2e grote aanval na het Champagne-offensief – bestormen de Britten samen met Canadezen en Indiërs op 9 mei 1915 het dorpje Neuve-Chapelle en zes dagen later, op 15 mei 1915 Festubert, beiden in de buurt van Ieper. Na een bombardement van vier dagen, waarbij 100.000 granaten worden afgevuurd, maken de vooral Indische troepen in eerste instantie snelle progressie. De Duitsers trekken zich terug naar een linie vlak voor het dorp.

Sikhs_Festubert1915

Een tweede Canadese aanval op 18 mei 1915 tijdens hevige regenval levert geen terreinwinst op; de Duitsers versterken hun posities met extra reservetroepen. Festubertkaart1915Een hernieuwde poging op 20 mei 1915, die zeven dagen zal duren, resulteert uiteindelijk in de verovering van Festubert. Alles bij elkaar zijn de Britten minder dan een kilometer opgeschoten. De slag kost de geallieerde troepen 16.000 slachtoffers.

Ondertussen proberen de Fransen bij Artois de 60 meter hoge heuvelrug van Vimy te bereiken. Deze plek geeft een prachtig overzicht op de vlakte van Douai. In mei, juni en september 1915 doen de Fransen hardnekkige pogingen om deze heuvels te veroveren. Hoewel de dorpen Carency, Neuville-Saint-Vaast en Souchez wel worden veroverd, wordt de heuvelrug van Vimy niet bereikt, zodat die onder Duitse controle blijft. Alles bij elkaar vergt de aanval 150.000 slachtoffers, zonder dat het hoofddoel ooit serieus bedreigd wordt.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC Uitgevers