het begin van de Sixtus affaire

De Italiaanse prinsen Sixtus (28) en Xavier Bourbon-Parme (25) nemen bij het begin van de oorlog dienst in het Belgische leger. Hoewel hun zus Zita met de Oostenrijkse kroonprins Karel getrouwd is, kiezen deze francofiele broers onmiddellijk de zijde van de Entente. Ze worden officieel bij de artillerie van hun tante, de Belgische koningin Elisabeth.

In mei 1916 komt de Franse president Raymond Poincaré hen in Wulpen het Franse oorlogskruis opspelden. Op de foto hieronder poseren de twee met hun decoratie omgeven door 2 Franse officieren.

Begin 1917 vragen ze een maand verlof om enkele zakelijke belangen in Italië en Zwitserland te regelen. Ze blijven een half jaar weg. Als koning Albert verneemt dat hun schoonbroer Karel, intussen keizer van Oostenrijk-Hongarije geworden, het duo gebruikt voor geheime vredesonderhandelingen, laat hij hen weten dat dit hem helemaal niet bevalt. Desondanks mogen de twee na hun mislukte vredespoging naar het Belgische leger terugkeren.

bron : Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta books

prinselijkeneven

Oostenrijk-Hongarije verliest zijn keizer

Op 21 november 1916 overlijdt  Franz Joseph I, keizer van Oostenrijk-Hongarije, op 86-jarige leeftijd in het slot Schönbrunn. Hij was al op 18-jarige leeftijd aan de macht sinds 1848. Zijn huwelijk met Elisabeth van Beieren is vooral gekend door de filmreeks “Sissi”. Zijn latere leven was veel minder rooskleurig als deze films tonen. In 1889 sterft zijn oudste zoon, kroonprins Rudolf, door zelfmoord. In 1898 wordt keizerin Elisabeth vermoord door een Italiaanse anarchist. Er zijn nog andere dramatische sterfgevallen in zijn directe familie, maar de meest dramatische is wel de moord in 1914 op troonopvolger Franz Ferdinand in Sarajewo. Die moord is de rechtstreekse aanleiding tot de eerste wereldoorlog.

Het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije zou zijn keizer geen 2 jaar langer overleven.

bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Frans_Jozef_I_van_Oostenrijk

franzjoseph_19161121

Een Russische pandoering

Op 9 juni 1916 is het Broesilov offensief al enige dagen aan de gang. Dit offensief werd nauwgezet voorbereid door generaal Alexei Broesilov (detail daarover lees je hier). De eerste stad die het Oostenrijks-Hongaarse leger moet prijsgeven, is Lutsk. de Kaiserliche-und-Königliche Armee had ook geen offensief aan het oostrfont verwacht en is volop bezig met de Strafexpedition tegen de Italianen. Het Russische offensief komt ongelegen en totaal onverwacht.

erzherzog-josef-ferdinand

Jozef Ferdinand

Het is zo onverwacht dat de Oostenrijkse stafchef, Conrad von Hötzendorf, op een verjaardagsfeestje is bij aartshertog Jozef Ferdinand in het kasteel van Teschen. Als de Russen aanvallen op 4 juni 1916, geraken die rapporten wel tot bij von Hötzendorf, maar die schat de situatie niet ernstig in en wil de aartshertog en zijn gemalin niet beledigen door het feestje voortijdig te verlaten.

Het is maar de vraag of zijn vertrek de situatie nog had kunnen redden. De Russen zijn bijzonder goed voorbereid en hebben de loopgraven van hun vijanden goed in kaart gebracht. Een bijzonder krachtig bombardement jaagt de Oostenrijks-Hongaarse soldaten in hun schuilkelders. Terwijl ze daarin blijven, nadert de Russische infanterie de loopgraven en wacht tot hun vijanden met de handen omhoog eruit komen. Vooral de etnische Slaven zien ertegen op hun Slavische broeders te bekampen voor Oostenrijk-Hongarije en geven zich graag over. Achter de eerste linies zijn er nauwelijks reserves en dus kunnen de Russen gemakkelijk oprukken. Het Oostenrijks-Hongaarse 4e leger wordt gedecimeerd waardoor het 7e leger zich ook verplicht ziet om terug te trekken. Tot slot moet ook het 1e leger zijn eerste linies verlaten onder Russische druk.

Op 6 juni 1916 hebben de Russen al een gat gemaakt van 32 kilometer in de frontlinies van het Oostenrijks-Hongaarse leger. Op 8 juni schiet er van de 110.000 soldaten van het 4e leger nog maar 18.000 over. Volgens sommigen zijn 60% van de verliezen te wijten aan desertie. Over een lengte van 400 kilometer, van de Pripjat-moerassen tot aan de Karpaten, is het Oostenrijks-Hongaarse leger op de vlucht.

Conrad von Hötzendorf gaat op 8 juni 1916 naar Berlijn om Falkenhayn om hulp te vragen. Na een hevige discussie stemt Falkenhayn toe in Duitse versterkingen op voorwaarde dat de Oostenrijks-Hongaarse legers aan het oostfront onder Duits bevel komen. De Oostenrijkse stafchef heeft geen andere keuze dan te aanvaarden.

Op 9 juni 1916 is de 2e fase van het Broesilov offensief gepland. Generaal Alexei Evert moet dan zijn deel van het werk doen. Maar Evert stelt uit omdat hij nog niet klaar is. Die vertraging zal zijn effect niet missen op het Russische offensief. Niettemin wordt het Broesilov offensief beschouwd als een van de grootste overwinningen van de geallieerden en het begin van het einde van Oostenrijk-Hongarije als militaire grootmacht.

Taalkundig toemaatje : Het woord pandoering (in de betekenis van een flink pak slaag) is afgeleid van het woord pandoer, een soldaat uit bepaalde eenheden van het Oostenrijkse keizerlijke leger. Het woord is afkomstig uit het Hongaars. 

bron : Michael Neiberg & David Jordan, the eastern front 1914-1920, amber books

BroesilovOffensief_OostenrijkseKrijgsgevangenen.jpg

Oostenrijks-Hongaarse soldaten verdwijnen in Russische krijgsgevangenschap

 

het moedigste regiment van de KuK Armee

De KuK Armee staat voor Königliche und Kaiserliche Armee.We hebben het dan over het leger van de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Maar het moedigste regiment is niet Oostenrijks noch Hongaars. Die eer is voorbehouden voor het Bosnisch-Herzegovinisch infanterieregiment nr 2 en is gebaseerd op de gevechten tijdens de zogenaamde Strafexpedition van Oostenrijk-Hongarije tegen Italië.

Op verschillende plaatsen langs het front wordt er in juni 1916 hevig gevochten om de bergtoppen en de posities in het rotsachtige gebergte. De Monte Meletta (of Monte Fior in het Italiaans), een stevige bergtop van 1824 meter hoogte, is de scène van bloedige gevechten. Voor bevelhebber Conrad Von Hötzendorf is de inname van deze bergtop cruciaal om door te kunnen stoten naar de vlaktes.

Op 5 juni 1916 gaan Bosnische en Oostenrijkse troepen in de aanval. Ze bestormen de bergtop maar de goed verschanste Italianen onthalen hen op geweervuur. Daarneboven worden ze per ongeluk bestookt door hun eigen artillerie.

Twee dagen duren de gevechten en pas op 7 juni 1916 komt er een doorbraak. Tegen de avond bestormt de aanvalsgroep van de 49-jarige Kroaat Oberstleutnant Stevo Dui de bergtop. Na hevige lijf-aan-lijfgevechten veroveren en behouden Dui en zijn mannen de positie ondanks de Italiaanse tegenaanvallen. Heel de nacht duurt de brutale strijd om de bergtop. Krijgsgevangenen worden er niet genomen. 208 Bosnische soldaten en 1233 Italiaanse Alpini komen om het leven. Voor de rest van de oorlog zou het bosnisch-herzegowinisches Infanterieregiment nr 2 als het moedigste worden beschouwd van het hele Oostenrijks-Hongaarse leger. Maar de vele heroïsche exploten van jonge soldaten en oudere officieren ten spijt, daags na de verovering verzandt het offensief aan de rand van de Asiogovlakte.

bron : Historia 1916, Knack

bosnjaci-na-monte-meletta-1916-1918

Bosnische soldaten op de Monte Meletta

Strafexpedition

Oostenrijk-Hongarije heeft nog een rekening te vereffenen met Italië. Oorspronkelijk was Italië een bondgenoot, maar het verklaarde zich neutraal toen de oorlog uitbrak in 1914 en koos daarna de zijde van de geallieerden in 1915.In eerste instantie beperkt Oostenrijk-Hongarije zich tot defensieve acties. Maar op 15 mei 1916 lanceert het Königliche und Kaiserliche Armee (K.u.K.) voor het eerst een offensief aan het Italiaanse front, meer bepaald in de Trentinostreek. De Italianen worden verrast. De langgeplande aanval wordt geopend over een 32 kilometer lang front. Ondanks het bergachtige terrein boekt het Oostenrijks-Hongaarse leger vooruitgang, vooral dankzij hun gespecialiseerde bergtrorpen. Het Oostenrijks-Hongaarse 11e en 3e leger, onder aartshertog Eugène, doorbreken in de volgende dagen de linies van generaal Roberto Brusati’s leger. Op 20 mei 1916 beveelt de Italiaanse opperbevelhebber, generaal Luigi Cadorna, zijn mannen van het 1e leger te vechten tot de dood.

Dit offensief staat ook bekend als de Strafexpedition of als de slag bij Assiago.

bronnen
Ian Westwell, 1914-1918, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas
https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_bij_Asiago

LudwigKoch_Vergeltung

 

BMW opgestart als bedrijf

BMW opgestart als bedrijf

De Groote Oorlog zorgt ongetwijfeld voor heel wat technische vernieuwingen. Een van die vernieuwingen is het vliegtuig dat sterk gemoderniseerd wordt in vergelijking met wat men voor de oorlog kende.De vraag naar oorlogsvliegtuigen zorgt voor de oprichting van een bedrijf dat we nu nog kennen : Bayerische Motoren Werke of BMW.

De voorgeschiedenis van BMW begint in oktober 1913 als Karl Friedrich Rapp de Rapp-Motorenwerke opstart in een voormalige fietsenfabriek nabij München. Rapp-Motorenwerke is een dochtermaatschappij van Flugwerk, een vliegtuigenbouwer.

In 1916 heeft Rapp een contract afgesloten met Pruisen en Oostenrijk-Hongarije om 25 grote V12 vliegtuigmotoren te bouwen. Omdat Rapp problemen ondervindt met de betrouwbaarheid van de motoren, zoekt hij hulp bij de fabriek van Gustav Otto. Beide ondernemingen, Gustav Flugmaschinefabrik en Rapp-Motorenwerke fusioneren dan tot Bayerische Flugzeug-Werke. Daarmee is het technisch succes verzekerd.

FranzJosephPopp

Franz-Josef Popp

Maar bij ieder technisch succes hoort ook een zakelijk succes. Dat deel van het succesverhaal danken we aan de Oostenrijkse ingenieur Franz-Josef Popp. Hij sluit de contracten af met de militairen en verandert de naam van het bedrijf op 7 maart 1916 in Bayerische Motoren Werke GmbH.

Het ronde logo van BMW zoals we het vandaag nog kennen, zou verwijzen naar de cirkel die getekend wordt door de draaiende propeller van een vliegtuig.

 

 

bronnen :
Het gratis treinkrantje Metro vermeldde de 100e verjaardag van BMW.
De details vond ik terug op http://www.bmwdrives.com/bmw-history.php

 

Een Taube boven Veurne

Op 23 juni 1915 om 6 uur ’s morgens hangt er al een Taube boven Veurne. Jozef Gesquière verwacht er niet veel goeds van, ook niet wanneer die na een paar uur verdwijnt. In zijn dagboek vervolgt hij :

Nog geen tien minuten na het verdwijnen van de Taube hebben we het al. Veertien schuifelaars, zo worden de aankomende obussen genoemd, volgen elkaar vlug op. Ze komen op verschilende plaatsen terecht. Slechts zes op de veertien ontploffen en richten geringen schade aan. Geen enkel slachtoffer vandaag.

De Taube is een vliegtuigtype dat in 1910 een eerste vlucht maakt. Voor de vorm van de vleugels keer ontwerper Igo Etrich naar de vorm van de zaden van de esdoorn. Van deze eerste militaire vliegtuigen werden er talloze gebouwd voor Duitsland en zijn medestanders. Vanaf begin 1915 werden ze vervangen door nieuwe types.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Taube02

Lemberg wordt terug Oostenrijks

Sinds de Duitsers hun Oostenrijks-Hongaarse bondgenoten meer ondersteunen, hebben de Russen hun greep op het Oostenrijks-Hongaarse Galicië moeten lossen. Alles is begonnen in mei 1915 met de slag bij Gorlice (lees meer daarover op deze pagina) . Begin juni heroveren de troepen van de Centralen Przemysl en half juni breken ze door de Russische linies aan de San (lees meer op deze pagina) .

Op 22 juni 1915 heroveren Duitse en Oostenrijks-Hongaarse troepen Lemberg (vandaag Lviv in Oekraïene). Deze herovering is bijzonder goed voor de moraal en is in feite vooral een Duitse overwinning. Maar om hun bondgenoten wat extra moed te geven, staan de Duitsers toe dat de Oostenrijks-Hongaarse troepen de stad binnenmarcheren.  Naast de opsteker voor de moraal is de verovering van Russische kanonnen en munitie een meevaller voor de bevoorrading van het Oostenrijks-Hongaarse leger. De Duitse generaal von Mackensen en de Oostenrijkse stafchef Conrad krijgen allebei promotie.

Oostenrijks-Hongaarse soldaten marcheren Lemberg binnen.

Oostenrijks-Hongaarse soldaten marcheren Lemberg binnen.

bron

Michael Neiberg en David Jordan, The history of world war I – the eastern front 1914-1920, amber books

Duitse doorbraak bij Gorlice Tarnow

De Duitsers proberen niet alleen een doorbraak bij Ieper met hun eerste gasaanval op het westelijk front. Ook aan het oostfront willen ze doorbreken. Meer zelfs, volgens sommige bronnen is de aanval op Ieper enkel aan afleidingsmaneuver. Hiermee willen de Duitsers de Russen de indruk geven dat ze hun aandacht op het westen richten.

Niettemin hebben de Duitsers vooral grote zorgen in het Oosten, en dan vooral door toedoen van hun Oostenrijks-Hongaarse bondgenoot. Die is een groot deel van Galicie kwijt geraakt. En daarmee staan de Russen aan de poorten van Hongarije. Als de Russen erin slagen verder door te dringen, zullen een aantal andere landen in de verleiding komen om mee oorlog te voeren samen net de geallieerden tegen de centrale mogendheden: Zo wachten Bulgarije, Roemenie en Italie nog wat af om mee de oorlog in te stappen, al is niet van elke land nu al geweten aan wiens kant.

Het is dus van groot belang om Galicie te heroveren op Rusland. De Duitsers plannen de ganse operatie. Von Falkenhayn informeert zijn Oostenrijkse tegenhanger Conrad von Hötzendorf zelfs niet over de aanvalsplannen tot drie weken voor de startdatum. Nochtans doen heel wat soldaten van het Oostenrijks-Hongaars leger mee. Reden van deze achterdocht is ook het feit dat Rusland voor de oorlog al succesvol het Oostenrijks-Hongaarse leger bespioneerd had, dankzij dubbelspion Alfred Redl.

Von Mackensen

Von Mackensen

Op 2 mei 1915 beginnen de Duitsers en hun Oostenrijks-Hongaarse bondgenoten aan het offensief waarvan het zwaartepunt zich situeert tussen Gorlice en Tarnow. Vooral de legergroep onder leiding van August von Mackensen zal de speerpunt in deze aanval vormen. Bij het eerste daglicht begint de Duits-Oostenrijkse artillerie aan een bombardement dat 4 uur zal duren. Daarna rukken de soldaten op naar de Russische loopgraven waar ze maar weinig tegenstand ondervinden.

Binnen de 48 uren zijn ze door de defensie van het Russische 3e leger. De Russen hebben zich aan deze aanval niet verwacht en hebben daarom al heel wat troepen samengetrokken aan de Karpaten, met het oog op de invasie van Hongarije zodra het lenteweer dat toelaat. De Russen in de Karpaten kunnen hun kameraden in Gorlice – Tarnow niet te hulp snellen. Erger nog, ze moeten voorkomen dat ze worden afgesneden van hun bevoorradingslijnen die bedreigd worden door de Duitse opmars. Het instorten van de Russische defensie in de regio Gorlice-Tarnow heeft dan ook een domino-effect. Nadat de Russen rond Gorlice tot 10 kilometer per dag terugtrekken, zullen de Russen aan de Karpaten zich eveneens richting de Sanrivier terugtrekken. In de eerste week na het begin van het offensief verliezen de Russen 140.000 soldaten aan krijgsgevangenschap. Het zijn er zoveel dat de Duitsers stoppen met de gevangenen te tellen. Deze Grote Terugtocht zal ook de komende weken nog doorgaan, tot de Oostenrijks-Hongaarse garnizoenstad Przemysl weer van de Russen bevrijd wordt.

GorliceTarnow_mei1915

bronnen

Michael Neiberg & David Jordan, The Eastern Front 1914-1920, Amber Books

http://historypath.pl/en/articles/63-battle-of-gorlice

http://ww1blog.osborneink.com/?p=7593

https://ww1live.wordpress.com/2015/05/02/gorlice-tarnow/

Oscar Potiorek verliest Belgrado aan de Serviërs

OscarPotiorekOp 15 december 1914 heroveren de Serviërs hun hoofdstad Belgrado op de Oostenrijkers. Het Oostenrijkse leger probeert nog een ordelijke terugtocht te organiseren maar dit verandert al snel in een wanordelijke vlucht. Het gezichtsverlies voor Oostenrijk-Hongarije is daarmee volledig en ook voor de bevelvoerende generaal Oscar Potiorek. Het was slechts enkele weken geleden dat het Oostenrijks-Hongaarse leger de Servische hoofdstad kon innemen : lees meer daarover op deze pagina

Oscar Potiorek is geboren op 20 november 1853 in Bad Bleiberg (Karinthië). Hij volgt een officiersopleiding in Wenen en wordt al snel tot de generale staf toegelaten. In 1911 wordt hij inspecteur-generaal van het Oostenrijks-Hongaars leger (vaak afgekort tot KuK : Kaiserliche und Königliche Armee) en militair gouverneur van Bosnië-Herzegovina. Het feit dat deze regio, vroeger Ottomaans terrein, daarna in feite bestuurd door Wenen, door de Oostenrijkers geannexeerd wordt in 1908, leidt tot woede van de Serviërs. Zij zoeken naar aanleidingen om in Bosnië-Herzegovina hun invloed uit te breiden. Het is in deze gespannen toestand dat Oscar Potiorek de fatale beslissing neemt om aartshertog en Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand uitnodigt voor een bezoek aan Sarajevo. Ook de datum lijkt een provocatie : uitgerekend op de dag dat de Serviërs de slag bij het merelveld herdenken : 28 juni 1914.

Oscar Potiorek is verantwoordelijk voor de veiligheid in Bosnië-Herzegovina maar wordt toch niet ter verantwoording geroepen. Hij stuurt aan op een oorlog met de Serviërs en valt Servië een eerste maal binnen op 16 augustus 1914. Op 19 augustus moeten de Oostenrijkse troepen al terugtrekken. Een tweede offensief in september 1914 heeft niet meer succes. De derde inval in Servië leek geslaagd met de verovering van Belgrado. Maar met het verlies van Belgrado verliest Potiorek ook zijn aanzien en het vertrouwen van zijn keizer. Potiorek zal zich van deze nederlaag niet meer herstellen en gaat in 1915 op pensioen.

bronnen

http://nl.wikipedia.org/wiki/Oskar_Potiorek