Barthas onderweg naar Verdun

Op 15 april 1916 trok het regiment na het ontbijt naar Noyelles-sur-Mer om daar op de trein te stappen. Officieel was de bestemming onbekend maar iedereen vermoedde dat het doel Verdun was, waar zonder ophouden een reusachtige veldslag plaatsvond. Daarom hoorden we tijdens de mars van tien kilometer naar Noyelles nauwelijks iemand zingen.

Om zeven uur ’s avonds zaten we in de trein, met veertig man samengeperst in beestenwagens zonder stro of banken. Zelfs de kolonel wist niet waar we naartoe gingen. Door elkaar liggend, zonder onze stijve benen te kunnen strekken brachten we in de wagon een akelige nacht door. Om zeven uur ’s ochtends reden we langs Bourget. ’s Middags waren we in Sézanne in Champagne. We reden steeds verder naar het oosten.

Om vier uur ’s middags kwam de trein aan in Vitry-le-François. We wisten nog steeds niet waar we naartoe gingen maar het zou nu wel vlug duidelijk worden : als de trein in de richting van Châlons reed, gingen we naar Champagne waar het op dat moment rustig was; reed hij verder naar het oosten, dan was er geen twijfel mogelijk : dan gingen we naar Verdun ! Het laatste was helaas het geval. Nog dezelfde avond stapten we uit op het station van Revigny.

Rond middernacht kwamen we in een dorpje aan (Villers-le-Sec) waar mijn afdeling in een kleine, half verwoeste loods werd ondergebracht. Als bed hadden we een beetje stro van twijfelachtig allooi. De dag daarop, op 17 april, mochten we rusten want we moesten hierna verder naar Verdun.

Op 18 april om acht uur ’s morgens verlieten we Villers-le-Sec. De regen viel weer bij bakken uit de hemel. ’s Middags arriveerden we in Noyers 

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen

JeanLefort_leWagon

Jean Lefort – le Wagon

August Van Cauwelaert zwaar gewond

Granaatscherven treffen August Van Cauwelaert in de longen tijdens gevechten in Passendale op 7 april 1916. Lange tijd zweefde hij tussen leven en dood in het ziekenhuis in Hoogstade. Een lange revalidatie volgde maar helemaal de oude werd hij nooit meer.

In 1918 publiceert August Van Cauwelaert, advocaat, dichter, romanschrijver, vrederechter en nog veel meer, de bundel Liederen van droom en daad. In deze verzameling lees je gedichten die hij aan het front schreef.

Heeft Van Cauwelaert zijn verwonding voelen aankomen. Feit is dat hij vijf dagen voor zijn verwonding het gedicht ‘Verpleegster’ schrijft:

‘Misschien zal ik, gekwetst, een worden ingedragen/
Waar gij in liefde uw leven geeft, door nacht en dag;
Maar gij zult naast me staan, met dringen-vreez’ge vragen
En over mij de vrede van uw glimmelach.
[Collectie Letterenhuis]

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://hetarchief.be/nl/blog/vlaamse-oorlogsdichters

AugustVanCauwelaert1918

August Van Cauwelaert in Cannes in 1918

 

Duits expressionisme in de rouw

Franz Marc (München 8 februari 1880-Verdun 4 maart 1916) sneuvelt tijdens een verkenning te paard nabij Verdun. Daarmee verliest het Duits expressionisme een van zijn schilders.

Franz Marc wordt in 1900 student aan de Münchener Kunstakademie. De ontmoeting met August Macke in 1910 zorgt ervoor dat hij lid wordt van de Neue Künstlervereinigung München. In 1911 ontmoet hij Wassily Kandinsky met wie hij Der Blaue Reiter opricht.

In 1914 bij het uitbreken van de oorlog meldt hij zich als vrijwilliger. Hij wordt aan het werk gezet als camoufleur. Bedoeling is dat hij camouflagedoeken maakt waaronder de Duitse artillerie kan schuilen om aan het zicht van verkenningsvliegtuigen en -ballonnen onttrokken te worden. Franz Marc laat zich daarbij inspireren door Kandinsky. Over zijn werk schrijft hij in een brief het volgende :

Ik bevond me op een grote hooizolder (een hele mooie atelier) en ik schilderde negen “Kandinsky’s” op tentcanvas. Dit proces heeft een zeer nuttig doel : artillerieposities onzichtbaar maken voor verkenningsvliegtuigen en luchtfotografie door hen te bedekken met zeildoeken beschilderd in pointillistische stijl en in lijn met de kleuren van natuurlijke camouflage (..). Het schilderen moet ervoor zorgen dat onze aanwezigheid voldoende wazig en vervormd is zodat het onherkenbaar wordt. De divisie gaat ons een vliegtuig geven om te experimenteren met luchtfotografie om te zien hoe het eruit ziet vanuit de lucht. Ik ben echt nieuwsgierig om te zien wat het effect is van een Kandinsky bekeken vanaf 2000 meter hoogte

bronnen
http://www.verdun-meuse.fr/index.php?qs=fr/ressources/dessin-du-mois—mai-2012—franz-marc
http://roadstothegreatwar-ww1.blogspot.be/2016/01/franz-marc-kandinsky-and-camouflage.html

FranzMarc

 

Zeppelinaanval op Engeland

Negen Duitse luchtschepen stijgen op 31 januari 1916 op van hun basissen in Friedrichshafen en Lowenthal om voor het eerst bombardementen uit te voeren boven centraal Engeland. Met deze actie diep in het binnenland willen de Duitsers de Britten duidelijk maken dat ze nergens meer veilig zijn in hun land.

De toch van twee van die toestellen, de L13 en de L21, brengt hen in ieder geval niet bij het beoogde doel Liverpool, maar in de buurt van Wednesbury en Tipton, ongeveer 125 kilometer daarvandaan. Gebrekkige navigatie ligt aan de basis van hun misrekening. De bommen van beide zeppelins veroorzaakten wel enigte schade, maar niet in verhouding tot de verwachtingen.

Op de terugweg komt de L19 in de Noordzee terecht omwillen van problemen met de motoren. Een Britse treiler weigerde hen aan boord te nemen uit vrees overmeesterd te worden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Zepp-control-gondola-recon

Felix Schormstädt

 

 

de kruisweg van Barthas

Korporaal Louis Barthas, tonnenmaker van beroep, moet begin december 1915 terug naar het front. Hij is er niet gelukkig mee, zo blijkt uit zijn dagboek.

Na vijf dagen luizenjacht komen we vandaag terug in de linie, even smerig als bij onze aankomst in Agnez (tussen Lille en Amiens). Het heeft al twee dagen gestortregend. Het is niet te beschrijven in welke staat de verbindingsgangen zich bevinden. Hoe droevig zijn deze aflossingen.

Jezus viel op zijn kruisweg drie keer. Maar hoeveel keer zijn wij niet gevallen, uitgegleden en gestruikeld in deze gangen die inmiddels riolen van water en modder zijn geworden.

Om 9 uur ’s morgens zijn we uit Agnez vertrokken en pas om 7 uur ’s avonds bereiken we de reserveloopgraaf. We kruipen bij elkaar in een diepe, stevige, maar veel te smalle schuilplaats om de nacht door te brengen. Je moet wel halfdood zijn van moeheid om op die manier te kunnen slapen, op en over elkaar, vol modder en doorweekt van regen en zweet.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

GeorgesScott_Tranchee

Georges Scott – une tranchée

 

Raoul Snoeck komt toe in Rennes

Op 3 november 1915 noteert Raoul Snoeck het volgende in zijn dagboek :

Ze brengen ons naar het station. De reeds gevormde hospitaaltrein is nog bijna leeg. Hij omvat wagons die zijn ingericht als gelegenheidsambulances met brancards voor zwaargewonden en enkele wagons van tweede en derde klasse voor lichtgewonden. Iedereen neemt plaats zoals hij kan. De beste gevallen helpen de anderen. Na een tijd is de trein volgepropt met soldaten van alle legeronderdelen, die door elkaar uitgestrekt liggen met omzwachtelde hoofden, armen en benen. Van alle kanten worden brancards aangebracht met doodsbleke soldaten. Je hoort geen enkele kreet, soms ontsnapt een klacht of een diepe “ah” aan de opgeklemde tanden. Een groot aantal gewonden ligt op het perron, wachtend om in een wagon gehesen te worden. Ik bekijk al die ongelukkigen, er bestaan niet genoeg woorden om die pijnlijke tonelen op te roepen, ik voel afschuw en medelijden tegelijk.

We komen aan in Rennes om acht uur ’s morgens. De gewonden worden uit de wagons gehaald, de vormeloze massa geslacht mensenvlees weggebracht, het is akelig.

bron

Raoul Snoeck, In de modderbrij van de IJzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

Henri Gervex - train des blessés

Henri Gervex – train des blessés

Raoul Snoeck heeft verlof in Paname

Raoul Snoeck  was de voorbije dagen op verlof in Parijs. In het soldatenjargon spreken ze van Paname, naar de Panamahoed die in die dagen heel populair was in Parijs.

8 augustus 1915 : Geluk ! Voor de eerste keer sinds het begin van de oorlog, vertrek ik met verlof naar Parijs (naar Paname zeggen wij in het soldatenjargon).

14 augustus 1915 : Terug in de gevechtszone. Ik heb vijf dagen achter het front doorgebracht en met verrukking genoten van de ontspanning die me gegund werd. Ik ben nog onder de indruk van de hartelijke en warme ontvangst, die me te beurt viel bij onze vrienden Bruneau. Zulke lieve mensen !

bronnen

Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, Snoeck-Ducaju & zoon

De tekening hieronder komt uit het stripalbum van Kris & Maël, Moeder Oorlog – derde aanklacht

MoederOorlog_3eAanklacht_01

Bittere gevechten nabij Podgora

Vanaf 18 juli 1915 woedt de tweede slag om de Isonzo in alle hevigheid. De Italianen willen nog steeds deze grensrivier oversteken met als eerste doel de Oostenrijks-Hongaarse stad Gorizia (Gorica in het Sloveens). Het Oostenrijks-Hongaarse leger probeert daarbij zo lang mogelijk in defensieve bolwerken volt te houden.

Carabinieri tijdens de slag om Podgora

Carabinieri tijdens de slag om Podgora

Een van de gevechten die in de legende is getreden, is de slag om de Podgora. Deze naam verwijst naar de berg nabij een stadje met dezelfde naam. Op 19 juli 1915 vechten de Italiaanse carabinieri daar hevig voor de controle van deze berg en het bijbehorende stadje. Oorspronkelijk traden de carabinieri vooral op als militaire politie maar ze werden ook ingezet tijdens veldslagen. Hun inzet is zo bewonderenswaardig dat de Italiaanse schilder Achille Beltrame een schilderij aan deze slag heeft gewijd.

Vandaag draagt de berg Podgora de naam Monte del Calvario en het stadje het Piedimonte del Calvario. De Slovenen spreken nog steeds van Podgora, niet ver verwarren met de Kroatische plaats Podgora in Dalmatie.

bronnen

http://home.mweb.co.za/re/redcap/carahist.htm

http://www.worldwar1.com/itafront/ison1915.htm

https://it.wikipedia.org/wiki/Monte_Calvario_(Gorizia)

Thuiskomst van Gallipoli

Op 15 juli 1915 komt het schip Willochra toe in Wellington, Nieuw-Zeeland. Op het schip zit een eerste groep van Nieuw-Zeelandse soldaten die gewond zijn in de gevechten op het Turkse schiereiland Gallipoli. Het is de eerste keer dat de Nieuw-Zeelanders geconfronteerd worden met de lelijke kanten van de oorlog. Deze thuiskomst zal Walter Bowring in 1916 inspireren tot het schilderij “The Homecoming”.

bronhttp://www.nzhistory.net.nz/media/photo/homecoming-from-gallipoli

Walter Bowring - Homecoming

Walter Bowring – Homecoming

de eerste observatieboom aan het front

arbre-blindeIn Lihons (departement Somme) zetten de Franse troepen op 16 mei 1915 voor het eerst een observatieboom in. Dit handgemaakte en beschilderde metalen kader, dat er op een asftand uitziet als een echte boom, moet de militairen toelaten om vanaf een zekere hoogte de vijandelijke activiteiten waar te nemen.

De observatieboom was een nieuwe stap in het aanwenden van camouflagetechnieken tijdens de oorlog. Drie maanden geleden kreeg een ploeg onder leiding van Lucien Guirand de Scevola, schilder van beroep, de opdracht om zijn ideeën rond camouflage uit te werken. De camouflageactiviteiten vielen zo in de smaak dat er op het einde van de oorlog bij het Franse leger duizend ontwerpers en achtduizend makers van camouflage aan de slag waren.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds