Rouw in de compagnie

Gaston Le Roy noteert op 28 mei 1917 het volgende in zijn dagboek.

Rouw in de compagnie. Wij verliezen de heer Delannoy, onze geliefde kapitein, geliefd om zijn rechtvaardigheid.

Piloten die bij dit prachtige weer de streek overvlogen, gooiden enkele bommen, waarvan er één onze kapitein en onze chef-kok doodde. Nog anderen kwamen om het leven of raakten gewond (Fortem). Dit is het onbegrijpelijke van het noodlot : je hebt al zoveel beschietingen doorstaan in de eerste lijn en dan word je dodelijk getroffen tijdens de rustperiode, waarin je had gehoopt prettige dingen te beleven.

Ik sloop achterin binnen in het hospitaal en zag de gesneuvelde kapitein op een brancard liggen. In het kantonnement wordt over niks anders gesproken. De chef-kok ging zelden van zijn soepketel weg en zijn vriend, bij wie hij op bezoek was, is eveneens dood. John, de hond van de kapitein, loopt te treuren en is links en rechts op zoek naar zijn verloren meester.

Bron : André Gysel, Gaston le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

De tekening hieronder is “tombes de camarades” van Jean Lefort.

JeanLefort_TombesdeCamarades.png

Gothas boven Londen

Zestien Duitse Gotha-bommenwerpers luiden op 23 mei 1917 een nieuw tijdperk in wanneer ze Londen aanvallen vanuit hun Belgische bases. De duisternis verijdelt de aanval maar de Gothas droppen hun bommen meer naar het oosten waarbij zo’n 100 Canadese soldaten het leven laten in hun militaire basis.

De Gotha heeft een driekoppige bemanning en kan 128 km per uur halen, 4600 meter hoogte bereiken en 300 kg bommen vervoeren. De verdediging bestaat uit twee of drie mitrailleurs. In 1914 begint men het vliegtuig te ontwikkelen en in januari 1915 gaat het prototype de lucht in. In april 1917 vallen Gotha’s Engeland aan vanuit hun bases in België. Hun doelwit is Londen in de operatie Türkenkreuz (Turks kruis).

De eerste aanvallen bereiken een hoogtepunt als veertien Gotha’s overdag centraal Londen bombarderen en 160 mensen in één keer doden op 13 juni 1917. Hoewel diverse Britse gevechtsvliegtuigen de indringers te lijf gaan, wordt er geen enkele neergeschoten.

De Britten versterken hun luchtafweer rond de hoofdstad en de Gotha’s zijn genoodzaakt bij duisternis aan te vallen. Tussen september 1917 en mei 1918 voeren de bommenwerpers negentien nachtelijke aanvallen op Londen uit. Daarbij worden 830 mensen gedood en meer dan 1900 gewond. Zestig Gotha’s storten neer maar weinige worden geraakt door het Britse afweergeschut. De Britten overwinnen de dreiging van de Gotha’s door een bommenoffensief te lanceren op de Gotha-bases in België.

Het schilderij hieronder heeft de titel “Gothas over London” en is van Marii Chernev.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

GothasOverLondon_MariiChernev.jpg

 

Kipling aan het Italiaanse front

De Britse ambassadeur in Italië, sir Rennell Rodd, maakt zich zorgen over het gebrek aan begrip dat er in zijn land heerst over de omvang van de Italiaanse oorlogsinspanningen. Daarom nodigt hij diverse vooraanstaande auteurs uit om een bezoek te brengen aan het Italiaanse front. Schrijver Rudyard Kipling (Jungle Book) publiceert over zijn belevenissen een aantal artikels in The Daily Telegraph.

Op 13 mei 1917 is hij aan de Passo di Falzarego, ongeveer 14 kilometer van Cortina. Kipling biedt onder meer een levendige beschrijving van de Altiplano dei Sette Communi, waar Britse troepen later datzelfde jaar aan de slag gaan.

Andere auteurs deden in 1916 al het Italiaanse front aan, onder hen onder meer Conan Doyle, H.G. Wells en Gilbert Keith Chesterton.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

RudyardKipling_1917_ItalianFront.jpg

Kipling temidden van Italiaanse soldaten

dood van een Britse luchtaas

Tegen de avond van 7 mei 1917 sterft de Britse luchtaas Albert Ball op een wat vreemde wijze.

Even voordien neemt hij nog samen met een eskadron Britse jagers boven het dorp Annoeuillin deel aan de achtervolging van Lothar von Richthofen, een zeer bekwame Duitse vlieger. Omdat zijn brandstoftank doorzeefd is, wordt de Duitser tot landen gedwongen.

Net als zijn collega’s vliegt Albert Ball verder, maar wordt onzichtbaar door een laaghangende donkere onweerswolk. Als hij weer tevoorschijn komt, vliegt hij volgens getuigen ondersteboven. Ruimte of tijd om het toestel te corrigeren is er niet meer en het crasht.

Een Franse vrouw kan hem nog uit het verhakkelde toestel sleuren maar Albert Ball overlijdt later. Een afdoende verklaring voor de mysterieuze crash wordt nooit gevonden. Zijn toestel werd niet beschadigd tijdens het luchtgevecht. Mogelijk raakte de piloot gedesoriënteerd in de donkere onweerswolk.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

AlbertBall_geschilderd_door_NoelDavis

Albert Ball geschilderd door Noel Davis

Gasmasker verplicht !

Lut Ureels haar grootvader, dorpsonderwijzer,moet ook met een gasmasker leren omgaan.

Weer alarm voor gas. Iedereen moet een gasmasker hebben. Wie op straat komt zonder, kan een beginboete krijgen van 5 frank. De schoolkinderen moeten nu ook een gasmasker dragen van een bijzondere soort, een cagoule.

Geregeld zullen we oefeningen houden om de kinderen en onszelf eraan te gewennen om met het masker op te schrijven en te luisteren. Het is zeer onaangenaam om met zo’n masker voor te ademen. Het gezicht van een klas vol maskers is akelig.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Onderstaande afbeelding is een schilderij van Thérèse Bisch.
http://centenaire.org/fr/autour-de-la-grande-guerre/peinture/objets/la-grande-guerre-dans-les-toiles-de-therese-bisch

ThereseBisch_Masques_a_Gaz

 

Lenin komt toe in Petrograd

Op 16 april 1917 (volgens de Russische kalender 3 april) komt Lenin net voor middernacht toe in het station Finland van Petrograd. Hij wordt in de bittere vrieskou opgewacht door een tumultueuze menigte. Na een toespraak rijden hij en zijn vrouw in een pantserwagen naar het Ksjesinskaja-paleism de weelderige woning van de ballerina di de eerste maîtresse was van de tsaar. Vanuit dat paleis zweept Lenin op 17 april de menigte nogmaals op tot het hervatten van de revolutie. Op 18 april legt hij zijn Aprilthesen uit, zijn tienpuntenpad naar de Oktoberrevolutie: “We hebben geen behoefte aan een parlementaire republiek of aan een bourgeois-democratie. Alle nachts aan de sovjets van arbeiders, soldaten en boeren !”.  Daarnaast eist hij de nationalisatie an alle land, banken en het grootkapitaal. Hij is tegen de voorlopige regering, maar erkent dat ze nog niet afgezet moet worden. Voor de revolutie is er volgens hem eerst nog een periode van agitatie nodig.

Onderstaande schilderij is van M. Sokolov. Dit schilderij stemt overeen met een aantal foto’s van dezelfde gebeurtenis. Niettemin is er een blog die dit schilderij en de foto’s in vraag stelt. De persoon achter Lenin, is Stalin, en die was nooit aanwezig op de trein.

bronnen
Knack Historia, 1917 – de Russische revolutie
http://clogginsart.blogspot.be/2011/08/commissar-vanishes.html

Sokolov_Lenin_Train_1917

de lange tocht naar het veldhospitaal

Edward Walford Manifold, een Canadese militair in Britse dienst, schrijft op 11 april 1917 aan zijn ouders over de toestand aan het front in Frankrijk.

Dezer dagen houden onze oversten geen rekening met het weer. Een van onze doelen hebben we veroverd tijdens een sneeuwstorm vergezeld van een bitter koude wind. Natuurlijk heeft de koude niet veel invloed op de aanvallers, maar de arme gewonden moeten een grotere marteling doorstaan dan je je kan inbeelden.

Een paar dagen geleden hielp ik nog enkele maten om het veldhospitaal te bereiken. Zij waren de enige twee overlevenden van een groepje van vijftien waartussen een granaat ontplofte. De ene had een gebroken been, een gebroken arm en enkele smerige wonden. De andere had drie wonden op zijn lichaam en was bovendien nog getroffen door een sluipschutter terwijl hij probeerde zijn vriend vooruit te helpen. Deze sukkelaars waren al bijna 36 uur nat en hadden zich over een afstand van ruim anderhalve kilometer moeten voortbewegen over zeer ruw terrein.

Het schilderij hieronder is van John Charles Dollman getiteld “Fraternité”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Dollman-Fraternite.jpg

dood van Arthur Graeme West

ArthurGraemeWestEen sluipschutter maakt op 3 april 1917 nabij Bapaume een einde aan het jonge leven van Arthur Graeme West (26 jaar), schrijver en oorlogsdichter. In 1915 treedt West in dienst uit een gevoel van plichtsbesef en patriottisme, maar geleidelijk aan ontwikkelt hij een intense afkeer voor het leger, ook al omdat hij individualistisch ingesteld is en routine haat. Die toenemende afkeer verwoordt hij in twee oorlogsgedichten :”God, How i hate you” en “Night patrol”.

In 1919 verschijnt postuum zijn boek “the diary of a dead officer“. Een hartverscheurend eerbetoon aan een verloren generatie van soldaten dat tegelijkertijd een ontluisterend beeld schetst van het leven in het leger.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

Dazzle camouflage

Dazzle camouflage

Dazzle camouflage is de Britse term voor de camouflage die ze gebruiken voor schepen vanaf april 1917. De camouflage wordt toegeschreven aan de schilder Norman Wilkinson en bioloog John Graham Kerr. Deze vorm van camouflage is een antwoord op de onbeperkte duikbotenoorlog die de Duitsers hebben uitgeroepen vanaf februari 1917. De U-boten zijn bijzonder actief en men zoekt allerlei manieren om schepen te camoufleren. Op zee is het bijzonder lastig een kleur te kiezen omdat de kleur van de zee grotendeels afhangt van het weer.

Wilkinson zoekt het op een andere manier. In plaats van schepen te verbergen gaat hij  via lijnen ervoor zorgen dat het moeilijker wordt om de vorm, de afstand en de beweegrichting van het schip af te leiden. Hierdoor wordt het problematischer voor de U-boot kapiteins om de torpedo’s af te vuren op het juiste moment.

De camouflage doet me denken aan de typische migraine aura waar ik heel af en toe last van heb. Voor wie niet weet wat zo’n migraine aura inhoudt, voeg ik er nog een schilderij aan toe dat treffende weergeeft wat die aura is.

Migraine_Aura.jpg

 

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/Dazzle_camouflage

http://twistedsifter.com/2010/02/razzle-dazzle-camouflage/

https://www.wired.com/2014/04/wwi-battleship-camouflage-adapted-as-a-room-thatll-break-your-brain/

 

 

 

Duitse sluippatrouille in Champagne

Aan het front in de Champagnestreek noteert Louis Barthas in zijn oorlogsdagboek.

Op 23 maart 1917, gebruikmakend van een pikdonkere nacht, viel een Duitse patrouille onze loopgraven aan en nam drie wachtposten gevangen die een dergelijk nachtelijk bezoek niet verwacht hadden. De Duitsers hadden bijna een vierde man meegenomen door hem een koord om de nek te werpen, maar de Fransman kon zich met een kopstoot in de buik van de mof losmaken en sloeg al vluchtend alarm.

Toen we met zijn allen ter plaatse aankwamen, was de patrouille met de gevangenen verdwenen. Deze nachtelijke ontvoering veroorzaakte grote opschudding in de sector. De generaal en de kolonel waren razend. Gedurende verschillende dagen regende het op rapport jammerklachten, verwijten en dreigementen.

Dit leek me een onderwerp waarbij ik heel moeilijk een passende foto of tekening zou vinden. Maar de Duitse veteraan en kuntschilder Otto Dix heeft hierover een tekening gemaakt :”Ueberfall einer Schleichpatrouille” (overval van een sluippatrouille).

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

otto-dix-attack-by-a-stealth-patrol-crawling-through-the-trenches