Herbert Sulzbach haalt herinneringen op

De marsorders brengen Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie, naar een streek waar hij ook al in 1914 en 1915 is geweest. Dat brengt bij hem goede en weemoedige herinneringen terug.

Op 19 juni 1918 trekt hij naar Les Petites Armoises om zijn oude bivakplaats terug te vinden en de Fransen waar hij goed herinneringen aan heeft.

Ik vind mademoiselle Valentine terug terwijl ze de koeien melkt, net zoals drie jaar geleden. Les Petites Armoises ! Het dorp met de zachte, aangename, vredevolle omgeving – hoe vaak heb ik ernaar verlangd om hier terug te zijn. Vandaag is mijn wens uitgekomen en ik reed 80 kilometer om om dit dorp en mijn Franse vrienden terug te zien. Ik rijd in draf het dorp binnen en stop bij het huis van de familie Vesseron. Valentine en moeder Pauline komen naar buiten gelopen en roepen uit “Erbère ! Non, c’est impossible, mon Dieu, mon Dieu !”.

Ze vragen naar mijn kameraden van 3 jaar terug en ook naar Kurt en ze zijn geschokt als ik ze meld dat hij dood is. Ze leiden me door het dorp en ik kom oude kennissen tegen. Daarna maak ik een wandeling met Valentine naar de oude molen. Toen ik hier voor het eerst was, was Valentine 16 jaar oud en ik 20, Vandaag is ze nog mooier en vrolijker, met zwarte haren en grote bruine ogen, een echte dorpsschoonheid.

Daags erna verlaat hij reeds om 4 uur ’s morgens Valentine en moeder Pauline. Om 9 uur vindt hij zijn regiment terug in Mesmont. Tijdens de rustdagen van het regiment maakt hij nog een 2e uitstap naar Les Petites Armoises. Op 2 juli 1918 verlaat het regiment Mesmont en ze slaan hun kamp op in Pontfaverger. Weer een plek waar herinneringen komen bovendrijven.

Hier zit ik weer in ons district waar we reeds in 1914 waren. Ik blijf maar denken aan mijn dode kameraad Kurt. Ik zal onze eerste kerst samen aan het front nooit vergeten.
We blijven in ons kamp en maken ons klaar voor het komende offensief. We hopen dat dit ons naar de eindoverwinning zal voeren. We wachten op een aanval op Reims.

Op 7 juli 1918 ga ik naar het front met kapitein Knigge om de artillerieposities te inspecteren en de beschietingen voor te bereiden. Op onze terugweg komen we door Pontfaverger, dat ik nog ken uit het eerste oorlogsjaar. Het was toen een levendig klein dorpje. Nu blijft er alleen maar een hoop puin over. Dit dorp is even dood als mijn vriend Kurt.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

FeldgrauenInBiwak

 

 

de frontweken van Herbert Sulzbach

Uit het dagboek van Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie.

29 mei 1918 : Onze commandopost is in Montagne-Ferme, waar ik een belangrijke taak krijg. Ik moet de ganse artillerie marsbevelen geven, dus niet alleen mijn eigen bataljon, naar nieuwe posities. Reden is dat de commandant, majoor von Ohnesorge, aan het front is bij de infanterie en dus moet ik deze taak uitvoeren. Nabij Missy zijn er verkeersproblemen. Het oversteken van de Aisne is bemoeilijkt omdat de vijand de bruggen heeft opgeblazen. Maar de obstakels zijn al verwijderd en onze sappeurs hebben noodbruggen in geen tijd opgebouwd. Ik leid onze artillerie rond Soissons en rijd van Missy naar Venicel langs de Aisne : een charmante vallei. Voor ons ligt Soissons dat al in onze handen is en overal zien we sporen van een overhaaste vlucht : geweren, uniformen, munitie ligt overal bij duizenden.

31 mei 1918 : We overnachten in Noyant. Hevige tegenaanvallen door de vijand : de Fransen sturen kleine tanks in grote getale op ons af, gevolgd door infanteristen. Voor de eerste keer sinds lang is ook de vijandelijke luchtmacht zeer actief. Onze commandant von Ohnesorge geraakt gewond. Met spijt in het hart nemen we afscheid van deze stoutmoedige en briljante leider. Hij drukt ons op het hart :”We mogen niet terugtrekken en we mogen nooit onze infanterie in de steek laten, we moeten blijven vuren tot onze laatste ademtocht !”.

2 juni 1918 : Hevige aanval door onze naburige divisie. Chaudun is doorregen met verzetsnesten uitgerust met machinegeweren. De Fransen zetten de tegenaanval in. In de namiddag, na hardnekkige gevechten, kan onze infanterie Chaudun innemen.

3 juni 1918 : Missy is in onze handen. Het lijkt erop dat de aanval – of het ganse offensief – zijn doel heeft bereikt en dat we voorlopig niet verder oprukken. We marcheren terug naar Ploisy en trekken door de ruïnes van Bercy. Het ziet er afschuwelijk uit, nog het ergste op de weg naar Chaudun. Hoewel we geharde soldaten zijn, raakt het ons toch, dat zicht van die lichamen die aan stukken gereten of die overreden zijn, vriend en vijand, blank of zwart. Het is ook heel warm en de geur van deze lichamen in ontbinding is ondraaglijk.

4 juni 1918 : onze divisie kan uitrusten in de achterhoede nabij Billy.

7 juni 1918 : Einde van onze rustpauze. We trekken terug naar Ploisy en Missy.

8 juni 1918 : We betrekken een commandopost ten noorden van Chaudun. De telefoonlijnen worden weer aangelegd en onze batterijen zitten in de posities die hen zijn aangewezen. Het slagveld bekeken vanaf de top is een vreselijk zicht : uitgebrande tanks en eromheen meer lijken dan je kan tellen.

9 en 10 juni 1918 : We blijven nog in onze nieuw aangelegde loopgraven en wachten. Enkele artillerieschermutselingen over en weer. We wachten tot we weer in actie mogen komen.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

Duitseartillerie_juni1918

slecht nieuws voor Herbert Sulzbach

Op 18 mei 1918 is Herbert Sulzbach voor de laatste dag in Lemé, departement Aisne, Frankrijk. Hij krijgt via een soldaat die terug komt uit verlof een brief van zijn ouders.

Ik kan het nieuws niet geloven : Kurt Reinhardt is dood ! Ik heb nooit eerder in de oorlog geweend maar die dag heb ik wel geweend. Ik had nooit een betere vriend. Hij was zo’n wijze en hartelijke man, en zo vaak enthousiast. Ik heb samen met hem in 1914 de kazerne verlaten, we hebben samen onze vuurdoop doorstaan. We verstonden mekaar vanaf het eerste moment en we waren echt zielsverwanten. We deelden alles en als we van mekaar gescheiden waren, zochten we mekaar ook, in welke uithoek van het front ook ofwel aan het thuisfront als we beiden verlof haden. Hoe fier was hij in zijn laatste brief vlak na zijn luchtoverwinning, en enkele dagen later is deze trouwste vriend zelf gesneuveld. Ik denk aan zijn arme moeder die zowel haar man als haar enige zoon nu kwijt is.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

Sulzbach_19180518

een brief van Ludendorff

Luitenant Herbert Sulzbach, bij de Duitse artillerie, krijgt begin mei 1918 een brief van Ludendorff, het brein achter het Duitse lenteoffensief. En alles draait om een vermiste piloot. In het dagboek van Sulzbach lezen we het volgende.

23 april 1918 : ’s avonds komt en order van het hoofdkwartier dat een luitenant Pernet, piloot van Jasta 29, vermist is sinds de eerste dagen van het offensief. Een hoge beloning is beloofd door een hogere officier voor iedere informatie over de plaats waar luitenant Pernet zich bevindt. (…) Ik herinner me dat ik een uitgebrand vliegtuig heb gezien naast de hoofdweg op 23 of 24 maart, nu een maand geleden. We hebben heel wat neergestorte vliegtuigen gezien, zeker in die dagen. Maar dit vliegtuig moet heel dichtbij zijn, in de nabijheid van ons huidige kwartier. Ik neem een spade, ga de hoofdweg af en op 100 meter van ons kwartier vind ik de resten van dat vliegtuig dat ik me herinner. Ik ben verbaasd als ik op het wrak het identificatienumer vind dat ik het order vermeld is. Ik vind ook een kleine geldbeurs. Ik loop terug, rapporteer mijn ontdekking via kabel aan Jasta 29 en verneem dat luitenant Pernet de stiefzoon is van Ludendorff.

(…)

1 mei 1918 : In mijn kamer vind ik een grote briefomslag. Ik scheur de omslag open en vind een grote foto met een handgeschreven brief van Ludendorff. De tekst van de brief is als volgt
Mijn beste luitenant,
Ik wens u te bedanken voor uw zoektocht naar het lichaam van mijn zoon die gesneuveld is. Ik heb het graf bezocht dat in de nabijheid van het neergestorte vliegtuig was.
Aanvaard deze foto als een teken van dankbaarheid van een vader die een zwaar verlies heeft geleden. getekend Ludendorff

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen and Sword Military

De tekening hieronder is van Hermann Boden-Heim, getiteld “Gross Hauptquartier 1917”

Hermann_boden-Heim_GrossesHauptquartier_1917

Duitse artillerie volgt de stormtroepen

Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie, volgt de oprukkende stormtroepen samen met zijn kameraden. Zijn startpunt is Saint-Quentin.

21 maart 1918 : De artillerie begint te vuren om 4u40 and na 5 uur trommelvuur, om 9u40 begint de infanterie met zijn stormaanval voorafgegaan door voortschrijdend trommelvuur. ’s Avonds zit ik op een affuit om mijn gedachten van deze dag te ordenen. Ik zou er helder boeken over kunnen schrijven. Het onmogelijke is dan toch gebeurd : we hebben een doorbraak geforceerd. Tijdens het vuren moest ik af en toe een pauze nemen, omdat ik het niet meer uithield met al het gas en de rook. De kanonniers staan in hemdsmouwen met het zweet dat van hen afdruipt. Granaat na granaat wordt afgevuurd op de vijandelijke linies en je moet geen bevelen meer geven omdat de soldaten geestdriftig genoeg zijn om snel de granaten af te vuren.

22 maart 1918 : We rukken op naar Essigny maar er is zo’n opstopping van voertuigen dat we nauwelijks een kilometer verder geraken na drie uur. We passeren de eerste linie van de Britten en zijn al snel in hun tweede linie. We horen dat generaal Foch tegen ons oprukt met het Franse reserveleger.

23 maart 1918 : Onze stormtroepen nemen Ham in en we zullen al snel onze oude posities terug innemen die we in 1916 hebben verlaten. Nu hebben we minder last van opstoppingen en we rukken sneller op.

24 maart 1918 : Onze sappeurs bouwen een brug over het kanaal en we zien enkele grote Britse kanonnen. We gaan verder naar Dury.

26 maart 1918 : Vanuit Eppeville bereiken we om 4 uur Nesle. In Carrépuis nemen we posities in links van het dorp. Onze infanterie brengt grote aantallen Britse krijgsgevangenen naar achter. Er zitten ook enkele Fransen tussen. De eerste Fransen die ik spreek, vragen me angstig of het waar is dat onze zware kanonnen Parijs onder vuur nemen. In Carrépuis worden we voor het eerst gebombardeerd door vijandelijke vliegtuigen.

27 maart 1918 : in Laboissière worden we onder vuur genomen door de Fransen. Ik leid mijn batterij naar veilige posities door het vijandelijk bombardement en we hebben slechts enkele gewonden te betreuren. Het lijkt erop dat we ons doel bereikt hebben en de Britse legers hebben gescheiden van de Franse.

Ook in Faverolles komen we terecht in een Frans bombardement. We trekken ons terug en brengen de nacht door in houten hutten. Daags erna zien we dat Faverolles grotendeels onbeschadigd is.  Alles lijkt hier vreedzaam, een hoop voorraad ligt voor het grijpen en de burgers lijken op het laatste nippertje te zijn gevlucht.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military.

operation-michael-german-offensive-march-21-1918

 

 

 

marsorders en verlof voor Herbert Sulzbach

Het nieuwe jaar 1918 begint niet zo goed voor Herbert Sulzbach, de Duitse artillerieofficier. Hij krijgt het bevel een opleiding te volgen in het kamp van Beverloo. Hij kan zich troosten met het feit dat hij eerst nog op verlof mag in zijn heimat. Op 2 januari 1918 noteert hij in zijn dagboek :

Ik ben sprakeloos, en helemaal niet opgetogen over het feit dat ik op training moet gaan in de artillerieschool in Beverloo in België. Het kazerneleven met bijbehorende corvee staat me daar te wachten en dat is echt niet waar ik naar uitkijk. Ze zeggen me dat het een eer is omdat ik opnieuw opgeleid wordt voor de nieuwe veldslagen die het nieuwe jaar met zich meebrengt. Ik heb een afscheidsfeestje met mijn kameraden van batterij nr 2, maar ik mis niets van het frontleven, want de dag dat ik vertrek naar Beverloo, wordt de ganse divisie in onze sector afgelost en wordt teruggetrokken naar de achterste linies voor een training in mobiele oorlogsvoering.

Voor ik me afmeld bij de commandant, word ik naar het stafhoofdkwartier geroepen en krijg daar nog enkele dagen verlof. Ik reis af op 4 januari, passeer langs Keulen waar ik enkele kameraden terugzie, en reis dan verder naar Frankfurt-am-Main.

Onderstaande tekening is een postkaart van Arthur Thiele.

Kuenstler-AK-Arthur-Thiele-Auf-Urlaub-Erzaehlung-von-Kriegserlebnissen

 

een relatief rustige kerst voor Herbert Sulzbach

Herbert Sulzbach, een Duitse luitenant bij de artillerie, brengt de decemberdagen door tussen Nouvion en Laval, in de buurt van de Chemin des Dames. December brengt goed nieuws van het oostfront voor de Duitsers.

5 december 1917 : wapenstilstand met Roemenië. De situatie lijkt steeds twijfelachtiger voor de geallieerden.

Op 17 december kon ik de mannen zeggen dat de wapenstilstand met Rusland verlengd is tot 14 januari 1918. In deze periode zullen vredesonderhandelingen plaats hebben.

Twee tot drie maal per week komt een sergeant langs naar de frontlinies, om de soldaten uit te betalen of andere formaliteiten met me te regelen. Op 21 december komt hij weer langs, vertrok goedgezind en tien minuten later belt een nabijgelegen eenheid me op om te zeggen dat de sergeant getroffen is door een bominslag. Zo verlies ik weer een van mijn goede mannen. Al mijn  manschappen zijn ontdaan, en sommigen kenden hem van bij het begin van de oorlog.

Ondertussen is de temperatuur tot 8 graden onder nul gezakt, overal ligt sneeuw, de bossen schitteren erdoor en de kanonnen zijn volledig ingesneeuwd. Hoe onschuldig, hoe vredig ligt het landschap erbij in de verrukkelijke sneeuw.

En daarmee is het kerstavond, de vierde in Frankrijk, de vierde ten velde. De vorige kerst aan de Somme was veel erger. We hebben een misviering waar iedereen naar de kapelaan luistert. Daarna gaan de mannen terug naar hun schuilplaatsen, ieder met zijn eigen kerstboom. Na een korte stilte beginnen meer en meer soldaten te zingen. Het weer kon niet geschikter voor kerstmis zijn; al deze sneeuw is ongewoon voor Frankrijk. Het landschap ziet er onschuldig uit. Je kan de ruïnes van de dorpen in het avondlicht zien en in de verte de kathedraal van Laon en ik voel me ontroerd. Later op de avond gaat het er vrolijker aan toe, iedereen heeft genoeg te eten en te drinken en we moeten niet veel vuren, het is een harmonieuze kerstavond.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

Weihnachten_1917_02

 

 

Opleiding in Beverlo

Het laatste bericht over Herbert Sulzbach verwijst naar zijn dagboek over juli 1917 (lees hier). In zijn dagboek beschrijft Sulzbach hoe hij zich aanmeldt als vrijwilliger bij de Duitse luchtmacht. Na zijn keuring wacht hij af. In tussentijd krijgt hij de aangename opdracht van zijn commandant om wijn in Frankfurt te kopen. Op de trein maakt hij kennis met een jong meisje die rouwkledij draagt. De vonk tussen hen beiden slaat over en ze spreken af in Bonn.

Einde september 1917 hoort hij dat hij is afgewezen als piloot. En hij krijgt het blije nieuws dat zijn broer gaat trouwen. Hij krijgt toestemming om het huwelijksfeest bij te wonen. Op weg naar het feest is Herbert op 29 september 1917 in Brussel  en daarna Bonn, waar hij weer heeft afgesproken met de jongedame van de vorige treinreis. Half oktober 1917 krijgt Herbert Sulzbach de opdracht om een opleiding voor machinegeweren te volgen. Uit de foto blijkt dat deze cursus doorgaat in Beverlo (Beringen), Limburg.

Op 15 oktober 1917 marcheren we naar het noorden van Laon. Daar krijgen verschillende officieren de opdracht om een cursus machinegeweren te volgen, een luitenant van iedere batterij. (…) De opleiding duurt verscheidene weken. Het idee is om iedere Duitse batterij te voorzien van machinegeweren voor verdediging bij lijfgevechten. De infanterie en artillerie moeten nauwer samenwerken. Als ik terugkeer zal ik de training doorgeven aan de soldaten van mijn batterij.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

HerbertSulzbach_Beverloo_1917

Na de Franse tankaanval

In het vorige blogbericht over Herbert Sulzbach lijkt het misschien of hij een rustig leventje leidde van trein naar verlof naar trein terug… Dat is allerminst het geval. Herbert Sulzbach is wel degelijk geruime tijd in de eerste frontlinies aanwezig.

2 juli 1917 : Ik bereik mijn nieuwe frontlinies. We zijn gelegerd links van de fel bevochten Winterberg, ongeveer 25 kilometers van Laon, en ten zuidoosten van ons ligt Reims. Of beter gezegd, onze positie lugt tussen Craonne en Barry-au-Bac. Aan het front is het bar en leeg en relatief rustig. (…) ALs ik neem ik foto’s met mijn draagbare camera. Je zou kunnen zeggen dat ik de regimentsfotograaf geworden ben.

Ik wandel naar de eerste linies en kom voorbij heel wat Franse tanks die uitgeschakeld zijn tijdens de laatste aanval. Er zijn er 20 in onze sector, en drie ervan liggen in onze linies. Één kanonnier van onze batterij die hier voor ons lag, heeft er 6 uitgeschakeld op zijn eentje. 24 uur later kreeg hij het Ijzeren Kruis eerste klasse. De dag erna werd hij tijdens gevechten gedood.

Ik zie nu voor de eerste keer deze ijzeren monsters en ik begrijp het gruwelijk effect op het moraal van de soldaten tijdens de gevechten. Onze infanterielinies liggen voor de ruïnes van Juvincourt.

Bron : Herbert Sulzbach, with the German Guns, Pen & Sword Military

CharSaintChamond02

 

Herbert Sulzbach van oost naar west

Herbert Sulzbach is een Duitse luitenant bij de artillerie. In het laatste blogbericht over Sulzbach zagen we dat hij begin mei toekwam aan het oostfront. Maar lang blijft hij daar niet. In mei en juni reist hij geregeld met de trein om naar het westfront, het thuisfront en weer het westfront te gaan. Een korte samenvatting uit zijn dagboek.

Als ik in Lemberg ben (huidige naam Lviv in Oekraïne), bezoek ik mijn nicht Vera, wiens echtgenoot een Hongaars regiment leidt aan het oostfront. ‘S Middags reis ik door naar Krasnoe en dan naar Zolochev, het laatste station voor het front. Ik kom aan in een mooie bosrijke omgeving waar Oostenrijkse, Hongaarse en Duitse troepen gelegerd zijn. (…) Hier ontmoet ik ook mijn oude kameraad luitenant Kirsten.

9 mei 1917 : Ik krijg het nieuws dat ik ben overgeplaatst naar het 5e veldartillerieregiment aan het westfront.Op 13 mei reis ik door naar Lemberg, Przemysl, Krakau en Oderberg. Na een tussenstop in Frankfurt-am-Main zet ik de reis verder naar het westen.

Herbert Sulzbach neemt nog verlof en bezoekt zijn familie in Berlijn en Frankfurt-al-Main. Daarna gaat hij naar zijn nieuwe regiment in Ardon, Frankrijk. Hij maakt er aanvallen en tegenaanvallen mee nabij Berthe-Ferme. Begin juni 1917 wordt het regiment een rustpauze gegund en gaan de soldaten naar hun nieuwe omgeving achter het front, nabij Roisin aan de Belgisch-Franse grens. Op 13 juni 1917 kan Herbert Sulzbach zijn familie weer bezoeken in Frankfurt-al-Main. Op 27 juni is zijn verlof over en reist hij weer naar het front langs Keulen, Brussel en zo naar Laon om te eindigen aan het front bij Sissonne.

Bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

IMG_0145