hevige gevechten nabij Nieuwpoort

Rond 6 u in de ochtend van 18 maart 1918 breekt in het gebied tussen Nieuwendamme en Sint-Joris (Nieuwpoort) een hevig Duits bombardement los met obussen en stikgassen. Het is slechts het begin van twee dagen van hevige gevechten waarbij uiteindelijk 230 doden en gewonden vallen. 

Eén van hen is Leo Baelden : omstreeks 9u30 doorboren scherven van een Duitse granaat zijn schedel. Leo is vrijwel onmiddellijk dood. Enkele dagen later op zijn 21e verjaardag wordt hij begraven in De Panne. Zijn lichaam rust er nu op de Belgische militaire begraafplaats. 

Leo Baelden, afkomstig uit Wulveringem, moest na zijn lager onderwijs thuis helpen op de boerderij tot hij in 1916 wordt opgeroepen voor legerdienst. Je kan niet anders dan vragen stellen bij de beslissing van de Belgische militaire overheid om hem een bijkomende opleiding als mitrailleur te laten volgen ondanks zijn verminderd zicht. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

premiere-guerre-mondiale-gaz-moutarde

gifgas en tegenaanval in Sint-Jacobskapelle

Raoul Snoeck maakt op 17 maart 1918 een Duitse aanval mee in de sector Sint-Jacobskapelle.

Het kanongebulder bereikt ons eerst gedempt, dan rolt het geluid van de ontrploffingen in alle richtingen. Een soort mist trekt onze aandacht en allemaal kijken we naar de afschuwelijke explosies : de Moffen vallen heel het Belgisch front aan met stikgas. De lucht wordt zwart. Vlug zet iedereen zijn masker op. Er worden ook obussen afgevuurd met niespoeder dat door het linnen van ons masker dringt. De soldaten niezen, hun mond vult zich met slijm. Je moet een ongehoorde moed hebben om dat masker op je gezicht te houden. Het afnemen is levensgevaarlijk want je zou het dodelijke stikgas kunnen inademen. De Moffen kennen van die verfijnde wreedheden. Velen van ons hebben hun laatste gebeden opgezegd want ze dachten dat het met hen afgelopen was.

Met die grote maskers op  ons gezicht lijken we op duikers. We hebben een razende tegenaanval uitgevoerd. De mannen wentelden zich echt in het bloed, uitzinnig van woede. De Duitsers die zich in de sector bevonden, zullen thuis niet meer kunnen vertellen dat het warm was. Een kleine officier stond te pronken op een borstwering. Ik heb hem enkele kogels in de pens gejaagd. Je had zijn ogen moeten zien toen hij naar beneden tuimelde. Die zal het een paar ogenblikken erg kwaad hebben gehad. Dat zal hen leren ons met stikgas te beschieten. Je wreekt je zoals je kunt. Dat is niet mooi maar de oorlog is geen pretje. Zoveel mogelijk vijanden doden, is dat niet onze dwingendste plicht ?

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

Het schilderij hieronder is van Erik Nagels.

ErikNagels_GroteOorlog_Hoofdstraat

 

sergeant Stubby

Op 5 februari 1918 ging hij de loopgraven van de Chemin des Dames in, ten noorden van Soissons. Hij lag meer dan een maand dag en nacht onder vuur. De herrie en stress die een aanslag vormden op de zenuwen van vele van zijn kameraden, tastten Stubby’s stemming niet aan. Zeker was hij zich bewust van het gevaar. Zijn boze gehuil als de slag voortduurde en zijn razende geblaf terwijl hij van de ene kant van de loopgraven naar de andere rende, toonden dat wel aan. Maar hij scheen te weten dat de grootste verdienste die hij kon leveren, het brengen van troost en vrolijkheid was.

Zo begint in 1926 het in memoriam voor sergeant Stubby, de meest gedecoreerde hond van de eerste wereldoorlog. Stubby (Stompje), zo genoemd vanwege zijn staartje, is uit de VS meegemsokkeld door korporaal Robert Conroy. Stubby verblijft de rest van de oorlog bij zijn baasje, hoewel de hond meerdere malen gewond raakt door granaatscherven en bij gasaanvallen. Hij is zo geliefd dat hij in het ziekenhuis van het Rode Kruis bijna als een mens behandeld wordt. Stubby treedt op als verzorgingshond die het slagveld afzoekt naar gewonde soldaten om hun troost te bieden, dan wel om de hospikken te waarschuwen. Na de bevrijding van Château-Thierry maken de vrouwen van de stad speciaal voor hem een geitenleren dekje, waar zijn medailles en lintjes aanhingen.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

SergeantStubby_1918

gasalarm in Diksmuide

Op 29 januari 1918 laat het hoofdkwartier weten dat een grootschalig gasbombardement werd uitgevoerd op de Belgen ten zuiden van Diksmuide. Ze horen overal gasalarm weerklinken, maar hebben geen idee van de resultaten. Verpleger Hilarion Thans weet het wel. Het is in zijn hospitaal een tragische dag omdat een loopgracht met slapende soldaten verrast werden door het Duitse gas. Velen zijn al dood als ze aankomen, anderen zieltogen en het schuim staat op hun lippen als rode sneeuw. Hij helpt met het toedienen van zuurstof. Dan treedt er even verbetering op, maar daarna begint hun adem te jagen. Het gezicht verraadt plotse benauwdheid. Dan volgt de dood. “Ze strekten de benen uit en stierven” noteert hij in zijn dagboek. Na 24 uur telt Hilarion veertien doden.

Dat de Belgen uit zijn op wraak, valt te begrijpen. De volgende dag (30 jan 1918) schieten hun kanonnen voor de zoveelste maal naar Diksmuide. De stad is altijd een geschikt doelwit geweest als ze de Duitsers willen doen bloeden. Op het kerkhof bij Adinkerke speelt zich een ander drama af. Het wordt een plechtige begrafenis van de gasdoden. Er zijn wat toespraken, maar er vloeien geen tranen. De erewacht van frontsoldaten presenteert het geweer. Even later ziet onze verpleger “de gehelmde frontmannen” zich verdringen voor de deur van de kantine. Ze roepen om pinten bier.

bron : Luc Vandeweyer, Koning Albert en zijn soldaten, Manteau

loopgraven_diksmuide

 

mosterdgas nabij Ieper

Voor de allereerste maal in de geschiedenis voeren Duitse troepen op 12 juli 1917 beschietingen uit met mosterdga, in de regio van Wieltje en Hooge, bij Ieper. In de loop van de volgende dagen zetten ze ook elders aan het front in de Westhoek mosterdgas in. De geallieerden zullen mosterdgas gebruiken naar het einde van de oorlog, vanaf september 1918.

Eerder gebruikte gassen, zoals chloor en fosgeen, stroomden uit gascilinders. Mosterdgas verstuift wanneer de granaat waarin het vervat zit, uit elkaar spat. De werking van mosterdgas is anders : het verstikt niet, maar trekt blaren in de huid en tast op termijn ook de longen en de ogen aan. Een andere naam voor mosterdgas is yperiet, naar Ieper, de plaats waar het gas voor het eerst in een oorlog werd aangewend.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
De tekening hieronder komt uit de graphic novel van Ivan Petrus Adriaenssens, Elsie en Mairi – engelen van Flanders Fields

mosterdgas_19170712

Gasmasker verplicht !

Lut Ureels haar grootvader, dorpsonderwijzer,moet ook met een gasmasker leren omgaan.

Weer alarm voor gas. Iedereen moet een gasmasker hebben. Wie op straat komt zonder, kan een beginboete krijgen van 5 frank. De schoolkinderen moeten nu ook een gasmasker dragen van een bijzondere soort, een cagoule.

Geregeld zullen we oefeningen houden om de kinderen en onszelf eraan te gewennen om met het masker op te schrijven en te luisteren. Het is zeer onaangenaam om met zo’n masker voor te ademen. Het gezicht van een klas vol maskers is akelig.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Onderstaande afbeelding is een schilderij van Thérèse Bisch.
http://centenaire.org/fr/autour-de-la-grande-guerre/peinture/objets/la-grande-guerre-dans-les-toiles-de-therese-bisch

ThereseBisch_Masques_a_Gaz

 

Gasaanval in Hulluch

In het plaatsje Hulluch, niet ver van Loos-en-Gohelle (departement Pas-de-Calais) voert het Duitse leger op 27 april 1916 een gasaanval uit op de geallieerden, meer bepaald op de 16e Ierse Divisie van het Britse leger. Naar verluidt is de concentratie van het hier gebruikte chloorgas hoger dan eerder elders toegepast.

Over een frontlijn van zowat 3 kilometer staan 7400 gascilinders klaar. Eerst zorgen de Duitsers voor een rookgordijn, pas dan volgt er gas uit de helft van de flessen. Aan geallieerde zijde vallen bijna 600 slachtoffers, onder wie 140 doden.

Twee dagen later (29 april 1916) doen de Duitsers de gasaanval nog eens over, maar na een poos blaast de wind het gas weer in hun richting. Nu vallen er nog meer doden, weliswaar aan beide zijden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DuitsSoldaat_Chloorgas.jpg