de Breslau zinkt

De lichte kruiser Breslau, die deel uitmaakt van de Duitse Middellandse Zeedivisie, loopt op 19 januari 1918 bij het eiland Imbros op een Brits mijnenveld en zinkt met ruim driehonderd manschappen aan boord. De Breslau was op weg naar het eiland Lemnos om daar de geallieerde basis Mudros onder vuur te nemen.

Eerder was de Breslau actief in de Zwarte Zee waar het meerdere Russische handelsschepen tot zinken bracht. Zowel in de Middellandse Zee als in de Zwarte Zee opereerde de Breslau meestal samen met de slagkruiser Goeben.

In 1914 had Duitsland beide schepen ter beschikking gesteld van het toen nog neutrale Ottomaanse Rijk, weliswaar met behoud van de Duitse bemanning aan boord. Dit gebaar maakte zo’n indruk dat het land zich schaarde aan de zijde van Duitsland.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De tekening hieronder is een schilderij van de Duitser Willy Stöwer die de Breslau samen met de Goeben afbeeldt.

WillyStoewer_Breslau

schildwacht op de vlucht

Een Duitse schildwacht klimt op 15 januari 1918 in Zeeuws-Vlaanderen over de grens, gooit zijn geweer weg en geeft zich over aan de Nederlanders. Ze brengen hem naar het wat verder gelegen Oostburg en vervolgens naar een interneringskamp voor Duitse soldaten.

De jongeman is afkomstig uit de Elzas, het Duits-Frans grensgebied, en kan het niet langer uithouden in het Duitse leger. De legerdienst werd hem te tergend : zijn vader vecht immers in het Franse leger.

Aan de grens ontdekt de Duitse wachtcommandant dat zijn schildwacht is gevlucht. Hij is razend op de andere soldaten :”Jullie haddem hem moeten doodschieten.”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Koewacht_1918

de laatste vlucht van Ritter von Müller

Op 9 januari 1917 stort Max Ritter von Müller, een van de grote Duitse luchthelden van de eerste wereldoorlog, neer bij Moorslede. Op patrouille in het luchtruim boven dit dorp ontmoet hij drie Britse vliegers, die na een lang gevecht zijn brandstoftank treffen. terwijl het vuur snel om zich heen grijpt, springt Müller, die geen valscherm draagt, zijn dood tegemoet.

Deze Duitse oorlogsheld, geboren als Max Müller, wordt na zijn dood tot de adelstand verheven. Vandaar dat hij nu bekend staat onder de naam Max Ritter von Müller. Iemand die tijdens de oorlog minstens vijf vijandelijke toestellen neerhaalde, werd bestempeld als “aas”. Max Ritter von Müller was evenwel “aas boven aas” omdat hij maar liefst vijf andere azen neerschoot. In totaal won hij 36 luchtgevechten.

MaxRitterVonMuller

 

marsorders en verlof voor Herbert Sulzbach

Het nieuwe jaar 1918 begint niet zo goed voor Herbert Sulzbach, de Duitse artillerieofficier. Hij krijgt het bevel een opleiding te volgen in het kamp van Beverloo. Hij kan zich troosten met het feit dat hij eerst nog op verlof mag in zijn heimat. Op 2 januari 1918 noteert hij in zijn dagboek :

Ik ben sprakeloos, en helemaal niet opgetogen over het feit dat ik op training moet gaan in de artillerieschool in Beverloo in België. Het kazerneleven met bijbehorende corvee staat me daar te wachten en dat is echt niet waar ik naar uitkijk. Ze zeggen me dat het een eer is omdat ik opnieuw opgeleid wordt voor de nieuwe veldslagen die het nieuwe jaar met zich meebrengt. Ik heb een afscheidsfeestje met mijn kameraden van batterij nr 2, maar ik mis niets van het frontleven, want de dag dat ik vertrek naar Beverloo, wordt de ganse divisie in onze sector afgelost en wordt teruggetrokken naar de achterste linies voor een training in mobiele oorlogsvoering.

Voor ik me afmeld bij de commandant, word ik naar het stafhoofdkwartier geroepen en krijg daar nog enkele dagen verlof. Ik reis af op 4 januari, passeer langs Keulen waar ik enkele kameraden terugzie, en reis dan verder naar Frankfurt-am-Main.

Onderstaande tekening is een postkaart van Arthur Thiele.

Kuenstler-AK-Arthur-Thiele-Auf-Urlaub-Erzaehlung-von-Kriegserlebnissen

 

een relatief rustige kerst voor Herbert Sulzbach

Herbert Sulzbach, een Duitse luitenant bij de artillerie, brengt de decemberdagen door tussen Nouvion en Laval, in de buurt van de Chemin des Dames. December brengt goed nieuws van het oostfront voor de Duitsers.

5 december 1917 : wapenstilstand met Roemenië. De situatie lijkt steeds twijfelachtiger voor de geallieerden.

Op 17 december kon ik de mannen zeggen dat de wapenstilstand met Rusland verlengd is tot 14 januari 1918. In deze periode zullen vredesonderhandelingen plaats hebben.

Twee tot drie maal per week komt een sergeant langs naar de frontlinies, om de soldaten uit te betalen of andere formaliteiten met me te regelen. Op 21 december komt hij weer langs, vertrok goedgezind en tien minuten later belt een nabijgelegen eenheid me op om te zeggen dat de sergeant getroffen is door een bominslag. Zo verlies ik weer een van mijn goede mannen. Al mijn  manschappen zijn ontdaan, en sommigen kenden hem van bij het begin van de oorlog.

Ondertussen is de temperatuur tot 8 graden onder nul gezakt, overal ligt sneeuw, de bossen schitteren erdoor en de kanonnen zijn volledig ingesneeuwd. Hoe onschuldig, hoe vredig ligt het landschap erbij in de verrukkelijke sneeuw.

En daarmee is het kerstavond, de vierde in Frankrijk, de vierde ten velde. De vorige kerst aan de Somme was veel erger. We hebben een misviering waar iedereen naar de kapelaan luistert. Daarna gaan de mannen terug naar hun schuilplaatsen, ieder met zijn eigen kerstboom. Na een korte stilte beginnen meer en meer soldaten te zingen. Het weer kon niet geschikter voor kerstmis zijn; al deze sneeuw is ongewoon voor Frankrijk. Het landschap ziet er onschuldig uit. Je kan de ruïnes van de dorpen in het avondlicht zien en in de verte de kathedraal van Laon en ik voel me ontroerd. Later op de avond gaat het er vrolijker aan toe, iedereen heeft genoeg te eten en te drinken en we moeten niet veel vuren, het is een harmonieuze kerstavond.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

Weihnachten_1917_02

 

 

Ludendorff en de film

Generaal Ludendorff is overtuigd van het belang en de kracht van het nieuwe medium film om de belangen van Duitsland te verdedigen, zeker in landen die nog neutraal zijn in het grote conflict. Hij betreurt de versnippering van de krachten over verschillende kleine bedrijfjes en ijvert voor de oprichting van één grote filmonderneming. Op 18 december 1917 is de fusie van de filmbedrijfjes een feit : de UFA of Universum Film Aktiengesellschaft wordt opgericht. Het doel van de UFA is de Duitse cultuur te promoten en een tegengewicht te bieden tegen het beeld van “de Hun”, de karikatuur die vooral in de Angelsaksische cultuur leeft.

Ernst Lubitsch is één van de regisseurs uit de beginjaren en hij zet zijn naam onder films als “die Augen der Mumie Ma” (1918) en “Carmen” (1918). Tot ergernis van Ludendorff ligt de nadruk van de nieuwe filmonderneming nog steeds op kunst, meer dan op propaganda. Na de oorlog worden nog klassiekers gemaakt zoals “Metropolis” van Fritz Lang (1927). Dan volgt de crisis en het faillissement van UFA. Vanaf 1933 zullen de nazi’s hun stempel drukken op de films gemaakt door UFA.

bronnen
https://www.britannica.com/topic/UFA-German-film-company
op Google Books : European Culture in the Great War: The Arts, Entertainment and Propaganda …
http://static.digischool.nl/ckv1/film/De UFA.htm
http://www.filmportal.de/thema/die-ufa-gruendung

Ludendorff_UFA

 

 

 

gevecht tegen de modder

Musketier Egon Keller vertelt over zijn belevenissen onderweg naar het front op 13 december 1917, ergens in de buurt van Westrozebeke.

Ik moet mij een weg banen tussen prikkeldraad en stukgeschoten bomen, de rugzak op de schouders, het geweer en de munitiekisten in de handen geklemd. Mijn uniform is zo beslijkt dat het dezelfde kleur heeft als de grond. Op 40 meter van onze stelling val ik plots in een bomput gevuld met slijk. Ik wil mij snel loswrikken, maar zink tot op borsthoogte in de modder. De compagnie heeft niets gezien of gehoord en is verder gemarcheerd in het pikdonker.

Bij het ochtendgloren ben ik door de koude zo verstijfd dat ik mijn benen niet meer voel. Twee koeriers vinden mij toevallig en willen mij uit de modder losmaken, maar dat lukt niet zomaar. Uiteindelijk kunnen ze mij met de lange steel van een schop uit mijn netelige positie bevrijden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

redding-tegenstander

Duitsers in de tegenaanval nabij Cambrai

De Duitse troepen die strijden tegen het Britse 3e leger van generaal sir Julian Byng lanceren vanaf 30 november 1917 tegenaanvallen om terrein te heroveren dat ze verloren hebben op de openingsdag van het tankoffensief op 20 november. Kroonprins Rupprecht van Beieren, bevelhebber in het bedreigde gebied stuurt in aller ijl versterkingen naar her 2e leger van generaal Georg von der Marwitz, dat tot nog toe het sterkst onder Brits vuur lag.

De Duitse aanvallen blijken uiterst succesvol, voornamelijk om drie redenen : het gebruik van een kort bombardement, het inzetten van nieuwe stormtroepeenheden en de steun van laagvliegende vliegtuigen aan de oprukkende eenheden. De Britten, uitgeput en met een tekort aan reserves, moeten veel van hun zuurverdiende terrein prijsgeven in de dagen daarop.

De tekening hieronder is van Oskar Graf, die zelf ook aan het front gevochten heeft.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

OskarGraf_Sturmbataillon

 

het noodlot van Claus Lafrenz

Vanaf eind augustus 1917 komt het bevel van de U-boot  UC-65 in handen van Kapitänleutnant Claus Lafrenz. Net als zijn voorgangers op deze U-boot is hij een heel bekwame commandant, die in hoog aanzien staat bij zijn collega’s  en bemanning. Zoals velen die zich vrijwillig hebben opgegeven tijdens de oorlog, is Lafrenz Wachoffizier geweest op torpedoboten alvorens de U-bootopleiding te hebben gevolgd. Hij mag al in 1916 het commando voeren over UB-18 en UB-33 en heeft de Hausorden der Hohenzollern ontvangen uit handen van de keizer, nadat hij als eerste commandant een Q-schip of U-bootval heeft kunnen fotograferen.

ClausLafrenzOp 3 november 1917 bevindt UC-65 zich op de terugreis van haar tweede missie. Lafrenz en vier bruggenwachten staan op de toren uit te kijken naar patrouilleschepen en mijnen. Iets voor hun pad ligt de Britse duikboot HMS C-15 op een prooi te wachten. Merkwaardig genoeg zien beide duikboten elkaar tegelijkertijd. In plaats van onmiddellijk onder te duiken, meldt Lafrenz de anderen dat hij een periscoop heeft gezien en vaart verder op zijn koers naar huis. Hij is van plan om een vijandelijke torpedo te ontwijken door de wendbaarheid van de UC-65. Ondertussen heeft lieutenant E.H. Dolphin, bevelhebber van de HMS C-15, zijn torpedobuizen klaargemaakt. Om 16u45 wordt een torpedo richting UC-65 opgemerkt. Lafrenz laat zijn U-boot van koers veranderen en kan haar ontwijken. Enige seconden later ontploft een andere torpedo tegen het achterschip van UC-65, waarna de duikboot onmiddellijk vergaat. Dolphin heeft onverwacht twee torpedo’s kort na elkaar afgevuurd. Door zijn zelfoverschatting verspeelt Lafrenz zijn U-boot en het leven van 22 opvarenden. Hijzelf en de bruggenwacht worden in de lucht geslingerd en komen in zee terecht. Ze worden door de Britse duikboot opgepikt en brengen de rest van de oorlog door in gevangenschap.

ClausLafrenz_1933Lafrenz overleeft dus de eerste wereldoorlog maar de tweede zal hij niet meemaken. Op zoek naar een foto van Claus Lafrenz kom ik via Google uit op een aantal artikels die het verdere leven van Lafrenz vertellen. Hij wordt na de oorlog burgemeester in Fehmarn, een eiland in de Oostzee, in de nabijheid van Denemarken. In 1933 verzet hij zich als burgemeester tegen het hijsen van de hakenkruisvlag op het stadhuis van Burg auf Fehmarn. Dat wordt hem niet in dank afgenomen en al heel snel ontnemen de nazi’s hem zijn ambt. In 1937 wordt Claus Lafrenz dood aangetroffen op Fehmarn. Volgens sommigen is het zelfmoord, volgens anderen is hij geholpen bij deze zelfmoord. En dat is dan het noodlot van Claus Lafrenz : hij wordt gespaard door zijn vijanden, en later door zijn landgenoten opgejaagd omdat hij een andere opinie heeft.

bronnen
Tomas Termote, oorlog onder water – Unterseeboots Flottille Flandern, Davidsfonds
https://arts.leeds.ac.uk/kriegsgefangen/3-nov-1917-u-boat-captain-claus-lafrenz-captured/
https://geschichtsblogsh.wordpress.com/2017/04/06/fehmarn-gedenkt-des-von-der-nsdap-gestuerzten-buergermeisters-c-lafrenz/

 

de laatste koffie van Leutnant Brandt

De U-boot UC-63 loopt op 6 januari 1917 van stapel en komt drie maanden later aan in Zeebrugge. Tussen 25 april en 16 augustus 1917 doet de UC-63 26 schepen zinken. Daarna verplaatst de U-boot zich naar de Golf van Biskaje. Tussen 13 september en 1 november 1917 doet de U-boot nog eens tien schepen zinken. En dan komt het fatale moment…

Op 1 november 1917 bevindt de UC-63 zich aan de westelijke kant van de Dover Barrage. Na een reis met matige successen in het Kanaal is de duikboot op de terugreis. Rond 1 uur verzendt ze een radiobericht naar Brugge met haar locatie.  Nog geen kwartier later wordt UC-63 vlak onder de toren geraakt door een torpedo van de Engelse duikboot HMS E-52. U-Bootmatrosenmaat Fritz Marsal is de enige overlevende die door de E-52 opgepikt wordt. Marsal getuigt dat er een ontspannen sfeer was tijdens de terugtocht. Via Marsal kunnen de laatste momenten van de UC-63 gereconstrueerd worden.

Drie bemanningsleden stonden op de uitkijk op de toren, terwijl UC-63 vanuit de commandoruimte werd gestuurd. De eerste officier, Leutnant zur See Max Brandt, hield de wacht aan bakboord. Marsal hield de sector aan stuurboord en één matroos moest de achterkant in de gaten houden. Brandt wou koffie en vroeg de matroos om er te gaan halen in de kombuis. Ondertussen worden ze van onder de golven in de gaten gehouden door lieutenant Phillips, bevelhebber van de Britse duikboot E-52. UC-63 werd om 1u12 door de Britse uitkijken gezien op 1200 meter van hun bakboordzijde. Het verwonderde Phillips dat de Duitsers hen niet gezien hadden bij zo’n klare nacht. Maar aan boord van de UC-63 waren ze met hun gedachten elders. Brandt had de grote fout gemaakt om zijn sector niet in het oog te houden. Marsal keek naar bakboord en zag een opgedoken duikboot die zijn boegtorpedobuizen op hen aan het richten was. Hij riep naar Brandt die onmiddellijk het bevel gaf om het roer hard naar stuurboord te brengen. HMS E-52 heeft ondertussen twee torpedo’s afgevuurd op een afstand van 200 meter.

Marsal werd tegen iets hards gegooid en even later bevond hij zich in het water. Brandt lag ook in het water poogde wanhopig boven te blijven. Hij was aan het verdrinken omdat zijn zware kledij en laarzen hem onder water sleurden. Marsal is de enige overlevende van een bemanning van 26.

In de foto hieronder is Leutnant Brandt de matroos die een helm draagt.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water – Unterseeboots Flottille Flandern, Davidsfonds

UC-63_LeutnantBrandt